Wetenschapsagenda 5 november - 8 november 2019

Overzicht van de promoties en oraties van Amsterdam UMC

Dinsdag 5 november
Promotie
Auditorium VU, 13.45 u

Ulviye Isik: Tekort rolmodellen voor geneeskundestudent met migratieachtergrond


Ulviye Isik deed onderzoek naar factoren die van invloed zijn op de motivatie van geneeskundestudenten met een migratieachtergrond centraal. Geneeskundestudenten met een migratieachtergrond ondervinden problemen om hun opleiding succesvol af te ronden. Zij concludeert dat er factoren zijn die belemmeren dat de student optimaal kan presteren. Er is een tekort aan rolmodellen met een migratieachtergrond; een medisch netwerk en ze hebben het gevoel er niet bij te horen. Ook is er gebrek aan representatie van rolmodellen en geven studenten aan behoefte te hebben aan hulp bij netwerken en begeleiding in communicatievaardigheden. Hoewel dergelijke ervaringen op bepaalde momenten invloed hebben op hun motivatie blijven deze studenten gemotiveerd doorgaan met hun opleiding om hun doel om arts te worden te bereiken. Het onderzoek komt, mede op basis van input van studenten zelf, tot aanbevelingen om de leeromgeving van de geneeskundeopleiding zo in te richten dat de motivatie van studenten met een migratieachtergrond behouden blijft. Amsterdam heeft 180 verschillende nationaliteiten. Om voldoende aan te sluiten bij de behoeften van patiënten is diversiteit onder zorgprofessionals van essentieel belang. Deze geneeskundeopleiding doet er dan ook alles aan om een diverse groep van geneeskundestudenten aan te trekken én te behouden.

Woensdag 6 november
Promotie
Agnietenkapel (UvA), 12.00 u
Robert Stoekenbroek: Betere diagnostiek en behandeling patiënten met hoog risico op hart- en vaatziekten
Stoekenbroek maakte een vertaalslag van wetenschappelijke inzichten naar nieuwe vormen van diagnostiek en behandeling voor patiënten met een hoog risico op hart- en vaatziekten. Zijn onderzoek is in drie delen opgedeeld: pathofysiologie van slagaderverkalking, identificatie van patiënten en epidemiologie, en nieuwe behandelvormen. Het onderzoek illustreert hoe populatiestudies kunnen leiden tot ontwikkeling van nieuwe behandelvormen. Een voorbeeld is de identificatie van PCSK9 als een eiwit met een belangrijke rol in het cholesterolmetabolisme. PCSK9-remmers maken het mogelijk om LDL-cholesterol te sterk te verlagen, hetgeen positieve effecten heeft op het cardiovasculair risico. Naast het ontwikkelen van nieuwe behandelingen is het van essentieel belang om de effectiviteit van bestaande behandelvormen te evalueren en patiënten met een hoog risico te identificeren.
Link naar proefschrift

Donderdag 7 november
Promotie
Agnietenkapel (UvA), 10.00 u
Pascal Kusters: Interactie tussen afweercellen
Bij een chronische of stille ontstekingen is er geen acuut probleem zoals pijn of koorts, terwijl het afweersysteem wel geactiveerd is. Zo’n chronisch ontstekingsproces ligt ten grondslag van veel ziektes die artsen in de dagelijkse praktijk zien. Dat speelt bij aderverkalking, het proces dat het merendeel van hart- en vaatziekten veroorzaakt, maar ook bij diabetes en bij een abdominaal (in de buik) aorta-aneurysma (AAA). Verschillende afweercellen spelen een rol bij dit soort aandoeningen en de interacties tussen deze afweercellen zijn cruciaal in het genereren van ontstekingen. Kusters bestudeerde de rol van ontstekingsreacties bij aderverkalking, obesitas en AAA. Ook onderzocht hij de therapeutische potentie van een bepaalde interactie (CD40-CD40L signalering) tussen afweercellen. De promovendus concludeert dat deze CD40-CD40L signalering goede aanknopingspunten biedt voor nieuwe therapieën. Kusters bespreekt de voor- en nadelen, beoogde richting en te verwachten obstakels van dit soort nieuwe medicijnen, met name in aderverkalking.
Link naar proefschrift

Vrijdag 8 november
Promotie
Agnietenkapel (UvA), 10.00 u
Jan-Dirk Vermeij: Preventieve antibiotica verbetert herstel na beroerte niet 1 + 1 is soms geen 2, concludeert Jan-Dirk Vermeij.


