28 jan 2019 | Verhaal

Het handenspreekuur

In de achtertuin van Amsterdam UMC, locatie AMC, in de huisartsenpraktijk van dokter Wim Willems in Amsterdam Zuid-Oost, vindt een bijzonder spreekuur plaats. Tijdens het handenspreekuur ziet de huisarts samen met plastisch chirurg Miryam Obdeijn van Amsterdam UMC patiënten met handproblemen. Dit zijn patiënten die soms tussen wal en schip vallen; het is niet altijd duidelijk of ze doorverwezen moeten worden naar de specialist. Obdeijn kijkt mee en adviseert.

‘We hadden al langer contact, omdat ik bijscholingen geef in hand- en polsdiagnostiek,’ vertelt  Obdeijn over de start van het handenspreekuur met collega Willems. ‘Toen las ik in een blad over een oogarts die spreekuur hield in een huisartsenpraktijk. Daar raakte ik door geïnspireerd. Zo is het begonnen.’

Koetsiershanden en triggerfingers
Huisartsen zien vaak mensen met hand- en polsproblemen waarbij twijfel is over het doorverwijzen naar een plastisch chirurg. Zo ook dokter Willems.  ‘Er zijn veel hand- en polsklachten waar huisartsen niet van weten wat ermee te doen. We vragen aan huisartsen in de buurt om die patiënten naar ons toe te sturen,’ vertelt Willems. Mensen komen met klachten als een carpaal tunnelsyndroom (beknelling van een zenuw in de hand en pols), een triggerfinger (een vinger die krom trekt), de ziekte van Dupuytren (kromgegroeide handen, ook wel koetsiershanden genoemd) en artrose. Dit zijn aandoeningen die beperkend zijn in het dagelijks leven, en soms maar niet altijd een doorverwijzing naar een specialist vergen.

‘We kijken samen naar de patient en zijn klachten. Ik adviseer, maar ben niet de behandelaar. Dat is dokter Willems. Na mijn advies kan de huisarts zelf z’n patient behandelen, óf doorverwijzen naar ons ziekenhuis. Soms kan het niet behandeld worden. Maar dan heeft de patient wel het advies van een specialist gehad,’ aldus Obdeijn.

Leerzaam
Niet alleen de patient en de huisarts hebben baat bij het handenspreekuur; ook Obdeijn leert ervan.

‘Ik word teruggeworpen op de positie van de huisarts. Hij denkt bijvoorbeeld meer na over het inzetten van het ‘eigen risico’ van een patient. Waar wij als specialist standaard ‘even een foto maken’ denk ik daar nu scherper over na. Is wat wij als specialisten aanvragen wel altijd nodig?’

Obdeijn en Willems houden vier keer per jaar spreekuur. Ze zien dan zo’n acht patiënten die van diverse huisartspraktijken in de buurt komen. Obdeijn: ‘Toen we begonnen dachten we dat ’t na een paar keer wel dood zou bloeden. Maar niets is minder waar, al vijf jaar zitten de spreekuren vol. Het risico is wel dat dit project op mij en dokter Willems hangt. We hebben geprobeerd het meer projectmatig in te steken, en financiering aangevraagd, maar dat is niet gelukt. Het zou wel zonde zijn als dit spreekuur niet kan worden voortgezet als één van ons stopt, verhuist of iets dergelijks.’

En de patiënten? Die geven aan dat ze het prettig vinden dat een plastisch chirurg úit het ziekenhuis komt, dat er tijd wordt genomen en dat er een laagdrempelige manier is om advies van een specialist in te winnen.  

‘Als ze toch verwezen moeten worden weten ze ook waar ze terecht kunnen, de route naar het AMC is kort,’ besluit Willems.