Wetenschapsagenda Amsterdam UMC 14 juni tot en met 18 juni 2021

Overzicht van de promoties en oraties van Amsterdam UMC. Vanwege de situatie rondom het coronavirus verdedigen promovendi hun onderzoek nu digitaal.

Dinsdag 15 juni 2021
Promotie (UvA), 12.00 u, Agnietenkapel
Eglé Jezerskytė: Na een ingreep vanwege slokdarmkanker

Tussen patiënten met een zogenaamde distale slokdarmtumor en patiënten met een tumor op de overgang van slokdarm naar maag bestaan slechts kleine verschillen in kwaliteit van leven na een chirurgische ingreep. Ook http://hdl.handle.net/1871.1/e21839ea-56cc-40ff-84b2-82fd83e5bab6 is er geen verschil in informatiebehoefte tussen patiënten met en zonder klachten na een operatie en tussen mannelijke en vrouwelijke patiënten. Wel is er een relatie tussen informatiebehoefte en bepaalde aspecten van kwaliteit van leven. Dit concludeert Eglé Jezerskytė op basis van haar onderzoek naar verschillen in kwaliteit van leven, informatiebehoefte en andere korte- en lange termijn postoperatieve uitkomsten bij slokdarm- en maagkankerpatiënten. De promovenda constateerde verder dat postoperatieve complicaties de kwaliteit van leven in de loop van de tijd niet significant beïnvloedt. Deze resultaten kunnen bijdragen aan het beter informeren van patiënten voorafgaand aan de operatie over wat er na de behandeling kan worden verwacht.
Link naar proefschrift:

Dinsdag 15 juni 2021

Promotie (VU), 15.45 uur aula
Dieuwertje Ruigrok: Verhoogde bloeddruk in de longslagader

Chronische tromboembolische pulmonale hypertensie (CTEPH) is een zeldzame vorm van verhoogde bloeddruk in de longslagader (pulmonale hypertensie) veroorzaakt door longembolieën. Er zijn  verschillende behandelingen. Een operatie is het meest succesvol en leidt tot genezing bij een aanzienlijk deel van de patiënten. Ongeveer een derde van de patiënten houdt enige mate van pulmonale hypertensie na de ingreep. Bij slechts een deel van de patiënten is aanvullende behandeling nodig. Dieuwertje Ruigrok onderzocht CT- en MRI-scans om meer kennis te krijgen waarom sommige patiënten last houden van pulmonale hypertensie na de ingreep. Zo bleek dat bij twee derde van de patiënten de inspanningstolerantie verminderd blijft na de operatie. Mogelijk komt dit door een onvolledig herstel van hart, bloedvaten en spieren.
Towards improved pathophysiological understanding in chronic thromboembolic pulmonary hypertension
Link naar proefschrift

Woensdag 16 juni 2021

Promotie (UvA), 10.00 u, Agnietenkapel
Marieke Henstra: Over apathie, vallen en fysiek functioneren van ouderen
Apathie of onverschilligheid is een van de meest voorkomende gedragsveranderingen bij ouderen, vooral in de context van aandoeningen zoals dementie en depressie. Henstra onderzocht de associaties tussen apathie, vallen en fysiek functioneren bij ouderen. Ze ontdekte dat apathie bij ouderen samenhangt met vallen en functionele achteruitgang en dat de sterkte van deze samenhang varieert met de biologische leeftijd. Ook toonde ze aan dat ouderen geneigd zijn hun niveau van fysiek functioneren te overschatten. Daarnaast kunnen negatieve emoties ten grondslag liggen aan een onderschatting van het lichamelijk functioneren, maar niet aan apathische symptomen.
Henstra benadrukt dat het belangrijk is dat artsen apathische symptomen bij ouderen herkennen.
Link naar proefschrift

Woensdag 16 juni 2021

Promotie (UvA), 13.00 u, Agnietenkapel
Thomas Klei: Eiwitten die werken als klittenband

