Wetenschapsagenda tweede helft maart 2019

Overzicht van de promoties, oraties, symposia en bijeenkomsten van Amsterdam UMC, locatie AMC.

19-03
Promotie
Hart- en vaatziekten in Indonesië
Andriany Qanitha: ‘Etiology, management and outcomes of patients with coronary artery disease in a resource-poor Indonesian setting: learning from the local evidence’.
Kinderen van wie de moeder tijdens de zwangerschap complicaties had, hebben in hun latere leven meer kans op ernstige problemen met hart en vaten (een acuut coronair syndroom). Dit geldt in het bijzonder als de moeders hoge bloeddruk en vaak ook een infectieziekte hadden. Dat blijkt uit het promotie-onderzoek van Qanitha, dat zij in Indonesië heeft gedaan. Zij onderzocht daar op het platteland de relatie tussen zwangerschap en hart- en vaatziekte van het kind op latere leeftijd.
Er is bewijs dat in hoge-inkomenslanden infecties op de kinderleeftijd een onafhankelijke voorspeller zijn voor ziekenhuisopnames na een hart- of vaatziekte. Het was onduidelijk of infecties waaraan veel kinderen in Indonesië lijden ook een invloed hebben, naast andere factoren. Qanitha stelde vast dat de kans op problemen aan hart en vaten drie keer zo groot is als de baby of het jonge kind veel infecties heeft doorgemaakt.
Het tweede deel van haar proefschrift gaat over de zorg aan patiënten met hart- en vaatziekten. Qanitha heeft patiënten onderzocht met acute pijnklachten op de borst, die zich melden bij de Eerste Harthulp van een kliniek in Makasar, een grote stad op Zuid Celebes. Ze constateert dat mensen met een kransvatziekte in Indonesië vooral jonge mannen zijn die veel risico lopen. Meer dan de helft leed aan het metabool syndroom en hoge bloeddruk. Eenderde had suikerziekte of maakte al eerder een hartinfarct door. De meerderheid van de patiënten woonde op het platteland en had naar Indonesische maatstaven een laag tot middel-laag inkomen. Het merendeel rookte. De patiënten meldden zich relatief laat en hadden daardoor ernstige symptomen. Hun behandeling en nabehandeling waren zelden conform de geldende richtlijnen.
Promotores: prof. mr. dr. B.A.J.M. de Mol en prof. dr. J.P.S. Henriques
Copromotor:
dr. C.S.P.M. Uiterwaal (Universiteit Utrecht)
Plaats en tijd: Agnietenkapel, 14.00 uur

20-03
Promotie
RNA I en CRISPR-Cas verbeterd
Zongliang Gao: ‘Optimized expression of small therapeutic RNAs’.
Gao kijkt hoe nieuwe technieken als RNA interferentie en CRISPR-Cas gebruikt kunnen worden voor de behandeling van hiv/aids en andere infectieziekten. Met deze twee technieken is het mogelijk het genetisch materiaal te boetseren tot elk gewenst resultaat. Veelbelovend maar ingewikkeld. Gao heeft een aantal problemen met RNA i en CRISPR-Cas opgelost voor wetenschappelijke en therapeutische doeleinden.
Promotor: prof. dr. B. Berkhout
Copromotor:
dr. E. Herrera Carrillo
Plaats en tijd:
Agnietenkapel, 12.00 uur

20-03
Promotie
Lengte bepaalt effect trainingsprogramma hartpatiënt
Tom Vromen: ‘Optimising exercise based cardiac rehabilitation programs in the Netherlands. One size does not FIT all’.
Wát een hartpatiënt tijdens een revalidatietraining precies doet, is minder belangrijk. Het is de omvang van het trainingsprogramma die in hoge mate het effect bepaalt van zijn inspanning. Dat stelt Vromen in zijn proefschrift over het optimale trainingsprogramma voor hartpatiënten.
Revalidatieprogramma’s van Nederlandse hartrevalidatie-instellingen blijken van elkaar te verschillen, onafhankelijk van welke patiënten er komen. Daarnaast houden de therapeuten in die centra nauwelijks tot geen rekening met individuele patiëntkarakteristieken bij het voorschrijven van een programma. Ook het gebruik van een computer-beslissysteem bleek niet in staat grote verbeteringen aan te brengen bij het samenstellen van een trainingsprogramma afgestemd op de wensen van het individu.
Vromen meldt dat het daarom geen enkel probleem is om het programma aan te passen aan de wensen van de patiënten, als de duur ervan maar hetzelfde blijft. Het voordeel hiervan is dat de patiënt beter kan kiezen wat hij of zij wil. Dat vergroot de kans dat de patiënt na afloop van de hartrevalidatie de actieve levensstijl volhoudt.
Promotores: prof. dr. A. Abu-Hanna en prof. dr. N.B. Peek (University of Manchester)
Copromotor:
dr. H.M.C. Kemps (Maxima Medisch Centrum)
Plaats en tijd:
Agnietenkapel, 14.00 uur

