16 dec 2016 | Verhaal

Psychische problemen bij vluchtelingen

Vluchtelingen lopen een veel groter risico op depressie en een posttraumatische stressstoornis dan de gemiddelde Nederlander. Slimme sociale ingrepen en gerichte psychotherapie kunnen die risico’s verkleinen. Dat geeft vluchtelingen in Nederland meer kans om te integreren en participeren.

Grote aantallen vluchtelingen uit het Midden-Oosten, Noord-Afrika en andere landen stromen al geruime tijd de Europese landen binnen. Op zoek naar een beter leven verlaten ze hun land. Ze willen weg van het voortdurende (levens)gevaar en zoeken asiel, een veilig heenkomen.

In de vaak felle discussies over hun komst naar Europa overheerst het vraagstuk van de opvang. Voor mentale problemen en de psychosociale gezondheid van vluchtelingen en asielzoekers is veel minder aandacht. Toch mogen we onze ogen niet sluiten voor die problematiek, stelde de Gezondheidsraad in februari in een advies aan de minister van VWS. De Gezondheidsraad baseerde zijn rapport op onderzoek van hoogleraar Sociale Geneeskunde Karien Stronks en promovendus Umar Ikram. Vrijwel gelijktijdig verscheen onder redactie van psychiater Miranda Olff het European Journal of Psychotraumatology (EJPT), met een themanummer over ‘Global mental health: trauma and adversity among populations in transition’. Alle artikelen in EJPT zijn vrij beschikbaar via www.EJPT.net.

Véél vaker
Stronks: “Umar en ik hebben de belangrijkste overzichtsartikelen over dit onderwerp op een rijtje gezet. Met behulp van die kennis hebben we een antwoord geformuleerd op drie vragen: hoe vaak komen mentale aandoeningen onder vluchtelingen voor, door welke factoren ontstaan ze en kunnen we daar wat aan doen? Die laatste vraag koppelt ons onderzoek min of meer aan dat van Miranda Olff naar de persoonlijke zorg voor vluchtelingen met psychotrauma. In dat opzicht vullen de onderzoeken elkaar goed aan."

De vraag van de Gezondheidsraad bracht meteen aan het licht dat er relatief weinig wetenschappelijk onderzoek naar het probleem is gedaan. Ikram: “Eigenlijk konden we alleen maar over de posttraumatische stressstoornis (PTSS) en depressie voldoende gegevens vinden. En zelfs die liepen vaak behoorlijk uiteen. Desondanks is duidelijk dat beide aandoeningen véél vaker voorkomen bij vluchtelingen dan bij de Nederlandse bevolking. Bij de vluchtelingen kampt tussen de 13 en 25 procent met een of beide aandoeningen, bij de Nederlanders is dat 3 procent voor PTSS en 6 procent voor depressie. Hoe vaak andere mentale problemen, zoals angststoornissen, psychosen en zelfmoordpogingen bij vluchtelingen voorkomen, is onbekend.”

Sociale ondersteuning
Het is duidelijk dat niet elke traumatische ervaring automatisch tot psychische problemen leidt. Veel meer factoren spelen daarbij een rol. “Wij hebben vooral naar de maatschappelijke omstandigheden in het land van aankomst gekeken”, zegt Stronks. “Welke risicofactoren zijn in Nederland aan te wijzen die bijdragen aan het ontstaan van psychische problemen?” Dan springt een aantal zaken er onmiddellijk uit. Stronks: “De taal. Wie zich niet goed verstaanbaar kan maken, blijkt extra kwetsbaar. Dat geldt ook voor vluchtelingen die er helemaal alleen voor staan. Gebrek aan sociale ondersteuning maakt het moeilijker om overeind te blijven. Ook de onzekerheid over hoe de asielaanvraag zal verlopen, het vaak wisselen van opvanglocatie en een lage sociaal-economische status zijn factoren die de kans op psychische problemen vergroten.”

Het zijn factoren die goed invoelbaar zijn en eigenlijk ook voor de Nederlandse bevolking gelden. Maar de vraag is, en daar wilde de Gezondheidsraad ook graag een antwoord op, wat biedt bescherming? Hoe kunnen die risicofactoren worden verkleind, afgebroken, worden ingedamd. Ikram: “Wat zeker helpt, is snel terechtkomen in een goed sociaal netwerk, dat je geborgenheid geeft, waar je problemen kunt bespreken, waar je beginselen van de taal leert, de culturele ‘eigenaardigheden’ van het land leert begrijpen. Vaak ontbreekt dat, omdat veel vluchtelingen als eenling het land binnenkomen en overige gezins- of familieleden nog in het thuisland zitten. Met de wetenschap dat gezinshereniging meestal pas na een tot twee jaar kan plaatsvinden, zoeken ze steun bij landgenoten, vaak met dezelfde sociaal-economische status.”

