Wetenschapsagenda tweede helft januari 2019

Overzicht van de promoties, oraties en bijeenkomsten van het Amsterdam UMC, locatie AMC.

15/01
Promotie
Pijnstilling bij verzwikte enkel

Michel van den Bekerom: ‘Treatment of acute ankle ligament injury’.
Het voorschrijving van pijnstillers met een ontstekingsremmende werking zoals ibuprofen of diclofenac (de zogenoemde NSAID’s) is een nuttige aanvulling bij de behandeling van een verstuikte enkel. Een behandeling met ultrageluid is dat niet. Dit stelt Van den Bekerom in zijn proefschrift over de behandeling van een enkelverstuiking, zowel de behandeling vlak nadat de kwetsuur is ontstaan, als de behandeling daarna. In Nederland hebben ruim 500 duizend personen jaarlijks een blessure van de enkel. Ongeveer 200 duizend van deze blessures ontstaan tijdens sportieve activiteiten. Deze letsels geven aanleiding tot arbeidsverzuim en ook langer durende klachten zijn geen zeldzaamheid. Goede diagnostiek en behandeling zijn dus essentieel. Van den Bekerom keek ook naar betere chirurgische behandeling van blessures die ontstaan bij de verbinding van botten in de enkel door het bindweefsel, zogenoemd syndesmose letsel. Hij stelt dat er vele mogelijkheden zijn om deze kwetsuur met succes te behandelen met relatief weinig complicaties.
Promotor: prof. dr. C.N. van Dijk
Co-promotores: prof. dr. G.M.M.J. Kerkhoffs en dr. ir. L. Blankevoort
Plaats en tijd: Agnietenkapel, 10.00 uur

15/01
Promotie
Niet standaard antibioticum na beroerte

Willeke Westendorp: ‘Preventive antibiotic therapy in acute stroke’. Artsen hoeven geen antibiotica te geven aan álle patiënten met een beroerte. Dit sluit aan bij de medische praktijk. Of een subgroep van patiënten baat kan hebben bij antibiotica moet nog verder worden onderzocht. Dat stelt Westendorp in haar proefschrift over de behandeling van infecties bij patiënten met een beroerte (herseninfarct of hersenbloeding). Infecties komen veel voor bij patiënten die een beroerte hebben gehad, vooral longontstekingen en ontstekingen van de urineweg. Hierdoor herstellen zij slechter van de beroerte. Westendorp onderzocht of de patiënten beter herstellen als ze preventief antibiotica krijgen. Westendorp heeft in Nederland bij 2550 patiënten met een beroerte onderzoek gedaan. De ene helft kreeg een behandeling met antibiotica naast de standaard zorg, de andere groep kreeg alleen standaard zorg. Drie maanden na de beroerte bleek er geen groot verschil te zijn tussen de twee groepen. De patiënten die antibiotica kregen hadden minder infecties, dat kwam voornamelijk door een afname in ontstekingen van de urineweg. Het aantal longontstekingen was niet afgenomen. Longontsteking is juist de infectie met het sterkste effect op hoe de patiënt herstelt na de beroerte.
Promotor:
prof. dr. D. van de Beek
Co-promotor: dr. P.J. Nederkoorn
Plaats en tijd: Agnietenkapel, 14.00 uur

