Wetenschapsagenda 30 november tot en met 4 december 2020

Overzicht van de promoties en oraties van Amsterdam UMC. Vanwege de situatie rondom het coronavirus verdedigen promovendi hun onderzoek nu digitaal.

Maandag 30 november
Promotie (VU), Aula, 13.45 uur

Francien de Leeuw: Voedingsstoffen en ziektebeloop bij de ziekte van Alzheimer

Francien de Leeuw onderzocht de relatie tussen voedingsstoffen in het bloed en ziektebeloop bij de ziekte van Alzheimer. Ze vond dat hogere concentraties vitamine E in de hersenen samenhingen met minder ontstekingscellen. Deze ontstekingscellen zijn vaak (over)actief bij de ziekte van Alzheimer. Ook vond ze dat hogere concentraties vitamine E samenhingen met meer eiwitten in de hersenen (presynaptische eiwitten) die een maat zijn voor een gezonde hersenfunctie. Vervolgens keek De Leeuw naar de relatie tussen verschillende voedingsstoffen en ziektebeloop. Hierbij onderzocht ze patiënten met geheugenklachten, maar zonder dementie en mensen met alzheimer. Ze vond een subtiele samenhang tussen sommige voedingsstoffen en snellere achteruitgang bij de ziekte van Alzheimer. Deze samenhang lijkt anders voor mensen met en zonder dementie. Bij mensen met geheugenklachten, maar zonder dementie hing een hoger LDL-cholesterol samen met snellere achteruitgang. Bij mensen met alzheimer hing juist een lager snellere achteruitgang samen met het zogeheten hongerhormoon uridine.
Link naar het proefschrift

Maandag 30 november
Promotie (UvA), 14.00 uur, Agnietenkapel
Minouk van Steijn: PTSS door veel bloedverlies na bevalling
Vrouwen die na een bevalling overmatig veel bloed verliezen, kunnen een posttraumatische stress-stoornis (PTSS) ontwikkelen. Van Steijn adviseert naar aanleiding van haar bevinding om vrouwen na zo’n bevalling te screenen op PTSS en dit ook te onderzoeken bij hun partners. De promovendus heeft daarnaast gekeken naar de geestelijke gezondheidstoestand van medisch specialisten (gynaecologen, kinderartsen en orthopedisch chirurgen). Ze stelt vast dat een verminderde geestelijke gezondheid bij deze artsen leidt tot meer medische fouten en slechtere resultaten voor de patiënt. Een andere conclusie is dat PTSS waarschijnlijk vaker voorkomt bij kinderartsen en gynaecologen en niet bij orthopedische chirurgen.
Link naar proefschrift

Dinsdag 1 december

Promotie (VU), Aula, 11.45 uur
Iris Dekkers: Voorspellers voor ziekteprogressie bij MS

Klinische achteruitgang bij multiple sclerose (MS), zoals verminderd fysiek en cognitief functioneren is gerelateerd aan vroege schade van specifieke hersengebieden. Dit is een uitkomst van het promotieonderzoek van Iris Dekker. Zij zocht naar radiologische en klinische voorspellers voor ziekteprogressie bij MS. Zij vond dat bij MS atrofie (krimp) van de gehele hersenen en een snelle fysieke achteruitgang vroeg in de ziekte voorspellers zijn voor fysieke beperkingen en verminderd cognitief functioneren zes tot elf jaar later. Verder zag zij dat atrofie van de diepe grijze stof, zoals de thalamus en hippocampus, al vroeg in de ziekte aanwezig is. Ook onderzocht Dekker atrofie van de kleine hersenen. Als bepaalde regio’s in de kleine hersenen krimpen, duidt dit op cognitieve achteruitgang vijf jaar later. Dekker onderzocht ook of de locatie van laesies een voorspeller is voor ziekteprogressie: de prognose werd niet slechter als er op de eerste MRI-scan ook laesies zichtbaar zijn in de hersenstam of kleine hersenen.
Link naar proefschrift