21-03
Promotie
Betere schatting sterfte door tuberculose
Alberto García-Basteiro: ‘An evaluation of data sources, strategies and new diagnostics in a high tuberculosis and HIV burden setting’.
De huidige methoden om tuberculose (tbc) als doodsoorzaak vast te stellen zijn niet optimaal. Dat heeft gevolgen voor de schattingen van de sterfte door deze infectieziekte. Met nieuwe, zeer gevoelige moleculaire instrumenten en nieuwe strategieën (zoals minimaal invasieve autopsie) kunnen artsen beter bepalen wat het aandeel is van tbc in de totale sterfte, met name in landen zonder goed werkend registratiesysteem.
Dat zegt García-Basteiro in zijn proefschrift over nieuwe methoden om de omvang en verspreiding van veel voorkomende infecties als tbc en hiv te bepalen. Tuberculose is een van de belangrijkste gezondheidsproblemen van de 21e eeuw. De Wereldgezondheidsorganisatie schat dat de ziekte in 2017 ongeveer 1,6 miljoen levens heeft gekost. Het vaststellen van tbc als doodsoorzaak, is relevant omdat het helpt de ware omvang van de ziekte te begrijpen ten opzichte van andere aandoeningen. Dit is cruciaal voor het plannen en prioriteren van gezondheidsinterventies en het toewijzen van middelen.
Er is volgens de onderzoeker veel onzekerheid over de werkelijke sterfte als gevolg van tuberculose. Nu is het zo dat instellingen voor een bepaald land elk een andere ramingen geven van de lasten. Het centrale doel van zijn proefschrift is het evalueren van verschillende strategieën en benaderingen om de tbc-sterfte te bepalen. De meeste gegevens verzamelde García-Basteiro in Zuid-Mozambique, een gebied met lage inkomens en een grote sterfte door tbc en hiv.
Promotores: prof. dr. F.G.J. Cobelens en prof. dr. P.L. Alonso
Copromotores:
dr. E.V. Macete en dr. S.M. Hermans
Plaats en tijd:
Agnietenkapel, 10.00 uur

22-03
Promotie
Betere eHealth voor 50-plusser
Gaby Anne Wildenbos: ‘Design speaks: Improving patient-centeredness for older people in a digitalizing healthcare context’.
De ontwikkelaars van eHealth moeten rekening houden met oudere patiënten. Wildenbos’ onderzoek biedt daartoe handvatten. Het laat zien hoe interfaces van eHealth kunnen inspelen op barrières die te maken hebben met ouderdom en de context waarin oudere patiënten eHealth gebruiken. Ook ondersteunt dit onderzoek de ontwikkeling en evaluatie van eHealth, door te laten zien hoe je oudere patiënten hierbij kan betrekken.
Wildenbos onderzocht hoe eHealth beter kan aansluiten bij 50-plussers. Zij keek vooral naar mobiele zorgapps en patiëntportalen op websites. eHealth beoogt ‘zorg op maat’ aan te bieden. Dit is een hedendaags kenmerk van goede zorg, die is afgestemd op individuele behoeften en wensen van een patiënt. Dat biedt kansen voor mensen met bijvoorbeeld een chronische aandoening om meer regie te krijgen in hun zorgproces. Veelal zijn deze personen ouder dan 50 jaar. Vaak sluit eHealth nog niet goed aan bij de (digitale) wensen en behoeften van deze groep, terwijl zij juist van eHealth kunnen profiteren.
Dit onderzoek laat zien hoe je kan balanceren tussen de snelle technologische ontwikkelingen van eHealth en de gebruikersbehoeften van de oudere patiënt. Dat is belangrijk omdat eHealth de oplopende zorgkosten kan drukken als gevolg van de vergrijzing.
Promotor: prof. dr. M.W.M. Jaspers
Copromotor:
dr. L.W.P. Dusseljee-Peute
Plaats en tijd: Aula der Universiteit, 11.00 uur

