Wetenschapsagenda 8 tot en met 12 juni 2020

Overzicht van de promoties en oraties van Amsterdam UMC. Vanwege de situatie rondom het coronavirus verdedigen promovendi hun onderzoek nu digitaal.

Maandag 8 juni
Promotie (UvA),14.00 u, online
Jia Chen: Aangrijpingspunten behandeling spondyloarthritis

Spondyloarthritis (SpA) is een veelvoorkomende, chronische reuma-achtige ziekte (onder meer ziekte van Bechterew) waarbij sprake is ontstoken gewrichten en ongewenste (pathologische) botvorming. Daarnaast komen ontstekingen voor in de huid, darmen en ogen. Er is nog veel onduidelijk over de ontwikkeling van de ziekte en hoe het ziekteproces geremd kan worden. SpA-patiënten hebben nieuwe behandelingen nodig die zowel de ontsteking als de botformatie kunnen verminderen.
Chen heeft gepoogd nieuwe aangrijpingspunten te vinden voor therapie om de gewrichtsontsteking en botvorming in SpA beter te kunnen aanpakken door het bestuderen van de ‘IL-17’- biologie in SpA. Ze constateert dat zogenoemde kleine molecule geneesmiddelen ongewenste botformatie kunnen verminderen door de cellen die IL-17A produceren aan te pakken.
Verder heeft ze in gewrichtsontsteking de expressie van andere cytokines (moleculen die een rol spelen bij de afweer) uit de IL-17 familie in kaart gebracht. Ook identificeerde ze de rol van een ondoorgronde IL-17 familie cytokine.
Dit onderzoek draagt bij aan de kennis over de weefselspecifieke expressie en functie van IL-17 familie cytokines, waarmee mogelijk te verklaren is waarom verschillende ontstekingen in het lichaam anders reageren op therapie. Deze resultaten kunnen een bijdrage kunnen leveren aan de toekomstige therapeutische ontwikkelingen.
Link naar proefschrift

Dinsdag 9 juni

Promotie (VU),13.45 u, online

Iris Babion: Baarmoederhalskanker vroeg opsporen

Babion heeft biomoleculen (microRNA’s) ontdekt waarmee (ernstige voorstadia van) baarmoederhalskanker te detecteren vallen in zowel uitstrijkjes als zelf-afgenomen materiaal. Daarnaast heeft ze aangetoond dat microRNA’s direct bijdragen aan het ontstaan van baarmoederhalskanker.
Naast een infectie met humaan papillomavirus (HPV) kunnen extra moleculaire veranderingen baarmoederhalskanker veroorzaken, zoals veranderingen in microRNA’s. MicroRNA’s zijn kleine biomoleculen die de expressie van eiwitten reguleren. Deze microRNA’s zijn daarom veelbelovend om de vroege opsporing van baarmoederhalskanker te verbeteren en bieden in de toekomst tevens mogelijkheden voor de ontwikkeling van nieuwe kankertherapieën.
In het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker worden vrouwen tussen de 30 en 60 jaar uitgenodigd voor een uitstrijkje bij hun huisarts, of zij kunnen gebruik maken van een zelf-afnameset. Het uitstrijkje en het zelf-afgenomen materiaal worden op de aanwezigheid van HPV onderzocht. Als een vrouw HPV-positief blijkt te zijn, wordt een zogenoemde triage-test gedaan om te beoordelen of zij risico loopt op het krijgen van baarmoederhalskanker. Tegenwoordig wordt cytologie als triage-test gebruikt. Cytologie is echter subjectief en niet toepasbaar op zelf-afgenomen materiaal. Een alternatieve test op basis van objectieve moleculaire markers, zoals microRNA’s, is dus gewenst.
Link naar proefschrif

Dinsdag 9 juni

Promotie (UvA), 15.00 u, online
Paul Cernohorsky: Beeldvorming van het duimbasisgewricht
Osteoartritis (OA) is een slopende gewrichtsziekte die wereldwijd miljoenen patiënten treft en wordt gekenmerkt door verlies van kraakbeendikte en kwaliteit in aangetaste gewrichten. OA van het duimbasisgewricht of trapeziometacarpale (TMC) gewricht leidt tot verlies van handfunctie en invaliditeit.
Volgens Cernohorsky kunnen artsen met beeldvormingsstrategieën tot nu toe niet dunne kraakbeenlagen van kleine gewrichten zoals het TMC-gewricht nauwkeurig beoordelen. Bovendien bestaat er een zekere discrepantie tussen de klinische symptomen en de kenmerken van OA zoals die in de klinische beeldvormingsstudies worden gezien, die de keuze van de behandeling belemmert.
Om artsen te voorzien van aanvullende en meer accurate informatie over de status van gewrichtskraakbeen in TMC, heeft Cernohorsky het gebruik van Optical Coherence Tomography (OCT) in beeldvorming van gewrichtskraakbeen onderzocht. OCT maakt gebruik van de achterwaartse reflectie van bijna-infrarood licht om hoge resolutie beelden te produceren. De onderzoeker heeft OCT in zowel dierlijke kraakbeenmodellen als in gewrichten bij overleden mensen beschreven. De nadruk van de verschillende studies in dit proefschrift ligt op OCT-signaalanalyse/kwantificatie, kraakbeendiktemeting in vergelijking met referentie-standaardbeeldvorming van de afgebeelde gewrichtsstructuren.
Link naar proefschrift

