24 nov 2016 | Verhaal

Rust en overzicht; de nieuwe SEH

Weten waar je heen moet, weten waar je aan toe bent. Zeker in stresssituaties brengt duidelijkheid rust. De nieuwste Spoedeisende Hulp van Nederland is daar op ingericht. En sinds eind november 2016 in gebruik. Drie keer zo groot als voorheen.

Een kleine zeven jaar nadat de vernieuwing van de Spoedeisende Hulp (SEH) in het AMC werd aangekondigd, is de oplevering een feit. De eerste indruk is er één van overzicht en rust. Hier geen hectiek van langsbenende medici met gewonde patiënten zoals in de tv-series, vertelt Jan Luitse, hoofd van de afdeling. “Rust en overzicht zijn bepalend geweest bij het ontwerp. Rust voor de patiënt, maar ook voor de medewerker. Er is heel goed nagedacht over zowel de werkprocessen als de beleving van patiënten.”

Het begint bij de entree, waar een groot rood kruis op het pad woordloos duidelijk maakt dat deze ingang leidt naar medische hulp. Nadat patiënten en hun begeleiders langs de portier zijn gegaan, leidt een kunstwerk ze naar de balies en wachtruimte: een wandvullend scherm, waarop zachte abstracte kleurvlakken traag vervloeien. En dan de wachtruimte zelf - het lijkt ondenkbaar dat je daar als patiënt het gevoel bekruipt dat je over het hoofd wordt gezien. In het zicht van de balies zijn diverse zithoeken ingericht, die doen denken aan een hotellounge.

Hoofd SEH - Jan Luitse Hoofd SEH - Jan Luitse

Negatieve emoties
“Mensen die naar de SEH komen, zitten vol negatieve emoties. Omdat er iets vervelends is gebeurd, omdat ze pijn hebben, bang zijn, omdat alles anders loopt dan ze hadden gedacht. Die emoties kunnen we niet zomaar wegnemen, maar we kunnen er wel op inspelen door duidelijkheid en rust te bieden”, zegt Jan Luitse. Er is goed nagedacht over kleurgebruik, akoestiek en licht. Tijdens het wachten worden patiënten via schermen geïnformeerd over de wachttijd en de hoeveelheid patiënten die op dat moment wordt behandeld.

Een deel van de balies wordt bemenst door doktersassistenten van de huisartsenpost waar het AMC al tien jaar mee samenwerkt. Luitse licht toe: “Wat hebben acute patiënten nodig? Ten eerste: een snelle diagnose. Ten tweede: snel weten wat daarvoor de beste behandelplek is. Een deel kan meteen terecht in de behandelkamers van de huisartsen rechts van de balies.” Boven de deuren is het kamernummer in grote lichtgevende cijfers weergegeven. Groen licht duidt op een vrije kamer, bij rood is er een behandeling gaande en bij paars licht zijn de schoonmakers aan het werk.

Duidelijkheid is er ook op de patiëntenkamers. Op beeldschermen kan de patiënt zien wie er wanneer langskomt voor welke handeling. “Vergelijk het met moderne hotels. Op het scherm word je met naam en toenaam welkom geheten en krijg je informatie over je verblijf.”

Flexibele capaciteit
De benodigde capaciteit laat zich niet voorspellen op een SEH en daarom is er flexibiliteit 'ingebouwd'. Er is geen strikte scheiding tussen behandelkamers van de huisartsenpost en die van het ziekenhuis, legt Luitse uit. “Elke behandelkamer heeft dezelfde inrichting, zodat elke behandelaar er meteen zijn of haar weg kan vinden.” In de gloednieuwe SEH geen bedompte kamers meer, maar lichte ruimtes met aan weerszijden grote ramen die met een druk op de knop geblindeerd kunnen worden.

Gescheiden stromen
Ook het scheiden van verschillende patiëntenstromen brengt rust, vertelt Jan Luitse. “De patiënt die een vinger tussen de deur heeft gekregen, gaat een andere weg dan de patiënt die met zwaailichten binnenkomt en het highcareproces ingaat.” De traumakamers verderop zijn direct bereikbaar vanuit de ambulancegarage. In dat gedeelte van de SEH is ook hightech apparatuur te vinden zoals de CT-scans. Dat is illustratief voor de denkwijze achter de SEH anno nu, verklaart hij. “We brengen de apparatuur naar de patiënt in plaats van de patiënt naar de apparatuur. Alle specialismen te maken hebben met acute patiënten, hebben dure apparatuur nodig en gespecialiseerde mensen. Nu concentreren we die op één plek."

De Spoedeisende Hulp is in oktober 2016 in gebruik genomen.

Tekst: Marleen kamminga

Foto: Jeroen Oerlemans