Woensdag 2 december

Promotie (VU), Aula, 9.45 uur
Tessa Timmers: Tau PET in het Alzheimer spectrum 

De ziekte van Alzheimer wordt veroorzaakt doordat verkeerd gevouwen kluwens van de eiwitten amyloïd en tau in de hersenen neerslaan. Recent is een PET-tracer om tau te meten ontwikkeld. In dit proefschrift staat deze nieuwe techniek, de tau PET-scan, centraal. Timmers richtte zich op de allereerste hersenveranderingen die leiden tot de ziekte van Alzheimer. Hiervoor onderzocht ze gezonde mensen met subjectieve geheugenklachten. Ze toonde aan dat gezonde mensen met subjectieve geheugenklachten met een meer afwijkende tau PET-scan slechter scoorden op geheugentests. Conclusie: tau speelt een belangrijke rol bij het ontstaan van subtiele achteruitgang in het geheugen, zelfs bij gezonde mensen met geheugenklachten.
Link naar het proefschrift

Woensdag 2 december

Promotie (UvA), 10.00 uur, Agnietenkapel
Soemirien Kasanmoentalib: Betere behandeling bacteriële meningitis
Bacteriële meningitis is een levensbedreigende infectieziekte waarbij bacteriën de hersen- en ruggenmergvliezen binnendringen. Het sterftecijfer ligt tussen 7 en 30 procent in landen met een hoog inkomen; de helft van de overlevenden ondervindt neuropsychologische gevolgen. Kasanmoentalib beschrijft in haar proefschrift 1.412 gevallen van de ziekte tussen 2006 en 2014. In die periode daalde het aantal gevallen van 1,72 per 100 duizend naar 0,94. Dit is veel beter dan de daling in de periode daarvoor. De oorzaak is een behandeling met de ontstekingsremmer dexamethason.
Link naar proefschrift

Woensdag 2 december
Promotie (UvA), 11.00 uur, Aula
Maarten van Egmond: Herstel na een operatie voor slokdarmkanker
Over het algemeen geldt dat patiënten met een slechte conditie meer risico lopen op complicaties na een operatie. Ook herstellen zij langzamer. Van Egmond heeft uitgezocht hoe dat zit bij patiënten die vanwege slokdarmkanker een operatie ondergaan. Hij wilde weten welke patiënten met slokdarmkanker baat hebben bij fysiotherapie voor en/of na de operatie om het lichamelijk functioneren te verbeteren en het herstel te bespoedigen.
De promovendus constateert dat mensen die een slokdarmoperatie ondergaan gemiddeld genomen lichamelijk goed functioneren, in tegenstelling tot vergelijkbare patiëntgroepen. Toch vermindert die goede conditie de complicaties na de operatie niet. Zowel voor als na de ingreep zou de conditie van patiënten met slokdarmkanker bepaald moeten worden, stelt van Egmond. Op basis daarvan kan het behandelteam beslissen of en wanneer fysiotherapie kan bijdragen aan hun herstel na een operatie.
Link naar proefschrift

Woensdag 2 december

Promotie (VU), Aula, 11.45 uur
Emma Wolters: Onderzoek naar nieuwe tau PET-tracer bij dementie

Emma Wolters deed onderzoek naar een nieuwe tau PET-tracer [18F]flortaucipir bij verschillende vormen van dementie: de ziekte van Alzheimer, Lewy body dementie (DLB) en dragers van een MAPT mutatie. Tau is een eiwit dat een belangrijke rol speelt bij al deze vormen van dementie en met een tau PET-scan kun je zien waar het tau-eiwit zich ophoopt in de hersenen. Ze vond een optimale manier om tau PET-scans af te beelden. Daarnaast vond ze dat een tau PET-scan bij de ziekte van Alzheimer sterker overeenkomt met ziekte-ernst dan tau in het hersenvocht. Een tau PET-scan speelt bij patiënten met Lewy Body dementie slechts een kleine rol in het verklaren van de ernst van de klachten. Voor de MAPT-mutatiedragers zou een tau PET-scan mogelijk kunnen bijdragen aan de vroege herkenning van tau-pathologie.
Link naar het proefschrift