Infecties zijn een veel voorkomend probleem na een beroerte: ze treden op bij 30 procent van de patiënten, veel meer dan ‘statistisch gezien’ verwacht mag worden. Het krijgen van een infectie is duidelijk geassocieerd met een slechtere uitkomst: de kans op overlijden neemt toe en als een patiënt de beroerte overleeft, is de kans groter dat hij afhankelijk blijft van zorg. Het leek daarom voor de hand liggend dat het herstel na een beroerte verbetert als deze infecties de pas wordt afgesneden. Dit kan door het preventief toedienen van een antibioticum in de eerste dagen na een beroerte. De uitkomst van het onderzoek van Vermeij was verrassend. Het krijgen van een infectie was inderdaad geassocieerd met een slechter herstel van de beroerte. Preventief toedienen van antibiotica leidt inderdaad tot een afname van het totaal aantal infecties, maar leidt niet tot een beter herstel of een lager sterftecijfer. Volgens de promovendus is een verklaring een bevinding die vooraf niet was voorzien. Met preventieve antibiotica lukt het niet om longontsteking – die van alle infecties het sterkst geassocieerd is met een slechte uitkomst en een hoog sterftecijfer – te voorkomen. Deze conclusie biedt interessante nieuwe inzichten voor de praktijk. Wellicht moeten artsen anders kijken naar infecties na een beroerte. De longontsteking, die in de praktijk de slechte prognose voor de patiënt bepaalt, zou wel eens geen bacteriologische infectie kunnen zijn. Mogelijk is sprake van een 'steriel ontstekingsbeeld vanuit het eigen afweersysteem' (een pneumonitis in plaats van een pneumonie) en moeten artsen deze patiënten behandelen met middelen die ingrijpen op het immuunsysteem, zoals Prednison, in plaats van een antibioticum.
Link naar proefschrift

Vrijdag 8 november
Promotie, Aula VU, 11.45 u
Martijn Wijburg: Betere geneesmiddelenbewaking van middel natalizumab bij MS


Bij mensen met multiple sclerose die natalizumab gebruiken en de zeldzame complicatie progressieve multifocale leukoencefalopathie (PML) hebben, blijkt dat de grootte van de afwijkingen op MRI-beelden verband houdt met het aantonen van het JC-virus in het hersenvocht. PML kan, zo blijkt uit onderzoek van Martijn Wijburg, bij mensen met kleine afwijkingen op MRI niet betrouwbaar worden uitgesloten. Daarnaast heeft zijn onderzoek er voor gezorgd dat een PML beter vroegtijdig te herkennen is op MRI-beelden. Het vroeg ontdekken van PML is belangrijk voor het op tijd beginnen met de behandeling en geeft de patiënt een gunstigste prognose. Afwijkingen op MRI-beelden die veroorzaakt worden door PML, worden gemakkelijk verward met nieuwe afwijkingen die door MS veroorzaakt zijn. Door het onderzoek van Martijn Wijburg is nu beter bekend welke afwijkingen op MRI-beelden het beste bij een PML passen. Wijburg stelt dat voor het stellen van de diagnose PML het belangrijk is om de bij passende afwijkingen op de MRI te herkennen. Het goed trainen van radiologen en neurologen is hierbij belangrijk. Daarnaast is het belangrijk dat bij iemand met MS die natalizumab gebruikt en bij wie het vermoeden op PML bestaat, een negatieve JC-virus test in het hersenvocht voorzichtig moet worden geïnterpreteerd. Vooral bij mensen met kleine afwijkingen op de MRI-beelden. Dit is zeer belangrijke nieuwe informatie voor de geneesmiddelenbewaking van het medicijn natalizumab en kan tevens van belang zijn voor het doen van nieuwe onderzoeken naar de behandeling van PML.

