Wetenschapsagenda april 2019

Overzicht van de promoties, oraties, symposia en bijeenkomsten van Amsterdam UMC, locatie AMC.

04/04
Promotie
Teveel zout beschadigt kleinste bloedvaatjes
Nienke Rorije: ‘Sodium-induced changes of the endothelial surface layer and microcirculation’. Natrium is een mineraal dat in zout zit. Als je teveel natrium binnenkrijgt via voeding of een infuus, heeft dat een schadelijk effect op de kleinste bloedvaatjes (microcirculatie). Dat concludeert Rorije in haar proefschrift over de invloed van natrium op de microcirculatie en de laag die de binnenbekleding van de bloedvaten vormt (endotheel). Ze schrijft daarin ook dat sulodexide, een medicijn dat bestaat uit bouwstoffen van het endotheel, een nieuwe interessante bloeddrukverlager is. Wetenschappers begrijpen niet goed hoe (te) veel natrium leidt tot het stijgen van de bloeddruk en een verhoogd risico op hart- en vaatziekten. Ook is onduidelijk waarom de bloeddrukreactie op natrium zo verschillend is tussen individuen. De studie van Rorije draagt bij aan een beter begrip van deze processen. Zij onderzocht hoe grote hoeveelheden natrium de kleinste bloedvaatjes beïnvloeden. Daarnaast toonde ze aan dat gezonde vrijwilligers natrium kunnen opslaan via een mechanisme dat niet-osmotische natriumopslag heet. Met haar onderzoek heeft Rorije laten zien dat niet alleen de nieren, maar ook de kleinste bloedvaatjes een cruciale rol spelen in de volume- en zoutbalans van het lichaam. Als we die rol beter begrijpen, leidt dat tot een verbeterde behandeling van hoge bloeddruk, dysnatriëmie (te veel of weinig natrium in het bloed) en andere condities met een verstoorde water- en zoutbalans. Promotor: prof. dr. J.J. Homan van der Heide
Co-promotors: dr. L. Vogt, dr. B.J.H. van den Born
Plaats en tijd: Agnietenkapel, 10.00 uur

12/04
Promotie
Alvleesklier geheel of gedeeltelijk verwijderen?
Lianne Scholten: ‘Total or partial pancreatectomy: indications, surgical and functional outcomes’.
Main-duct en mixed-type IPMN zijn afwijkingen van de alvleesklier waarbij cysten in het weefsel zitten. Die cysten zijn in het begin goedaardig, maar kunnen naar verloop van tijd kwaadaardig worden. Het kan dan verstandig zijn om de alvleesklier deels of helemaal te verwijderen. Artsen zijn het er echter niet over eens wanneer welke ingreep moet gebeuren. Dat is een van de conclusies uit het proefschrift van Scholten over de indicaties voor deze chirurgische ingrepen en de functionele uitkomsten ervan. Uit Scholtens onderzoek blijkt dat de postoperatieve uitkomsten niet verschillen. Als een chirurg de hele alvleesklier verwijdert, dan krijgt de patiënt diabetes. Dit is vergelijkbaar met diabetes type 1. Bij het deels weghalen van de alvleesklier is de kans op diabetes 16 procent. Scholten benadrukt dat het belangrijk is dat artsen hun patiënten zo volledig mogelijk informeren over dit risico, gezien de grote impact van diabetes op de kwaliteit van leven. Scholten gebruikte voor haar studie onder andere de gegevens van alle patiënten bij wie in de periode 2006-2016 in Nederland de hele alvleesklier is verwijderd. Daardoor kon zij conclusies trekken over een chirurgische ingreep die niet zo vaak voorkomt.
Promotors: prof. dr. M.G.H. Besselink, prof. dr. J.H. de Vries
Co-promotors: prof. dr. O.R.C. Busch, dr. J.E. van Hooft
Plaats en tijd: Agnietenkapel, 14.00 uur