Woensdag 2 december

Promotie (VU), Aula, 13.45 uur
Lidewij Renaud: Hoe kantoormedewerkers meer te laten bewegen

Lidewij Renaud keek naar manieren die beklijven om kantoormedewerkers meer te laten bewegen. Zij zitten namelijk gemiddeld wel tien uur per werkdag. Tijdens de coronacrisis zitten mensen meer omdat er vaker thuis wordt gewerkt. Er zijn voor het verminderen van zitgedrag verschillende oplossingen op de markt, zoals zit-stabureaus of bureaufietsen. Onderzoek naar dit soort oplossingen laat zien dat ze effectief zijn in het verminderen van zitten, maar het meeste onderzoek beperkt zich tot korte termijneffecten van enkele maanden. In dit proefschrift zijn bij bedrijven in de praktijk de lange-termijneffecten onderzocht van bestaande en nieuwe oplossingen. Renaud vond dat intensieve oplossingen nodig zijn, waarbij zit-stabureaus gecombineerd worden met begeleidende interventies zoals reminders en groepsvoorlichting. Om van het gebruik van zit-stabureaus een dagelijkse routine te maken, is een oefenperiode nodig waarbij het gebruik op- en uitgebouwd wordt. Voor het grootst mogelijke gezondheidsvoordeel is het van belang om niet te lang te zitten en niet te lang te staan, en veel af te wisselen met bewegen.
Link naar het proefschrift

Donderdag 3 december

Promotie (UvA), 10.00 uur, Agnietenkapel
Sophie de Vries: Onderbelichte oorzaken van ziekten met koorts
Leptospirose en rickettsiosen (groep van ziekten veroorzaakt door bepaalde bacteriën) zijn onderbelichte oorzaken van koorts. Dit geldt voor zowel reizigers die terugkeren van verre oorden, als voor bewoners van gebieden waar de ziekte voorkomt. Beide ziekten worden vaker gemist als de presentatie niet ‘klassiek’ is. De Vries zag dat rickettsiosen frequent worden gemist als oorzaak van koorts als een eschar (een huidafwijking) ontbreekt; dit was zowel in reizigers als in de bevolking van endemische gebieden het geval. Daarnaast stelt ze dat de accuratesse van belangrijke testen voor de diagnose van leptospirose, de moleculaire detectietesten onvoldoende bewezen is.
Link naar proefschrift      

Donderdag 3 december

Promotie (VU), Aula, 11.45 uur
Rahana Parbhudayal: Ontrafelen van mutatie-specifieke veranderingen bij een vergroot hart

Hypertrofische cardiomyopathie (HCM) is een erfelijke aandoening van het hart. Er is een abnormale verdikking van het tussenschot van de linkerkamer. HCM komt voor bij 1:500 tot 1:200 individuen. Klachten variëren van geheel asymptomatisch tot pijn op de borst en zelfs acute hartdood ten gevolge van levensbedreigende hartritmestoornissen. HCM wordt veroorzaakt door genetische afwijkingen (mutaties) van zogenaamde sarcomeren, dit zijn eiwitten die verantwoordelijk zijn voor de samentrekking en ontspanning van de hartspiercellen. Mutaties in één of meerdere van deze eiwitten kunnen ervoor zorgen dat uiteindelijk de functie van de hartspiercellen verstoord raakt. Parbhudayal heeft in haar proefschrift MRI gecombineerd met PET-beeldvorming om op niet-invasieve wijze het zuurstofverbruik van de hartspier te onderzoeken. Bij patiënten die nog geen verdikking van de hartspier hebben, maar wel de genetische afwijking met zich mee dragen, zag de promovenda een toename van het zuurstofverbruik van de hartspier. Ook zag zij dat dit zelfs verschilt per genetische afwijking. Dit betekent dat het zuurstofverbruik van de hartspier gebruikt kan worden voor vroege diagnosestelling en potentiële preventieve behandeling.
Link naar proefschrift

