Wetenschapsagenda Amsterdam UMC 30 juni tot en met 2 juli 2021

Overzicht van de promoties en oraties van Amsterdam UMC. Vanwege de situatie rondom het coronavirus verdedigen promovendi hun onderzoek nu digitaal.

Woensdag 30 juni
Promotie (VU), 11.45 u, aula
Anna van der Miesen: Hedendaagse uitdagingen in de transgenderzorg

Anna van der Miesen onderzocht hoe genderdiversiteit, autisme en mentale gezondheid samenhangen. Zij vond dat personen met autisme vaker genderdivers zijn en dat transgenderpersonen over het algemeen vaker autisme of autismekenmerken hebben.
Om het samen voorkomen van genderdiversiteit en autisme beter te begrijpen, maakte Van der Miesen gebruik van literatuur en vragenlijstonderzoek. Daarnaast onderzocht Van der Miesen of een genderbevestigende behandeling met puberteitsremmers bij transgenderadolescenten zou kunnen bijdragen aan een betere mentale gezondheid. Zij toonde op verschillende manieren aan dat autisme en genderdiversiteit inderdaad vaak samen voorkomen. Daarnaast liet het onderzoek zien dat transgenderadolescenten aan het begin van een genderbevestigende behandeling een minder goede mentale gezondheid hadden dan ‘andere’ leeftijdgenoten. Transgenderadolescenten die puberteitsremmers gebruikten, hadden echter een betere, aan leeftijdsgenoten gelijke, mentale gezondheid. Van der Miesen laat zien dat bewustzijn van het samen voorkomen van genderdiversiteit en autisme in zowel de autisme- als de transgenderzorg nodig is. Daarnaast bevestigt zij eerder onderzoek naar het belang van een medische behandeling met puberteitsremmers voor transgenderadolescenten en hun mentale gezondheid.
Link naar proefschrift

Woensdag 30 juni

Promotie (VU), 13.45 u, aula
Janine Meijerink: Hulp bij chronisch gehoorverlies
Gehoorverlies is één van de meest voorkomende chronische aandoeningen onder 50-plussers. Hoortoestelaanpassing via de audicien is de meest gebruikelijke weg om gevolgen van gehoorverlies te beperken. Maar ook mét een hoortoestel blijven slechthorenden zélf en hun naasten vaak (communicatie)beperkingen ervaren. Om slechthorenden én hun communicatiepartners te ondersteunen is het online ondersteuningsprogramma HOORSUPPORT ontwikkeld. Meijerink onderzocht de effectiviteit van HOORSUPPORT in zeventig Nederlandse audicienswinkels. Uit haar onderzoek blijkt dat op de korte termijn HOORSUPPORT-gebruikers hun hoortoestellen vaker gebruikten dan personen die het programma niet volgden. Op de lange termijn (1 jaar later) bleek dat HOORSUPPORT-gebruikers tevredener waren met hun hoortoestellen en een groter vertrouwen hadden in het omgaan met hun hoortoestellen. Bij de communicatiepartners vond ze geen effecten. De procesevaluatiestudie liet zien dat HOORSUPPORT zal verbeteren door uitgebreidere trainingen voor audiciens. Ook is het goed om materialen beter af te stemmen op de behoeftes van de doelgroepen.
Link naar proefschrift

Donderdag 1 juli

Promotie (VU), 9.45 u, aula
Lyduine Collij: In kaart brengen alzheimereiwit amyloid

Lyduine Collij onderzocht de potentie van het in kaart brengen van het alzheimereiwit amyloid door middel van PET-scans in de vroegste fase van de ziekte. Zij vond dat de amyloid-PET-scan voldoende gevoelig is om vroege alzheimer-pathologie te meten. Ook dat de hoeveelheid pathologie het ziektestadium van de ziekte weergeeft, waardoor de risicoprofilering op individueel niveau verbetert kan worden. Deze waardevolle mogelijkheden van deze techniek kunnen worden benut in zowel de klinische als de wetenschappelijke setting.
Tijdens het onderzoek van Collij maakte ze amyloid PET-scans van gezonde vrijwilligers zonder geheugenklachten. Deze scan was langer dan normaal gesproken in de kliniek wordt gebruikt. Hierdoor konden de onderzoekers zorgen voor een hogere kwaliteit plaatjes van de hersenen. Deze plaatjes werden samen met de klinische plaatjes beoordeeld door drie experts. Collij liet zien dat het gebruik van hogere kwaliteit plaatjes van groot belang is wanneer de opstapeling van het amyloid-eiwit net is begonnen en er nog maar heel weinig amyloid in het brein aanwezig is.
Link naar proefschrift

