17 sep 2020 | Verhaal

En ineens proef je niks meer

Veel patiënten met kanker ruiken en proeven hun eten niet meer. Dat heeft te maken met de chemotherapie of bestraling die zij krijgen. Gezondheidswetenschapper en diëtist-specialist oncologie Kelly Silverio Alonso-Duin probeert deze mensen te helpen. Ze ontwikkelde tips om de smaak te ‘sturen’.

Het was de afgelopen maanden regelmatig in het nieuws: reuk- en smaakverlies zijn symptomen van covid-19. “Als je niks proeft, is eten ineens helemaal niet leuk meer”, zei een coronapatiënt. Veel patiënten met kanker weten daar alles van. En dat is voor deze groep een groot probleem. Bij kankerpatiënten loert het gevaar van ondervoeding. En dan slaat de chemotherapie minder goed aan.

Dat patiënten met kanker onvoldoende voeding binnenkrijgen, heeft overigens meerdere oorzaken, vertelt Silverio Alonso-Duin. Een behandeling zorgt vaak voor pijn en misselijkheid. Die is soms zo allesoverheersend dat patiënten niet meer durven te eten. “Het is mijn taak erachter te komen of de verminderde eetlust wordt veroorzaakt door pijn, misselijkheid, of bijvoorbeeld door een verandering of verlies van smaak. Pijn en misselijkheid zijn vaak op te lossen met medicatie, bij smaakverandering kan een arts echter weinig doen. Dat zorgt voor extra stress bij de patiënt.”

Karton

Wat we proeven, is eigenlijk een combinatie van de zintuigen reuk en smaak. Als voeding in de mond komt, worden smaken gemengd met geur. Beiden kunnen door de behandeling van kanker verminderen, veranderen of helemaal verdwijnen. “Patiënten houden ineens van heel andere of sterkere smaken, maar er kan ook een vervelende metalige smaak als gevolg van de chemo optreden. Soms smaakt eten zelfs naar karton.”

Hoe het probleem zich manifesteert, is bij iedereen anders, dat maakt het lastig om een werkbare oplossing te vinden. Silverio Alonso-Duin: “Smaak kan van het ene moment op het andere verschillend zijn. Iemand heeft ’s ochtends enorme zin in haring, en tegen de tijd dat de haring is gekocht, walgt hij of zij ervan. Vervelend en frustrerend, voor patiënt én mantelzorger. Eten heeft juist een troostende werking tijdens een moeilijke periode, zoals ziekte. Mensen snakken naar iets dat vertrouwd en lekker is. Dus wat als die overheerlijke chocolade ineens heel vies is? En dat geliefde kopje koffie geen smaak meer heeft?”

Volgens het Handboek Voeding bij Kanker heeft 50 tot 75 procent van de mensen met kanker er last van. Vooral patiënten met tumoren in het hoofdhalsgebied ervaren smaakstoornissen, schrijft Lisa Bulk, geneeskundestudent aan de Vrije Universiteit, in haar recente bachelorthesis. Volgens haar beïnvloedt smaakverandering of -verlies niet alleen de voedingsstatus maar ook de kwaliteit van leven. De behandeling van deze stoornissen is vooralsnog praktijkgericht. Omdat smaakproblemen zo uiteenlopen, en per persoon en zelfs per dag(-deel) verschillen, is meer onderzoek nodig om tot een op wetenschappelijk onderzoek gebaseerde behandeling te komen.

Winnende poster

Silverio Alonso-Duin merkt dat patiënten na de behandeling vooral behoefte hebben aan eenvoudige tips en ‘geen ingewikkeld gedoe’. “De meesten herstellen thuis. Er zijn speciale kookboeken, maar patiënten hebben meestal geen puf om hun weinige energie te besteden aan koken.”
En zo kwam de gezondheidswetenschapper op het idee van een poster met smaaksturende tips. Op het congres Voeding NL 2020 (een initiatief van onder andere Alliantie Voeding in de Zorg en de Nederlandse Vereniging van Diëtisten) won ze hiermee de prijs voor beste informatieve poster op gebied van voeding en gezondheid.

De poster helpt de diëtist bij een gesprek met de patiënt. Aan de hand van een aantal vragen wordt duidelijk welke smaak er mist of is veranderd. “Er zijn geen pasklare oplossingen”, zegt Silverio Alonso-Duin, “het is een kwestie van proberen wat werkt. Maar de poster kan richting geven. Er komt naast de poster een smaakkompas dat de patiënt mee naar huis kan nemen, handig voor degene die thuis het eten bereidt. Met een paar laagdrempelige tips kun je de smaak een beetje sturen en lukt het vaak om eten smaakvoller en gezelliger te maken.”

Friszuur

Volgens Silverio Alonso-Duin helpt het als eten er aantrekkelijk uitziet. De textuur van voedsel is een volgende tip. De een is dol op een zachte puree, de ander houdt juist van het knapperige van een beschuit. Een warme of juist koude pasta kan in de mond al heel anders voelen. “Eén patiënt zei dat hij alleen nog yoghurt at. Ik vroeg waarom. Omdat het vloeibaar is en een beetje friszuur, was het antwoord. Vervolgens zoek ik naar producten met eenzelfde smaak. Bijvoorbeeld een beetje yoghurt of crème fraîche toevoegen aan de maaltijd, of een augurk, zilveruitjes, tomatenpuree of atjar tjampoer erbij. Je haalt de friszure smaak zo naar voren. En hopelijk maakt dat de maaltijd aangenamer. Soms heb je meteen succes, soms duurt de zoektocht langer.”

“Ik krijg regelmatig de vraag hoe lang het smaak- of reukverlies gaat duren. Daarop heb ik helaas geen antwoord. Smaakreceptoren worden aangetast maar vernieuwen ook steeds. Een paar weken of maanden na de behandeling komen smaak en reuk meestal weer terug. Soms blijft het weg. Als de zintuigen een jaar na de laatste behandeling niet terug zijn, dan moet je er rekening mee houden dat het blijvend is.”

Meer aandacht voor deze problematiek kan volgens Silverio Alonso-Duin de kwaliteit van leven van mensen met kanker flink verbeteren. “Bij Amsterdam UMC denken we erover patiënten na een behandeling een korte workshop aan te bieden waarin ze samen met een kok hun eten smaakvoller maken.”

Tekst: Nicole de Haan
Foto: Marieke de Lorijn

Dit artikel komt uit ons populair-wetenschappelijke blad Janus.