Donderdag 3 december

Promotie (UvA), 13.00 uur, Agnietenkapel
Elles Zock: Sneller in actie bij een beroerte
Ongeveer de helft van de patiënten met een beroerte onderneemt geen actie bij de eerste symptomen. Meer kennis of een betere herkenning van die symptomen lijkt hierin geen verbetering te geven. Dit stelt Zock in haar proefschrift over patiënt-gerelateerde factoren die het zoeken naar hulp na een beroerte vertragen.
Zock ontdekte dat veel mensen geen interesse hebben om meer te weten over de symptomen van een beroerte of de behandelingsmogelijkheden. Patiënten willen de problemen graag zelf oplossen, niemand lastigvallen en niet klagen. Toekomstige beroertecampagnes moeten daarom aangepast worden en minder nadruk leggen op kennis. Voor de invulling van komende campagnes adviseert Zock om gebruik te maken van focusgroepen uit de bevolking.
Link naar proefschrift

Donderdag 3 december
Promotie (VU), Aula, 13.45 uur
Marieke Heineke: Nieuwe therapie maant immuunsysteem tot rust bij bepaalde auto-immuunziekten
Marieke Heineke bestudeerde het immuunsysteem. Dit systeem bestaat uit verschillende organen, cellen en moleculen die er samen voor zorgen dat ziekteverwekkers worden uitgeschakeld. Om ze uit te schakelen, moet het immuunsysteem de ziekteverwekkers eerst herkennen als gevaarlijk. Want zodra ze weten dat er gevaar dreigt, kunnen ze actie ondernemen en de bacterie opruimen. Immuuncellen, ook wel witte bloedcellen genaamd, hebben verschillende methodes om ziekteverwekkers te herkennen, bijvoorbeeld receptoren op hun oppervlakte. Receptoren zijn eigenlijk een soort antennes, want ze kunnen waarschuwingssignalen oppikken en vervolgens het immuunsysteem activeren. Heineke onderzocht wat er gebeurt nadat een bepaald type receptor signalen ontvangt en zij ontdekte dat immuuncellen heel hard aan het werk gaan als de zogenoemde IgA Fc-receptor signalen ontvangt. Dit is gewenst als je een infectie hebt, omdat je immuunsysteem dan de ziekteverwekker opruimt en voorkomt dat je ziek wordt. Bij sommige auto-immuunziekten is dit anders. Als de IgA Fc-receptor heel hard aan het werk gaat terwijl er niets aan de hand is, kan dit leiden tot schade zoals bijvoorbeeld tijdens een bepaalde blarenziekte. In haar onderzoek ontwikkelde ze een nieuwe therapie die ervoor zorgt dat de IgA Fc-receptor niet actief wordt bij bepaalde auto-immuunziekten. 
Link naar het proefschrift

Vrijdag 4 december

Promotie (VU), Aula, 9.45 uur
Alexandra de Sitter: Software om hersenkrimp te meten bij mensen met MS

MRI-scans van mensen met MS worden met elkaar vergeleken om de hersenkrimp die optreedt bij de ziekte te kunnen volgen. Alexandra de Sitter toonde aan dat de software om die hersenkrimp te meten niet goed werkt bij mensen met MS. Vervolgens ontwikkelde en testte zij nieuwe software om hersenkrimp bij mensen met MS toch automatisch te kunnen meten. Deze MS-specifieke automatische segmentatie methode (MS-SMART) is ontwikkeld voor de diepe grijze-stofstructuren. Dit zijn de hersengebieden die in het midden van de hersenen zitten, zoals de thalamus. Bij deze methode worden de scans vergeleken met data van mensen met MS in plaats van met gezonde controles, zoals bij de bestaande methodes. Uit haar onderzoek blijkt dat de MS-SMART methode beter werkt bij MRI-scans van mensen met MS, dan de bestaande automatische segmentatie-methodes.
Link naar proefschrift