Maar is dat niet juist een belemmering voor integratie, voor het vinden van aansluiting in de samenleving? Niet als je die steun van lot- en landgenoten tijdig combineert met steun om actief te integreren, stelt Ikram. Bijvoorbeeld door contact en aansluiting te organiseren met lokale bewoners. Zo bied je goede sociale steun én mogelijkheden tot integratie. Stronks: “Als daar een passende baan en goed onderdak bij komen, biedt dat alleen maar meer perspectief en minder kans op psychische problemen.” Vanuit het perspectief van de sociale geneeskunde moeten dergelijke maatregelen snel worden uitgevoerd. Ikram: “Werkelijk meedoen en participeren dragen bij tot een goede geestelijke gezondheid, maar die gezondheid heb je ook nodig om dat te kúnnen doen. Snel maatregelen nemen om het ontstaan van psychische problemen te voorkomen, lijkt maatschappelijk gezien een goed idee. Ongeveer tweederde van alle vluchtelingen blijft waarschijnlijk in Nederland. Dan is het slim om in hen te investeren, ook in hun psychosociale gezondheid.”

Bijsturen van de genoemde sociale factoren zodat vluchtelingen minder risico’s lopen op het ontwikkelen van psychische problemen, lijkt een kansrijk idee. In het advies pleit de Gezondheidsraad niet voor niets om het thema gezondheid toe te voegen aan een uitgebreid onderzoek naar hoe het een groep statushouders (vluchtelingen aan wie asiel is verleend) de komende jaren zal vergaan op de thema’s onderwijs, arbeidsmarkt, huisvesting en criminaliteit. Overigens wijzen Stronks en Ikram in hun onderzoek ook al op het belang van individuele hulpverlening via de GGD, cognitieve gedragstherapie op school voor bijvoorbeeld getraumatiseerde kinderen en vormen van psychotherapie voor vluchtelingen met PTSS en depressie.

Kleinere schedel
“Maar ook op dit vlak is nog veel wetenschappelijk onderzoek nodig om effectieve strategieën te ontwerpen voor het helpen van steeds weer nieuwe vluchtelingen met vaak uiteenlopende etnische en of culturele achtergronden”, zegt Miranda Olff, hoogleraar Neurobiologische mechanismen van preventie en behandeling bij trauma en PTSS. In de speciale editie van EJPT, die Olff met gastredacteur Brian J. Hall samenstelde, wordt de problematiek op mondiale schaal behandeld. Risicofactoren voor psychotrauma zijn onderverdeeld naar de periode voor vertrek, wat er tijdens de reis kan plaatsvinden en wat na aankomst in het nieuwe land belangrijke factoren zijn voor mentale gezondheid, bijvoorbeeld de mate van integratie.

“In een van de artikelen wordt gekeken naar het verband tussen trauma’s en PTSS bij ruim vijfhonderd zwangere vrouwen en het effect daarvan op hun kind. Uit dat onderzoek blijkt dat de groei van de foetus wordt beïnvloed door hun vluchtelingenproblematiek. De baby’s van de gevluchte moeders hebben gemiddeld een kleinere schedel dan normaal. Ik vind het indrukwekkend dat de vluchtelingenproblematiek zodanig tot uitdrukking komt, dat het al direct consequenties oplevert voor de volgende generatie.”

Ander bijdragen wijzen op de grotere kwetsbaarheid van vrouwen en kinderen voor psychotrauma. “Daar moeten we wel meteen bij aantekenen”, zegt Olff, “dat mannen vaak weer andere symptomen laten zien. We moeten bij mannen en vrouwen dus soms op andere manieren kijken om hetzelfde vast te stellen.” Ook de familiegeschiedenis is een factor die de draaglast van vluchtelingen mede bepaalt. En de mate van agressie die mensen al in hun jonge leven vertonen. Olff: “In een eerder gepubliceerd onderzoek werden aanwijzingen gevonden dat jongeren die zelf agressief optreden minder snel last lijken te krijgen van PTSS. Interessant genoeg voor verder onderzoek.”

Wat in elk geval ook is vastgesteld: in de meeste gevallen is PTSS met de juiste aanpak goed te behandelen. Psychotherapie werkt. Olff broedt ook op plannen om apps in te gaan zetten om vluchtelingen met een verhoogd risico op psychische problemen eruit te kunnen pikken, zodat ze die snel kan behandelen: “Vluchtelingen zijn mensen met een grote weerbaarheid die, net als ieder ander, iets van hun leven willen maken. Daar kunnen we ze in veel gevallen bij helpen.”

Tekst: Pieter Lomans
Foto: Hollandse Hoogte