Wetenschapsagenda juli 2018

Overzicht van de promoties, oraties, symposia en bijeenkomsten van het AMC in juli 2018.

03/07
Promotie
Zambia heeft nieuwe aanpak tuberculose nodig
Nathan Kapata: ‘Tuberculosis in Zambia: defining the status quo and assessing ways to improve prevention, diagnosis and service delivery’.
Tuberculose is een belangrijke oorzaak van ziekte en sterfte in Zambia, net als in andere Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara. Met zijn promotieonderzoek bracht Kapata in kaart hoe de preventie, diagnose en aanpak van deze ziekte ervoor staat. Zijn conclusie: de urgentie om de diagnosecapaciteit en het gezondheidssysteem in het land te verbeteren, is groot.
Kapata stelde vast dat tuberculose een nog grotere belasting vormt voor het land dan eerder was vastgesteld. Hij ontdekte ook dat socio-economische factoren, armoede en het stigma dat aan de ziekte kleeft de aanpak van tuberculose negatief beïnvloeden. En tot slot toonde Kapata aan dat de behandeling van tuberculosepatiënten die resistent zijn tegen medicijnen, veel te wensen overlaat. Veel van hen raken zelfs al uit beeld voordat de behandeling begonnen is.
In de Sustainable Development Goals is vastgelegd dat epidemieën als tuberculose en hiv uiterlijk in 2030 zijn uitgebannen. Om dit te kunnen bereiken, heeft Zambia volgens Kapata dringend nieuwe innovaties en strategieën nodig. Met zijn promotieonderzoek legt de promovendus hiervoor een stevige basis.
Promotores: prof. dr. M.P. Grobusch en prof. dr. F.G.J. Cobelens
Plaats en tijd: Agnietenkapel, 14.00 uur 

04/07
Promotie
Nieuw toegelaten medicijnen niet altijd effectief
Yvonne Schuller: ‘Mind the gap. Bridging the difference between efficacy and effectiveness of orphan drugs’.
Sommige medicijnen die nieuw worden toegelaten tot de markt, blijken minder effectief te zijn dan op grond van hun werkzaamheid mocht worden verwacht. Dit concludeert Schuller in haar promotieonderzoek naar ‘weesmedicijnen’. Dit zijn medicijnen die zijn ontwikkeld voor zeldzame aandoeningen.
Voordat een nieuw geneesmiddel beschikbaar komt voor patiënten, moet er een aantal stappen worden doorlopen. Schuller ontdekte een kloof tussen de werkzaamheid op basis waarvan het medicijn is toegelaten en de effectiviteit in de ‘werkelijke wereld’. Volgens de promovenda zijn daar verschillende oorzaken voor. Zo is het meetresultaat voor de cruciale studie voor autorisatie vaak niet goed bepaald. Ook worden er vaak geen goede dose-finding studies uitgevoerd op basis waarvan de optimale dosis voor patiënten kan worden vastgesteld. Na autorisatie blijkt deze dosis niet altijd optimaal te zijn. Schuller onderzocht ook het effect van een alternatieve benadering van de autorisatie van nieuwe medicijnen. Ze deed dit met medicijnen voor de ziekte van Fabry, een zeldzame erfelijke aandoening. Deze alternatieve benadering zou het ontwikkelingsproces van het nieuwe medicijn waarschijnlijk ten goede gekomen zijn, aldus Schuller.
De studie van Schuller voedt de discussies over de effectiviteit van weesgeneesmiddelen. Mogelijkheden om de kloof tussen werkzaamheid en effectiviteit te dichten, liggen volgens haar in handen van verschillende belanghebbenden: ”Allereerst moeten patiënten en artsen eerder bij het ontwikkelingsproces van nieuwe medicijnen betrokken worden. Ten tweede kan de Europese geneesmiddelenautoriteit kiezen voor alternatieve autorisatieprocessen en strengere regels na autorisatie. En ten slotte moet de farmaceutische industrie zich in studies richten op betere eindpunten en resultaten hiervan ongeacht de uitkomst moeten publiceren.”
Promotor: prof. dr. C.E.M. Hollak
Co-promotores: dr. M. Biegstraaten en dr. V. Styanova-Beninska
Plaats en tijd: Agnietenkapel, 10.00 uur 

