Wetenschapsagenda tweede helft mei 2018

Overzicht van de promoties, oraties, symposia en bijeenkomsten van het AMC in de tweede helft 2018.

17/05
Promotie
Vaak verkeerde pijnstillers na blessure bewegingsapparaat
Gijs Helmerhorst: ‘Pain relief after musculoskeletal trauma’
Patiënten met een botbreuk of een andere acute aandoening van hun bewegingsapparaat krijgen pijnstillers mee naar huis. Steeds vaker zijn dat opioïden, maar dat zijn niet bepaald veilige medicijnen. Daarom onderzocht Gijs Helmerhorst of patiënten even tevreden zijn met pijnstillers die deze bijwerkingen niet hebben. En dat blijkt zo te zijn. Toch worden opioïden nog regelmatig voorgeschreven, concludeert hij.
Hoewel vaak wordt gezegd dat de bijwerkingen van opioïden meevallen, zijn deze middelen verslavend en potentieel dodelijk. Tien jaar geleden kwam Helmerhorst tijdens een onderzoeksstage in de VS voor het eerst in aanraking met het opioïdenprobleem. In de VS gaan meer dan 46 mensen per dag dood aan een overdosis van deze medicijnen. In Nederland kunnen we verslavingsproblemen nog voor zijn, stelt de promovendus. “Enige pijn na een operatie hoort erbij en zolang dit dragelijk is, hoeft dit niet altijd behandeld te worden met zware en verslavende pijnstillers.” Als er toch sterkere pijnstillers nodig zijn, is het verstandig dat de arts een dosis voor hooguit een aantal dagen meegeeft, om dan te checken of de middelen nog steeds nodig zijn.
Er komt volgens Helmerhorst steeds meer bewijs dat effectieve coping-strategieën, betere psychische gesteldheid en minder stress effectievere pijnstillers zijn dan biomedische factoren als operatietechniek of geneesmiddelen.
Promotor: prof. dr. G.M.M.J. Kerkhoffs, prof. dr. D.C. Ring
Co-promotores: dr. P. Kloem
Plaats en tijd: Agnietenkapel, 12.00 uur.

18/05
Promotie
Gedislokeerde polsbreuk: opereren is beter
Marjolein Mulders: ‘Distal radius fractures: value based diagnosis, treatment and outcome’
Patiënten met een gedislokeerde polsbreuk die is rechtgezet, kunnen beter geopereerd worden in plaats van dat zij een conservatieve behandeling met gips ondergaan. Dit concludeert Marjolein Mulders in haar promotieonderzoek. Mulders voerde een multicenter gerandomiseerde studie uit waaraan veertien Nederlandse ziekenhuizen deelnamen. Voor het onderzoek keerden patiënten tot 1 jaar na de behandeling op zes verschillende momenten terug op de polikliniek. Wat blijkt: de functionele uitkomsten na opereren zijn beter dan na een conservatieve behandeling. Daar komt nog bij dat 42% van alle conservatief behandelde patiënten alsnog een operatie ondergaan omdat de breuk in het gips weer scheef is gaan staan. Een operatieve behandeling bespaart ook kosten, stelt Mulders, vooral omdat patiënten dan weer sneller aan het werk kunnen.
Mulders, die verbonden is aan de Trauma Unit van de afdeling Chirurgie, hanteert op dit nog de huidige nationale richtlijn. “Die geeft het advies om alle patiënten met gedislokeerde polsbreuk die weer is rechtgezet via gesloten repositie, conservatief te behandelen. Ook internationale richtlijnen geven dit advies. Doordat we hebben aangetoond dat patiënten die worden geopereerd een betere functionele uitkomst hebben dan conservatief behandelde patiënten, verwachten we dat dit tot een verandering in het beleid voor dit type breuk zal leiden.”
In haar proefschrift beschrijft de promovendus ook een implementatiestudie naar een klinische beslisregel om wel of geen röntgenfoto van de pols te maken bij patiënten die zich met een mogelijke polsbreuk melden op de spoedeisende hulp. Deze beslisregel is verwerkt in een mobiele applicatie die de arts op de SEH gebruikt. Het gebruik van deze beslisregel, de Amsterdam Wrist Rules, leidde tot 15% minder röntgenfoto’s. Bovendien verbleven patiënten zonder polsbreuk die geen röntgenfoto kregen, 34% minuten korter op de SEH.
Promotor: prof. dr. J.C. Goslings
Co-promotores: dr. N.W.L. Schep
Plaats en tijd: Agnietenkapel, 10.00 uur.

