De afdelingen Chirurgie en Urologie blikken een jaar later tevreden terug op de komst van de allernieuwste Da Vinci operatierobot. “Hij heeft beslist meerwaarde bij bepaalde operaties”, vinden de aanwezige chirurgen en operatieassistenten. Het scheelt de chirurgen bijvoorbeeld een hoop nek- en rugpijn.

Sinds eind 2018 zijn er 216 robot-geassisteerde ingrepen uitgevoerd, vertelt alvleesklierchirurg Marc Besselink tijdens een bijeenkomst waar chirurgen hun ervaringen met de Da Vinci delen. Voor de duidelijkheid: de robot opereert niet zelfstandig. Het is nog altijd de chirurg die van achter een beeldscherm de vier armen van de Da Vinci bedient.

Begin vorig jaar stonden er 24 robots in 22 Nederlandse ziekenhuizen. Hij is dus in opkomst, die robot. Voor bepaalde ingrepen wordt hij regelmatig ingezet, vooral bij urologische operaties (het verwijderen van de prostaat) en operaties aan de baarmoeder.

De robot is bij uitstek geschikt om te assisteren bij minimaal invasieve chirurgie (operaties waarbij slechts enkele kleine sneetjes nodig zijn in de buik waar de instrumenten en een camera doorheen gaan). Omdat Amsterdam UMC voorop loopt op het gebied van minimaal invasieve ingrepen, kon de aanschaf van een Da Vinci niet uitblijven.

Chirurgen volgen een training met de Da Vinci robot in het Amsterdam Skills Centre
Chirurgen volgen een training met de Da Vinci robot in het Amsterdam Skills Centre

Simulaties
De invoering ervan verliep verrassend soepel, beter dan in de meeste andere ziekenhuizen, zeggen zowel de chirurgen als de operatieassistenten. Besselink: “Dat komt omdat we hier al veel ervaring hebben met minimaal invasieve chirurgie, dus de overgang was voor ons niet heel groot. Het apparaat is intuïtief, wat wil zeggen dat je alle vrijheid hebt om met je handen de operatiebewegingen te maken die je al gewend bent.”

Bovendien is van te voren al veel droog geoefend met behulp van simulaties. Eén team van chirurgen en operatieassistenten doet alle robotoperaties en heeft daarvoor speciale trainingen gevolgd. Pas toen de ingrepen tot in de puntjes werden beheerst tijdens de simulaties, begon het echte werk met de robot.

Betere kwaliteit
Ondertussen verzamelde arts-onderzoeker Maurice Zwart alvast bewijs voor de meerwaarde van de robot bij minimaal invasieve ingrepen (laparoscopische chirurgie) aan de alvleesklier. Zijn studie, uitgevoerd met chirurgen uit 10 landen, is de eerste die 3D-laparoscopie door de chirurg vergelijkt met robotchirurgie. 3D wil zeggen dat degene die opereert diepte kan zien op de beelden die de camera in de buik naar het beeldscherm stuurt. Er werd geopereerd op een kunstmatige alvleesklier.

Conclusie van Zwart: opereren met en zonder robot ging ongeveer even snel, maar de kwaliteit van de robotoperaties was beduidend hoger. Dit verschil zou in de toekomst nóg groter kunnen worden. “De 20 chirurgen die in deze studie met behulp van de robot opereerden, hadden nog maar een jaar ervaring. Daar tegenover stonden 40 collega’s met gemiddeld 6,5 jaar ervaring in de laparoscopische chirurgie.”

Praktijk
De bijeenkomst was op 4 december in het Amsterdam Skills Centre, waar in dezelfde week gedurende 5 dagen robot-operatietrainingen worden gegeven voor urologen en alvleesklierchirurgen uit Nederland en heel Europa. Zes chirurgen vertelden er over hun praktijkervaringen. Ingrepen die nu volgens een vast schema wekelijks worden gedaan met de Da Vinci zijn de Whipple (verwijdering van de kop van de alvleesklier en het omliggende weefsel, zoals een deel van de maag en de twaalfvingerige darm), het weghalen van slokdarmtumoren, ingrepen aan de lever en het uitnemen van een nier vanwege een tumor of een transplantatie.

Bij andere ingrepen – die vaak kleiner en eenvoudiger waren – bleek de robot geen meerwaarde te hebben; die worden nu laparoscopisch gedaan. Over het algemeen zijn de operatieteams zeer goed te spreken over het inzetten van de Da Vinci. De teams ervaren meer rust en overzicht tijdens de ingreep. Door de vierde robotarm zijn bloedingen sneller onder controle te krijgen, wat leidt tot aanzienlijk minder bloedverlies bij de patiënten.

Comfort
Ook merken de chirurgen dat ze – vanwege de sterk vergrote beelden die de robot op een scherm toont – preciezer te werk kunnen gaan, wat tot minder onbedoelde weefselschade leidt en het zorgvuldiger verwijderen van tumorweefsel dat met het blote oog niet zichtbaar is. Mirza Idu, vaat- en transplantatiechirurg: “Je kunt ook makkelijker ergens omheen met een robotarm, terwijl je daar normaal gesproken haast onmogelijke polsbewegingen voor moet maken.”

Voor de chirurg is het werken met de Da Vinci sowieso comfortabeler. Aan de operatietafel moet hij of zij soms urenlang over een patiënt heen gebogen staan, met de armen vaak in lastige posities. Op de lange termijn leidt dat tot klachten aan de nek, schouders en rug. Met een operatierobot zit de chirurg rustig in een goede stoel.

Duur
Zijn dat voldoende redenen voor de aanschaf van zo’n apparaat?, vraagt uroloog Harrie Beerlage zich af, die de bijeenkomst afsloot. “Ik werk zelf al 12 jaar met operatierobots en ik zou liefst al mijn operaties met een robot willen doen. Maar de apparaten zijn duur (tussen de 1,5 en 2,5 miljoen euro, red.). Dat belemmert de innovatie en de wijde verspreiding ervan.” Nu is er nog maar één bedrijf dat een robot op de markt mag brengen. Het patent loopt echter af en er staan inmiddels nieuwe aanbieders te trappelen. Die concurrentie zal voor dalende prijzen zorgen, verwacht Beerlage.

De hoogleraar Urologie geeft een overdenking mee als het over de aanschafwaarde van de robot gaat. Hij rekent voor dat het 1 miljoen euro kost om één medisch specialist op te leiden. Die heeft een leercurve van ongeveer 10 jaar voordat hij of zij het vak tot in de puntjes beheerst. “Vervolgens raakt ie arbeidsongeschikt door een nekhernia. Dat is kapitaalvernietiging! Kortom: we moeten zuinig zijn op onze million-dollar-babies.”

Tekst: Irene van Elzakker
Foto’s: Elmer Bets