02 apr 2018 | Verhaal

Zeurende kiespijn in de enkel

Na een verzwikte enkel hebben mensen soms lange tijd nog pijn. Dat kan het gevolg zijn van een breukje of scheurtje in het sprongbeen. Het AMC kreeg onlangs de erkenning als expertisecentrum voor deze aandoening. Meer bekendheid is nodig, vinden AMC-orthopeden. Want het komt vaker voor dan we denken.

Wie kent niet die ‘pats!’ na een verkeerde beweging tijdens het sporten of na een misstap op een oneffen voetpad? Hoewel de meesten die dit overkomt na een paar weken weer gewoon kunnen lopen, geneest een verzwikte enkel niet in alle gevallen. Dan kan de snerpende pijn het begin betekenen van langdurig en soms zelfs ernstig enkelletsel.

Vaak is de pijn het gevolg van een wondje, scheurtje of breukje in het sprongbeen; het botje dat het been verbindt met de voet. Veel van wat er over deze aandoening bekend is, het zogenaamd osteochondraal defect van de talus (OCLT), komt uit de koker van de afdeling Orthopedie. De erkenning die de afdeling onlangs kreeg als expertisecentrum op het gebied van OCLT, is dan ook vooral de officiële bevestiging dat het AMC wereldwijd leidend is wat betreft onderzoek naar en behandeling van deze aandoening.

Nanotechnologie

“We hebben de afgelopen jaren een aantal succesvolle nieuwe behandelmethoden ontwikkeld”, beaamt hoogleraar Orthopedie Gino Kerkhoffs: “Het heeft ertoe geleid dat patiënten met OCLT sneller herstellen met minder complicaties. En heel spannend; we hebben revolutionaire innovatieve behandelmethoden in de pijplijn.” Zo loopt er momenteel een klinische studie naar het stellen van de diagnose en het behandelen kort na de verzwikking met nanotechnologie: met een heel klein naaldje waarin een microscoopje zit, wordt de breuk in het sprongbeen aangetoond, die dan meteen met speciale kraakbeenlijm wordt gerepareerd. Als dit succesvol blijkt, dan wordt het de eerste preventieve behandeling van OCLT.

“Hoe langer je met OCLT rondloopt, hoe groter de kans dat het breukje leidt tot een botcyste met chronische pijn en verlies van de gewrichtsfunctie tot gevolg”, vertelt orthopedisch chirurg Sjoerd Stufkens. “Maar ook hier timmeren we hard aan de weg met innovatieve behandelmethoden, in toenemende mate met lichaamseigen materiaal. Afhankelijk van de aard van het letsel, wordt dan met eigen stamcellen of met eigen bot de holte of cyste in de enkel opgevuld. In sommige gevallen is schoonmaken van de wond al voldoende; het lichaam vult de holte dan zelf op met bloed en beenmerg.”

Enige centrum

Het AMC is het enige centrum in Nederland dat – sinds kort – protheses aanbrengt. De eerste resultaten bij twee patiënten die onlangs een halve enkelprothese kregen, lijken veelbelovend. Omdat er nog zo veel te ontdekken valt, staan beide orthopeden te trappelen om diverse studies uit te zetten. Zo zouden ze graag willen weten of de kans op nieuwe verzwikkingen groter is als gevolg van onbehandelde OCLT. Ook willen ze nagaan of de keuze voor een biologische behandeling nog scherper kan worden afgestemd op de specifieke situatie van elke patiënt.

Belletje rinkelen

De moeilijkheid van OCLT, geeft Stufkens aan, is dat maar weinigen er bij een verzwikking aan denken. “Ongeveer de helft van de mensen die hun enkel verzwikken, raadplegen geen arts of fysiotherapeut. En zelfs zorgverleners missen vaak de diagnose. Dat komt omdat het defect niet te zien is op de röntgenfoto en de symptomen zeker in het begin vaag zijn. Bij de meesten duurt het erg lang voordat er een belletje gaat rinkelen dat die zeurende kiespijn binnenin de enkel foute boel is. Terwijl we inmiddels weten dat bij ongeveer 280 van de jaarlijks 500.000 enkelverzwikkingen sprake is van OCLT.”

Beide orthopeden zien hierin een rol weggelegd voor de patiëntenvereniging die ze helpen oprichten, als voorwaarde voor het expertisecentrum. Kerkhoffs: “Met bewustwording, kennis verspreiden en het delen van ervaringen, ook onder patiënten, willen we OCLT als serieuze aandoening op de kaart zetten. Zodat voorkomen kan worden dat die pijnlijke verzwikking het begin is van chronisch leed.”

Tekst: Caroline Wellink

Foto: Science Photo Library/Hollandse Hoogte