Wetenschapsagenda 8 tot en met 10 januari 2020

Overzicht van de promoties en oraties van Amsterdam UMC

Donderdag 9 januari
Promotie
Wouter Berger: Behandeling zenuwknoop op boezem voegt niets toe

Het behandelen met warmte of kou (ablatie) van de zenuwknopen op de boezems van het hart tegen ernstige hartritmestoornissen is niet beter dan de al bestaande behandeling. Deze ingreep wordt daarom niet meer standaard toegepast bij de operatieve behandeling van boezemfibrilleren, een ernstige hartstoornis. In deze studie heeft Berger onderzocht of de ingreep om de zenuwen als het ware uit te schakelen met warmte of kou. Er ontstaan daarbij littekens die de prikkels die het ritme in het hart verstoren, blokkeren. Hij keek vooral naar de toegevoegde waarde om de zenuwknooppunten, de zogenoemde plexi, bij de boezems te behandelen. Uit de door hem opgezette studie blijkt dat de ablatie van de zenuwknoop bij de boezems geen effect heeft op het voorkomen van de terugkeer van boezemfibrilleren binnen één jaar na de behandeling. Bovendien treden er meer complicaties op in de vorm van bloedingen en geleidingsstoornissen wanneer deze zenuwcomplexen worden geableerd.
Plaats en tijd: Agnietenkapel (UvA) 14.00 u
Link naar proefschrift

Donderdag 9 januari
Oratie
Prof dr. M. G. Vervloet: Schatzoeken zonder kaart


Er bestaat een grote misvatting, zelfs in de medische wereld, over de gezondheidsrisico’s bij mensen met een verminderde nierfunctie. Dialyse of een niertransplantatie is nodig voor 1 procent van de 1,7 miljoen mensen in Nederland met nierziekte. De overige 99 procent heeft vaak een grote ziektelast, zoals moeheid, gebrek aan eetlust, maar ook sterk verhoogde risico’s op hart- en vaatziektes. Deze risico’s zijn onafhankelijk van eventuele suikerziekte (diabetes mellitus) of hoge bloeddruk (hypertensie). De verhullende terminologie, chronische nierschade, is daar mede debet aan. Want feitelijk heeft de patiënt chronische bloedvergiftiging, doordat de nieren de afvalstoffen niet meer uit het bloed kunnen filteren. Het gebruik van eufemismen om ziektes te karakteriseren, doet het begrip voor de ziekte, het instellen van optimale therapie en het doen van wetenschappelijk onderzoek uiteindelijk geen goed. Het maatschappelijke belang van wetenschappelijk onderzoek naar de gevolgen van nierziektes, chronische bloedvergiftiging dus, wordt onvoldoende onderkend. En dat is geen goed startpunt in een competitieve wereld waar subsidies voor goed onderzoek moeilijk te verkrijgen zijn. Onderzoeksvragen naar minder voor de hand liggende hypothesen maken minder kans. Net als onderzoek met een slechter in te schatten kans op valorisatie of onderzoek dat niet altijd leidt tot een mooie publicatie. En dat is jammer, omdat juist onderzoek “zonder kaart”, dus met moeilijk in te schatten kansen op “succes”, soms de grootste vooruitgang kan inluiden. Natuurlijk is het niet realistisch vol in te zetten op dit soort “hoog-risico onderzoek”. Maar wetenschappelijk onderzoek moet wel primair tot doel houden om nieuwe kennis te vergaren, en niet geld. Plaats en tijd: Aula (VUmc), 15,45 u