18/05
Promotie
De verborgen infectierisico’s van oncologische behandeling
Mischa Keizer: ‘Complement activation defects in pediatric oncology patients: hidden factors contributing to the increased risk of infection’
Het is bekend dat patiënten tijdens oncologische behandeling een verhoogd risico op infecties lopen. Dit komt doordat het beenmerg bepaalde bloedcellen niet meer aanmaakt en afweercellen geremd worden. Promovendus Mischa Keizer onderzocht of oncologische behandelingen direct of indirect ook effect hebben op het complementsysteem. Dit is het aangeboren afweersysteem in het bloed. Voor zijn onderzoek nam Keizer voor, tijdens en na een opname bloedmonsters af en analyseerde hij deze. Hiermee werd klinisch aangetoond dat het complementsysteem van patiënten na een chemobehandeling opvallend vaak is onderdrukt.
Een infectie tijdens de behandeling van kanker is een van de belangrijkste redenen voor opname. Identificatie van specifieke risicofactoren kan helpen om patiënten eerder en beter in de gaten te houden. Een van deze risico’s is remming van het immuunsysteem. Keizer heeft nu aangetoond dat niet alleen cellulaire componenten de werking van het immuunsysteem kunnen afremmen, maar ook het niet-cellulaire componentsysteem. Dit lijkt verband te houden met de inzet van bepaalde chemotherapeutische middelen, zoals asparaginase.
Promotor: prof. dr. T.W. Kuijpers
Co-promotores: dr. D. Wouters, dr. M.D. van de Wetering
Plaats en tijd: Agnietenkapel. 16.00 uur.

18/05
Oratie







De chirurg van hoogcomplexe zorg is aan de bal
Met zijn oratie ‘Upper GI Chirurgie aan de bal’ aanvaardt Mark van Berge Henegouwen officieel zijn benoeming tot hoogleraar Gastro-intestinale Chirurgie. ‘Upper GI chirurgie’ staat voor de operatieve behandeling van ziekten van slokdarm en maag. Voor een academisch centrum gaat het dan vooral op hoogcomplexe operaties van kanker. Op Europees niveau zijn de Nederlandse behandelresultaten goed. Maar met meer centralisatie en betere regionale samenwerking is er nog verbetering nodig, stelt Van Berge Henegouwen. Om daarvoor te zorgen zijn de chirurgen van deze hoogcomplexe zorg aan de bal, betoogt hij.
De behandeling van slokdarmkanker en maagkanker is de afgelopen twintig jaar fors verbeterd. Toch zijn er landelijk duidelijk verschillende uitkomsten tussen ziekenhuizen. Zo is recent aangetoond dat de overleving bij patiënten met slokdarmkanker in Nederland wordt beïnvloed door het ziekenhuis waar de ziekte wordt vastgesteld. Ook de uitkomsten tussen ziekenhuizen die operaties doen voor slokdarm- en maagkanker, variëren.
Volgens Van Berge Henegouwen zit verbetering van zorg vooral in het dedicated teamwork dat vereist is. Slokdarmoperaties zijn bijzonder complex en in één centrum zijn er wel tien specialismen betrokken bij de behandeling van de primaire ziekte en de complicaties na de operatie. Om een goed niveau te bereiken, is er volgens de hoogleraar een minimumvolume nodig dat waarschijnlijk hoger ligt dan het landelijk vastgestelde aantal van 20 operaties per jaar. Van Berge Henegouwen bepleit dat het aantal operaties per ziekenhuis omhoog moet tot 40 of zelfs 80 op jaarbasis. Centralisatie naar enkele centra kan een oplossing zijn, maar goede regionale samenwerking ook. Dit houdt in dat chirurgen uit meerdere ziekenhuizen in één regio niet alleen op papier duidelijk samenwerken, maar ook samen besluiten nemen over hoogcomplexe patiënten, bijvoorbeeld in één multidisciplinair overleg.
Plaats en tijd: Aula, 16.00 uur