16/04
Promotie
Een biobank voor onderzoek dikkedarmkanker
Dita Prasetyanti: 'Development of patient-derived models to study tumor heterogeneity. Studies of colorectal cancer’.
Het is lastig om resultaten van wetenschappelijk onderzoek naar dikkedarmkanker te vertalen naar nieuwe behandelingen. Dat komt omdat representatieve modellen om nieuwe therapieën te testen, ontbreken. Prasetyanti heeft in haar promotieonderzoek een biobank opgezet met van patiënt-afgeleide organoïden en xenotransplantaten, die meerdere subtypes van dikkedarmkanker vertegenwoordigen. Daarmee kunnen wetenschappers de onderliggende biologische processen van dikkedarmkanker bestuderen en mogelijke behandelingen testen.
Promotor: prof. dr. J.P. Medema
Co-promotor: prof. dr. L. Vermeulen
Plaats en tijd: Agnietenkapel, 14.00 uur

17/04
Promotie
Als zwanger worden niet meteen lukt
Rik van Eekelen: ‘Prognosis-based management of couples with unexplained subfertility’. Bij één op de negen heteroseksuele koppels die proberen om zwanger te worden, lukt dit niet binnen een jaar. Dat heet subfertiliteit. Subfertiele koppels ondergaan vruchtbaarheidsonderzoeken om te zien of er sprake is van een fysiek probleem waardoor ze niet op natuurlijke wijze zwanger kunnen worden. Bij veel van deze stellen vindt de arts geen duidelijke oorzaak: de subfertiliteit is 'onverklaard'. Dat levert een klinisch dilemma op: moeten deze koppels behandeld worden met een zware en stressvolle behandeling zoals in vitro fertilisatie (IVF), terwijl dit geen garantie is voor een succesvolle zwangerschap en zij ook nog via de natuurlijke weg zwanger kunnen worden? Promovendus Van Eekelen concludeert dat koppels met onverklaarde subfertiliteit niet altijd baat hebben bij het direct starten van een behandeling. Langer blijven proberen (afwachten) kan bij velen namelijk tot een natuurlijke zwangerschap leiden. Daarom moet de optie om af te wachten een belangrijke rol spelen in het overleg met de arts. Van Eekelen schrijft dat de zwangerschapskansen dalen over tijd doordat er selectie plaatsvindt: koppels met goede prognoses worden immers eerder zwanger, waardoor koppels met minder goede prognoses overblijven. Daardoor volgt er, na lang genoeg afwachten, een moment waarop overgebleven koppels beter kunnen overstappen op behandeling. Subfertiliteit is voor veel koppels een complex en emotioneel probleem. Van Eekelen wil koppels daarom niet voorschrijven wat ze moeten doen. Wel wil hij informatie aanleveren op basis waarvan ze samen met hun arts kunnen beslissen, zoals kennis over de kansen op een zwangerschap bij verschillende behandelingen die direct gestart worden of pas na een half jaar. Het proefschrift van Van Eekelen geeft schattingen van deze prognoses op basis van factoren als leeftijd van de vrouw, of ze eerder zwanger is geweest, etc. Daarmee kunnen het koppel en de arts een gezamenlijke beslissing nemen op basis van wetenschappelijk bewijs. Van Eekelen hoopt dat deze aanpak onnodige behandelingen voorkomt en koppels een realistisch beeld geeft van wat ze kunnen verwachten van hun vruchtbaarheidsbehandeling(en).
Promotors: prof. dr. F. van der Veen, prof. dr. M.J.C. Eijkemans
Co-promotors: dr. M. van Wely, dr. ir. N. van Geloven
Plaats en tijd: Agnietenkapel, 10.00 uur