Woensdag 10 juni
Promotie (VU), 11.45 u, online
Jenny Nij Bijvank:
Onbegrepen zichtklachten bij MS mogelijk door oogbewegingsstoornissen
Mensen met MS kunnen veranderde oogbewegingen hebben. Deze oogbewegingsstoornissen kunnen leiden tot klachten bij het zien. Nij Bijvank heeft een techniek ontwikkeld om deze oogbewegingen te meten. Een goed gezichtsvermogen is belangrijk voor mensen met MS, omdat zij vaak al veel andere beperkingen hebben. Met deze meetmethode worden oogbewegingen gemeten met een moderne eye tracking methode (infrarood oculografie). Hiermee worden ook subtiele afwijkingen, niet goed te zien in het oog, vastgelegd.
Een voorbeeld van een gevonden oogbewegingsstoornis is een vertraging van het ene oog ten opzichte van het andere, bij het kijken naar links en rechts. Dit komt bij ongeveer een derde van de MS-patiënten voor. Zij hadden ook vaker last van dubbelzien en moeite met focussen. Oogbewegingsstoornissen lijken vooral voor te komen bij mensen die al langer de ziek zijn en met meerdere beperkingen. Het komt ook vaker voor bij de progressieve vorm van MS.
Nij Bijvank hoopt in kaart te brengen of en waar de communicatie van hersengebieden anders is bij bepaalde oogbewegingsstoornissen. Voor het uitvoeren van oogbewegingen zijn veel hersengebieden nodig. Het meten van veranderingen in oogbewegingen is daarom een afspiegeling van wat er in de hersenen gebeurt bij mensen met MS. Zo kan het meten van oogbewegingen mogelijk helpen om de ziekte beter te monitoren of te voorspellen. Daarnaast kan het meten van oogbewegingen bijdragen in het testen van nieuwe medicijnen voor MS.
Link naar proefschrift

Woensdag 10 juni
Promotie (UvA), 13.00 u, online
Julian Freen-van Heeren: Betere immuuntherapie voor kanker
T-cellen produceren moleculen om kankercellen en microben te bestrijden. Echter, deze moleculen kunnen ook schade aan lichaamseigen cellen toebrengen. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij een auto-immuunziekte. Het is daarom belangrijk om de productie van deze moleculen op het juiste moment nauwkeurig te reguleren. Freen-van Heeren heeft onderzocht welke regulerende mechanismen de productie van het interferon gamma, één van de anti-tumor stoffen die T cellen produceren, beïnvloeden. Welke signalen van buitenaf kunnen T-cellen optimaal aansturen tot het produceren van meer anti-kanker moleculen.
De regulerende mechanismen die T-cellen op het juiste moment aanzetten om interferon gamma te gaan produceren, zijn in kaart gebracht in zowel muizen als mensen. Door dit regulerende mechanisme uit te schakelen, leven muizen met huidkanker langer. Ook menselijke T-cellen waarbij dit regulerende mechanisme is uitgeschakeld, produceren meer interferon gamma wanneer ze een kankercel herkennen. Freen-van Heeren hoop door zijn studie een stap dichterbij te komen om betere immuuntherapie te kunnen bieden aan kankerpatiënten.
Link naar proefschrift
   
Woensdag 10 juni

Promotie (UvA), 15.00 u, online
Videlis Nduba: Een beter vaccin voor tuberculose
BCG, het enige vaccin tegen tuberculose dat vandaag de dag wereldwijd in gebruik is, beschermt tegen ernstige gevolgen van tuberculose buiten de longen (extrapulomaal), maar biedt variabele bescherming tegen de meest voorkomende ademhalingsvorm van de ziekte (pulmonale tb). Het werkzaamheidsbereik ligt tussen de 0 en 80 procent en het vaccin kan ernstige schadelijke effecten veroorzaken bij personen met een verminderde weerstand.
Nieuwe vaccins zijn de sleutel tot de wereldwijde inspanningen om tb te elimineren. Nieuwe vaccins zijn ook dringend noodzakelijk om te beschermen tegen pulmonale en extrapulmonale tb bij alle bevolkingsgroepen. Een vaccinatiestrategie die gericht is om bij volwassenen en adolescenten de overdracht van tb te verminderen en bij zuigelingen om het ziekte- en sterftecijfer te verlagen, heeft grote gevolgen voor deze epidemie, schrijft de promovendus.
Ten tijde van de uitvoering van de epidemiologische studies uit dit proefschrift stond Kenia op de tiende plaats onder de landen met de grootste tuberculoselast. Nduba heeft epidemiologische studies uitgevoerd onder adolescenten en zuigelingen om de last van tuberculose vast te stellen en de toekomstige opzet van een tb-vaccin te bepalen. Vervolgens was hij betrokken bij twee multicentrische tb-vaccinatieproeven bij zuigelingen en volwassenen.
Link naar proefschrift

