Wetenschapsagenda 3 tot en met 7 februari 2020

Overzicht van de promoties en oraties van Amsterdam UMC.

Dinsdag 4 februari 2020
Promotie, Agnietenkapel (UvA) 10.00 u
Ntsiki Held: De energiehuishouding beïnvloeden


Overgewicht, ernstig overgewicht (obesitas) en ouderdom zijn risicofactoren voor het ontwikkelen van cardiometabole ziekten zoals suikerziekte (diabetes), hart- en vaatziekten. Het aantal mensen met obesitas en de daarmee gerelateerde ziekten neemt toe. De huidige behandelmethoden zijn vooral gericht op minder eten en meer bewegen. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Het is van maatschappelijk en economisch belang om nieuwe behandelstrategieën te ontwikkelen. Het proefschrift van Held gaat in op manieren om de energiebalans te beïnvloeden om zo een gunstig effect uit te oefenen op de gezondheid. Mensen worden zwaarder als ze meer voedingstoffen binnen krijgen dan dat ze verbranden. De energiecentrales van onze cellen (mitochondriën) verbranden deze voedingstoffen om energie te produceren. Die energie wordt weer gebruikt voor de aanmaak van bouwstenen van de cel. Mitochondriën hebben een centrale positie in het energiemetabolisme. Als mitochondriën niet goed werken, dan kan dat bijdragen aan de ontwikkeling van cardiometabole ziekten. Held beschrijft in haar proefschrift de rol van de mitochondriën in de energiehuishouding om aanknopingspunten te vinden die de cardiometabole gezondheid kunnen beïnvloeden.
Link naar proefschrift

Dinsdag 4 februari 2020
Promotie, Agnietenkapel (UvA), 14.00 u
Gertrude Nyaaba: Hoge bloeddruk in Ghana


Afrika is niet in staat om de aanbevelingen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) over niet-overdraagbare ziekten (NCD) binnen de gestelde termijnen uit te voeren. Dit stelt Nyaaba in haar onderzoek naar factoren die bijdragen waarom hoge bloeddruk, een voorbeeld van een NCD, veel voorkomt en de slechte behandeling van deze ziekte in Ghana. Ze constateert dat de regering van Ghana beleid heeft goedgekeurd om de NCD’s aan te pakken, maar de uitdagingen bij de uitvoering zijn dat er weinig wordt geïnvesteerd in middelen. Een tweede probleem is dat de ziekten weinig aandacht krijgen bij de mensen die het beleid moeten uitvoeren. Verder kampen de plattelandsgemeenschappen in Ghana met sociaal-culturele en structurele belemmeringen om meer te weten te komen over hoge bloeddruk en hebben ze vaak niet een optimale toegang tot zorg. Ze constateert wel dat gezondheidswerkers zich bewust zijn van de toenemende hypertensiebelasting. Ze stelt dat het cruciaal is om sociaal-culturele factoren die bijdragen aan de slechte beheersing van hypertensie onder de Afrikaanse bevolking te verbeteren om hoge bloeddruk en de complicaties daarbij te doen dalen. Ook stelt ze dat Afrikaanse regeringen die investeren in de nodige gezondheidsinfrastructuur, human resources en geneesmiddelen en tegelijkertijd mensen wijzen op gedrag dat de kans op hoge bloeddruk vergroot, de sleutel is tot het voorkomen en verbeteren van de controle op hypertensie.
Link naar proefschrift

Woensdag 5 februari 2020
Promotie, Aula (UvA), 11.00 u
Jurrit Zeilstra: De groei van darmtumoren beïnvloeden   


Darmtumoren kunnen worden behandeld met medicijnen gericht tegen de signaalfunctie van bepaalde receptoren op cellen die de groei stimuleren. Na verloop van tijd worden tumoren ongevoelig voor deze behandeling. Dat komt doordat andere receptoren actiever worden en signalen in gang zetten die de groei weer stimuleren. Zeilstra deed onderzoek met darmtumorcellen uit muizen en bestudeerde de groeifactor HGF. Hij toonde aan dat HGF een andere groeifactor (EGF) kan vervangen bij tumorgroei. Daarnaast liet hij zien dat een bepaalde eiwitvarianten (CD44) een rol spelen bij tumorgroei als die in gang is gezet door de groeifactor HGF. De resultaten geven mogelijk nieuwe aanknopingspunten voor de behandeling van darmkanker.       
Link naar proefschrift