Donderdag 1 juli

Promotie (UvA), 10.00 u, Agnietenkapel
Esther Barsom: Videoconsulten in de gezondheidszorg
Poliklinische afspraken laten verlopen via een videoconsult is haalbaar zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van de geleverde zorg. Zowel patiënten als zorgverleners accepteren het gebruik ervan. Esther Barsom bestudeerde de implementatie en schaalvergroting van videoconsultatie. Ze bracht de behoeften van patiënten en zorgverleners in kaart om hun voorkeuren te begrijpen wat betreft digitale zorg. Vervolgens evalueerde ze hun tevredenheid en vergeleek dit met fysieke en telefonische consulten. Op basis van deze strategie werd videoconsult geïmplementeerd op de chirurgische polikliniek. Tijdens de COVID-19 pandemie werden de videoconsulten opgeschaald naar alle polikliniekafdelingen, waarna Barsom de tevredenheid van patiënten en zorgverleners en de bereidheid om videoconsultatie te gebruiken opnieuw evalueerde. In haar proefschrift beschrijft ze de technische aspecten en de workflow van de opschaling in detail.
Link naar proefschrift

Donderdag 1 juli

Promotie (VU), 11.45 u, aula
Annelot Breedveld: IgA | De kunst van het balanceren tussen bescherming en auto-immuniteit
Het menselijk lichaam staat dagelijks bloot aan ziekteverwekkers als bacteriën en virussen, maar ook aan essentiële niet-lichaamseigen voedingscomponenten. Het immuunsysteem zorgt voor een goede balans tussen enerzijds het tolereren van belangrijke stoffen uit onze voeding en anderzijds het voorkomen en bestrijden van infecties. Dit doet het immuunsysteem op een efficiënte wijze samen met de organen, weefsels en cellen in het lichaam. Antilichamen vormen hierin een belangrijke beschermende barrière en kunnen voorkomen dat een ziekteverwekker het lichaam binnen dringt.
Immunoglobuline A (IgA) is het meest voorkomende antilichaam wat in de lichaamsoppervlakten zoals de darm en longen wordt gevonden. IgA is in staat om ziekteverwekkers te herkennen en te neutraliseren. Ook in het bloed worden aanzienlijke hoeveelheden IgA gevonden, maar de functie van IgA in het bloed is relatief onbekend. Annelot Breedveld vond dat IgA in het bloed een hele sterke activator is van immuun cellen. Deze immuuncellen voeren verschillende acties uit die ertoe leiden dat ziekteverwekkers op een efficiënte wijze worden uitgeschakeld. Deze hoge activatie is van belang in de uitschakeling van ziekteverwekkers, maar kan helaas ook schade aan lichaamsweefsel toedienen. Het is dus van belang om IgA in balans te houden.
Link naar proefschrift    

Donderdag 1 juli

Promotie (UvA), 13.00 u, Agnietenkapel
Jolanda Kuijvenhoven: Betere diagnose longkanker is geen garantie betere uitkomsten
Longkanker is een van de meest voorkomende vorm van kanker ter wereld. Een goede weefseldiagnose is erg belangrijk omdat hiervan zowel de behandeling als ook de prognose afhangt. Voor een weefseldiagnose zijn meerdere diagnostische tests mogelijk. Bij een centraal gelegen longtumor, zonder dat er sprake is van een zichtbare afwijking in de grote luchtwegen, is het meestal ingewikkeld om een weefseldiagnose van de tumor te krijgen. Ook kennis over doorgroei van de tumor in de omgevingsstructuren als het mediastinum en de grote vaten (T4) is belangrijk, omdat dit de behandeling bepaalt. Promovenda Jolanda Kuijvenhoven wilde de rol van endo-echografie (EBUS, EUS-B en EUS) verder onderzoeken, specifiek met de diagnosestelling van de primaire longtumor zelf en het aantonen of uitsluiten van lokale tumor ingroei. Na onderzoek concludeert de promovenda dat een verbeterde diagnose niet altijd leidt tot verbeterde uitkomsten voor de patiënt, zoals mortaliteit. Endo-echografie is tegenwoordig de eerste keus in de internationale richtlijnen voor diagnose. Niet alleen is de endo-echografische strategie nauwkeuriger, het is vooral minder invasief en vermindert onnodige thoracotomieën en is tevens kosten effectiever.
Link naar proefschrift