17/04
Promotie
Afweercellen verbeteren bloedcellen in beenmerg
Sulima Geerman: ‘Localization, phenotype and function of CD8+ T cells in the bone marrow’.
Er is steeds meer wetenschappelijk bewijs dat in het beenmerg de hematopoiese - het aanmaken en de ontwikkeling van bloedcellen - en adaptieve immuniteit (verworven afweer) met elkaar verweven zijn. Daarbij wordt aan bepaalde afweercellen (T-cellen) zowel een positief als negatief effect toegeschreven wat betreft het aanmaken van bloedcellen. Geerman onderzocht of T-cellen in het beenmerg nu juist een positieve of negatieve invloed hebben. Ze concludeert dat niet-geactiveerde T-cellen met een geheugen-fenotype een positief effect hebben. Deze cellen migreren naar het beenmerg om ondersteunende niches te vinden, en hebben een direct effect op bloedvormende stamcellen en de algemene hematopoietische output. In haar proefschrift beschrijft Geerman een nieuw mechanisme waarmee de T-cellen de vorming verbeteren van bloedcellen vanuit stamcellen en voorlopercellen.
Promotor: prof. dr. R.A.W. van Lier
Co-promotor: dr. M.A. Nolte
Plaats en tijd: Aula, 13.00 uur

18/04
Promotie
Testen voor darmkanker vergeleken
Clasine de Klerk: ‘Optimizing colorectal cancer screening using fecal immunochemical tests’.
Er bestaan verschillende fecal immunochemische tests (FITs) voor bevolkingsonderzoek naar darmkanker. Promovenda De Klerk vergeleek in het landelijke bevolkingsonderzoek twee FITs: één uit Japan (OC-Sensor) en één uit Italië (FOB-Gold). Ze vroeg deelnemers aan het bevolkingsonderzoek beide testen uit te voeren in dezelfde ontlasting en stelde vast dat de tests even effectief zijn in het opsporen van darmkanker en gevorderde poliepen, ook bij verschillende afkapwaarden, en bij een vergelijkbare hoeveelheid positieve tests. De deelnemers aan het vergelijkend onderzoek vonden de FOB-Gold makkelijker in het gebruik, al waren de verschillen met de OC-Sensor klein, en was de bereidheid om deel te nemen aan het bevolkingsonderzoek vergelijkbaar, ongeacht de test. In Nederland wordt bij het huidige bevolkingsonderzoek naar darmkanker gebruik gemaakt van de FOB-Gold. Een FIT meet sporen van bloed in de ontlasting door de hoeveelheid hemoglobine te meten. Als die de afkapwaarde overstijgt, krijgt de deelnemer een verwijzing voor een coloscopie. De FIT is echter niet perfect. Ongeveer een kwart van alle personen met darmkanker wordt bij eenmalige deelname niet opgespoord. Ook is de test in veertig tot zeventig procent van de deelnemers fout-positief: bij vervolgonderzoek met coloscopie wordt bij hen geen darmkanker gevonden. Die mensen ondergaan dus, achteraf gezien, onnodig een coloscopie. Uit onderzoek onder de coördinatoren van internationale bevolkingsonderzoeken blijkt dat er grote verschillen bestaan in deelname, afhankelijk van de sociaal-economische status van de mensen die worden uitgenodigd voor het bevolkingsonderzoek. Dat is zorgelijk, omdat de al bestaande gezondheidsverschillen binnen de bevolking nog groter kunnen worden, aldus de promovenda. Het onderzoek van De Klerk vergroot de wetenschappelijke kennis over de nauwkeurigheid van de FIT en over deelname aan het bevolkingsonderzoek. Die kennis kan bijdragen aan het optimaliseren van het landelijke bevolkingsonderzoek darmkanker.
Promotors: prof. dr. E. Dekker, prof. dr. P.M.M. Bossuyt
Plaats en tijd: Agnietenkapel, 12.00 uur

