Wetenschapsagenda tweede helft februari 2018

Overzicht van de promoties, oraties, symposia en bijeenkomsten van het AMC in de tweede helft van februari 2018.

15/02
Promotie
Stabiliteit erfelijk materiaal tijdens spermaontwikkeling
Yi Zheng: ‘Genome integrity maintenance during spermatogonial development’.
Tien tot vijftien procent van de stellen is verminderd vruchtbaar. Bij ongeveer de helft van deze stellen speelt de spermakwaliteit een rol. Yi Zheng onderzoekt de mechanismen die de reactie op DNA-schade bepalen en reguleren tijdens de ontwikkeling van sperma.
Promotor: prof. dr. S. Repping
Co-promotor: dr. G. Hamer
Plaats en tijd:  Agnietenkapel, 14 uur

21/02
Promotie
Chlamydia-infecties niet afgenomen
Bart Versteeg: ‘Chlamydia trachomatis: insights on genetics, molecular epidemiology, diagnostics and treatment, and host-pathogen interactions’.
Chlamydia trachomatis is een bacterie die de seksueel overdraagbare aandoening (SOA) chlamydia veroorzaakt. Wereldwijd is chlamydia de meest voorkomende bacteriële SOA. Ondanks grote inspanningen op het gebied van volksgezondheid - zoals behandeling, melding van partners en counseling - is het aantal infecties niet afgenomen. Versteeg schrijft in zijn proefschrift dat dit waarschijnlijk komt door een combinatie van erfelijke eigenschappen van de bacterie, epidemiologische en gedragsfactoren, diagnostiek en (in)effectieve behandeling en interacties tussen de ziekteverwekker en de gastheer. 
De promovendus pleit voor een geïntegreerd model om een ​​volledig beeld te krijgen van de aard van de infecties, plus de interacties tussen de bacterie en de gastheer. Toekomstig onderzoek zou daarom onderzoeksmethoden moeten combineren, om Chlamydia trachomatis-infecties te kunnen bestuderen in relatie tot gastheer-pathogeen-interacties. Nieuwe kweekmodellen zoals organoïden (gekweekte mini-orgaantjes) en andere 3D-weefselmanipulaties, zijn daarbij veelbelovende hulpmiddelen.
Promotor: prof. dr. H.J.C. de Vries
Co-promotores: dr. S.M. Bruisten, dr. M.F. Schim van der Loeff
Plaats en tijd: Agnietenkapel, 12 uur

21/02
Promotie
Vet eten en de suikerhuishouding
Merel Rijnsburger: ‘Central regulation of glucose metabolism’.
Een korte periode van te veel vet en suiker eten kan al van invloed zijn op de manier waarop de hersenen  de suikerhuishouding registreren. Dat concludeert Merel Rijnsburger in haar onderzoek naar het effect van een dieet met veel vet en suiker op ratten. De verhoogde inname van vetten en suiker leidde tot veranderingen in de hypothalamus van de ratten, het hersengebied dat is betrokken bij de regulatie van de suikerhuishouding. Ook het beloningsgebied in de hersenen, de nucleus accumbens, blijkt een rol in de suikerhuishouding te spelen.
Rijnsburger ontrafelde een nieuw mechanisme voor de rol van dopamine (een signaalstof in de hersenen die een rol speelt bij gevoelens van genot, blijdschap en welzijn) bij de regulering van de suikerhuishouding.
Deze inzichten geven nieuwe aanknopingspunten voor oplossingen tegen overgewicht en diabetes.
Promotores: prof. dr. A. Kalsbeek, prof. dr. S.E. la Fleur
Co-promotores: prof. dr. E. Fliers, dr. M.J.M. Serlie
Plaats en tijd:  Agnietenkapel, 14 uur

