14 jan 2019 | Verhaal

Slechtere donornieren, maar transplantaties even succesvol

In Amsterdam UMC staat een rijk gevulde Europese databank met gegevens over dialyse en niertransplantatie. Daaruit zijn razend interessante gegevens op te diepen. Zo neemt de kwaliteit van de gedoneerde nieren af. Zonder achteruitgang van de transplantatieresultaten.

Maria Pippias, onderzoeker bij de afdeling Klinische Informatiekunde, promoveerde onlangs op analyseresultaten van nierdonatie en -transplantatiegegevens die worden verzameld door de Europese registratie van ERA-EDTA. Deze registratie, meer dan vijftig jaar geleden opgericht en sinds 2000 gehuisvest in Amsterdam UMC, bevat meer dan 770.000 dossiers van dialyse- en transplantatiepatiënten uit 36 landen, voornamelijk Europese. De gegevens, die los van politieke of industriële belangen worden verzameld, dienen onder andere als input voor het signaleren van trends en interessante ontwikkelingen.

U heeft onder meer de kwaliteit van de donornieren bekeken. Is die kwaliteit de laatste tien jaar verbeterd?

“Nee, integendeel, die kwaliteit is juist afgenomen. Dat heeft vooral te maken met de leeftijd van degenen die hun nieren beschikbaar stellen. Niet alleen de ontvangers zijn ouder geworden, ook de donoren! In de jaren negentig hadden we relatief veel jonge donoren, overleden door een verkeersongeluk. Nu komen nieren veel vaker beschikbaar nadat een patiënt een beroerte of hartinfarct heeft gehad. En dat gebeurt meestal pas op latere leeftijd. In het Verenigd Koninkrijk en Nederland is ongeveer vijftig procent van de gedoneerde nieren van overledenen afkomstig van mensen die een hartstilstand kregen. Hoewel we meer oudere donornieren van mindere kwaliteit zijn gaan gebruiken, zijn de resultaten van die donaties echter hetzelfde gebleven.”

Hoe kan dat? Werken oudere nieren dan toch even goed als jonge nieren?“Ik denk dat we de oorzaak voor die gelijkblijvende resultaten in een andere richting moeten zoeken. Kijk maar eens naar de procedures rondom de donaties: hoe de nieren worden bewaard, hoe ze worden uitgenomen en daarna getransplanteerd naar de ontvangers. Die procedures worden steeds verder verbeterd. Het aantal nieren dat korter op ijs staat voordat ze worden teruggeplaatst, is bijvoorbeeld duidelijk toegenomen. Dat geeft betere resultaten. Ook de ontvangers van de organen zijn gemiddeld genomen een stuk gezonder dan vroeger, waardoor de succeskans stijgt. We hebben ook meer controle over het zuurstofgebrek in de uitgenomen nieren, enzovoort. Betere procedures en gezondere ontvangers zijn volgens mij de belangrijkste factoren die ervoor hebben gezorgd dat het resultaat de laatste tien jaar niet is achteruit gegaan.”

Steeds meer nierdonaties zijn afkomstig van ouderen. Tegelijkertijd stel je vast dat ouderen boven de 75 nauwelijks in aanmerking komen voor een donornier. Hoe komt dat? Is dat niet oneerlijk?

“De gegevens in de registratie wijzen inderdaad uit dat ouderen op hoge leeftijd nauwelijks toegang hebben tot organen. De ERA-EDTA registratie houdt echter geen gegevens bij over wachtlijsten. Ik kan dus niet beoordelen of ouderen op hoge leeftijd langer op een wachtlijst staan dan jongeren en ze mogelijk minder snel aan bod komen.

Kijken we naar de feitelijke transplantaties, dan vinden die in deze groep inderdaad weinig plaats. Of dat oneerlijk is kan ik niet beantwoorden. Dat is een morele uitspraak. Zo’n uitspraak vereist een afgewogen antwoord, waarvoor je de patiënt, zijn persoonlijke situatie en zijn gezondheid moet kennen. Is hij nog wel fit genoeg voor zo’n ingreep? Of is hij misschien zo kwetsbaar en fragiel dat het risico op complicaties te groot is?”

Er is dus geen richtlijn die transplantatie boven een bepaalde leeftijd afraadt?

“Dat weinig ouderen op latere leeftijd een nier krijgen, stoelt niet op beleid. Er bestaat geen expliciete leeftijdsgrens die transplantatie boven 70 of 80 jaar afwijst. Aan de andere kant is het ook niet helemaal uit te sluiten dat bij de afweging van alle criteria soms toch het gevoel kan meespelen dat nierdonatie aan een jonger iemand misschien meer oplevert.

De gemiddelde leeftijd van een nierdonor in de Eurotransplant-regio is 54 jaar. In mijn onderzoek heb ik ook gekeken naar de gemiddelde leeftijd van de mensen wiens nieren naar ontvangers gaan die tussen de 75 en 84 jaar oud zijn. In 2005 lag die leeftijd op 67 jaar. In 2015 was dat gestegen tot 77 jaar. Patiënten op hoge leeftijd ontvangen dus vooral oudere organen en concurreren in dit opzicht niet met jongere patiënten.”

 Je kunt ook bij leven een nier afstaan. Welke risico’s dat met zich meebrengt voor de potentiële donor moeten we per land bekijken, niet op Europees niveau. Waarom?

“In de afweging of iemand een levende donor kan zijn, is het erg belangrijk om te kijken naar de kans dat hij gedurende zijn leven aan de dialyse moet. Die kans varieert sterk per land en wordt nu via een internationale richtlijn berekend, die zaken als bloeddruk en obesitas meeneemt. Maar de gegevens waarop die berekening is gebaseerd, zijn afkomstig van de VS, Canada en Israël. Mensen in de VS hebben gedurende hun leven een veel hoger risico op nierfalen dan Europeanen. Dus rolt er met die richtlijn een te hoog risico voor Europeanen uit, waardoor we soms onterecht een potentiële donor afwijzen. Hoogste tijd om een Europese, of nog beter, een landelijke richtlijn of calculator te ontwikkelen. Een twintigjarige man in Finland heeft 0.88 procent kans op dialyse in zijn hele leven, voor een twintigjarige Griekse man is dat twee procent. Dit verschil tussen landen moeten we niet langer negeren.”

De Gouden Eeuw van de niertransplantatie breekt aan als een getransplanteerde nier het een leven lang uithoudt zonder afstotingsproblemen. Welke vinding zal daarvoor gaan zorgen?

“Oei, dat is een moeilijke. Nieuwe geneesmiddelen, celtherapie, geprinte organen; er zijn op dit moment zo veel verschillende onderzoeksgebieden die uitzicht bieden op zo’n Gouden Eeuw. Maar welke weg daar naartoe leidt, durf ik niet te zeggen. Ik wil dit artikel over twintig jaar ook niet lezen en dan denken: o jee, wat zat ik er ver naast met mijn voorspelling.”

 

Tekst: Pieter Lomans
Foto's: Marieke de Lorijn/Marsprine