04/07
Promotie
Model voorspelt uitkomst radiotherapie met hyperthermie
Caspar van Leeuwen: ‘Biological modeling of thermoradiotherapy’.
Promovendus Van Leeuwen heeft een wiskundig model ontwikkeld waarmee radiotherapeuten het effect een combinatie van radiotherapie en hyperthermie kunnen inschatten. Het model richt zich op de behandeling van baarmoederhalskanker. Chemoradiotherapie is hiervoor de standaardbehandelingswijze, maar bij een contra-indicatie voor chemotherapie is een combinatie van radiotherapie en hyperthermie een goed alternatief.
Volgens Van Leeuwen is het uitgangspunt bij hyperthermie: de tumor zoveel mogelijk te verhitten zonder de temperatuurgrenzen in normaal weefsel te overschrijden. Tegelijkertijd worden behandelplannen voor radiotherapie toegesneden op selectieve bestraling van tumoren, waarbij geen rekening wordt gehouden met de interactie tussen beide behandelingen.
Van Leeuwen ontwikkelde modellen om het verwachte biologische effect van een gecombineerde behandeling vast te stellen. Deze modellen heeft hij vervolgens verwerkt in software die de kwaliteit van gecombineerde behandelplannen kan vaststellen. Hierdoor kunnen praktische vragen worden beantwoord, zoals: Wat is de optimale tijdsinterval tussen de radiotherapiebehandeling en de hyperthermiebehandeling? Daarnaast kan met het model bepaald worden welke patiënten wel en welke geen baat hebben wij hyperthermie als toevoeging op radiotherapie.
Van Leeuwen benadrukt dat het model nog in de kinderschoenen staat: “Voordat het klinisch toegepast kan worden, moet het eerst uitgebreid gevalideerd worden.”
Promotores: prof. dr. C.R.N. Rasch en prof. dr. L.J.A. Stalpers
Co-promotores: dr. J. Crezee en dr. H.P. Kok
Plaats en tijd: Aula, 13.00 uur

04/07
Promotie
Verbeteringen spraak-in-ruis-test
Marya Sheikh Rashid: ‘The evaluation of internet-based speech-in-noise tests for noise-induced hearing loss screening’.
Problemen om spraak te verstaan in een rumoerige omgeving, is vaak een eerste indicator van lawaaislechthorendheid. De functionele spraak-in-ruis-test die het verstaan van spraak in achtergrondruis meet, is een geschikte test voor screening. Sheikh Rashid nam dit type test in haar promotieonderzoek onder de loep.
Sheikh Rashid richtte zich op online spraak-in-ruis-screeningstesten voor lawaaislechthorendheid in twee specifieke populaties: werknemers die beroepsmatig aan lawaai worden blootgesteld en jongeren die in hun vrije tijd langdurig aan harde geluiden (vooral muziek) worden onderworpen. Haar onderzoek heeft verschillende verbeteringen opgeleverd waarmee de bestaande testen verbeterd kunnen worden.
Promotor: Prof. dr. ir. W.A. Dreschler
Co-promotor: dr. M.C.J. Leensen
Plaats en tijd: Agnietenkapel, 14.00 uur

05/07
Promotie
Modellen om complicaties bij zwangerschap te voorspellen
John Allotey: ‘Improving the prediction and prevention of adverse pregnancy outcomes’.
De meeste vrouwen ondergaan een zwangerschap zonder enige complicatie, maar soms heeft de moeder of ongeboren baby een verhoogd risico op een nadelige uitkomst. Allotey heeft in zijn promotieonderzoek gekeken of de uitkomsten van zwangerschap te verbeteren zijn. Hij ontwikkelde voorspellingsmodellen en onderzocht of die te valideren zijn met relevante voorspellers in de dagelijkse klinische praktijk.
Allotey richtte zijn onderzoek op drie categorieën vrouwen. Eén: vrouwen die gezond de zwangerschap ingaan. Twee: vrouwen bij wie tijdens de zwangerschap voor het eerst een hoog risico wordt vastgesteld. En drie: vrouwen die de zwangerschap met een bestaande medische aandoening ingaan. Hij onderzocht ook een nieuwe interventie die vroeggeboorte moet voorkomen. Tijdens zijn promotie deelt hij zijn bevindingen.
Promotores: prof. dr. J.A.M. van der Post en prof. dr. S. Thangaratinam
Co-promotores: prof. dr. B.W.J. Mol en prof. dr. K.S. Khan
Plaats en tijd: Aula, 13.00 uur

