22 mrt 2019 | Verhaal

Ernstige zwangerschapsmisselijkheid niet nadelig voor kind

De gynaecoloog lijkt nog steeds met de handen in het haar te zitten als een vrouw op het spreekuur komt die steeds moet overgeven sinds ze zwanger is. Er is geen exacte methode om de ziekte vast te stellen en het lukt niet om de misselijkheid te stoppen.

“Met de handen in het haar is sterk uitgedrukt”, zegt Amsterdam UMC-onderzoeker Marjette Koot die op 22 maart haar proefschrift verdedigt. “De ziekte staat bekend als een hopeloze aandoening, maar artsen kunnen vrouwen wel degelijk helpen. Dat heb ik proberen te onderzoeken.” Het promotieonderzoek van Koot heeft ook een positief resultaat. Het is onwaarschijnlijk dat ernstige zwangerschapsmisselijkheid (HG) grote negatieve gevolgen heeft voor de gezondheid en ontwikkeling van het kind.

Voortdurend overgeven

Koot is ervaringsdeskundige. Ze heeft last van wagenziekte en weet als geen ander hoe misselijkheid voelt. “Ernstige zwangerschapsmisselijkheid begint meestal in het eerste deel van de zwangerschap, vanaf week 5 tot 12. Voor veel vrouwen stopt het rond de twintigste week, maar sommigen hebben er tot de  geboorte van hun kind last van. Het heeft echt met de zwangerschap te maken. De vrouwen voelen zich een paar minuten na de bevalling weer normaal.”

Bij ongeveer één procent van de zwangerschappen komt ernstige misselijkheid voor, dat zijn circa 1700 gevallen per jaar. ‘Gewone’ misselijkheid treedt vaker op, vooral in de eerste helft van de zwangerschap. Het hoort een beetje bij het krijgen van een kind. De aandoening die Koot heeft bestudeerd, is echt wat anders. Vrouwen moeten voortdurend overgeven, tot wel dertig keer per dag.

Geen goede maat

De promotie van Koot is een zoektocht naar hoe ver de wetenschap is. Als eerste keek ze naar een vaak gebruikte methode om de ziekte vast te stellen. Hiervoor testen artsen de urine op ketonen: die ontstaan als het lichaam eigen vet of spieren gaat afbreken. “Als iemand een marathon loopt of lang vast, dan tref je die ketonen aan in de urine. Bij hevige misselijkheid gebeurt hetzelfde. Maar het is geen goede maat. De ketonenmeting is een momentopname. Als je kort van te voren een glas zoete limonade drinkt, dan klopt de meting niet meer. Ik hoop dat door mijn promotieonderzoek deze methode uit de richtlijn verdwijnt.”

Sondevoeding

De dokter kan het beste de diagnose stellen door te luisteren naar het verhaal van de patiënt. Hij heeft de keuze tussen een aantal behandelingen, meestal het voorschrijven van pillen tegen misselijkheid. “Er zijn diverse pillen, meestal zoekt de arts naar een medicijn met het beste resultaat. Als de misselijkheid ernstig blijft en de vrouw veel gewicht verliest, wordt ze opgenomen en krijgt ze een infuus met vocht en vitaminen.” Uit Koots onderzoek blijkt dat sondevoeding, eten dat wordt toegediend via een slangetje door de neus, geen toegevoegde waarde heeft als standaardbehandeling. “De bijwerkingen zijn groot. Vrouwen hebben last van het slangetje en willen het binnen 24 uur vaak weer kwijt.”

Onwaarschijnlijk

Als de zwangerschap achter de rug is, heeft Koot een opwekkende boodschap. Gelukkig ondervindt de baby meestal geen last van de ellende die de moeder moest doorstaan. Om dit vast te stellen, heeft de promovenda de gezondheid onderzocht van de kinderen van moeders met HG op de leeftijd van 8 en 16 jaar. “Ik hou hier een slag om de arm, want in de gevallen die ik heb onderzocht zaten niet de heel ernstige patiënten. Vandaar dat ik zeg dat het onwaarschijnlijk is dat de ziekte grote negatieve gevolgen heeft voor de gezondheid en ontwikkeling van het kind.”

Tekst: Marc van den Broek
Foto: 
Hollandse Hoogte