Vrijdag 8 november
Promotie
Aula (UvA), 12.00 u
Yanaika Sabogal Piñeros: Afweercellen beschermen bij astma
Sabogal Pineros deed meerdere patiëntenstudies en onderzocht diverse medicijnen die bij astma worden gebruikt. Zij concludeert dat eosinofiele cellen – bepaalde afweercellen - behalve beschadigende eigenschappen, ook een beschermende rol uitoefenen.
Link naar proefschrift

Vrijdag 8 november
Promotie, Agnietenkapel (UvA), 12.00 u
Marjolein Admiraal: Uitkomst na reanimatie voorspellen

Reanimatie na een hartstilstand is succesvol als het hart weer op gang komt en de spontane bloedsomloop terugkeert. Als de hersenen tijdelijk weinig bloed krijgen, kan dit hersenschade veroorzaken. Mensen die na reanimatie een ernstig verlaagd bewustzijn hebben, komen vaak op de IC terecht. Van deze patiënten wordt ongeveer de helft niet meer wakker. De uitkomst wordt voornamelijk bepaald door de mate van hersenschade. Om te bepalen of verder behandelen zinvol is, wordt aan de hand van verschillende testen de kans op herstel ingeschat. Een van die testen is het meten van de hersenactiviteit na stimuli. Dit heet een EEG-R. Een EEG-R wordt beschreven als een mogelijk goede voorspeller voor de uitkomst van patiënten na reanimatie, maar er zijn geen duidelijke richtlijnen. Admiraal onderzocht de prognostische waarde van EEG-R op zich, en als de toegevoegde waarde naast andere prognostische middelen. Ze concludeert dat een EEG-R een beperkte waarde heeft voor het voorspellen van een ‘slechte’ uitkomst na reanimatie. Voor het voorspellen van een ‘goede’ uitkomst na een reanimatie is EEG-R mogelijk wel van toegevoegde waarde.
Link naar proefschrift

Vrijdag 8 november
Promotie, Aula (UvA), 13.00 u
Tiago dos Reis Matos: Andere aanpak van huidziekten In weefsel zoals de huid zitten altijd de zogenoemde geheugen T-cellen (afweercellen)
.
Deze cellen fungeren als sensoren die andere ongewenste cellen kunnen uitroeien. Deze T-cellen hebben een lange-termijngeheugen dat in actie komt wanneer de huid opnieuw wordt geïnfecteerd met dezelfde ziekteverwekker. Deze cellen kunnen ook ontsporen. Hierdoor ontstaat ‘wanorde’ in de huid die leidt tot ziektes als psoriasis en vitiligo. Deze huidaandoeningen vertonen vaak een scherpe overgang naar de gezonde huid. Meestal verdwijnt de huidaandoening na de behandeling, maar deze komt op precies dezelfde plaats terug als de behandeling stopt. Een oplossing is om de geheugen T-cellen te transformeren zodat de ontsteking niet meer ontstaat. Dit zou een efficiënte aanpak zijn, stelt Reis Matos want er zijn geen therapieën die alleen de ontspoorde T-cellen beïnvloeden. Fototherapie (behandeling met licht) is de oudste vorm van behandeling in de dermatologie, maar blijft desondanks een waardevolle behandelingsoptie voor huidziekte ontstaan door ontspoorde T-cellen. Tegelijkertijd is meer onderzoek nodig naar de veiligheid van het blokkeren en induceren van T-cellen bij de mens. Dit kan steeds beter met nieuwe onderzoekstechnieken en -methoden. Het gebruik van deze kennis om therapie te ontwikkelen, kan leiden tot een betere levenskwaliteit voor patiënten met huidaandoeningen.
Link naar proefschrift