12 jul 2018 | Verhaal

Minister Bruins ‘volgt’ herseninfarct-patiënt door Amsterdam UMC

Wat gebeurt er als er een patiënt met verschijnselen van een acuut herseninfarct het ziekenhuis inkomt? Hoe wordt de bloedprop met de nieuwe IAT-behandeling verwijderd en wat levert deze behandeling patiënten op? Die vragen stonden centraal op het werkbezoek van minister Bruno Bruins van VWS op 12 juli in Amsterdam UMC locatie AMC.

Het bloedstolsel uit het bloedvat trekken met een stent: deze nieuwe behandeling heeft sinds de introductie in 2014 al veel herseninfarctpatiënten behoedt voor hersenschade. En daarmee voor ingrijpende gevolgen, zoals verlamming of verlies van spraakvermogen. IAT heet de techniek, dat staat voor intra-arteriële  behandeling. Minister Bruno Bruins van VWS maakte er nader kennis mee tijdens zijn werkbezoek op 12 juli. Elke stap in het behandelproces – van de binnenkomst van een patiënt tot en met het ontslag – kwam aan de orde tijdens het bezoek. UMC-medewerkers lieten de minister zien hoe snel en zorgvuldig patiënten worden opgevangen en behandeld. Te beginnen in de ambulancehal.

Nog geen twee minuten staat het ministeriele gezelschap in de ambulancehal of er zijn al vier ambulances uit diverse regio’s binnengereden. “Zo snel kan dat gaan”, zegt hoofd Spoedeisende Hulp Peter Leenhouts. Hoofd Neurologie Yvo Roos wijst aan waar de ambulances zoal vandaan komen: “Haaglanden, Utrecht, Amstelland." De binnengereden ambulances melden zich nu niet allemaal met een mogelijke hersenpatient. Maar "ziekenhuizen uit deze regio’s doen ook een beroep op onze SEH als het gaat om acute hersenhulp. Want dat is specialistische zorg waar wij als academisch ziekenhuis op ingericht zijn. Voor de vervolgbehandeling gaan patiënten zodra het kan weer terug naar het ziekenhuis in hun regio. Zodat wij voldoende capaciteit houden voor nieuwe patiënten.” Dat is nodig. Om een indruk te geven: gemiddeld krijgen in Nederland 120 mensen per dag te maken met een beroerte. Sinds 2015 zijn er al 4500 patiënten behandeld met de IAT-methode.

Elke seconde telt

In de gang tussen ambulancehal en SEH krijgt de minister een digitaal patiënten-polsbandje aangemeten. Daarmee worden tijdstippen en gegevens automatisch geregistreerd in het patiëntendossier. De behandelaars die Bruins straks achtereenvolgens gaat ontmoeten, kunnen nu al in het systeem zien dat hij binnen is. Ook bevindingen van de ambulanceverpleegkundige komen snel beschikbaar in dit systeem. Als Bruins een echte patiënt was, zou dat cruciaal zijn. Elke seconde telt immers als het gaat om een mogelijk herseninfarct.

Al tijdens de ambulancerit is informatie over de patiënt verzameld en gedeeld met de verantwoordelijke SEH-verpleegkundige. Bij vermoeden van een herseninfarct drukt deze op een speciale rode knop, zodat het team weet dat er een ambulance met een patiënt in aantocht is. Bij aankomst gaat de patiënt direct naar de CT-kamer voor een scan. Daar maakt de 4D-techniek zichtbaar of er sprake is van een infarct en zo ja, waar de bloedprop zit. Nog voor de patiënt in de scanner wordt getild, hebben de teamleden al andere benodigde onderzoeken gedaan. Dat gebeurt snel en trefzeker, want iedereen weet precies welke taak hij of zij heeft. 

IAT-behandeling

Minister Bruins krijgt tekst en uitleg over de nieuwe intra-arteriële (IAT) behandeling. Neuroloog Yvo Roos vertelt waarom de eerste uren cruciaal zijn. Hoe langer het hersengebied verstoken is van bloed en daarmee van zuurstof, hoe groter de schade. Roos: “Per minuut gaan er 1,9 miljoen hersencellen verloren. Dat betekent elk kwartier 15% afname van de mogelijkheid tot herstel.”

Met de IAT-behandeling is de kans op herstel gestegen van 1 op 5 naar 1 op 3, legt hij uit. Gezien de verstrekkende gevolgen van hersenschade is dat een prachtig resultaat. “Maar hoe gaat het na verloop van tijd met de patiënten?”, vraagt de minister. Aan de hand van cijfers laat Roos zien dat ex-patiënten hun leven veelal weer goed en zelfstandig op kunnen pakken en dat er bijna geen patiënten zijn die terugkeren met nieuwe vaatproblemen: preventieve maatregelen als bloedverdunnende medicatie volstaan. Dat maakt de investering in deze nieuwe IAT-techniek uiterst kostenefficiënt.

Bruno Bruins bekijkt de stent waarmee de bloedprop naar buiten wordt getrokken. IAT is een soort dotterbehandeling: een dunne kabel met een stent aan het uiteinde wordt door het bloedvat naar de prop geleid. Dat gebeurt in de angiokamer. Een uiterst secuur en tijdrovend werkje, vertelt radioloog Marieke Spengers.

Beduusd

Vier dagen geleden werd meneer Das vanuit het ziekenhuis in Alkmaar naar Amsterdam gebracht. Hij kon zijn rechterarm niet meer bewegen. Hij begreep wel wat mensen tegen hem zeiden, maar kon niet antwoorden. “Dat was wel schrikken zeker?”, vraagt minister Bruins. “Nou, ik was eigenlijk in een soort roes”, verklaart Das. De schrik kwam pas later. Anderhalf uur na het optreden van de verschijnselen lag hij al op de behandeltafel in de angiokamer. Een paar uur later kon hij zijn dochter alweer antwoorden. “Frappant”, zegt hij. Hij is er nog zichtbaar beduusd van. Na het gesprek bedankt de minister hem voor zijn komst. “Geen dank. Ik ben blij dat ik hier zelf lopend kon komen”, antwoordt meneer Das. Een mooi besluit van het ministersbezoek.

Tekst: Marleen Kamminga

Foto's: Mark van den Brink