22/05
Promotie
Betere behandeling van hoge bloedsuikerwaarde
Maaike Gerards: ‘Glucocorticoid-induced hyperglycemia’
De behandeling van patiënten met glucocorticoïd-geïnduceerde hyperglycemie kan verbeterd worden. Dit heeft Maaike Gerards vastgesteld in haar promotieonderzoek. ‘Glucocorticoïden’ is de verzamelnaam van lichaamseigen en synthetische hormonen die de vorming van glucose bevorderen. Als de glucocorticoïd-receptor, het eiwit dat deze hormonen in het lichaam bindt, overmatig actief is, kan dit leiden tot hyperglycemie, ofwel een te hoge bloedsuikerwaarde.

Gerards heeft zowel behandelstrategieën met en zonder insuline onderzocht. Als uitkomstmaat voor haar onderzoek heeft zij gekeken naar glucoseregulatie, veiligheid en patiënttevredenheid. Daarnaast heeft zij in kaart gebracht wat de nadelige gevolgen zijn van glucocorticoïd-receptoractivatie bij patiënten met type 2-diabetes en patiënten die chirurgie ondergaan ter behandeling van obesitas. En ten slotte heeft zij gekeken naar de gevolgen van tijdelijke hyperglycemie op de uitkomst van chemotherapie.

Op basis van haar onderzoek heeft Gerards vastgesteld dat strategieën met insuline vooralsnog de eerste keus zijn voor glucocorticoïd-geïnduceerde hyperglycemie. Zij constateerde verder dat middellang werkende insuline waarvan de dosering is afgestemd op leeftijd en gewicht, leidt tot betere bloedsuikers dan de huidige gewoonte van het insulinebijspuitschema. Bij patiënten die behandeld worden met chemotherapie is volgens haar in zijn algemeenheid niet de stellen dat het strak reguleren van de bloedsuiker leidt tot betere behandeluitkomsten.

Gerards’ onderzoek effent het pad voor een betere behandeling, met een betere glucosehuishouding en minder belasting voor de patiënt als belangrijke resultaten. Een belangrijke stap, want glucocorticoïd-medicatie wordt veel voorgeschreven in Nederland en de daarmee verband houdende hyperglycemie komt veel voor.
Promotores: prof. dr. J.B.L. Hoekstra, prof. dr. D.P.M. Brandjes
Co-promotores: dr. T.M. Vriesendorp, dr. V.E.A. Gerdes
Plaats en tijd: Agnietenkapel, 14.00 uur

23/05
Promotie
Schildersziekte: diagnose en beloop
Evelien van Valen: ‘Chronic solvent-induced encephalopathy. Diagnosis and course’
Langdurige blootstelling aan organische oplosmiddelen kan schade toebrengen aan het centrale zenuwstelstel en leiden tot chronische Toxische Encefalopathie (CSE) – schildersziekte. Evelien van Valen rapporteert de incidentie van CSE in Nederland van 1997 tot 2017 en evalueert een screeningsprogramma voor Nederlandse schilders. Ook kijkt ze naar verbetering van de diagnostiek en het beloop en de prognose van CSE.
Promotores: prof. dr. F.J.H. van Dijk, prof. dr. M.A.G. Sprangers
Co-promotores: dr. E.M. Wekking, dr. M.S.E. van Hout
Plaats en tijd: Agnietenkapel, 14.00 uur