Woensdag 5 februari 2020
Promotie, Aula (VU) om 11.45 uur
Frank Kruisdijk: Bewegen in klinische psychiatrie verbetert gezondheid en kwaliteit van leven


Het toevoegen van beweging aan standaardtherapie bij ernstig depressieve GGZ-patiënten heeft een groot positief effect op de gezondheid. De stimulans naar lichte activiteit bij patiënten met schizofrenie verbetert de kwaliteit van leven. Dat concludeert psychiater Frank Kruisdijk. Het effect van bewegen bij ernstig depressieve patiënten in de gespecialiseerde GGZ is in beperkte mate hoogwaardig onderzocht. Aanvullend onderzoek bleek noodzakelijk. In de ‘Effort-D studie’ is bij de helft van de 48 deelnemende patiënten bewegingstherapie toegevoegd aan de standaardbehandeling. Deze beweeggroep volgde een trainingsschema met hardlopen of Nordic Walking. De toegevoegde beweging bleek geen extra verbeterend effect op de mate van depressie te hebben, maar wel op fitheid en risicofactoren voor hart- en vaatziekten. Mensen met relatief ernstige depressie houden de beweegtherapie vaak niet vol. Intensieve begeleiding vanaf de start van beweegtherapie is essentieel. Een studie naar het beweegpatroon van patiënten met ernstige psychiatrische aandoening, veelal schizofrenie, toont dat het percentage stilzitten zonder te slapen onder deze groep aanzienlijk is: 84% brengt de dag zittend door. Door vaker licht intensief te bewegen ervaren patiënten een hogere kwaliteit van leven. Een stimulerende behandelomgeving is daarbij van grote waarde.
Link naar proefschrift    

Woensdag 5 februari 2020
Promotie, Agnietenkapel (UvA), 14.00 u
Myrtille Gumbs: Invloed van hersenen op obesitas
Het eiwit Neuropeptide Y (NPY) wordt in de hersenen aangemaakt en zet een dier aan bepaalde voedingsstoffen te gaan eten. In dieren met obesitas worden vreemd genoeg verhoogde NPY-niveaus gevonden, maar voornamelijk als de dieren obees zijn geworden door het eten van suiker en vet.
Gumbs heeft onderzocht of NPY in verschillende hersengebieden leidt tot het eten van specifieke dieetcomponenten (vet of suiker) en hoe de samenstelling van het dieet het NPY beïnvloedt. Tevens heeft ze bepaald of de samenstelling van het dieet het beloningssysteem van de hersenen verandert en of het NPY systeem connecties maakt met het beloningssysteem. Uit haar onderzoek bij ratten blijkt dat in verschillende hersengebieden NPY de inname van verschillende dieetcomponenten stimuleert. In het beloningssysteem leidt Neuropeptide Y tot een toename van vet-inname. In de hypothalamus leidt het tot een toename van koolhydraten en eiwitten. De NPY1 en NPY5 receptoren geven het eetsignaal van NPY door en na het eten van veel suiker en/of vet functioneren deze receptoren anders. Ook leidt het eten van suiker en vet tot veranderingen in het beloningssysteem, wat NPY mogelijk ook kan veroorzaken omdat het connecties maakt met het beloningssysteem.
Link naar proefschrift

Donderdag 6 februari 2020
Promotie, Aula VU, 11.45 u
Nathaly Espitia Pinzon: Negatieve en positieve effecten van enzym TG2 bij MS