17/01
Promotie
Langdurige verstoring van biologische klok

Frederik Buijs: ‘The circadian system: A regulatory feedback network of periphery and brain’. De suprachiasmatische kern (SCN), een gebiedje in de hersenen dat het bioritme in stand houdt, functioneert niet alleen als een geavanceerd timingsmechanisme, maar is geïntegreerd in meerdere circuits die betrokken zijn bij de regeling van fysiologische en gedragsfuncties in het lichaam. Dat stelt Buijs in zijn proefschrift over de precieze rol van de SCN in de hersenen. Hij concludeert dat in de hersenen terugkoppelingscircuits bestaan waardoor het biologisch ritme bestand is tegen kortstondige verstoringen. Echter, maanden of jaren van tegenstrijdige feedback, slecht getimed gedrag of chronische jetlag en het werken in ploegendiensten, maken een individu gevoeliger voor verstoringen en dus voor ziekte. Omdat we de complexiteit van de functie van het bioritme en van de verwevenheid met lichaamfuncties steeds beter begrijpen, zijn we beter in staat om de veranderingen te snappen waarmee het lichaam zich aanpast aan verstoringen. Schade aan de biologische klok na langdurige ontregeling door drugsgebruik, vroegtijdige blootstelling aan licht of wanordelijk gedrag zal leiden tot signalen die in staat zijn om deze harmonie te verstoren. De persoon raakt meer in onbalans en is daardoor vatbaar voor ziekte. Uiteindelijk zal dit inzicht helpen om nieuwe behandelingsmethoden te ontdekken voor bijvoorbeeld kanker, obesitas, hart- en vaatziekten en dementie.
Promotores: prof. dr. D.F. Swaab en prof. dr. A. Kalsbeek
Plaats en tijd:
Agnietenkapel, 12.00 uur

18/01
Promotie
Meer inzicht in het ontstaan van immuunrespons

Ivo Hansen: ‘Fc receptor activation controls cytokine production by human antigen-presenting cells’. Receptoren, in dit geval eiwitten op het oppervlak van bepaalde cellen, spelen een belangrijke rol bij het sturen van de immuunrespons van het lichaam. Dat laat Hansen zien in zijn proefschrift over de functie van fc-receptoren bij de activatie van cellen die een belangrijke rol spelen in het afweersysteem, de antigeen-presenterende cellen. Hansen stelt dat de immuunrespons wordt gestuurd door de anti-bacteriologische respons te versterken. Dit mechanisme is aanwezig in verschillende typen afweercellen, maar het effect is verschillend en waarschijnlijk weefselafhankelijk. Daarnaast kan het fungeren als een signaal voor infectie in weefsels die gekoloniseerd zijn door bacteriën. De geobserveerde reactie komt sterk overeen met ontstekingziektes, wat betekent dat dit mechanisme potentieel ook hierbij een rol kan spelen. Het onderzoek beschreven in dit proefschrift geeft nieuwe inzichten hoe antilichamen een ontstekingsreactie kunnen opwekken. Het begrijpen van dit proces kan leiden tot nieuwe behandelingen van auto-immuunziektes waar antilichamen een rol spelen, zoals reumatoïde artritis. Hierbij valt het eigen afweersysteem gezonde cellen aan. Promotor: prof. dr. D.L.P. Baeten
Co-promotor: dr. J. den Dunnen
Plaats en tijd: Agnietenkapel, 12.00 uur

18/01
Promotie
Genetische studie naar uitzaaiing borstkanker

Cemile Savci Heijink: ‘Genomic characteristics of metastatic breast cancer’. Uitzaaiingen blijven de belangrijkste doodsoorzaak voor patiënten met borstkanker. Savci Heijink wilde het gedrag begrijpen van uitgezaaide borstkankercellen door de primaire borsttumoren genetisch te ontrafelen. Meer specifiek zijn haar studies gericht op het identificeren van de genetische kenmerken van primaire borsttumoren die voorspellen hoe de kanker zich naar organen uitzaait, en die voorspellen wat de reactie op een therapie en de patiënt zal zijn. Zij vond genetische kenmerken die gecorreleerd zijn met het uitzaaiingspatroon. Maar die kenmerken kunnen het gedrag van uitgezaaide borstkanker niet volledig verklaren. Bovendien tonen de analyses aan dat de correlaties tussen genexpressieprofielen van de primaire borstcarcinomen en de voorspelling van de respons op chemotherapie verschillen, afhankelijk van hoe de behandeling er precies uit ziet. Promotor: prof. dr. M.J. van de Vijver Co-promotor: dr. H.M. Horlings Plaats en tijd: Agnietenkapel, 14.00 uur