24/05
Promotie
Belangrijke rol lymfeklieren bij uitzaaiing prostaatkanker
Emma van der Toom: ‘Circulating and disseminated tumor cells in patients with high risk and metastatic genitourinary cancers’
Promovendus Emma van der Toom deed onderzoek naar circulerende en uitzaaiende tumorcellen bij patiënten met prostaat- en blaaskanker. In het proces van uitzaaiing ontsnappen circulerende tumorellen (CTC’s) aan de primaire tumor en komen via de perifere bloedbaan uiteindelijk het beenmerg binnen. De cellen heten dan disseminerende tumorcellen (DTC’s). Daar vormen zij de eerste stap naar detecteerbare uitzaaiingen.
Het is onduidelijk wanneer dit proces bij mensen met een gelokaliseerde ziekte plaatsvindt. Er werd gedacht dat 72% van de patiënten met een gelokaliseerde ziekte DTC’s hebben op het moment dat de prostaat verwijderd wordt. Van der Toom ontdekte dat dit niet klopt: het beenmerg bevat ten tijde van een prostaatverwijdering over het algemeen juist geen tumorcellen. Dit suggereert dat het reservoir voor terugkerende ziekte waarschijnlijk ergens anders zit en dat het uitzaaiingsproces niet via het beenmerg, maar via de lymfeklieren plaatsvindt.
De uitdaging is om de DTC’s niet alleen op te sporen, maar ook te behandelen vóórdat ze op te sporen zijn als uitzaaiing. Het is namelijk nog niet mogelijk om patiënten met uitgezaaide prostaatkanker te genezen. Bestaande chemotherapieën kunnen het beenmerg namelijk niet bereiken. Nu blijkt dat DTC’s waarschijnlijk neerstrijken in de lymfeklieren voordat ze naar het beenmerg afreizen, moeten toekomstige studies zich volgens Van der Toom richten op het mobiliseren van DTC’s vanuit de lymfeklieren naar de bloedbaan, om daar vervolgens met chemo- of immunotherapie te worden behandeld. Ook moet nog aangetoond worden welke patiënten baat zullen hebben bij het behandelen van deze ‘slapende’ kankercellen. Het is nu nog niet te voorspellen bij welke patiënt zich wel uitgezaaide ziekte ontwikkelt en bij welke niet.
Promotores: prof. dr. J.J.M.C.H. de la Rosette
Co-promotores: dr. T.M. de Reijke, prof. dr. K.J. Pienta
Plaats en tijd: Agnietenkapel, 10.00 uur

24/05
Promotie
Nieuwe behandeling prostaatkanker
Matthijs Scheltema: ‘Focal therapy: changing the landscape of prostate cancer treatments’
Tot op heden werd prostaatkanker behandeld met een operatie, bestraling of brachytherapie gericht op de gehele prostaat. Deze behandelingen gaan gepaard met veel bijwerkingen, zoals incontinentie of impotentie. Matthijs Scheltema onderzocht een nieuwe techniek als nieuwe behandeloptie voor gelokaliseerde prostaatkanker. Met deze techniek, irreversibele elektroporatie, (IRE) behandel je alleen de tumor zelf, waardoor de bijwerkingen veel minder zijn.
IRE is een techniek die gebruikmaakt van elektriciteit om tumorcellen te doden. Dat werkt als volgt: in de tumor worden twee of meer kleine naalden gestoken. Daartussen loopt elektriciteit. Door de stroom ontstaan kleine openingen – nanoporiën – in het omhulsel van de cellen. Als de intensiteit van de elektriciteit hoog genoeg is, zijn deze openingen permanent en zullen de cellen afsterven.
Scheltema presenteerde de eerste klinische uitkomsten bij patiënten en onderzocht een aantal vragen rondom deze nieuwe behandelmethode.
Promotor: prof. dr. J.J.M.C.H. de la Rosette, prof. dr. M.P. Laguna Pes
Co-promotores: dr. T.M. de Reijke, dr. D.M. de Bruin
Plaats en tijd: Agnietenkapel, 10.00 uur