22-03
Promotie
Auto-immuunziekten van het bloed
Christine Bruggeman: ‘Expression and function of Fc-gamma receptors. Binding of immunoglobulin G and its glycoforms’.
Patiënten met een ziekte waarbij het lichaam zelf rode bloedcellen (auto-immuun hemolytische anemie) of bloedplaatjes (immuunthrombocytopenie) afbreekt, worden behandeld met antilichamen. Die moeten verhinderen dat het lichaam de vitale cellen aanvalt.
Deze antilichamen zijn gezuiverd uit het bloedplasma van gezonde donoren. Het is nog niet helemaal duidelijk hoe deze behandeling precies werkt.
Bruggemans onderzoek geeft meer inzicht in de behandeling. Het doel is de therapie voor deze patiënten met een auto-immuunziekte van het bloed effectiever (en minder belastend voor de patiënt) te maken. Bovendien is die kennis nodig om bloedarmoede, een ernstige bijwerking, te verminderen of te voorkomen.
Centraal in het onderzoek staat de interactie tussen twee bestanddelen van het afweersysteem: de Fc-gamma receptoren en immunoglobuline G. Bruggeman beschrijft enkele nieuwe vondsten op dit terrein en verklaart waarom de bijwerking bloedarmoede alleen optreedt als er een onderliggende ontsteking is.
Promotor: prof. dr. T.W. Kuijpers
Copromotor:
prof. dr. T.K. van den Berg
Plaats en tijd:
Agnietenkapel, 12.00 uur

22-03
Promotie
Ernstige zwangerschapsmisselijkheid is niet nadelig voor kind
Marjette Koot: ‘Hyperemesis Gravidarum: definition, treatment, prognosis and offspring outcome’.
Het opsporen van bepaalden moleculen (ketonen) in de urine is geen goede graadmeter om de ernst of duur van zwangerschapsmisselijkheid te bepalen. Het geven van sondevoeding heeft geen gunstige invloed op het beloop van de ziekte en wordt afgeraden. Wel is duidelijk dat ernstige misselijkheid tijdens de zwangerschap geen nadelige gevolgen heeft voor de gezondheid en ontwikkeling van het kind.
Dat blijkt het uit proefschrift van Koot over ernstige misselijkheid en braken (Hyperemesis Gravidarum of HG) in de vroege zwangerschap. Vrouwen kunnen hierdoor in het ziekenhuis belanden met verschijnselen als uitdroging en ernstig gewichtsverlies. Er is geen test om een goede diagnose te stellen, het is onduidelijk wat de beste behandeling is en ook de gevolgen voor het kind waren tot nu toe onbekend.
Het onderzoek heeft meer kennis opgeleverd, maar leidde niet tot het vinden van de oorzaak van HG. Koot slaagde er niet in om een goede test te ontwikkelen die de ziekte vaststelt of de ernst ervan bepaalt. Daardoor is het moeilijk om te bepalen welke zorg de patiënten nodig hebben. Bovendien is er weinig hoogwaardig wetenschappelijk onderzoek naar effectieve therapieën voor HG, waardoor de behandeling verre van optimaal is. Sondevoeding blijkt niet te helpen.
Gelukkig heeft de ernstige zwangerschapsmisselijkheid weinig gevolgen voor het kind. Koot komt tot deze conclusie door naar de gezondheid te kijken van kinderen van 8 en 16 jaar oud.  
Promotor: prof. dr. T.J. Roseboom
Copromotores:
dr. R.C. Painter en dr. I.J. Grooten
Plaats en tijd:
Agnietenkapel, 14.00 uur