Donderdag 11 juni
Promotie (UvA), 14.00 u, online
Ruben Tijssen: Vergelijking van types stents
Dit proefschrift geeft inzichten in de klinische resultaten op lange termijn van Absorb BVS, een bepaalde stent, in de routinematige behandeling van patiënten met een PCI (dotteren) en uitkomsten van Absorb BVS in vergelijking met een andere stent (Xience EES ) in specifieke subgroepen.
Link naar proefschrift

Vrijdag 12 juni
Promotie (UvA). 10.00 u, online
Jolien Neefs: Beter voorspellen boezemfibrilleren
Behalve een hoger Body Mass Index (BMI) is met name vetopslag in de buik een risico op het ontwikkelen van boezemfibrilleren. Neefs beschrijft een unieke biobank met daarin bloed en hartweefsel van 150 patiënten, die een hartoperatie hebben ondergaan. Met deze biobank wil Neefs beter kunnen voorspellers wanneer boezemfibrilleren kan ontstaan.
Dit steelt Neefs in haar onderzoek naar boezemfibrilleren, de meest voorkomende hartritmestoornis. Ondanks geavanceerd behandelingen blijft boezemfibrillen een terugkerend fenomeen. Welke factoren optimaliseren de chirurgische behandeling van boezemfibrilleren? Heeft een medicijn (mineralocorticoid receptor antagonist, MRA) dat de bloeddruk verlaagt en mogelijk verbindweefseling tegengaat, een preventief effect? Daarnaast is het moeilijk te voorspellen wie boezemfibrilleren gaat ontwikkelen. Wat zijn op bloed en weefselniveau risicofactoren op het ontwikkelen van boezemfibrilleren?
Andere conclusies uit haar proefschrift zijn dat het gebruik van MRA’s een duidelijke lagere kans op boezemfibrilleren gaf. Dit effect was het sterkst in patiënten met hartfalen. Het toevoegen van extra ablaties (het wegbranden) van zenuwknopen op de boezem verbeterde na twee jaar niet het succes van de chirurgische ingreep, terwijl er wel meer complicaties optraden. Het ableren van de zenuwknopen op de boezems wordt in de richtlijn nu niet meer aangeraden als routinematige behandeling.
Link naar proefschrift

Vrijdag 12 juni
Promotie (UvA), 14.00 u, online
Kaij Treskes: Optimale beeldvorming na ernstig trauma

De directe total-body CT (iTBCT) is veilig en verkort de tijd die nodig is om de beeldvorming te verrichten, maar de patiënt ontvangt een hogere stralingsdosis. Uit het onderzoek van Treskens blijkt dat de overleving echter niet verbeterde.
Vanuit een gezondheid economisch perspectief zou een iTBCT scan economisch de eerste keuze moeten zijn bij multitrauma patiënten en patiënten met traumatisch hersenletsel. Dit concludeert Treskens in zijn studie naar het effect van een directe total-body CT scan ( of immediate TBCT, iTBCT) in vergelijking met de standaard beeldvorming. Dan kan zijn röntgenfoto’s, echo en CT van een deel van het lichaam.
Naast het effect op overleving en blijvende letsels heeft Treskens onderzocht welke invloed de iTBCT heeft op de snelheid van de opvang, stralingsbelasting en gezondheid economische effecten. Hij heeft gekeken naar de beste methode om de meer ernstig gewonde patiënten te selecteren voor iTBCT en zo de kans op onnodige stralingsbelasting voor minder ernstig gewonde patiënten te verkleinen.
Uit literatuuronderzoek blijkt dat er internationaal geen consensus is over de criteria voor TBCT bij traumapatiënten. Een aanpassing van de criteria voor een iTBCT geeft een vermindering van de stralingsbelasting voor de patiënten die achteraf minder ernstig gewond blijken te zijn.
Trauma is wereldwijd de belangrijkste oorzaak van overlijden bij jonge mensen. Dit proefschrift draagt bij aan de optimalisatie van de beeldvorming strategie tijdens de opvang van ernstig gewonde patiënten. Het proefschrift geeft richting aan de indicatie stelling van een iTBCT tijdens de initiële opvang van ernstig gewonde patiënten in een traumacentrum.
Link naar proefschrift