18/04
Promotie
Vaker depressie en angst bij mensen met ernstige astma
Simone Hashimoto: ‘Comprehensive treatment of patients with glucocorticoid-dependent severe asthma’.
Mensen die vanwege ernstige astma langdurig corticosteroïden gebruiken, hebben vaker angstklachten en symptomen van depressie. Het diagnosticeren en behandelen van deze comorbiditeit helpt om de astma beter onder controle te krijgen, waardoor er minder medicatie nodig is. Dat is een van de conclusies uit het proefschrift van Hashimoto. Zij bestudeerde de behandeling van patiënten met corticosteroïd-afhankelijk ernstig astma om de zorg te verbeteren. Uiteindelijk doel is het afbouwen van corticosteroïden. Hashimoto benadrukt de rol van een multidisciplinaire evaluatie en formulering van een uitgebreide behandelstrategie, waarin ook de karakteristieken en verlangens van de patiënt worden meegenomen. Behandeling op grote hoogte leidt tot verbetering in astma-gerelateerde kwaliteit van leven en in longfunctie bij alle patiënten. De promovenda toont daarnaast aan dat een internet-gebaseerde strategie en het algoritme voor de afbouw van prednison effectief en veilig zijn voor de behandeling van patiënten met ernstig astma. Dit soort hulpmiddelen kunnen direct worden ingezet in andere klinische omgevingen en zijn effectief voor een gerichte behandeling. Dat geldt met name voor patiënten met een hoog risico op verslechtering van hun astma.
Promotors: prof. dr. E.H.D. Bel, prof. dr. P.J. Sterk
Plaats en tijd: Agnietenkapel, 14.00 uur

25/04
Promotie
De signaalroute beïnvloeden bij multipel myeloom
Harmen van Andel: ‘Wnt signaling in the pathogenesis of Multiple Myeloma’.
Multipel myeloom (de ziekte van Kahler) is een kwaadaardige aandoening van plasmacellen, die zich meestal in het beenmerg bevinden. Bij de ziekte zijn uiteenlopende genen betrokken, waardoor het ontwikkelen van een gerichte behandeling moeilijk is. In de meeste gevallen van multipel myeloom is een bepaalde signaalroute overactief, de Wnt-signaleringsroute. Van Andel richtte zich op deze signaalroute. Hij wilde weten hoe de signalering geactiveerd wordt, en wat de gevolgen daarvan zijn op vorming van tumorcellen bij multipel myeloom. Het activeren van de signaalroute wordt gedreven door bepaalde stofjes uit de cellen zelf en uit de beenmergomgeving. Er zijn verschillende genetische en epigenetische afwijkingen die multipel myeloom gevoelig maken voor deze stoffen. Het afremmen van de signaalroute leidt tot verminderde celgroei. Deze bevinding biedt interessante aanknopingspunten voor nieuwe therapieën.
Promotor: prof. dr. S.T. Pals
Co-promotor: dr. M. Spaargaren
Plaats en tijd: Agnietenkapel, 10.00 uur

25/04
Promotie Hersendoorbloeding tijdens narcose
Niek Sperna Weiland: ‘Cerebral haemodynamics during anaesthesia’.
Van patiënten ouder dan 65 krijgt één op de tien een onopgemerkt herseninfarct tijdens narcose. Om dit te voorkomen, moet je begrijpen hoe het lichaam de hersendoorbloeding tijdens narcose reguleert en hoe ziektes hierop invloed hebben. Het onderzoek van Sperna Weiland heeft de inzichten daarin vergroot zodat anesthesiologen tijdens de operatie beter weten hoe ze de hersendoorbloeding kunnen verbeteren. De promovendus onderzocht hoe narcosemiddelen de hersendoorbloeding beïnvloeden. Ook keek hij of dat bij gezonde mensen anders is dan bij mensen met suikerziekte (diabetes type 2). Een van zijn conclusies is dat een veelgebruikt narcosemiddel (sevofluraan) geen invloed heeft op de regelmechanismen van hersendoorbloeding. Bij patiënten met diabetes zijn deze regelmechanismen soms aangedaan.
Promotors: prof. dr. M.W. Hollmann, prof. dr. B. Preckel
Co-promotors: dr. R.V. Immink, dr. J. Hermanides
Plaats en tijd: Agnietenkapel, 12.00 uur

