11 apr 2019 | Verhaal

Samen sterk tegen de teek

De jaarlijkse Week van de Teek staat voor de deur. Professor Joppe Hovius, hoofd van het Amsterdams Multidisciplinair Lymecentrum (AMLC), vertelt wat er in Amsterdam UMC gebeurt op het gebied van deze kleine, spinachtige beestjes.

De ziekte van Lyme in Nederland

In Nederland worden jaarlijks meer dan 1 miljoen mensen gebeten door een teek. Zo’n 27.000 van hen krijgen de ziekte van Lyme. Veroorzaker van deze ziekte is een bacterie en ongeveer 1 op de 5 teken is daarmee besmet. De ziekte van Lyme kan gepaard gaan met uiteenlopende klachten, maar het meest voorkomende - en vaak het eerste - symptoom is een rode vlek of kring rondom de tekenbeet. De huisarts kan dan antibiotica voorschrijven. ‘Maar soms is de ziekte van Lyme niet goed vast te stellen, of houden patiënten klachten nadat zij een antibioticakuur hebben gehad. Dat maakt hen uiteraard ongerust. Het is voor dit type problemen dat de huisarts een patiënt kan doorverwijzen naar een expertisecentrum voor Lymeziekte’, vertelt prof. dr. Joppe Hovius.

Het Nederlands Lymeziekte-expertisecentrum

Amsterdam UMC werkt samen met het Radboudumc, het RIVM en de Lymevereniging in een expertisecentrum voor Lyme. Samen kunnen ze betere en gespecialiseerde zorg leveren en doen ze veel onderzoek naar teken en de ziekte van Lyme.

Ten einde raad

De ziekte van Lyme is vaak in het nieuws. Sommige patiënten vinden dat er onvoldoende wordt gedaan om de ziekte vast te stellen of te behandelen. Anderen zoeken hun heil in alternatieve therapieën. ‘Deze mensen zijn vaak lang ziek en hebben klachten die hen erg beperken in hun dagelijks leven. De diagnose zieke van Lyme kan niet altijd worden gesteld of bevestigd. Geregeld zie ik patiënten met langdurige symptomen die al bij meerdere specialisten zijn geweest’, vertelt Hovius. ‘Ik snap heel goed dat iemand dan van alles wil proberen om beter te worden.’ Helaas kan niet iedereen met een verwijzing naar een expertisecentrum er ook daadwerkelijk terecht. Hovius: ‘Dat komt onder andere door een beperkte capaciteit. We pleiten dan ook voor meer financiële middelen, zodat we meer mensen kunnen helpen.’

Inspraak van patiënten

Uit onderzoek naar ervaringen van AMLC patiënten blijkt dat de patiënten het centrum gemiddeld waarderen met een 8 min. Dat is zeker niet slecht, maar er is ruimte voor verbetering, stelt Hovius. ‘We richten bijvoorbeeld patiëntenpanels op. In zo’n panel zitten mensen met diverse stadia van de ziekte van Lyme. Hun ervaringen gebruiken we in gesprekken met de zorgverzekeraars en het Ministerie van VWS om de zorg uit te breiden en te verbeteren.’ Omdat deze patiënten vaak niet goed kunnen functioneren, ondervinden zij ook problemen op hun werk. ‘Daarom kijken we of we arbogeneeskundigen kunnen toevoegen aan ons multidisciplinaire team. Dat helpt deze mensen in hun werksituatie’, aldus de hoogleraar.

Studies

Er lopen diverse wetenschappelijke studies op het gebied van de ziekte van Lyme, vertelt Hovius. ‘In één studie kijken we naar de meerwaarde van nieuwe tests om de ziekte vast te stellen. Ook onderzoeken we hoe vaak en waarom sommige Lymepatiënten klachten houden na behandeling. Verder richten we dit jaar samen met het Radboudumc een biobank op met daarin het materiaal en de gegevens van straks duizenden patiënten. ‘Daar kunnen we enorm veel van leren,’ aldus Hovius.

‘Mijn ambitie is om uiteindelijk een vaccin tegen de teek te ontwikkelen, om zo de ziekte van Lyme en andere tekenbeetziekten te voorkomen.’ Onlangs rondde Hovius een grote Europese studie af naar zo’n vaccin, met hoopgevende resultaten.

Over Joppe Hovius

Joppe Hovius en teken: ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Zijn fascinatie voor de kleine beestjes begon in de dierenartsenpraktijk van zijn vader, met wie hij onderzocht waarom honden kreupel werden. Het lag aan de teek en de ziekte van Lyme. Als jonge dokter promoveerde Hovius op de ziekte van Lyme en de rol van tekenspeeksel, waarna hij het Amsterdams Multidisciplinair Lymecentrum oprichtte. ‘Patiënten met een verdenking op de ziekte van Lyme hebben vaak een grote diversiteit aan klachten. Ik zag dat er naast een internist-infectioloog behoefte was aan verschillende medisch specialisten, die samen naar een patiënt kijken, zoals bijvoorbeeld een reumatoloog, een dermatoloog en een neuroloog.’ In 2017 werd Hovius benoemd tot hoogleraar Inwendige geneeskunde, in het bijzonder vector-overdraagbare infectieziekten, aan de Faculteit der Geneeskunde (UvA).

Tekst: Loes Magnin