05/07
Promotie
Calorierijk voedselpatroon beïnvloedt beloningssysteem in hersenen
Aurea Blancas Velázquez: ‘Palatable food, clock genes and the reward circuitry’.
Overconsumptie van vet en suiker zijn een belangrijke oorzaak van obesitas. Eerdere studies hebben aangetoond dat het eten van grote hoeveelheden vet en suiker het 24-uursritme kan veranderen. Blancas Velázques zoomde in haar promotieonderzoek in op de relatie tussen een vet- en suikerrijk voedingspatroon en het circadiaanse systeem in het brein, dat het 24-uursritme bepaalt. Zij maakte hierbij gebruik van proeven met muizen en ratten. Zij ontdekte dat er bij consumptie van veel vet en suiker abnormale genexpressies plaatsvinden in het beloningssysteem van het brein dat door voeding geactiveerd wordt.
Promotores: prof. dr. S.E. la Fleur en dr. J. Mendoza
Co-promotor: prof. dr. A. Kalsbeek
Plaats en tijd: Agnietenkapel, 14.00 uur

06/07
Promotie
Nieuwe oorzaak ernstige vorm van PCH ontdekt
Tessa van Dijk: ‘Pontocerebellar hypoplasia: genes and phenotypes’.
Pontocerebellaire hypoplasie (PCH) is een zeldzame erfelijke hersenaandoening. Er zijn 17 genen bekend waarvan mutaties PCH veroorzaken. Bij de helft van de kinderen met PCH wordt de erfelijke oorzaak aangetoond, maar bij de andere helft wordt geen mutatie gevonden. Dus waarschijnlijk zijn er nog andere genen betrokken bij het ontstaan van de ziekte. Van Dijk heeft getracht om een aantal van deze onbekende genen te vinden. Ze ontdekte een nieuwe genetische oorzaak voor een zeer ernstige vorm van PCH. MRI-onderzoek leverde bovendien aanwijzingen op voor een neurodegeneratief proces in PCH, waardoor zenuwcellen afsterven.
De behandeling van PCH richt zich op het verlichten van symptomen. Zelfs al is de genetische oorzaak gevonden, dan nog is genezing onmogelijk. Waarom dan toch al die moeite gedaan om nieuwe PCH-genen te vinden? Van Dijk: “Ten eerste schept het stellen van een duidelijke diagnose helderheid. Artsen hoeven dan niet meer verder te zoeken naar andere oorzaken en in soms biedt het meer duidelijkheid over het verloop van de ziekte. Ten tweede kunnen ouders geïnformeerd worden over de kans op nog een kind met PCH te krijgen.”
Er zijn verschillende factoren die een gerichte behandeling van PCH lastig maken. De aandoening is zeldzaam, het ziekteproces begint vaak al voor de geboorte en er zijn verschillende genetische oorzaken voor PCH. De ontdekking van nieuwe genen leidt volgens Van Dijk tot meer inzicht in de verschillende ziektemechanismen: “Om de ziekte gericht af te remmen, moeten we begrijpen wat er precies misgaat en hoe het komt dat zenuwcellen afsterven. Mogelijk is deze kennis in de toekomst ook te vertalen naar andere, vaker voorkomende hersenziekten.”
Van Dijk maakte in haar promotieonderzoek gebruik van Whole Exome Sequencing en Whole Genome Sequencing. Die technieken brengen alle 26.000 genen in één onderzoek in kaart. Ook is het volgens de promovenda belangrijk om een goede zoekstrategie te ontwikkelen, zodat uit alle genetische variaties de mutatie gevonden wordt die bij deze patiënt PCH veroorzaakt.
Promotores: prof. dr. F. Baas en prof. dr. T. Poll-the
Co-promotores: prof. dr. E.J. Meijers-Heijboer
Plaats en tijd: Agnietenkapel, 10.00 uur