27-03
Promotie
Soa’s thuis opsporen
Martijn van Rooijen: ‘Strategies for clinical and public health management of sexually transmitted infections’.
Er zijn steeds meer online methoden en laboratoriumtesten waarmee mensen thuis kunnen testen of ze een seksueel overdraagbare aandoening (soa) hebben opgelopen. Sommigen gebruiken de mogelijkheid om online sekspartners te waarschuwen, maar de overgrote meerderheid weet dit op een andere manier te regelen.
Dat is een van de conclusies uit het proefschrift van Van Rooijen over nieuwe methoden voor de soa-poli bij het opsporen en behandelen van seksueel overdraagbare aandoeningen. Ook keek hij hoe vaak bepaalde soa’s voorkomen. De meest gevonden soa’s waren: chlamydia in de keel bij vrouwen en homomannen, hepatitis C bij hiv-geïnfecteerde homomannen, chlamydia en gonorroe bij homomannen die medicijnen kregen om een hiv-besmetting te voorkomen (na een risicovol seksueel contact) en chlamydia en gonorroe bij slachtoffers van seksueel geweld. Urogenitale lymphogranuloma venereum (lgv) en meticilline-resistente Staphylococcus aureus (MRSA) bleken relatief weinig voor te komen.
Soa-poli’s zijn zich ervan bewust dat screening nodig is in specifieke groepen met veel geslachtsziekten. Zij zijn een belangrijke aanvulling voor andere zorgverleners zoals hiv-behandelaren (hepatitis C) en centra voor seksueel geweld.
Promotor: prof. dr. H.J.C. de Vries
Copromotores:
dr. M.F. Schim van der Loeff en dr. ir. M.G. van Veen (GGD Amsterdam)
Plaats en tijd:
Aula der Universiteit, 13.00 uur

28-03
Promotie
Obese vrouwen krijgen vaker kinderen met gedragsproblemen
Malou Menting: ‘Maternal obesity and child development’.
Overgewicht vóór en tijdens de zwangerschap (maternale obesitas) heeft tot gevolg dat de kinderen zich neurologisch gezien slechter ontwikkelen. De kans op een gedragsprobleem bij de kinderen is 50 tot 80 procent hoger dan bij moeders met een normaal gewicht. Dat blijkt uit onderzoek van Menting.
Studies met dieren suggereren dat maternale obesitas tot een slechtere neurologische ontwikkeling (en een duidelijk slechtere lichamelijke gezondheid) leidt van het nageslacht. Menting heeft niet kunnen aantonen dat leefstijlinterventies bij obese vrouwen vóór de zwangerschap de neurologische ontwikkeling van de kinderen beïnvloeden. Daarvoor zijn meer en grotere onderzoeken nodig.
Obesitas wordt gezien als een groot gezondheidsprobleem. De schatting is dat 7 tot 25 procent van de Europese vrouwen in de vruchtbare leeftijd ernstig overgewicht heeft. In de Verenigde Staten is dat ongeveer 20 procent.
Mentings onderzoek is deel van een groter project waarin ook wordt onderzocht wat het effect is van leefstijlinterventies bij vrouwen met obesitas én een zwangerschapswens op de (mentale) gezondheid van de vrouwen zelf. Zie: www.womb-project.nl
Promotor: prof. dr. T.J. Roseboom
Copromotores:
dr. R.C. Painter en dr. C. van de Beek
Plaats en tijd:
Agnietenkapel, 14.00 uur

29-03
Promotie
Veel variatie bij behandeling chronische alvleesklierontsteking
Usama Ahmed Ali: ‘Advances in epidemiology and management of chronic pancreatitis’.
Er is veel variatie in de behandeling van chronische ontsteking van de alvleesklier (chronische pancreatitis of cp). Artsen kiezen voor verschillende benaderingen omdat niet goed wetenschappelijk onderbouwd is hoe je cp het best kunt aanpakken. Zo verschillen de meningen over optimaal aanvullend onderzoek als de arts vermoedt dat de patiënt te weinig spijsverteringsenzymen afscheidt, over beeldvorming bij complicaties en over de keuze tussen endoscopie en chirurgie in een vroege fase van de ziekte.
Ali ziet soms ook grote variatie in aanpak als er wél voldoende bewijs is. Voorbeelden hiervan zijn misdiagnose van cp bij aanwezigheid van kalkafzettingen in de alvleesklier, gebruik van het enzym amylase om cp vast te stellen en gebruik van pancreas-enzymen voor de behandeling van pijn. Dergelijke aspecten kunnen verbeterd worden door gerichte educatie en het beter volgen van bestaande richtlijnen.
Dat kan mede worden bereikt door de Nederlandse Chronische Pancreatitis Registratie (CARE). CARE is in 2010 opgezet binnen de Pancreatitis Werkgroep Nederland. Ruim dertig Nederlandse ziekenhuizen doen hieraan mee. Het doel is het in kaart brengen en volgen van patiënten. Er worden data verzameld over klachten, beloop, interventies en uitkomsten van behandelingen. Om mensen in een vroege fase te kunnen volgen, komt iedereen met verdenking op cp of terugkerende pancreatitis in aanmerking voor CARE. In de eerste drie jaar zijn er 1.218 patiënten geïncludeerd.
Dit alles moet leiden tot antwoorden op belangrijke vragen bij deze aandoening.
Promotores:
prof. dr. M.A. Boermeester en prof. dr. H.G. Gooszen
Plaats en tijd:
Agnietenkapel, 10.00 uur