Vrijdag 10 januari
Promotie Abilash Ravi: Luchtwegcellen reageren anders bij astma
Bij mensen met milde allergische astmaklachten geeft het luchtwegepitheel (de cellen die de luchtwegwand bekleden) een duidelijke antivirale respons op infectie met een verkoudheidsvirus, maar geen allergische respons. De antivirale respons is belangrijk om het virus te klaren, maar een vertraagde of een overdreven respons kan bij astmapatiënten een acute verslechtering veroorzaken. Dit blijkt uit onderzoek van Ravi naar de reactie van luchtwegepitheel op voor astma relevante prikkels. Hij bekeek hoe epitheelcellen reageren op een infectie met een verkoudheidsvirus en op stofjes die een moeilijker te behandelen vorm van ontsteking geven (de neutrofiele ontsteking). De promovendus toonde ook aan dat met name de stofwisseling in het luchtwegepitheel van astmapatiënten wezenlijk anders is dan dat van mensen zonder luchtwegklachten. Daarbij bleek dat de ernst van de astma toeneemt naar mate de stofwisseling verder afwijkt. Astma is een longziekte met duidelijk omschreven symptomen en met ontstoken luchtwegen en longweefsel, maar hoe astma wordt veroorzaakt is nog steeds onvoldoende bekend. Het onderzoek van Ravi draagt bij aan het ontrafelen van de onderliggende mechanismen.
Plaats en tijd: Aula (UvA) 11.00 u
Link naar het proefschrift

Vrijdag 10 januari
Promotie
Benjamin Kappler: Onderzoek met varkensharten uit het slachthuis
Goed geïsoleerde en fysiologisch werkende varkensharten kunnen op veel terreinen worden gebruikt. Procescontrole en consequent tijdig toepassen van innovatieve en preserverende maatregelen moeten de kwaliteit van het hart voor de duur van het experiment garanderen. Deze maatregelen moeten primair gericht zijn op het beperken van schade die ontstaat als het bloed in het hart weer gaat stromen. Dit constateert Kappler in zijn onderzoek naar het gebruik van varkensharten afkomstig van dieren die zijn geslacht in een slachthuis. Die worden gebruikt bij hartonderzoek. Het zogenoemde PhysioHeart is commercieel beschikbaar en gebaseerd op het gebruik van slachthuisharten die na het uitnemen weer het eigen bloed krijgen. De harten gaan dan kloppen en afhankelijk van de vulling van de hartkamers gaat het hart druk opbouwen. Hiermee kunnen experimenten in levende dieren overbodig worden. De harten uit een slachthuis kunnen meestal enige uren worden gebruikt. Kappler keek of dat niet langer kan. Hij heeft de voorwaarde omschreven waaronder de harten beter bruikbaar zijn. Hij stelt dat het PhysioHeart, aantoonbaar de ontwikkeling en optimalisatie van kunstmatige, bio-artificiële en tissue-engineered organen/apparaten en procedures in het hartonderzoek verbetert. Een verdere verbetering van het platform zal leiden tot een verbeterde test en vervolgens verbeterde kwaliteit van kunstmatige organen en hartgerelateerde apparaten en technieken.
Plaats en tijd: Agnietenkapel (UvA) 14.00 u
Link naar proefschrift

Vrijdag 10 januari
Oratie
Prof. dr. A.J. Bredenoord: Brok in de keel


Een brok in de keel, iets door de strot duwen, een knoop in de maag, er buikpijn van krijgen, zwaar op de maag liggen en iets zuur vinden. Het is zo evident dat emoties zoals spanning, verdriet, verliefdheid en onrust een effect hebben op sensaties in onze de buik. Toch vertellen artsen dit zelden aan de patiënt. Arjan Bredenoord, hoogleraar Maag-, Darm- en Leverziekten, in het bijzonder Neurogastroenterologie en Motiliteit, houdt zijn oratie met als titel Brok in de keel over dit fenomeen. Hij spreekt over functionele maagdarmklachten en de rol van emoties en spanningen daarbij. Bij functionele darmaandoeningen, zoals bij prikkelbare darm, maagklachten en zuurbranden, is er een probleem met de functie of gevoeligheid van het spijsverteringsstelsel. Bij radiologisch en endoscopisch onderzoek wordt echter geen verklaring gevonden voor de klachten. Bij veel maagdarmaandoeningen spelen emoties en spanningen vaak een grote rol. Er zijn duidelijke biologische mechanismen gevonden die dit kunnen verklaren. Artsen zouden beter moeten uitleggen hoe functionele maagdarmklachten ontstaan en de rol van emoties en spanningen bij lichamelijke klachten moeten bespreken. Dit zal leiden tot meer begrip bij de patiënt en overbodige diagnostiek kunnen voorkomen.
Plaats en tijd: Aula (UvA) 16.00 u