Donderdag 1 juli

Promotie (UvA), 16.00 u, Agnietenkapel
Lennard van Wanrooij:  Apathie en afname denkvermogen bij ouderen  
Lennard van Wanrooij bekeek voor zijn promotieonderzoek verschillende klinische onderzoeken over apathie en cognitieve achteruitgang bij ouderen. Zogeheten Cox-analyses worden gebruikt om de relaties tussen subjectieve geheugenklachten en twee eenvoudige geheugentaakscores bij toekomstige dementie te bestuderen. Een combinatie van testen die in ongeveer tien minuten kan worden afgenomen, bleek nuttig voor het identificeren van ouderen in de eerste lijn met een verhoogd risico op dementie. Een tweede soortgelijke studie liet zien dat zowel apathie- als depressiesymptomen, onafhankelijk en geïsoleerd, geassocieerd zijn met toekomstige dementie, hoewel de associaties sterker zijn voor apathiesymptomen. Vervolgens is dieper ingegaan op de complexe relaties tussen apathie, depressie, functionele beperkingen, subjectieve geheugenklachten en toekomstige dementie. Apathie en cognitieve achteruitgang na een beroerte behoeven mogelijk aparte monitoring en behandeling in revalidatieprogramma's voor overlevenden van een beroerte. Ten slotte is informatieverlies als gevolg van processen om variabelen te hercoderen bestudeerd, een initiatief dat vaak wordt genomen om gegevens uit klinische onderzoeken te bundelen. Door lineaire regressiemodellen toe te passen op gegevens uit drie gerandomiseerde gecontroleerde onderzoeken en op gesimuleerde gegevens, werd vastgesteld dat informatieverlies het meest prominent is voor variabelen die zijn gehercodeerd van continu naar discreet, wat van invloed kan zijn op daaropvolgende analyses.
Link naar proefschrift

Vrijdag 2 juli

Promotie (VU), 9.45 u, online
Stefan van Oostendorp: Minimaal invasieve behandelingsstrategieën voor rectumkanker
Link naar proefschrift

Vrijdag 2 juli

Promotie (VU), 11.45 u, aula
Suzanne Wiertsema: Naar een optimaal resultaat voor traumapatiënten

Amsterdam UMC heeft het Transmurale Trauma Care Model (TTCM) ontwikkeld en geëvalueerd. Dit is een geavanceerd transmuraal revalidatiemodel voor zowel licht- als zwaargewonde traumapatiënten. Suzanne Wiertsema onderzocht de effectiviteit en kosteneffectiviteit van het TTCM. Ook keek ze naar in hoeverre het revalidatiemodel werd geïmplementeerd zoals gepland.
Het TTCM-model heeft vier componenten die onderling in verbinding staan:
1) een multidisciplinair team op de polikliniek voor traumapatiënten (traumachirurg en klinisch fysiotherapeut)
2) coördinatie van de revalidatie en het stellen van individuele functionele doelen voor elke patiënt door het multidisciplinaire ziekenhuisteam
3) een netwerk van gespecialiseerde eerstelijns fysiotherapeuten
4) beveiligd e-mailverkeer tussen de fysiotherapeut in het ziekenhuis en de eerstelijns fysiotherapeut.
Ze stelt vast dat het implementeren van TTCM praktisch haalbaar is. Daarnaast heeft ze voorlopig bewijs dat TTCM leidt tot betere uitkomsten voor de patiënt, zoals een betere kwaliteit van leven en hogere patiënttevredenheid. Kortom individueel maatwerk en een optimaal revalidatietraject voor elke traumapatiënt. Op basis van de resultaten van dit onderzoek is het zorgmodel geoptimaliseerd. ZonMw subsidieerde een multicenterstudie om op een grotere schaal en met een verbeterd design de effectiviteit en kosteneffectiviteit van de geoptimaliseerde TTCM-versie te kunnen onderzoeken. De resultaten van deze multicenterstudie worden in 2023 verwacht. Naar verwachting volgt dan landelijke implementatie van TTCM. 
Link naar proefschrift

Vrijdag 2 juli

Promotie (VU), 13.45 u, online
Louise Nijenkamp: Diastolische disfunctie bij patiënten met hypertrofe cardiomyopathie
Link naar proefschrift