29-03
Promotie
Veilige overgang van ziekenhuis naar huis bij ouderen is essentieel
Rosanne van Seben: ‘The impact of acute hospitalization on older persons: experiences, outcomes and improvements’.
Een veilige overgang van ziekenhuis naar huis is belangrijk voor acuut opgenomen ouderen. Toekomstige interventies moeten bewustzijn blijven creëren over het belang van een goede overdracht en een tijdige ontslagbrief naar degenen die de zorg overneemt als de patiënt het ziekenhuis verlaat. Dat stelt Van Seben in haar proefschrift over het verbeteren van de ontslagprocedure van ouderen uit het ziekenhuis.
Adequate follow-up na een ziekenhuisopname begint bij het in kaart brengen van geriatrische syndromen bij opname en communicatie over de aanwezigheid van deze syndromen naar degene die de zorg van het ziekenhuis overneemt: bijvoorbeeld de huisarts of een specialist in een ander ziekenhuis. Daarnaast is goede begeleiding van de overgang van ziekenhuis naar huis essentieel. Dat stimuleert het herstel van functieverlies en voorkomt onnodige heropnames. Ook kan dan de juiste zorg worden ingezet wanneer iemand in zijn of haar laatste levensfase is.
Acute ziekenhuisopnames zijn risicovol voor ouderen. Een groot deel van deze patiënten krijgt te maken met functieverlies, heropnames en overlijden. Van Seben wilde met haar onderzoek de gevolgen van een ziekenhuisopname beperken. Ze verbeterde onder andere de ontslagprocedure in verschillende ziekenhuizen. Ook keek ze naar de zorg na ontslag. Daarnaast onderzocht ze tot drie maanden na ontslag uit het ziekenhuis het beloop van geriatrische syndromen en de relatie tussen deze syndromen en functieverlies, heropnames en sterfte.
Het is belangrijk dat de zorg voor ouderen na een acute ziekenhuisopname wordt voortgezet, benadrukt Van Seben. Opnames worden namelijk steeds korter, waardoor ouderen voor een groot deel thuis moeten herstellen. Vaak vinden ze het moeilijk om na ontslag hun dagelijks leven weer op te pakken. Ze kunnen zichzelf niet goed redden, terwijl dat wel van ze wordt verwacht. Uit de cijfers van Van Seben blijkt dat eenderde van de ouderen binnen drie maanden na ontslag weer met spoed naar het ziekenhuis moet.
Promotores: prof. dr. B.M. Buurman-van Es en prof. dr. S.E. Geerlings
Plaats en tijd:
Aula der Universiteit, 11.00 uur

29-03
Promotie
Methodes om bloedplaatjes langdurig te bewaren
Maaike Rijkers: ‘Challenges in platelet transfusion. From storage to alloimmunization’.
Dit proefschrift beschrijft wat de beste methode is voor het langdurig bewaren van bloedplaatjes. Bij het bewaren ervan moet je rekening houden met bepaalde antistoffen op de plaatjes die zich kunnen vormen als een patiënt een transfusie met bloedplaatjes heeft gehad. Deze antistoffen breken de bloedplaatjes af.
Uit het onderzoek van Rijkers komt een bepaalde bewaarvloeistof duidelijk als beste naar voren. Ook heeft ze ontdekt hoe de antistoffen op bloedplaatjes kunnen ontstaan. In haar proefschrift doet ze suggesties hoe die klaring van de bloedplaatjes direct na transfusie kan worden voorkomen. Rijkers deed haar onderzoek bij Sanquin, de instelling die verantwoordelijk is voor de bloedvoorziening in Nederland.
Promotores: prof. dr. J.J. Voorberg en prof. dr. F.W.G. Leebeek
Copromotores:
dr. A.J.G. Jansen en dr. G. Vidarsson
Plaats en tijd:
Agnietenkapel, 14.00 uur