23/01
Promotie
Behandeling ernstige aandoening van elleboog

Rens Bexkens: ‘Osteochondritis dissecans van het capitellum’. Osteochondritis dissecans (OCD) van het capitellum is een elleboogaandoening waarbij zowel het bot als het overliggende kraakbeen zijn aangedaan. Je ziet de blessure vaak bij jonge sporters die honkballen, tennissen of turnen. Bexkens heeft onderzocht hoe de blessure het best kan worden beoordeeld met scans en welke patiënten in aanmerking komen voor een operatie. Ook wilde hij weten of het mogelijk is donorweefsel te nemen uit de aangedane elleboog in plaats van uit de knie. Hij stelt dat een bepaalde vorm van CT, de 3D CT-scan, een betrouwbare manier is om OCD van de elleboog te beoordelen qua locatie en grootte. Ook geeft hij aan met welke factoren de chirurg rekening moet houden om een operatie van de elleboog te doen slagen. Bij patiënten met een open groeischijf, die relatief kort klachten hebben, is de kans op succes het grootst. Daarnaast vond Bexkens aanwijzingen dat het mogelijk is om donorweefsel uit de aangedane elleboog te nemen in plaats van uit de knie. Dit laatste moet nog nader worden onderzocht.
Promotores:
prof. dr. D. Eygendaal en prof. dr. G.M.M.J. Kerkhoffs
Co-promotor:
dr. J.N. Doornberg
Plaats en tijd:
Agnietenkapel, 12.00 uur

24/01
Oratie The road not taken
Ter gelegenheid van haar benoeming tot hoogleraar Translational Cardiothoracic Surgery houdt prof. dr. Jolanda Kluin haar oratie, getiteld ‘The road not taken’.

Onderzoek doen is van essentieel belang voor de ontwikkeling van de hartchirurgie. Chirurg-onderzoekers kunnen het verschil maken in het leven van hun patiënten. En translationeel onderzoek, het vertalen van wetenschappelijk onderzoek naar de praktijk, is belangrijk voor de hartchirurgie. Allereerst zou de hartchirurgie niet bestaan zonder onderzoek. Zo is de uitvinding van de hartlongmachine essentieel geweest voor het ontstaan van de hartchirurgie. Ook methodes om het hart veilig stil te leggen, zijn ontwikkeld in het laboratorium. Alle kunsthartkleppen die we gebruiken zijn eerst getest in laboratoriumopstellingen en daarna in diermodellen. Ten tweede verbeteren hartchirurgen die translationeel onderzoek doen het vak. In het AMC doen we onderzoek naar nieuwe beeldvorming (3D flow MRI) om bloedstromen in het hart te kunnen zien. Ook wordt er hard gewerkt aan nieuwe (lichaamseigen) hartkleppen en zelfs aan een nieuw, hybride, hart dat deels bestaat uit een zachte robot en deels uit lichaamseigen cellen. Behalve onderzoek in het laboratorium doen we onderzoek naar de uitkomsten van hartoperaties op onze patiënten en werken we samen met veel grote hartcentra in de wereld om onze krachten te bundelen. Tot slot is onderzoek belangrijk omdat artsen betere dokters worden door wetenschappelijke training. Een wetenschappelijke cultuur ontbreekt vaak in hartchirurgische klinieken, translationeel onderzoek is vaak een ‘road not taken’, een weg die niet wordt ingeslagen. Zo’n cultuur begint met een voorbeeld. De leerstoel Translational Cardiothoracic Surgery is een fantastische mogelijkheid om deze cultuur te scheppen en verder vorm te geven.
Plaats en tijd:
Aula, 16.00 uur