25/05
Promotie
Nieuwe methode om rode bloedcellen te kweken
Esther Heideveld: ‘The role of macrophages in human erythropoiesis’
In haar promotieonderzoek heeft Esther Heideveld een nieuwe methode beschreven om uit stamcellen grote hoeveelheden kwaliteitszuivere rode bloedcellen te kweken. Zij keek vooral naar de invloed die van ondersteunende witte bloedcellen. Deze macrofagen hebben namelijk een positief effect op de overleving van stamcellen, die bloed produceren. En hoe beter deze cellen overleven, hoe hoger de opbrengst van gekweekte rode cellen.
De nieuwe kweekmethode is vooral gebaseerd op celkweek met humane cellen, waarbij Heideveld lichaamscellen kan laten groeien onder gecontroleerde omstandigheden. Ze gebruikt daarbij glucocorticosteroïden, hormonen die belangrijk zijn voor de afweer in het lichaam. Deze hormonen worden gebruikt voor het aanmaken van macrofagen, die op hun beurt weer de aanmaak van rode bloedcellen ondersteunen. Uiterlijk komen de gekweekte macrofagen overeen met macrofagen uit de foetale lever en het beenmerg. Ook hun eiwitprofiel is vergelijkbaar. ‘Hiermee hebben we dus een handig modelsysteem’, concludeert Heideveld.
Dankzij Heidevelds onderzoek is het nu mogelijk om in klinische trials de functionaliteit van gekweekte rode bloedcellen te testen en daarmee vast te stellen hoe bruikbaar deze cellen zijn voor bloedtransfusie.
Promotor: prof. dr. C.E. van der Schoot
Co-promotores: dr. E. van den Akker, dr. M.M. von Lindern
Plaats en tijd: Agnietenkapel, 12.00 uur

25/05
Promotie
Beter begrip van darmontstekingen
Ronald Schilderink: ‘Epigenetic mechanisms regulating the inflammatory response’
Steeds meer studies wijzen erop dat je ontstekingsreacties kunt beïnvloeden met behulp van epigenetische mechanismen. Dit zijn kortgezegd mechanismen waardoor de functie van een gen verandert zonder dat de genetische code verandert. Ronald Schilderink onderzocht in zijn promotieonderzoek of je met blokkers voor specifieke enzymen darmontstekingen kunt reguleren. Met behulp van een in vitro cellijn, primaire darmculturen en in vivo muismodellen onderzocht hij hoe belangrijke schakels in de immuunrespons ontstekingsremmend of minder ontstekingsgevoelig te maken zijn. Hij keek daarbij naar de werking op dendritische cellen, macrofagen en darmepitheelcellen.
Door in te grijpen in epigenetische processen ontstaat er zicht op een succesvolle aanpak van chronische ontstekingsziekten, concludeert Schilderink. Hij noemt als voorbeeld de inflammatoire bowel disease, de benaming voor een groep chronische ontstekingen in het maag-darmkanaal. Promotor: prof. dr. W.J. de Jonge
Co-promotor: prof. dr. M.P.J. de Winther
Plaats en tijd: Agenietenkapel, 14.00 uur

