17 aug 2017 | Verhaal

Achter de schermen bij brancardier Jessica

Van tijd tot tijd nemen we een kijkje achter de schermen bij een van de talrijke AMC-afdelingen. Deze keer: het Patiëntgebonden Transport.

12.30 uur. Jessica pakt een bedmover van het oplaadpunt bij de centrale van Patiëntgebonden Transport in de catacombe van het AMC. Er wacht een patiënt op de verkoever, die terug mag naar de verpleegafdeling. “Met dit apparaat kun je een bed verplaatsen. Je klikt het aan het voeteneinde vast. We hebben zes bedmovers klaarstaan en nog twee in reserve; meestal lopen we met zes brancardiers tegelijk in een dienst. Per dag verplaats ik zo’n 25 tot 30 patiënten: van afdelingen naar een afspraak voor een onderzoek en weer terug, of van en naar de operatiekamers.”
“We verplaatsen niet alleen patiënten, we halen en brengen bijvoorbeeld ook lege bedden, rolstoelen en anti-decubitusmatrassen. Die halen we bij het magazijn hier even verderop. In de nachtdiensten, als er alleen patiënten van de Spoedeisende Hulp komen voor vervoer,  nemen we ook taken over van afdelingsassistenten, zoals kweekjes naar het lab brengen. En gaan we doen klusjes in het magazijn van de kledinguitgifte. Officieel heten we dan ook geen afdeling Patiëntenvervoer meer, we doen het patiëntgebonden transport en daarnaast nog andere dingen.”

12.34 uur - “He Bar, er staan hier twee lege bedden op de gang bij de Verkoever,” laat Jessica via de portofoon weten. Haar collega die op dit moment de centrale bemant, houdt bij waar bedden en bedmovers staan. Die kunnen dan op een rustiger moment worden opgehaald.

12.40 uur -  “Dag, ik kom voor meneer B.” De verpleegkundige loopt met haar mee naar de kamer waar de patiënt wacht en koppelt de apparatuur los. “Ik ben Jessica, ik breng u naar F3.” Ze klapt de bedhekken omhoog en rijdt het bed de kamer uit. Ondertussen overhandigt ze de verpleegkundige een papier. “Dat is de ticket to ride, met de medische gegevens van de patiënt.”

12.42 uur - Ze duwt het bed naar de lift en scant haar badge zodat het woord BED in rode letters boven de lift verschijnt en er geen andere mensen bij in zullen stappen. Dan rijdt ze het bed achterstevoren naar binnen, zodat de patiënt met zijn gezicht naar de deuren ligt. Als de man even later op de plek van bestemming is gebracht, legt ze uit: “Soms schrikken patiënten van hoe ze eruit zien. Daarom rijden we ze nooit met hun gezicht naar de spiegel toe de lift in.”

13.00 uur “Nee hoor, ik moet niet naar hartfunctie, ik moet naar Q1”, zegt een patiënt in een rolstoel. Jessica vraagt het na bij de verpleging. Inderdaad, het stond verkeerd in het systeem. “Dat gebeurt wel eens”, zegt ze. “Dan geef ik straks door aan de Centrale dat ik niet op G3 maar op Q1 ben, zodat we bij de juiste afdeling staan als de patiënt weer opgehaald moet worden.” De centralist kijkt altijd wat handig en efficiënt is, zodat het logistieke puzzeltje klopt en je niet ‘leeg loopt’, zoals ze dat noemen. Net als in de transportwereld buiten.

13.05 uur -  “Ik schuif zo mijn schoenen uit”, verzucht de patiënt. “Ik ben twintig kilo afgevallen. En dan zeggen ze nog dat ik meer moet sporten.” Hij moet even stoom afblazen en daar heeft Jessica alle begrip voor. Daar is zo’n loopje van vijf minuten ook nog eens goed voor.

13.30 uur – Twee telefoons tegelijk hanteren, en nog een portofoon. Op de centrale van patiëntenvervoer is dat niet uitzonderlijk en Jessica doet het zonder blikken of blozen. Samen met een aantal andere collega-brancardiers draait ze regelmatig een deel van haar dienst op de centrale. Daar wordt gewerkt met het systeem I-transport. Alle vervoersbewegingen staan erin vermeld, voorzien van de relevante gegevens. Niet alleen wie van waar naar waar moet, maar ook of er beschermende kleding moet worden gedragen. Want ook dat hoort bij het werk van de brancardiers.

14.00 uur -  Tijd voor een broodje. Jessica’s dienst was vandaag om half 11 begonnen; de brancardiers werken in zes verschillende, elkaar overlappende shifts. In de koffieruimte kan ze via een groot scherm volgen wat er ondertussen in huis gebeurt: blauw staat voor ‘brancardier met patiënt onderweg’, oranje wacht op vervoer en groen moet later vervoerd worden. Oranje loop snel op:  na tweeën breekt er weer een spitstijd aan voor de brancardiers. Collega Piet verklaart: “Rond deze tijd zijn er veel kortdurende onderzoeken en worden er veel röntgenfoto’s gemaakt. Dat betekent voor ons: brengen en al snel weer halen. Tussen vier en vijf is ook zo’n moment, dan gaan veel van patiënten op de verkoeverkamers terug naar de afdeling.”

14.35 uur -  “Ik heb sinds gisteravond niks gegeten.” De mevrouw kijkt verstoord op van haar bordje, waarop een half gegeten boterham ligt. “Moet ik nu ineens weg?” Jessica haalt de verpleegkundige erbij. “Ja mevrouw, ik vraag u toch deze boterham mee te nemen, want er is plek voor u gemaakt voor uw onderzoek. Straks kunt u hier weer verder eten.”

14.42 uur - “Dag mevrouw, het beste!” Jessica laat de mevrouw in de rolstoel achter bij de arts die haar gaat onderzoeken. Jessica: “In het begin wenste ik een patiënt bij het weggaan vaak beterschap. Totdat iemand zei: ‘Maar ik word nooit meer beter.’ Dat leer je allemaal gaandeweg in dit vak.” Hiervoor werkte Jessica in de kinderopvang; via een uitzendbureau kwam ze in deze baan terecht. Ze doet het nu alweer vier jaar en voelt zich er helemaal in thuis. “Patiënten kijken soms raar op als ze mij zien verschijnen. Ze verwachten een grote sterke man.”

15.10 uur – “Dan zullen we wat rustiger rijden”, stelt Jessica gerust. De patiënt heeft aangegeven pijn te hebben en daarom op te zien tegen de verplaatsing. “Als ik te snel ga, moet u het zeggen hoor!” Per dag lopen de brancardiers al gauw zo’n tien tot vijftien kilometer. Jessica heeft zo ongeveer de helft daarvan achter de rug. Nog zo’n drieënhalfuur te gaan en dan zit haar dienst erop. Of ze vanavond nog naar een sportclub gaat? “Nee. Als ik thuis ben, wil ik relaxen.”

Tekst: Marleen Kamminga
Foto's: Sake Rijpkema