25/01
Promotie
Dokters en doodgaan

Katja ten Cate: ‘Do doctors’ personal views influence their professional care at the end of life – and should they?’ Artsen laten hun persoonlijke opvattingen over (goed) sterven, medische hulp daarbij, en omgaan met ziekte, lijden, aftakeling en afhankelijkheid, van invloed zijn op de zorg die ze verlenen rond het levenseinde. Ze doen dat niet altijd op een manier die ethisch wenselijk of gerechtvaardigd is. Dat stelt Ten Cate in haar proefschrift over de invloed van persoonlijke opvattingen van artsen op hun zorg rond het levenseinde, en de wenselijkheid daarvan. Ze wil een ethische reflectie bieden op de invloed die de visies hebben op dergelijke zorg. Haar centrale vraag: is het ethisch te rechtvaardigen dat de persoonlijke visie van artsen hun professionele zorg rond het levenseinde beïnvloedt, en zo ja in welke mate? Ten Cate concludeert dat artsen zich bewuster moeten worden van hun persoonlijke opvattingen en hoe ze die mee laten spelen in de levenseindezorg die ze verlenen. Ook moeten ze daarop kritisch reflecteren. Daarnaast is er volgens haar een breder maatschappelijk en ook professioneel debat nodig over de plaats van persoonlijke opvattingen van artsen in de zorg rond het levenseinde.
Promotor: prof. dr. S. van de Vathorst
Co-promotor: dr. D.G. van Tol
Plaats en tijd:
Aula, 13.00 uur

25/01
Promotie
Meer zicht op Multiple Sclerose

Iliana Michailidou: ‘Complement in Multiple Sclerosis’. Michailidou probeerde de rol van complement, een hoeksteen van de aangeboren immuniteit, te ontrafelen. Complement is een eiwit dat circuleert in de bloedbaan en speelt een belangrijke rol bij de verdediging van het lichaam tegen ongewenste micro-organismen. In deze studie staat de progressie van multiple sclerose centraal. Multiple sclerose (MS) is een chronische neurologische ontstekingsziekte die wereldwijd meer dan twee miljoen mensen treft. De aandoening is nog steeds onbehandelbaar. MS treft mensen op jonge leeftijd en heeft een grote sociaal-economische impact. Daarom is het van groot belang om een therapie te vinden die de achteruitgang bij deze patiënten voorkomt of terugdraait. In deze studie is getest of complement een therapeutische mogelijkheid kan zijn voor patiënten met multiple sclerose. De promovenda stelt dat studies naar de rol van complement bij multiple sclerose belangrijke inzichten kunnen geven in de mechanismen die ziekte-gerelateerde veranderingen in de hersenen van patiënten aansturen. Ze stelt verder dat complementair onderzoek als leidraad kan dienen voor therapieën die gericht zijn op het voorkomen van chronische klinische handicaps, zoals cognitieve of motorische handicaps. Ook zijn er bepaalde eiwitten of regulatoren die met complement te maken hebben, die kunnen worden gebruikt als biomarkers voor de diagnose multiple sclerose of de indicatie van progressie.
Promotor:
prof. dr. F. Baas
Co-promotores: dr. K. Fluiter (Universiteit Leiden) en dr. V. Ramaglia (Universiteit van Toronto)
Plaats en tijd: Agnietenkapel, 14.00 uur

31/01
Promotie Betere bestraling slokdarmkanker

Peng Jin: ‘Geometrical variability of esophageal tumors and its implications for accurate radiation therapy’. Tijdens de radiotherapeutische behandeling van slokdarmkanker is het nooit precies duidelijk waar de tumor zich bevindt. Dat komt door intekenvariaties, orgaanbewegingen en dagelijkse variaties in de instelling van de bestralingsapparatuur. Jin heeft onderzocht hoe groot deze geometrische onzekerheid is en welke klinische impact dit kan hebben. Hij stelt voor markers te gebruiken die de variaties bij het intekenen van het tumorgebied op de CT verminderen. Ook kan de marge die compenseert voor alle onzekerheden worden verkleind door botten te gebruiken als surrogaat voor de positievariatie. Daarnaast kan het gebruik van de middenpositie-strategie de dosis verminderen die gezonde organen zoals long en hart en longen krijgen, ten opzichte van de inwendig-doelgebied strategie. Deze onderzoeken hebben een belangrijke invloed op de keuzes van bestralingstherapie voor slokdarmkanker. Een nieuwe marge die compenseert voor de onzekerheid kan de stralingsdosis op de gezonde organen verminderen.
Promotor:
prof. dr. C.R.N. Rasch
Co-promotores:
dr. T. Alderliesten en dr. M.C.C.M. Hulshof
Plaats en tijd:
Agnietenkapel, 12.00 uur