01 mrt 2018 | Verhaal

Achterover op natuurijs

Natuurijs! Maar doe voorzichtig: uit een rondgang langs drie spoedeisende hulpposten in 2009 bleek dat een spaakbeenfractuur door een valpartij om de hoek loert. Simpele polsbeschermers kunnen veel narigheid en een fiks bedrag aan zorgkosten voorkomen.

Het was echt koud, begin 2009. Met een gemiddelde temperatuur van min 2,8 graden beleefde Nederland zijn koudste januariweken sinds twaalf jaar. Tot genot van de schaatsliefhebbers, die de vele inderhaast uit de grond gestampte toertochten in drommen uitschaatsten. Als ze niet voortijdig tegen het ijs waren gesmakt tenminste. Want niet alleen de koek-en-zopie-tenten moesten alle zeilen bijzetten, ook de spoedeisende-hulpposten van de ziekenhuizen kwamen handen tekort.

Bij het AMC, het Slotervaartziekenhuis en het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis, drie samenwerkende Amsterdamse ziekenhuizen, meldden zich tussen 3 en 12 januari 2009 vijfeneenhalf maal zoveel mensen met polsbreuken als het jaar daarvoor in diezelfde periode. Dat blijkt uit onderzoek van Arno van Lieshout en Christiaan van Manen. "De naam polsbreuk dekt de lading niet helemaal", zegt hoofdonderzoeker Van Lieshout. "Het gaat om een breuk aan het uiteinde van het spaakbeen. Vallende schaatsers steken instinctief hun armen uit en komen met hun hele of gedeeltelijke gewicht op de platte hand terecht. Door overstrekking van de pols kan het spaakbeen het dan begeven."

Spaakbeenfractuur

Ten tijde van zijn onderzoek werkte Van Lieshout, inmiddels orthopedisch chirurg bij Medinova, als arts-assistent Orthopedie in het AMC. Samen met voormalig AMC-collega Van Manen nam hij direct na de negendaagse ijsperiode de logboeken door van de drie spoedeisende-hulpposten. In totaal zagen die 97 schaatsers met een spaakbeenfractuur. Zeven patiënten werden via kinderchirurgische afdelingen verder geholpen. Van de overige negentig konden de wederwaardigheden vrij nauwkeurig in kaart worden gebracht.

Achterover gevallen

Anders dan verwacht waren maar vijftien slachtoffers blijven haken in een scheur, dan wel gestruikeld over enigerlei oneffenheid. Tachtig schaatsers bleken achterover gevallen en van alle vallers waren er 65 onderuit gegaan bij stilstand of zeer lage snelheid. "Dat suggereert balansproblemen", constateert Van Lieshout met gevoel voor understatement. Geen wonder ook: 68 procent van de slachtoffers had tenminste tien jaar niet geschaatst en 6 procent helemaal nooit eerder. Velen omschreven hun schaatstechniek zelf als ‘gebrekkig’ of ronduit ‘slecht’.

Onder de negentig volwassen slachtoffers waren 66 vrouwen en 24 mannen. Voor de mannen, in bijna alle leeftijdsklassen ruim vertegenwoordigd, gold een gemiddelde leeftijd van 48 jaar. Een opmerkelijk verschil met de vrouwen, van wie bijna tachtig procent vijftigplusser was. "Kwestie van relatief broze botten", verklaart de orthopeed. "Na de menopauze treedt bij vrouwen versnelde ontkalking op, waardoor het botweefsel een stuk kwetsbaarder wordt. Dan hoeft er maar weinig te gebeuren voor een breuk."

Beschermers

Met enige verbazing stelden de onderzoekers vast dat geen van de slachtoffers aan preventieve polsbescherming had gedacht. Van Lieshout: "Elke goede buitensportwinkel kan je voor een paar tientjes helpen aan polsbraces, beschermers met aan de binnenzijde een metalen of kunststof versteviging. We weten dat die bij skeelers enorm veel fracturen voorkomen, volgens sommige onderzoeken meer dan 85 procent."

Naar schaatsers mag je die resultaten niet zomaar doortrekken, erkent hij onmiddellijk. Evengoed kunnen zeker de meest kwetsbare groepen er hun voordeel mee doen. Van Lieshout: "In de groep van postmenopauzale vrouwen moet een breukdaling van dertig tot veertig procent haalbaar zijn. Als ik zelf in die categorie viel, zou ik het bij de volgende toertocht wel weten."

Tekst: Simon Knepper

Foto: Bart Muhl/Hollandse Hoogte

Dit artikel verscheen begin 2010 in AMC Magazine.