29/05
Promotie
cART-therapie en het netvlies van HIV-patiënten
Nazli Demirkaya: ‘In search of retinal biomarkers for HIV related neurodegeneration: the AGEhIV and NOVICE studies’
cART is de benaming voor een combinatie van hiv-remmende medicijnen die allemaal een eigen werking hebben. Promovendus Nazli Demirkaya onderzocht of hiv-geïnfecteerde patiënten die met deze therapie worden behandeld vatbaar blijven voor ‘HIV-neuroretinal disorder’ (HIV-NRD), waardoor de zenuwvezellaag in het netvlies wordt aangetast. Met structurele en functionele tests onderzocht zij het netvlies van patiënten. Zij wilde ook weten of de dikte van het netvlies waarde heeft als potentiële indicator van hiv-gerelateerde afname van zenuwfuncties. Demirkaya vond uit dat volwassen hiv-patiënten die langdurig cART-therapie ondergaan, geen risico lopen om HIV-NRD op te lopen. Onduidelijk is nog de betekenis van een dunnere fovea bij kinderen die rond hun geboorte met hiv zijn geïnfecteerd. Ondanks dat dit centrale groefje midden in het gele gedeelte van het netvlies bij deze kinderen dunner is, is hun gezichtsvermogen goed. Longitudinaal onderzoek moet meer duidelijkheid geven over mogelijke afwijkingen op lange termijn. Promotor: prof. dr. R.O. Schlingemann
Co-promotores: dr. F.W.N.M. Wit, dr. F.D. Verbraak
Plaats en tijd: Agnietenkapel, 10.00 uur

30/05
Promotie
Meer inzicht in mitochondria als oorzaak van ziekten
Iliana Chatzispyrou: ‘The role of mitochondrial metabolism in health and disease’
Mitochondria zijn structuren in onze cellen die voedingsstoffen omzetten in energie. Voor een gezonde stofwisseling moeten ze goed blijven functioneren. Iliana Chatzispyrou ontdekte dat zelfs kleine veranderingen in deze structuren tot zeldzame ziekten kunnen leiden. Ze bestudeerde hiervoor patiëntcellen uit huidbiopsies en ontwikkelde een nieuwe methode om de functie van mitochondria en hun stofwisseling te analyseren met behulp van het modelorganisme C. elegans. Inzicht in de oorzaken van deze ziekten kan bijdragen aan snellere diagnostiek, effectieve behandelingen en een verbeterde kwaliteit van leven van patiënten. Daarbij komt dat mitochondria ook een rol spelen in ziekten die vaak voorkomen bij mensen op leeftijd, zoals diabetes, Alzheimer en kanker. Nieuwe bevindingen over de oorzaak van mitochondriale veranderingen kan ook bij deze ziekten tot verbeterde diagnostiek en behandelmethoden leiden.
Promotor: prof. dr. R.J.A. Wanders
Co-promotor: dr. R.H.L. Houtkooper
Plaats en tijd: Agnietenkapel, 12.00 uur

30/5
Promotie
Universele aanpak lost malariaprobleem niet op
Ewurama Owusu: ‘Malaria, HIV and sickle cell disease in Ghana: towards tailor-made interventions’
In gebieden waar malaria voorkomt, is er veel gedaan aan malariacontrole. De afgelopen jaren is er veel progressie geboekt. Toch zijn er grote verschillen in controleprogramma’s tussen landen en ondervindt elk land zijn eigen obstakels. Zo zorgt de geografische overlap van malaria met hiv en sikkelcelziekte in de sub-Sahara, waaronder Ghana, voor een mogelijke interactie tussen deze drie ziekten. Studies tonen bijvoorbeeld aan dat hiv-geïnfecteerde mensen en personen met sikkelcelziekte meer risico lopen om malaria te krijgen en dat deze ziekte zich dan ook ernstiger openbaart.
Ewurama Owusu deed onderzoek naar de dynamiek van malaria en de verspreiding daarvan in de Kwahu-hooglanden van Ghana. De epidemiologie van malaria in dit gebied is anders dan in laaggelegen gebieden van het land. De Kwahu-hooglanden waren tientallen jaren malariavrij, maar tegenwoordig worden er weer vele malariagevallen gemeld. Uit Owusu’s asymptomatische studie bleek dat veel inwoners parasietdrager waren en kinderen het vaakst een infectie hadden. Een verband tussen malaria en sikkelcelziekte en malaria en hiv trof zij niet aan. Therapietrouw kan volgens Owusu een rol spelen, maar kon zij niet vaststellen. Zij ontdekte ook dat de door de WHO aangeraden Rapid Diagnostic Test niet alle infecties aantonen. Dit verdient volgens de promovendus aandacht, omdat dit ook in andere landen gebeurt en door niet-gediagnosticeerde infecties het ziekte- en sterftecijfer kunnen stijgen.
Volledige eliminatie van malaria in Ghana is mogelijk, verwacht Owusu. Voorwaarde is wel dat controleprogramma’s beter rekening houden met de bijdrage van omgeving, sociale factoren en demografische factoren.
Promotor: prof. dr. M.P. Grobusch
Co-promotores: dr. P.F. Mens, dr. C.A. Brown
Plaats en tijd: Agnietenkapel, 16.00 uur

