19 apr 2019 | Verhaal

Tekenpraatjes in de duinen

“Een tekenbeet? Daar ontkom je in dit werk niet aan”, zegt boswachter Imreël. Met zo’n tachtig anderen bezocht hij een presentatie over de ziekte van Lyme, die je via een tekenbeet kunt oplopen. In de duinen van Castricum vertelden professor Joppe Hovius en arts-onderzoeker Ewoud Baarsma over spugende teken en rode huidkringen.

“Wie heeft er wel eens een tekenbeet gehad?”, vraagt Joppe Hovius aan de zaal in De Hoep, een bezoekerscentrum van drinkwaterleverancier PWN, die de Noord-Hollandse duinen beheert. Bijna alle aanwezigen steken hun hand op. Het zijn dan ook mensen die voor hun werk bijna dagelijks in het duingebied rondstruinen: boswachters, beheerders, vrijwilligers.

“Wie heeft de ziekte van Lyme gehad?”, luidt de volgende vraag. Een handjevol mensen, zo blijkt. Enkele van hen hebben chronische klachten. Ferdinand de Wildt, bestrijder van exoten (planten die niet in het duingebied thuishoren) weet er alles van. Zijn vader, werknemer van PWN, heeft langdurige klachten door Lyme, vertelt hij. Zelf loopt hij sinds zijn zesde veel door de bossen. Eerst samen met zijn vader, later in opdracht van het drinkwaterbedrijf. “Afgelopen jaar ben ik zo’n 65 keer door een teek gebeten. Eén keer heb ik er 35 van mijn lijf moeten plukken. Die dag hadden veel collega’s last van teken.” De Wildt controleert zijn lichaam daarom dagelijks. “Gelukkig heb ik nog nooit een rode kring gehad. Als ik me slecht voel, ga ik voor de zekerheid naar een arts.”

Meer dan 25.000 keer per jaar

In Nederland worden jaarlijks 1,3 miljoen tekenbeten gerapporteerd. Ongeveer één op de vijf teken draagt de bacterie bij zich die de ziekte van Lyme veroorzaakt. Meer dan 25.000 Nederlanders per jaar krijgen de ziekte, vertelt Hovius. Vaak, maar niet altijd, begint dat met een grote rode vlek of kring op de plek van de beet. Die verschijnt niet meteen, waarschuwt de hoogleraar, dat kan dagen tot weken duren. In de gaten houden dus als je gebeten bent.

Een klein deel van de patiënten krijgt ernstige klachten, die zich zelfs maanden tot jaren later kunnen manifesteren en lang kunnen aanhouden: een dikke paarse knobbel (lymfocytoom), uitval van zenuwen, ontstekingen in de grote gewrichten, chronische ontsteking van de huid, die daardoor steeds dunner wordt, en in een enkel geval hartritmestoornissen of hersenontsteking.

Preventief antibiotica

Hovius: “Hoe langer een teek vast zit op je lijf, hoe groter de kans dat je de ziekte van Lyme oploopt. Een goede lichaamscheck is daarom belangrijk als je in de natuur bent geweest. Vind je een teek die zich heeft vastgezogen, dan moet je deze zo snel mogelijk verwijderen. Niet in het lijfje knijpen, want dan spuugt hij zijn hele darminhoud in je bloed, en daar zit nou juist die bacterie. De plek ontsmetten en overleggen met de huisarts of het zinvol is om preventief twee antibioticatabletten te slikken.”

Dat laatste leidt tot vragen uit de zaal. Want als je jaarlijks tientallen keren gebeten wordt, blijf je aan de gang met antibiotica. “Dat is geen doen”, beaamt Hovius. “Bekijk het per geval. Als je op één dag tien teken van je lichaam hebt gehaald of als een teek al enkele dagen op je huid zit – en hij is helemaal volgezogen met bloed – dan zou je preventief antibiotica kunnen nemen.”

Nog nooit gebeten

“Ik heb een paar kuurtjes gekregen”, vertelt Harm Snater, voorheen beheerder in het Kennemer duingebied en nu onderzoeker. Elk jaar bezoekt hij dezelfde plekken in de duinen die zich van Frankrijk tot Denemarken uitstrekken, om te kijken hoe de vegetatie zich daar ontwikkelt. De 81-jarige Snater haalt een oranje tekentangetje tevoorschijn, ooit op de kop getikt in Frankrijk. “Dit is al enkele decennia mijn vaste gereedschap. In de jaren zeventig tot negentig had ik dagelijks tientallen teken op mijn lijf. Zeker vijftig tot honderd van die beestjes zaten er al een paar dagen. Als ze nog niet volwassen zijn, kun je ze namelijk moeilijk zien.” Ziek is hij er nooit van geweest, van zo’n beet. “Wel is het gebeurd dat de huid eromheen na een paar dagen raar begon te voelen en mijn gewrichten pijn deden. Dan kreeg ik antibiotica.”

Altijd DEET

Vrijwilliger Juul Zandbergen behoort tot de weinigen die nog nooit een tekenbeet hebben gehad, ook al doet hij sinds een jaar of tien regelmatig klussen in de natuur. Hij neemt wel maatregelen: altijd een lange broek aan, zelfs als het warm is – de broekspijpen stopt hij in zijn sokken. En hij gebruikt altijd DEET, heel veel DEET, een insectenwerend middel dat ook werkt tegen teken.

Zijn collega vraagt aan Hovius en Ewoud Baarsma hoe dat kan, dat de één vaak wordt gebeten tijdens het werken in de duinen, en de ander amper. “Tja, dat is net als bij muggen”, peinst Hovius. “Die vinden sommige mensen aantrekkelijker om te steken dan anderen. Het heeft te maken met beweging, lichaamsgeur en -warmte. En wellicht ook met de samenstelling van de bacteriën op iemands huid. Daar reageren ze op.”

Allereerste Lymepatiënt

Baarsma wil graag weten of de aanwezigen zouden meewerken aan een biobank, mocht die er ooit komen. Een analyse van hun bloed kan interessante informatie opleveren omdat ze bovengemiddeld veel gebeten worden. De animo blijkt groot.

Tot slot nog een leuk weetje. Wie was de allereerste Lymepatiënt? Hovius: “Waarschijnlijk was dat Ötzi, de meer dan 5000 jaar oude ijsmummie die diepgevroren in de Alpen werd gevonden. Onderzoek op zijn resten bracht genetisch materiaal aan het licht dat zou kunnen passen bij dat van de Lyme-bacterie. Ook had hij afwijkingen aan zijn gewrichten die wijzen op de gewrichtsontstekingen die met de ziekte gepaard kunnen gaan.” Het is maar dat u het weet.

Tekst: Irene van Elzakker

Foto’s: Elmer Bets