28 okt 2019 | Verhaal

Public Health-onderzoeker Mandy Hu: “We zijn zo streng voor onszelf”

Hoe verbeter je de mentale gezondheid van Amsterdammers? En hoe krijg je het aantal depressies en zelfmoorden omlaag in de stad? Belangrijke vragen tijdens de jaarlijkse bijeenkomst van het researchinstituut Amsterdam Public Health (APH). Een van de sprekers is Mandy Hu, een gedreven APH-onderzoeker die ‘de wereld een beetje mooier wil maken’.

“Iets betekenen voor de maatschappij”, dat wilde Mandy Hu heel graag toen ze aan haar studie psychobiologie begon, gevolgd door een master Neurowetenschappen. Het was het begin van een zoektocht naar een vak waarin ze dicht bij de patiënt zou blijven. Uiteindelijk promoveerde ze op de vraag waarom mensen met een depressie of angststoornis een verhoogd risico hebben op het krijgen van hart- en vaatziekten. Haar onderzoek deed ze bij locatie VUmc en bij GGZ inGeest, waar ze nog steeds werkt.

Enkele maanden geleden ging Hu aan de slag bij stichting 113 Zelfmoordpreventie. Dat bracht haar een stukje dichter bij haar diepgewortelde wens om de maatschappij van dienst te zijn. De nationale organisatie 113 Zelfmoordpreventie is tien jaar geleden opgericht door de onlangs aan kanker overleden psychiater Jan Mokkenstorm, die zelf kampte met depressie en suïcidale gedachten. Hun missie: ‘een land waarin niemand eenzaam en radeloos sterft door zelfmoord’.

Bij  stichting 113 doe je onderzoek naar de invloed van psychotherapie op zelfmoord. Hoe doe je dat?

“Ik ben nu druk bezig met het verzamelen van alle studies die hiernaar hebben gekeken. Daaruit haal ik niet alleen de gemiddelde uitkomsten van deze onderzoeken, maar ik vraag alle individuele resultaten van patiënten op. De vragen die ik probeer te beantwoorden, zijn: welke soorten therapie hebben effect? En werken ze bij iedereen?
De studies die ik meeneem in mijn onderzoek, zijn uitgevoerd bij mensen die aan zelfmoord denken of een suïcide-poging hebben gedaan. Zij kampen vaak ook met psychiatrische problemen. Behandelaren vinden dit een moeilijke doelgroep. Vaak krijgen ze een combinatie van psychotherapie en medicatie. Maar dat is lang niet altijd effectief. Het zou mooi zijn als we hen beter kunnen behandelen.”

Hoe ben je bij 113 terechtgekomen?

“Na mijn promotie wist ik niet of ik dergelijk neurobiologisch onderzoek wilde blijven doen. Ik miste de relevantie en de urgentie, de maatschappelijke impact. Mijn collega’s maakten me warm voor onderzoek naar zelfmoord. Ik bezocht de promotieplechtigheid van Jan Mokkenstorm, die op dat moment al ernstig ziek was. Die bijeenkomst maakte grote indruk. Vervolgens werd ik uitgenodigd om bij 113 te komen kijken. Wat ze daar doen, spreekt me erg aan. Het voelde als thuiskomen.”

Je ben zelf ook 3 jaar depressief geweest.

“Een officiële diagnose heb ik nooit gehad. Wel kan ik met alle kennis die ik heb opgedaan zeggen dat mijn klachten er sterk op leken. Mijn vader heeft al een tijd psychische problemen. Dit zorgde voor veel onrust en instabiliteit thuis.

In die tijd had ik een beeld van wat een perfect leven is en hoe dat er uit zou moeten zien. Dat probeerde ik na te streven en daarin was ik keihard voor mezelf. Maar vanwege de realiteit moest ik dat loslaten, wat ontzettend moeilijk is voor een perfectionist en een control freak. Ik huilde veel en beleefde geen plezier meer aan dingen die ik altijd leuk had gevonden. Op een gegeven moment dacht ik er zelfs aan hoe fijn het zou zijn als ik niet meer hoefde te leven. Als ik ergens was waar een trein langsreed, schoot de vraag door mijn hoofd wat er zou gebeuren als ik ervoor zou gaan staan. Achteraf gezien denk ik: dat waren nogal wat kenmerken van een depressie.”

Wat heeft jou geholpen?

“Ergens voelde ik dat ik de dingen die ik dagelijks deed, moest blijven doen, anders zou ik geen structuur meer in mijn leven hebben. Mijn studie heb ik afgemaakt. Daarna ben ik alleen op reis gegaan. Dan kom je jezelf heel erg tegen, want je bent alleen met je gedachten. Toen ik terugkwam, zat ik even zonder werk, dan worden de dagen wel erg lang. Ik ging hardlopen op de hei. Daar stond ergens een boom waar ik heel wat heb afgehuild. Ik wist niet meer wat ik moest doen met mijn leven.

Op een gegeven moment heb ik tegen mezelf gezegd: het enige wat ik nu moet doen, is blijven ademen. Het besef drong door dat er maar weinig in het leven écht noodzakelijk is. Daardoor viel de zwaarte van al het overige weg – uiterlijk vertoon, prestige, status.  Dus ik bleef ademhalen en ik bleef hardlopen. En een paar jaar later, tijdens het rennen, realiseerde ik me ineens: ik begin me beter te voelen.”

Gebruik je deze ervaring in je werk?

“Ik zou graag mensen willen coachen. We zijn allemaal zo streng voor onszelf. Door mee te doen met die ratrace, ambities te hebben die buiten je mogelijkheden liggen, kun je gedachten krijgen die niet helpen. Maar zodra je beseft dat eigenwaarde niet afhangt van hoe anderen over je denken en je ontdekt dat zelfliefde niet verdiend hoeft te worden, maar er simpelweg mag zijn, dan ben je vrij.

Met die gedachte heb ik PH-value opgericht. Dat zijn bijeenkomsten voor promovendi – ook van die ambitieuze mensen – waar zij lief en leed uit hun professionele en persoonlijke leven met elkaar kunnen delen. En ik wil mijn eigen bedrijf beginnen om coaching, mindfulness en yoga te geven.”

Tekst: Irene van Elzakker
Foto: Mandy Hu