De menselijke milt kan heel efficiënt rode bloedcellen uit de bloedsomloop vissen om ze vervolgens af te breken. De milt maakt daarvoor handig gebruik van bepaalde eiwitten op rode bloedcellen die, wanneer deze geactiveerd raken, dienen als een soort klittenband. De milt werkt dan als een soort zeef die gecoat is met eiwitten die dit klittenband kunnen binden.
Door dat klittenband blijven de rode bloedcellen plakken in de milt en worden daar afgebroken. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij oude, slecht functionerende, rode bloedcellen. Maar bij bepaalde ziektebeelden bevatten jonge rode bloedcellen al teveel van dit geactiveerde klittenband. Zij worden daardoor te snel afgebroken, wat weer leidt tot bloedarmoede.
Thomas Klei onderzocht hoe de activatie van dit klittenband werkt en hoe de afbraak van deze rode bloedcellen in de milt plaatsvindt. Ook bestudeerde hij hoe dit proces voorkomen kan worden om zo  patiënten te kunnen helpen. Klei toonde aan dat de activatie van bepaalde ion- kanalen, eiwitten in de celmembraan, kritisch is voor de afbraak van rode bloedcellen en dat rode bloedcellen verschillende type klittenband kunnen activeren.
Link naar proefschrift

Woensdag 16 juni 2021

Promotie (UvA), 16.00 u, Agnietenkapel
Nathan O'Hara: Het meten van sociaaleconomische gevolgen van botbreuken

Botbreuken komen vaak voor en treffen wereldwijd jaarlijks 130 miljoen mensen. Door te kijken naar demografische kenmerken van fractuurpatiënten lijkt het vaak de kostwinner te zijn die een botbreuk krijgt. Letsel en een al dan niet blijvende handicap kunnen zorgen voor slechtere sociaaleconomische omstandigheden. Nathan O’Hara onderzocht de sociaaleconomische impact van orthopedisch trauma op drie gebieden:
1) het beschrijven en evalueren van de beschikbare opties voor het meten van sociaaleconomische gevolgen na orthopedisch letsel; 
2) inschatten van de sociaaleconomische effecten van fracturen in drie landen met unieke systemen voor gezondheidszorg en sociale zekerheid (Canada, Oeganda en de VS); 
3) het identificeren van de sociaaleconomische herstelprioriteiten van fractuurpatiënten.
O’Hara concludeert dat fracturen grote gevolgen kunnen hebben voor het sociaaleconomische welzijn van patiënten. Er zijn verschillen per land, deze houden waarschijnlijk verband met de beschikbaarheid van gezondheids- en sociale  verzekeringsprogramma's. De gebruikelijke sociaaleconomische maten zijn volgens de promovendus onvoldoende om de effecten goed te evalueren. Nieuwe methoden voor het kwantificeren van sociaaleconomisch welzijn zijn nodig, aldus O’Hara.
Link naar proefschrift   

Donderdag 17 juni 2021

Promotie (VU), 11.45 uur aula
Esther Krijnen: Programma terugvalpreventie werkt
Esther Krijnen evalueerde het GET READY programma gericht op terugvalpreventie voor patiënten die hersteld zijn van angst- en/of depressieve stoornissen. Zij vond dat het essentieel is om e-health te combineren met persoonlijk contact met een hulpverlener.
Het terugvalpreventieprogramma bestaat uit contacten met praktijkondersteuners, huisarts-GGZ (POH-GGZ) en e-health modules. De patiënten en POH-GGZ vulden samen een terugvalpreventieplan in. De patiënten hielden hun angst- en stemmingsklachten bij in een online dagboek.
De e-health modules werden als informatief ervaren, terwijl de POH-GGZ een heel belangrijke rol speelden in het motiveren en steunen van patiënten om met e-health aan de slag te gaan en te blijven. Juist deze combinatie blijkt het succes van dit programma. Als terugvalpreventie enkel uit e-health of contacten met hulpverlener bestaat, dan neemt de waardering af en is de preventie mogelijk ook minder effectief.
Deelnemers aan het programma bleven gemiddeld stabiel gedurende de negen maanden van het onderzoek, terwijl vier weken na de start van de interventie het gebruik van de e-health modules sterk afnam. Er bleek geen eenduidig verband te zijn tussen de mate van gebruik van het programma en het beloop van de klachten.
Link naar proefschrift