26/04
Promotie
Galwegontstekingen
Simon Hohenester: ‘Fibrosing cholangiopathies: novel pathophysiological concepts’. Hohenester heeft onderzoek gedaan naar galwegontstekingen waarbij fibrose (bindweefselvorming) optreedt. Voorbeelden zijn primaire biliaire cholangitis (PBC), primaire scleroserende cholangitis (PSC) of leverziekte geassocieerd met Cystische Fibrose (CFLD). Het zijn chronische aandoeningen, waarbij gal niet goed kan worden afgevoerd. Deze ziektes leiden vaak tot fibrose en cirrose van de lever, waarbij gezond leverweefsel langzaam wordt vervangen door littekenweefsel. Wat er precies misgaat bij deze aandoeningen, is niet helemaal duidelijk. Wel hebben ze één overeenkomst: de beschadiging van het epitheel (binnenbekleding) van de galkanalen. Onduidelijk is of dat de oorzaak of het gevolg is van het onderliggende ziekteproces. Een belangrijk onderdeel van het proefschrift betreft het concept van de ‘biliary bicarbonate umbrella’. Volgens dit concept houdt bicarbonaat, uitgescheiden door het galwegepitheel, de pH van de gal lokaal hoog, hetgeen galzouten sterker ioniseert. Daardoor brengen de galzouten minder schade toe aan het galwegepitheel.
Promotores: prof. dr. U.H.W. Beuers en prof. dr. R.P.J. Oude Elferink
Co-promotor: dr. K.F.J. van de Graaf
Plaats en tijd: Agnietenkapel, 10.00 uur

26/04
Promotie
Minimaal invasieve pancreasstaartresectie biedt voordelen
Sjors Klompmaker: ‘Expanding eligibility and improving patient outcomes for pancreatic surgery’.
Minimaal invasieve pancreasstaartresectie biedt voordelen ten opzichte van open pancreasstaartresectie, als het gaat om het opereren van alvleesklierkanker en alvleeskliercysten. Dat concludeert Klompmaker in zijn proefschrift over alvleesklierchirurgie. Hij zocht uit hoe meer patiënten in aanmerking kunnen komen voor minimaal invasieve alvleesklierchirurgie en hoe de uitkomsten ervan kunnen verbeteren. Klompmaker beschrijft zes internationale studies naar minimaal invasieve alternatieven voor alvleesklierchirurgie, zoals een kijkoperatie of robot-geassisteerde chirurgie. Hieronder vallen de minimaal invasieve pancreatoduodenectomie (Whipple-operatie) en de pancreasstaartresectie. De promovendus concludeert dat patiënten die de minimaal invasieve pancreasstaartresectie krijgen, gemiddeld twee dagen eerder hersteld zijn en korter in het ziekenhuis liggen. Ook is er minder risico op ernstige complicaties. Voor de pancreatoduodenectomie zijn deze voordelen minder duidelijk. Klompmaker beschrijft verder vier internationale studies naar lokaal doorgegroeide alvleesklierkanker. Voorheen werd gedacht dat opereren dan niet mogelijk is. Maar door een zogenaamde ‘Appleby’-operatie komen patiënten alsnog in aanmerking voor chirurgie. Deze ingreep biedt een acceptabele overleving voor patiënten die fit genoeg zijn om vooraf ook chemotherapie te ondergaan. De operatie is alleen veilig als deze wordt uitgevoerd in een hoog-volume centrum, een ziekenhuis waar deze techniek veel wordt toegepast.
Promotores: prof. dr. M.G.H. Besselink en prof. dr. O.R.C. Busch
Co-promotor: prof. dr. U. Siebert en prof. dr. A.J. Moser
Plaats en tijd: Agnietenkapel, 14.00 uur