Vrijdag, 4 december

Promotie (UvA),10.00 uur, Agnietenkapel
Jia Liu: Meer inzicht in veroudering
In de afgelopen eeuw hebben verbeteringen in de gezondheidszorg en de ontdekking van antibiotica de levensverwachting van de mens sterk verhoogd, maar de leeftijd waarop veel ziekten beginnen, is niet noemenswaardig veranderd. Oudere mensen boven de 65 hebben een hoger risico op de ontwikkeling van ziekten zoals kanker, hart- en vaatziekten, diabetes, beroertes, chronische ontstekingen en neurodegeneratieve ziekten.
Inzicht in de mechanismen die ten grondslag liggen aan het verouderingsproces staat centraal bij de bestrijding van veranderingen die leiden tot ziekte en sterfte. De genen spelen een belangrijke rol hierbij. Veel van de kennis van de genetische basis van veroudering komt voort uit studies die gebruik maken van kortlevende modelorganismen zoals gist, wormen en vliegen. Naast genetische factoren hebben ook omgevingsfactoren zoals lichaamsbeweging en voeding invloed op het verouderingstraject. Liu poogt meer inzicht te verschaffen in de invloed van de energiehouding in cellen (mitochondriale morfologie) op de levensduur. Verder onderzocht Liu de invloed van het eiwit glycine op de levensduur en zocht ze naar nieuwe factoren die de levensduur beïnvloeden in reactie op een vet dieet.
Link naar proefschrift

Vrijdag 4 december

Promotie (UvA), 11.00 uur, Aula
Marchien Dallinga: Groei van bloedvaten bestuderen in celkweken
Uit bestaande bloedvaten kunnen nieuwe bloedvaten groeien. Bij bepaalde oogziekten kan dit gebeuren terwijl het niet wenselijk is. Uit de onrijpe nieuwe bloedvaten kunnen namelijk langere tijd stoffen lekken. Ook kan littekenweefsel ontstaan dat de functie van het netvlies aantast. Patiënten kunnen daardoor hun gezichtsvermogen verliezen.Dallinga deed onderzoek naar het ontstaan van nieuwe bloedvaten waarbij ze specifiek keek naar zogenaamde ‘tipcellen’. Deze cellen hebben een belangrijke rol in het ontstaan van een nieuw bloedvat. Dallinga heeft de tipcellen in celkweken van menselijke cellen bestudeerd. Ze schrijft dat deze methode aanvullend is op het gebruik van diermodellen en belangrijke voordelen oplevert. Voordelen zijn lagere kosten en grotere efficiëntie, superieure vergelijkbaarheid met menselijke ziektes, en minder gebruik van proefdieren. 
Link naar proefschrift