Vrijdag 18 juni 2021

Promotie (UvA), 11.00 u, Aula der Universiteit
Rens Reeskamp: Erfelijke oorzaken voor een hoog cholesterol 

Mensen met de erfelijke aandoening familiaire hypercholesterolemie (FH) hebben een verhoogd cholesterolgehalte in hun bloed. Hierdoor lopen zij meer risico op vroegtijdige hart- en vaatziekten. Rens Reeskamp ontdekte dat in het DNA bepaalde genen zijn die tot FH kunnen leiden als daar mutaties in optreden, zoals bij het LDL-gen. Daarnaast toonde hij aan dat als de werking van het eiwit ANGPTL3 geremd wordt, het cholesterolgehalte van patiënten met de meest ernstige vorm van FH verlaagt. In zijn onderzoek leidde dit bij twee patiënten zelfs tot afname van aderverkalking, een fenomeen dat in deze groep patiënten nog niet eerder is waargenomen.
Het vinden van een genetische oorzaak van FH is van belang voor het juist inschatten van het risico op hart- en vaatziekten en ook voor het voorschrijven van de juiste behandeling.
Link naar proefschrift

Vrijdag 18 juni 2021 

Promotie (VU), 11.45 uur aula
Michael van Emden: Aanleren technieken voor beademing

Het aanleren van technieken om de luchtweg van een patiënt te beademen of van een beademingsbuis te voorzien gebeurt veelal allereerst op modellen: synthetische manikins. Een nadeel daarvan is dat de anatomische realiteit vaak niet in overeenstemming is met de echte patiënt. Mensen, die hun lichaam na hun overlijden beschikbaar hebben gesteld aan de wetenschap, kunnen mogelijk een goed alternatief zijn. Een nieuwe balsemtechniek, Fix for Life (F4L), zorgt ervoor dat de weefseleigenschappen vergelijkbaar blijven met een ‘echte’ patiënt.
Michael van Emden onderzocht hoe realistisch en geschikt artsen, die dagelijks met de luchtweg bezig zijn, bijv. anesthesiologen, deze lichamen beoordelen voor het aanleren van verschillende technieken.
Zo werd het F4L-lichaam voor bepaalde technieken net zo goed of zelfs beter gevonden als de manikin. Voor de moeilijker te benaderen luchtweg is het F4L lichaam ook geschikt, alsook voor het leren herkennen van de plek om de luchtweg via een snede in de hals te bereiken.
Link naar proefschrift

Vrijdag 18 juni 2021

Promotie (UvA), 13.00 u, Agnietenkapel
Victorine Roos: Tijdig familiale en erfelijke darmkanker herkennen
Ongeveer vijftien tot dertig procent van de darmkankers is erfelijk (door een mutatie) of familiair (op basis van familiegegevens) bepaald. Vroege herkenning van familiale en erfelijke colorectale kankersyndromen (CRC) vormt de kern van screening- en surveillancestrategieën voor patiënten en hun familieleden, met als doel morbiditeit en mortaliteit door CRC te voorkomen. Endoscopie vergemakkelijkt het ontdekken en wegsnijden van gezwellen en gekartelde poliepen die mogelijk kunnen uitgroeien tot darmkanker. Ondanks de bekende voordelen van colonoscopie-surveillance bij patiënten met familiale en erfelijke CRC-syndromen, is ongeveer 70% tot 85% nog steeds niet geïdentificeerd. Promovenda Victorine Roos onderzocht of het toevoegen van een online vragenlijst aan het bevolkingsonderzoek darmkanker meer individuen met erfelijke en familiaire darmkankersyndromen zou opsporen. In samenwerking met het bevolkingsonderzoek darmkanker ging er een online vragenlijst naar bijna 6.000 mensen. Verder deed ze literatuuronderzoek en is bestaande informatie van patiënten na toestemming gebruikt om endoscopische behandelingen bij patiënten met erfelijke darmkankersyndromen te evalueren. Tot slot is een klein onderzoek met vijf patiënten gedaan om het effect van het medicijn Sirolimus te onderzoeken. Deze patiënten kregen zes maanden lang een behandeling en Roos evalueerde kenmerken voor en na behandeling.
De online vragenlijst resulteert niet in een betere en snellere opsporing familiare en erfelijke darmkanker syndromen. Preventief weghalen van maag en dunne darmpoliepen is op korte termijn zinvol om operaties en kanker te voorkomen. Behandeling met Sirolimus was effectief in het verminderen van de poliepgroei, maar had bijwerkingen. Goede kwaliteit van coloscopie blijkt belangrijk om opsporing van poliepen te garanderen en darmkanker te voorkomen.
Link naar proefschrift