06/07
Promotie
Diepe hersenstimulatie is effectief en veilig voor behandeling depressie
Isidoor Bergfeld: ‘Exciting circuits: deep brain stimulation for depression’.
Promovendus Bergfeld onderzocht of diepe hersenstimulatie een effectieve en veilige behandelwijze is voor een moeilijk behandelbare depressie. Hij verrichte klinisch onderzoek, waarbij hij symptomen, bijwerkingen en cognitieve functies van patiënten bijhield. Bergfeld ontdekte dat DBS leidt tot vermindering van depressieve symptomen die niet is toe te schrijven zijn aan placebo-effecten. De bijwerkingen die hij vond, zijn overwegend mild en tijdelijk. Hij vond geen negatieve effecten op cognitieve functies, zoals het geheugen.
Volgens Bergfeld kan zijn onderzoek leiden tot nieuwe behandeling voor patiënten met chronische depressie die nu geen behandelopties hebben. DBS bestaat uit de neurochirurgische plaatsing van elektroden in specifieke hersendelen, die onderhuids zijn verbonden met een neurostimulator die pulsen genereert.
Promotores: prof. dr. D.A.P. Denys en prof. dr. P.R. Schuurman
Co-promotor: dr. M.H.M. Mantione
Plaats en tijd: Agnietenkapel, 12.00 uur

06/07
Promotie
Verdedigingscellen ontregeld bij aderverkalking
Duco Koenis: ‘Nuclear receptors and their co-factors in hermatological and inflammation-driven disorders’.
Bij aderverkalking hopen vetdeeltjes zich in de vaatwand op, waardoor deze ontstoken raakt. De ziekte kan uiteindelijk een hersen- of hartinfarct veroorzaken. Promovendus Koenis ontdekte dat ontstekingscellen die normaal het lichaam verdedigen tegen infecties, tijdens aderverkalking juist ontregeld raken en schade aan de vaatwand veroorzaken. Hij onderzocht hoe de processen van vetophoping en ontsteking worden gereguleerd op celniveau en keek vooral naar de rol van een groep eiwitten, de ‘nucleaire receptoren’.
Deze centrale regelaars bepalen wanneer andere eiwitten worden geproduceerd. Koenis ontdekte dat stofjes die normaal als brandstof voor de cel dienen, bij aderverkalking juist ontstekingsbevorderend werken. In zijn proefschrift beschrijft hij in detail hoe dit precies gebeurt. Zijn onderzoek kan als basis dienen voor nieuwe behandelmethoden in de strijd tegen aderverkalking en hart- en vaatziekten die het gevolg daarvan zijn.
Promotores: prof. dr. C.J.M.de Vries en prof. dr. N. Zelcer
Co-promotores: dr. V. de Waard en dr. S. Huveneers
Plaats en tijd: Agnietenkapel, 14.00 uur

09/07
Promotie
Relatie tussen verwerking energie en biologische klok onderzocht
Satish Sen: ‘Interactions between circadian clocks and feeding behaviour’.
Het energiemetabolisme is nauw verweven met de circadiane klok, die het biologisch ritme in het lichaam bepaalt. Sen heeft de relatie tussen dit biologische ritme en eetgedrag onderzocht. Hij keek naar de afzonderlijke effecten van tijdstip van eten en calorieën op het circadiaanse systeem, en naar de effecten van dit kloksysteem op de verwerking van energie. Het onderzoek van Sen is een ‘joint doctorate’ van de UvA en de Université de Strasbourg. Sen verdedigt zijn proefschrift in Frankrijk.
Promotores: prof. dr. A. Kalsbeek en dr. E. Challet 
Plaats en tijd: Université de Strasbourg, 14.00 uur