07 mei 2018 | Verhaal

Bloedbad op de Dam roept nog altijd vragen op

Op 7 mei 1945 schoten Duitsers plotseling op de feestvierende menigte op de Dam. Drieënzeventig jaar later roept het bloedbad nog altijd vragen op. Hoeveel doden zijn er die dag precies gevallen? Dankzij het archief van het AMC staat de teller inmiddels op 32 geïdentificeerde slachtoffers.

Tot op de dag van vandaag ontvangt het AMC verzoeken van mensen die op zoek zijn naar de gegevens van eventuele slachtoffers van de schietpartij op 7 mei 1945. Het is waarschijnlijk de meest gefotografeerde, gefilmde en beschreven gebeurtenis in Nederland uit de Tweede Wereldoorlog. Maar ondanks het overvloedige beeldmateriaal en de talloze getuigenissen bestaat er nog altijd geen zekerheid over het aantal slachtoffers. De dag kenmerkte zich dan ook door complete chaos.  

Van opgewonden naar opgefokt


Amsterdam, 7 mei 1945. De maandag begint nog mooi. De oorlog is voorbij, de zon schijnt en duizenden mensen hebben zich op de Dam verzameld om de langverwachte, eerste bevrijders te onthalen. Er wordt gedanst op muziek uit draaiorgel ‘t Snotneusje, kinderen worden vermaakt met een poppenspel. Het wemelt er ook nog van de zo gehate Duitsers, die weliswaar verslagen zijn, maar nog altijd bewapend.

Leden van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) besluiten de Duitse soldaten aan het begin van de middag alvast te ontwapenen, al is afgesproken dat de Canadezen dat zouden doen. Bij die ontwapening gaat het er nogal hardhandig aan toe. Soldaten worden onder luid gejuich van omstanders het Paleis op de Dam in geschopt. Intussen knippen Amsterdammers meisjes kaal die omgang hebben gehad met de bezetters. “Moffenhoeren”, scandeert de menigte. Van opgewonden naar opgefokt, de sfeer wordt steeds grimmiger. Wat de aanleiding precies is, weet achteraf niemand met zekerheid te zeggen - maar op een gegeven moment barst de bom.

Bloedbad


Vanuit ‘de Groote Club’, op de hoek van de Kalverstraat, opent de Kriegsmarine het vuur op de mensenmassa. Paniek breekt uit. De menigte verdringt zich om weg te komen richting Nieuwendijk, Rokin en Damrak. Honderden feestvierders verschuilen zich achter een prullenbak, het draaiorgel of zelfs een lantaarnpaal. Na de eerste schoten volgt een tweede salvo. Daarna komt het tot een vuurgevecht tussen de BS en Duitse eenheden, zowel op de Dam als achter het Paleis. Alles bij elkaar duurt de schietpartij zo’n twee uur. Het resultaat: een waar bloedbad met tientallen doden en honderden gewonden. Maar hoeveel precies?

Vier jaar lang hebben onderzoekers van de stichting 'Memorial voor Dam - slachtoffers 7 mei 1945' gespeurd in stadsarchieven, oude registers, websites en andere documentatie in een poging de slachtoffers van de schietpartij een naam te geven. In een intensieve zoektocht wisten ze 31 slachtoffers te achterhalen, die in mei 2016 elk een gedenksteen op de Dam kregen. Maar daags na de huldiging meldde er zich een familie Smit. De Smits waren ervan overtuigd dat de destijds 74 jaar oude Amsterdammer Hendrik Karel Smit óók slachtoffer was van de schietpartij. Bewijzen waren er niet, alleen de familieverhalen.

Op 18 juli 2016 ontving de medische directie van het AMC een brief van Henk Smit met het verzoek om het medisch dossier van zijn opa Henk Karel te mogen bekijken. Aan AMC’er Guus van Dam de taak het dossier op te snorren.  Van Dam, inmiddels Hoofd Archief bij Radiologie: “De meeste gewonden van de schietpartij zijn naar het Binnengasthuis gebracht, dat in 1981 opging in het AMC. Maar de patiëntendossiers uit die tijd hebben in de oorlog veel te verduren gehad. Denk aan brand en waterschade. Van structuur was daardoor ook weinig sprake meer. Zoek je nu iemand die in 1945 in het Binnengasthuis heeft gelegen, dan moet je door alle dossiers van dat jaar heen.”

Het 32ste slachtoffer

Klinkt als zoeken naar een speld in een hooiberg. Maar niet voor Van Dam, die met recht de grondlegger van het medisch archief genoemd mag worden. “Toen ik hier in 1976 kwam werken, was er nog helemaal geen vaste plek voor al die patiëntendossiers. Samen met mijn collega’s van het medisch archief heb ik daar verandering in gebracht.” Van dat oorspronkelijke team is Van Dam de enige die nog steeds werkzaam is bij het AMC. “Het archief ken ik nog altijd op mijn duimpje. Het dossier van Hendrik Karel Smit had ik in een uur gevonden.” En daarin stond het zwart op wit: Henk Karel Smit was als gevolg van de schietpartij op de Dam op 18 mei overleden door gangreen aan zijn teen.

Kort daarna meldde het Parool dat Van Dams vondst tot de erkenning van de 32ste dode van de schietpartij had geleid. “Dan lees je ook over nabestaanden die decennia lang hebben geworsteld met onbeantwoorde vragen over hun opa en overgrootvader. Toch wel erg bijzonder om een steentje te hebben bijgedragen aan het ontrafelen van zo’n familiemysterie.” Van Dam houdt het voor mogelijk dat er nóg meer slachtoffers zijn geweest, maar uit eigen beweging zal hij daar niet achteraan gaan. “Historisch onderzoek is belangrijk, maar een ziekenhuis heeft ook de taak om de privacy van zijn patiënten te waarborgen. Als niemand naar je zoekt, verdwijn je voor altijd in de archieven.”

Tekst: Sophie Verschoor