Vrijdag 18 juni 2021     

Promotie (VU), 13.45 uur aula
Joeri Douma: Metingen smartphone zijn goede behandelinformatie
Het is moeilijk om goed in te schatten of patiënten met kanker fit genoeg zijn om aan een (experimentele) behandeling te kunnen beginnen. Exacte metingen van de lichamelijke activiteit en fitheid van patiënten zouden hierbij kunnen ondersteunen. Lichamelijke activiteit (“wat iemand per dag doet”) kan worden ingeschat met het aantal stappen per dag. Lichamelijke fitheid (“wat iemand kan”) kan worden ingeschat met de 6 minuten wandeltest.
Joeri Douma heeft aangetoond dat bij zowel fitte als niet-fitte patiënten met kanker het aantal stappen per dag nauwkeurig kan worden gemeten met smartphones.
Uitbehandelde patiënten kunnen eventueel nog deelnemen aan experimentele onderzoeken. Deze patiënten zijn uiteraard niet gebaat als zij binnen een maand alweer moeten stoppen met het onderzoek. Douma heeft aangetoond dat smartphone metingen van lichamelijke activiteit en fitheid voorafgaand aan deelname voorspellend zijn voor dit voortijdig staken. Douma pleit daarom voor het gebruik van deze smartphonemetingen. Deze metingen zijn namelijk zeer geschikt om meer informatie te verzamelen over het fysiek functioneren van een patiënt met kanker en goede behandelbeslissingen te maken.
Link naar proefschrift:

Vrijdag 18 juni 2021

Promotie (UvA), 16.00 u, Agnietenkapel
Anna Oja: Disbalans in de afweer van covidpatiënten
De afweerreactie van het immuunsysteem is onder te verdelen in een aangeboren en adaptieve immuunreactie. Deze twee delen werken samen om het lichaam tegen ziekteverwekkers en bijvoorbeeld kanker te beschermen. Zogeheten CD4+T cellen zijn belangrijk voor de immuniteit. Wanneer een ziekteverwekker het lichaam binnendringt, zullen antigeen presenterende cellen (APCs) de ziekteverwekker opnemen en daar kleine deeltjes eiwit en antigenen van doorsturen aan T-cellen. De geactiveerde T-cel zal zich vervolgens veelvuldig gaan delen en kan zo de ziekteverwekker elimineren. Wanneer de ziekteverwekker uit het lichaam verwijderd is, verdwijnen de meeste van de geactiveerde T-cellen weer. Een klein gedeelte blijft in het lichaam als geheugen voor een volgende besmetting. Promovenda Anna Oja constateert een disbalans tussen de cellulaire en humorale afweerresponses bij covid-patiënten wiens immuunsysteem niet goed in staat is om het tegen een covid-infectie te beschermen. De werking van de CD4+ T-cellen bij deze patiënten dient volgens Oja verder te worden onderzocht met als doel een goede behandeling te vinden.
Link naar proefschrift