Eerste wetenschappelijke begraving AMC

Het is een memorabel moment voor de wetenschap half maart. In een uithoek van het AMC-terrein wordt voor de eerste keer in Europa een lichaam begraven met als doel de ontbinding ervan in kaart te brengen. “Het is bijzonder”, blikt onderzoeksleider Roelof Jan Oostra, hoogleraar Anatomie terug.

Vroeg in de middag wordt het lichaam op een baar, gewikkeld in een fluwelen doek naar het graf gereden. In de ochtend hebben studenten van de afdelingen Medische Biologie en Biomedical Engineering & Physics  geholpen met het delven van de twee graven, ondiepe kuilen van ongeveer 60 centimeter diep en twee meter lang in het zand waarmee de polder destijds is opgehoogd om het AMC-terrein bouwrijp te maken.

Voordat het lichaam in de kuil wordt neergelegd, gaan er temperatuur- en vochtsensoren in de kuil. Ook in het lichaam komen sensoren. Die moeten registreren wat het effect is van de ontbinding op de omgeving van het graf. Te verwachten is dat de temperatuur van de bodem stijgt, omdat er warmte vrijkomt bij de ontbinding. Dit wordt met sensoren geregistreerd en vastgelegd. Het tweede graf is het controlegraf. Daarin gaan wel sensoren maar geen lichaam.

“Dit is een testbegrafenis”, zegt Oostra tussen het werk door. Hij loopt met laarzen over de begraafplaats en bemoeit zich met de teraardelegging. “We gaan kijken of de instrumenten werken en of ze dat ook over een langere periode blijven doen. Het lichaam moet hier een jaar of vijf liggen en al die tijd moeten de instrumenten blijven functioneren. We kunnen het lichaam niet tussentijds opgraven, dat verstoort het ontbindingsproces te veel. Daarnaast kan het ontbindende lichaam met 'remote sensing', zoals speciale camera's en grondradar, gedurende die periode onderzocht worden.”

Het doel is de begraafplaats te gebruiken om wetenschappelijke vragen over ontbinding te onderzoeken. Oostra vermoedt dat deze vooral uit de forensische hoek komen. Vaak stuiten opsporingsdiensten op een lichaam in een haastig gegraven graf. Duidelijk een misdrijf. Van groot belang is te weten hoe lang het lichaam daar onder de grond heeft gelegen en dus wanneer de persoon is vermoord.  De verwachting is dat onderzoek op de wetenschappelijke begraafplaats dat soort vragen beantwoordt. “Om forensische redenen leggen we het lichaam daarom niet zo diep onder de grond, dat doen criminelen ook niet.”

Vragen zijn er nog niet, zegt hij. “De begraafplaats is een faciliteit voor forensische onderzoekers om te bestuderen welke meetbare parameters veranderen in de tijd. Er is veel belangstelling van vooral buitenlandse onderzoeksgroepen omdat dergelijk onderzoek in hun eigen land voorlopig nog ondenkbaar is.” Op de begraafplaats is ruimte voor vijftig graven, dus Oostra verwacht een groot aantal jaren onderzoek te kunnen doen op deze wetenschappelijke begraafplaats.

Veel personen stellen hun lichaam ter beschikking aan de wetenschap die dan meestal worden gebruikt in het anatomie-onderwijs. Sinds enige jaren kunnen de mensen die hun lichaam ter beschikking stellen, aangeven of ze bezwaar hebben tegen dit soort medisch biologisch ontbindingsonderzoek. Voor bijna niemand is dat volgens Oostra een probleem. Er zouden zelfs mensen te kennen hebben gegeven nadrukkelijk voor dit soort onderzoek in aanmerking te komen, maar die garantie kan het AMC niet geven.

Eén van de aanwezige politie-functionarissen, betrokken bij plaats-delict reconstructies, zegt nieuwsgierig te zijn wat er gebeurt op de plek rond het graf. Zoals gezegd is de verwachting dat de temperatuur van de grond bij het graf stijgt. Hij heeft het idee om over een tijdje met een helikopter over de begraafplaats te vliegen en warmtefoto´s van de grond te maken. Hij is dan nieuwsgierig of de plek waar het lichaam half maart onder de grond is gelegd op die foto´s te zien is en hoe dat in de loop van de tijd verandert.