Vrijdag 4 december

Promotie (UvA), 13.00 uur, Agnietenkapel
Annick Hartstra: Maken darmen gelukkig?
Er zijn aanwijzingen dat de darm-brein-as bij mensen gereguleerd wordt door darmbacteriën. Dit concludeert Hartstra die wilde weten of darmbacteriën invloed hebben op onze stofwisseling via gedrag. Ze bestudeerde de relatie tussen darmbacteriën en de suiker- en vetstofwisseling, de relatie met het brein, gericht op stofjes geproduceerd door de darmbacteriën en de dopamine- en serotonine-stofwisseling.
De laatste twee hormonen hebben in de hersenen invloed op hongergevoel en stemming. Ze worden ook wel de happy hormones genoemd. De vraag is dus: hebben onze darmbacteriën ook invloed op onze stofwisseling via ons gedrag, ofwel ‘Do you have the guts to be happy’?
Als je darmbacteriën bij mensen met een gestoorde stofwisseling verandert via een poeptransplantatie van gezonde mensen, kan dit de dopamine-stofwisseling in het brein beïnvloeden. Dit gaat gepaard met veranderingen in de samenstelling van de darmbacteriën en stofjes in het bloed die betrokken zijn bij de SAMe-cyclus, die op zijn beurt betrokken is bij de productie van dopamine en serotonine. Kortom, er zijn aanwijzingen dat de darm-brein-as ook bij mensen gereguleerd wordt door darmbacteriën.
Dit kan van toepassing zijn bij de behandeling van mensen met obesitas en suikerziekte. Deze groep heeft een gestoorde stofwisseling die kan leiden tot dodelijke ziekten zoals hart- en vaatziekten en kanker. Diëten en andere leefstijlinterventies geven op de lange termijn niet veel succes, dus zoeken wetenschappers naar andere benaderingen van het probleem. Een daarvan is de darm-brein-as, omdat zowel darmbacteriën als hersenen een rol spelen bij het reguleren van de stofwisseling. Echter hoe dit precies in zijn werk gaat en aan elkaar verbonden is, blijft nog grotendeels onduidelijk.
Link naar proefschrift

Vrijdag 4 december

Promotie (VU), Aula, 13.45 uur
Erik van Helden: Beeldvorming en biomarkers eiwittherapie bij uitgezaaide dikkedarmkanker

Van Helden richt zich op patiënten met uitgezaaide dikkedarmkanker die worden behandeld met doelgerichte eiwittherapie, cetuximab. Doel van het onderzoek was het evalueren van mogelijke biomarkers. Het gaat om biomarkers die in een vroeg stadium van de behandeling kunnen voorspellen welke patiënten geen behandelvoordeel hebben. Hierdoor is overbehandeling met een ineffectief middel te voorkomen en kan de patiënt sneller een alternatieve behandeling krijgen. Uit het onderzoek blijkt dat niet is te voorspellen of een tumor op een PET-scan, die zichtbaar is gemaakt met radioactief gelabeld cetuximab, zal krimpen of groeien. Wel blijkt dat afname in tumor-metabolisme of suikerverbruik, geëvalueerd met een PET-scan voor en na één behandeling, kan voorspellen welke patiënten geen behandelvoordeel hebben.
Verder is bekend dat patiënten met bepaalde genetische afwijkingen in de tumor evenmin behandelvoordeel hebben van cetuximab. Deze afwijkingen worden getest in tumorweefsel van de operatie of een naaldbiopt. Het is ook bekend dat tussen uitzaaiingen en in de loop van de tijd deze genetische afwijkingen kunnen veranderen. Van Helden laat zien dat deze afwijkingen ook in bloed aan te tonen zijn. Dit geeft mogelijk een vollediger en meer up-to-date beeld van de ongevoeligheid van de tumor.
Link naar proefschrift  
Vrijdag 4 december

Promotie (UvA), 14.00 uur, Aula
Anouk Pels: Behandeling bij groeivertraging ongeboren baby
Als vrouwen zwanger zijn van een baby met een vroege, ernstige groeivertraging is het belangrijkste aspect in de behandeling het bepalen van het beste tijdstip van de geboorte. Dit is een van de conclusies uit het proefschrift van Pels die schrijft over de zorg voor zwangere vrouwen met groeivertraging van de baby.
De promovenda bestudeerde daarnaast het effect van de stof sildenafil (ook bekend als erectiemiddel). Uit eerder onderzoek was namelijk gebleken dat deze stof een positief effect heeft op de groei van baby’s. Pels toonde echter aan dat sildenafil de kans op gezonde overleving niet vergroot. Wel lijkt er een verhoogd risico te zijn op hoge bloeddruk in de bloedvaten van de longen van de baby. Het advies is dan ook om dit medicijn niet toe te passen als behandeling van vroege, ernstige groeivertraging in de zwangerschap. 
Link naar proefschrift