19 apr 2018 | Verhaal

Allergisch voor medicijn - of toch niet?

Vaak gaan artsen er onterecht van uit dat iemand allergisch is voor een bepaald geneesmiddel. Zij grijpen onnodig naar een tweede keus medicijn. Dat vergroot de kans op complicaties en een minder succesvolle behandeling. De komende dagen spreken ruim zeshonderd deskundigen op het gebied van allergie en immunologie hierover op een congres in Amsterdam.

Hoeveel mensen echt allergisch zijn voor geneesmiddelen is niet bekend: zo’n tien procent van de bevolking denkt overgevoelig te zijn voor een medicijn, terwijl bij medisch onderzoek hiernaar blijkt dat slechts een fractie dat daadwerkelijk is. Toch wijken veel zorgverleners, met name bij antibiotica, regelmatig uit naar tweede keus medicatie, zonder dat ze uitzoeken of er daadwerkelijk sprake is van een allergie voor het medicijn van voorkeur.

“De meeste zorgverleners realiseren zich onvoldoende dat er consequenties zitten aan het uitschrijven van een alternatief medicijn”, vertelt Ingrid Terreehorst, internist-allergoloog bij de KNO-afdeling van het AMC. Zij is voorzitter van de Drug Hypersensitivity Meeting; een congres over medicatieovergevoeligheid georganiseerd door de European Academy for Asthma, Allergy and Clinical Immunology. “Als de zorgverlener zou doorvragen, dan zou in veel gevallen aan het licht komen dat het vaak gaat om een bijwerking die verder gebruik niet in de weg hoeft te staan. Zelfs als er wél sprake is van een allergie, kan bij sommige overgevoeligheidsreacties het middel soms gewoon gegeven worden als er een dringende reden is.”

Langer in het ziekenhuis

Ook in ziekenhuizen wordt vaak te snel aangenomen dat er sprake is van een allergie. Onderzoek in Utrecht heeft laten zien dat speciaal getrainde medewerkers heel wat ‘allergieën’ kunnen ontmaskeren. Terreehorst: “Dat scheelt een hoop aan vervelende gevolgen, zo blijkt uit Amerikaanse studies. Patiënten die worden behandeld met een alternatief antibioticum – omdat hun status aangeeft dat ze een penicilline-allergie hebben – liggen langer in het ziekenhuis, kosten meer geld omdat een tweedelijns antibioticum vaak duurder is, lopen een grotere kans op het krijgen van bepaalde bacteriën en worden vaker opnieuw in het ziekenhuis opgenomen.”

Tolerant maken

Maar ook als er wel sprake is van een allergische reactie op een medicijn, is een alternatief niet altijd nodig, legt Terreehorst uit. In niet-acute situaties kan de internist-allergoloog de patiënt door middel van zogenoemde desensitisatie tolerant maken voor het geneesmiddel. Daarbij krijgt de patiënt heel vaak stijgende hoeveelheden van het medicament toegediend, beginnend met een zeer lage dosering. Dat is bijvoorbeeld voor patiënten die chemotherapie moeten krijgen heel belangrijk; als ze moeten overstappen op tweede keus medicatie kan dat hun overleving beïnvloeden. Ook hartpatiënten die overgevoelig zijn voor aspirine, en die dat middel vanwege een stent moeten gebruiken, hebben een hogere kans dat de stent openblijft als ze dankzij desensitisatie het aspirientje kunnen blijven slikken. En ook patiënten met een allergie voor een bepaald antibioticum, kunnen dat in een aantal gevallen na desensitisatie gewoon gebruiken, waardoor ze beter en sneller van hun infectie worden afgeholpen.

Terreehorst: “Er zitten overigens wel nadelen aan desensitisatie. Het kost tijd, je hebt uiteraard kans dat iemand toch reageert en het kan alleen bij bepaalde typen reacties. En de ongevoeligheid voor de medicatie is slechts van tijdelijke aard: zodra de patiënt stopt met het medicijn, komt de allergie terug. Maar als het de beste kans geeft om een ziekte te behandelen, dan desensitiseren we de patiënt en dat traject starten we opnieuw als dat nodig blijkt te zijn.”

Gezamenlijke poli

Het AMC heeft als eerste ziekenhuis in Nederland sinds een klein jaar een gecombineerde poli van allergologie en anesthesie. Deze is bedoeld voor patiënten die overgevoelig blijken voor stoffen die bij de operatie worden gebruikt. Terreehorst: “Het ontsmettende middel chloorhexidine is zo’n stofje waar we de laatste jaren veel meer reacties op zien. Maar ook andere middelen kunnen overgevoeligheid geven.”

“Als patiënten tijdens een operatie een plotselinge allergische reactie krijgen, dan kan het zijn dat de ingreep, hoewel noodzakelijk, wordt afgebroken en uitgesteld. Met de gezamenlijke poli gaan we na wat er precies aan de hand is en proberen we een alternatief te vinden. We merken dat patiënten hier heel blij mee zijn. Want ze zien er enorm tegenop om na een allergische reactie opnieuw zo’n ingreep te moeten ondergaan. Het draagt enorm bij dat wij nu samen met de anesthesie de gevoeligheid uitzoeken en een advies geven wat als vervanger gebruikt kan worden.”

Tekst: Caroline Wellink

Foto: Berlinda van Dam/Hollandse Hoogte