22/02
Promotie
Zoeken naar oorzaak scheve stand hoofd
Evelien Zoons: ‘The role of dopamine and serotonin in cervical dystonia’.
Cervicale dystonie is een neurologische ziekte. Kenmerkend is een gedraaide, scheve stand van de nek en het hoofd, die gepaard kan gaan met pijn, schokken en trillen van het hoofd, somberheid en angst. Zoons onderzocht de neurotransmitters dopamine en serotonine bij mensen met en zonder deze ziekte. Ze ontdekte duidelijke verschillen tussen de twee groepen, die vooral samenhangen met de psychische klachten (met name somberheid en angst) en met het schokken en trillen van het hoofd. Het geneesmiddel Escitalopram zorgt niet voor een verbetering van de motorische symptomen, noch van de niet-motorische symptomen zoals somberheid, angst en pijn.
Er is nog weinig bekend over de aandoening cervicale dystonie. De meeste patiënten krijgen botulinetoxine-injecties in hun nekspieren. Dit helpt vooral tegen het draaien van hoofd en nek, en redelijk tegen de pijn. Het schokken en trillen is moeilijker te behandelen, omdat er meerdere spieren bij betrokken zijn. Psychische klachten worden niet behandeld met deze injecties. Zoons schrijft dat een beter begrip van wat er bij deze ziekte in de hersenen gebeurt, zal bijdragen aan de ontwikkeling van een behandeling.
Promotores: prof. dr. J. Booij, prof. dr. M.A.J. de Koning-Tijssen
Plaats en tijd:  Agnietenkapel, 14 uur

23/02
Promotie
De ziektemechanismen bij MPS III
Olga Meijer: ‘Unfolding mucolpolysaccharidosis type III. Pathophysiology, diagnosis and treatment’.
Mucopolysacharidose type III (MPS III) is een zeldzame, maar ernstige stofwisselingsziekte, die in verschillende varianten bestaat. In de meest progressieve vorm overlijden patiënten al op tiener- of jongvolwassenleeftijd. Bij de ziekte ontbreekt een enzym dat het eiwit heparansulfaat hoort af te breken. Hierdoor stapelt heparansulfaat zich op, wat leidt tot progressieve schade van lichaamscellen. Om een effectieve behandeling voor MPS III dichterbij te brengen, onderzoekt Olga Meijer de ziektemechanismen, mogelijke werkzame stoffen en diagnostiek bij de aandoening.
Promotor: prof. dr. F.A. Wijburg
Co-promotor: dr. N. van Vlies
Plaats en tijd:  Agnietenkapel, 12 uur

23/02
Promotie
Het klimaat van de opleiding tot specialist
Milou Silkens: ‘New perspectives on learning climates in postgraduate medical education’.
Het opleidingsklimaat van medische vervolgopleidingen is belangrijk voor de professionele ontwikkeling van artsen in opleiding tot specialist (aios). Gegevens over het opleidingsklimaat zouden beter benut moeten worden om de professionele ontwikkeling van aios te garanderen en bij te dragen aan de veiligheid van de patiëntenzorg. Tot die conclusie komt Silkens in haar proefschrift over het opleidingsklimaat in de medische vervolgopleiding.
Het opleidingsklimaat bestaat uit gedeelde percepties van aios van de formele en informele aspecten van de opleiding. Denk aan percepties van de algehele sfeer, maar ook percepties van beleid, werkwijzen en procedures. Het doel van Silkens onderzoek was het meten van het opleidingsklimaat, dat klimaat te verklaren en de relatie met patiëntveiligheid te onderzoeken.
Haar studie bracht een aantal nieuwe inzichten. Zo kan het opleidingsklimaat onderzocht worden op afdelingsniveau. Andere inzichten: frequent evalueren draagt bij aan verbetering, en centrale opleidingscommissies hebben een sterke strategische positie nodig. Silkens vindt dat ‘opleiden’ prominenter op de agenda van de instellingen thuishoort. Ze schrijft dat opleiderskwaliteiten belangrijk zijn voor de kwaliteit van het opleidingsklimaat. Verder kan een ondersteunend opleidingsklimaat bijdragen aan het gewenste patiëntveiligheidsklimaat, en indirect aan het patiëntveiligheidsgedrag van aios.
Promotores: prof. dr. M.J.M.H. Lombarts, dr. O.A. Arah
Co-promotores: dr. A.J.J.A. Scherpbier, prof. dr. M. J. Heineman
Plaats en tijd:  Aula, 13 uur