Het enzym weefseltransglutaminase (TG2) speelt een rol bij multiple sclerose (MS). Nathaly Espitia Pinzon laat zien dat TG2 naast een negatief ook een positief effect heeft bij MS. Het enzym is betrokken bij de ontwikkeling van hersencellen die belangrijk zijn voor herstel van de schade na een ontsteking. MS is een ernstige en chronische aandoening van hersenen en ruggenmerg. De oorzaak van MS is onbekend er herstel is nog niet mogelijk. TG2 speelt een belangrijke rol bij MS. Remming van TG2 in een vroeg ziektestadium kan leiden tot een vermindering van de klinische symptomen doordat het binnendringen van ontstekingscellen in de hersenen wordt geremd. Espitia Pinzon toont aan dat TG2 een belangrijke rol speelt bij de vorming van littekens in het hersenweefsel na een ontsteking bij MS. Door littekenvorming is het moeilijker om de schade te herstellen. Remmen van TG2 kan dus ook voor het herstellen na een ontsteking goed zijn. Espitia Pinzon beschrijft ook een positief effect van TG2 bij MS. Zij laat zien dat TG2 voorlopercellen kan stimuleren tot het ontwikkelen van volwassen oligodendrocyten, zodat ze myeline produceren. Dat remyeliniseren van zenuwuitlopers, die door MS-ontsteking hun myeline zijn kwijt geraakt, is belangrijk voor herstel. Uit vervolgonderzoek moet blijken of dit positieve effect van TG2 op remyelinisatie daadwerkelijk te realiseren valt. Daarbij is de timing van groot belang vanwege mogelijke negatieve effecten van TG2.
Link naar proefschrift

Vrijdag 7 februari 2020
Promotie, Aula (UvA), 11.00 u
Christine Segboer: Niet-allergische ontsteking van neusslijmvlies

Niet-allergische rinitis is een ontsteking van het neusslijmvlies zonder dat er sprake is van een allergie. De aandoening gaat gepaard met een flinke ziektelast die zich uit in een significante beperking in kwaliteit van leven. Veel patiënten zijn ontevreden met de huidige behandelopties. Dit schrijft Segboer in haar proefschrift over het verbeteren van de diagnostiek en behandeling van niet-allergische rhinitis. De hyperreactiviteit van het neusslijmvlies blijkt een aspecifiek symptoom te zijn van chronische rhinitis. Dit komt even vaak voor in niet-allergische als allergische rhinitis patiënten, zo in zestig procent van de gevallen. De promovenda schrijft dat niet-allergische rhinitis een belangrijke plek verdient in toekomstig onderzoek naar pathologie van de bovenste luchtweg.
Link naar proefschrift


Vrijdag 7 februari 2020
Promotie, Agnietenkapel (UvA), 14.00 u
Alexandru Rotar: De weg naar een doordacht gezondheidssysteem
Alexandru Rotar: De weg naar een doordacht gezondheidssysteem Het proefschrift wil bijdragen aan de kennis over de wijze waarop besluiten in de gezondheidszorg worden ingevoerd. Het biedt een overzicht en onderzoekt hoe de weloverwogen besluiten op vijf niveaus in de gezondheidszorg worden ingevoerd. Rotar onderscheidt hierbij de interactie tussen professional en patiënt, de beroepspraktijk, de gezondheidszorgorganisaties, het nationale en het internationale niveau van de gezondheidszorg. Om deze vijf thema’s uit te werken heeft Rotar gebruik gemaakt van zowel verkennende als beschrijvende onderzoekstechnieken, voortbouwend op grotere internationale studies, het werk van de OESO en internationale expertgroepen. Daarin staat centraal de besluitvorming die plaatsvindt tussen artsen en patiënten in de eerstelijnsgezondheidszorg (huisartsen) waarbij gedeelde besluitvorming wordt verondersteld bij te dragen aan optimale beslissingen en hoogwaardige uitkomsten. Verder heeft hij gekeken naar hoe artsen in de eerstelijnsgezondheidszorg medicatie voorschrijven en op het niveau van zorgorganisaties, zoals ziekenhuizen, over hoe de klinische kennis is ingebed in de managementbeslissing van de organisatie. Op nationaal niveau keek hij naar de beslissingen over gebruik van geneesmiddelen. Dit onderzoek biedt geen eenduidige oplossingen, maar laat zien hoe verschillende landen wetenschappelijk bewijs gebruiken voor beleidsvorming.
Link naar proefschrift