31/05
Promotie
Manipulatieve methoden van hiv ontrafeld
Nina Hertoghs: ‘Molecular mechanisms controlling dendritic cell functions in HIV-1 and Ebolavirus infection’
Dendritische cellen zijn immuuncellen die een belangrijke rol lijken te spelen bij de overdracht van hiv. Hertoghs onderzocht hoe deze cellen reageren op hiv en hoe het virus deze cellen manipuleert om zo de kans op overdracht te vergroten. Het onderzoeksmodel is ook gebruikt om te bestuderen wat de uitkomst is van de interactie tussen dendritische cellen en het Ebolavirus.
Hertoghs verkreeg meer inzicht in de methoden waarmee hiv dendritische cellen manipuleert om te voorkomen dat deze een effectieve immuunrespons initiëren. Daarbij ontdekte ze een nieuw mechanisme waarmee dendritische cellen hiv kunnen waarnemen, en hoe hiv voorkomt dat deze ‘sensor’ zijn werk kan doen. Daarnaast kreeg ze inzicht in de tegengestelde rollen van verschillende soorten dendritische cellen en hiv- en Ebolavirus infectie.
Nadat de moleculaire mechanismen zijn ontrafeld die ervoor zorgen dat dendritische cellen niet geactiveerd raken bij een hiv-infectie, onderzoekt het AMC of bestaande medicijnen die aangrijpen op deze zelfde moleculaire factoren mogelijk kunnen helpen om hiv-infectie te voorkomen.
Hertoghs streefde ernaar om de relevantie van het in vitro-onderzoek zo groot mogelijk te maken. Zij maakte daarom gebruik van menselijke cellen die uit bloed of huid van gezonde donoren waren geïsoleerd. Zo wilde zij een betrouwbaar beeld vormen van de interactie tussen deze cellen en virussen als hiv en Ebolavirus. Ze gebruikte ook hiv-virussen die uit patiënten waren geïsoleerd, in tegenstelling tot de laboratorium-aangepaste virussen die doorgaans worden gebruikt.
Daarnaast reisde zij naar Hamburg om daar een aantal experimenten te doen met het echte Ebola-virus en menselijke immuuncellen uit de huid.
Promotor: prof. dr. T.B.H. Geijtenbeek
Co-promotor: dr. S.I. Gringhuis
Plaats en tijd: Agnietenkapel, 10.00 uur.

31/05
Promotie
Meer inzicht in werking sodiumkanalen hart
Mathilde Rivaud: ‘Diversity and complexity of cardiac sodium channel (dys)function – relevance for arrhythmias in inherited and acquired diseases’
Sodiumkanalen zijn kleine openingen in het membraan van hartcellen waardoor sodium-ionen de cel binnenkomen en een elektrische stroom opwekken. De kanaaltjes zijn essentieel om het hart normaal te laten functioneren. Werken ze niet goed, dan kan dit leiden tot levensbedreigende hartritmestoornissen en plotselinge hartdood.
Recent onderzoek lijkt erop te wijzen dat de sodiumkanalen veel complexer werken dan altijd is gedacht. Mathilde Rivaud heeft dit in haar promotieonderzoek verder onderzocht. Zij ontdekte dat sodiumkanalen verschillende functies uitoefenen, afhankelijk van waar de openingetjes zich in de cel bevinden. Een genetisch aangeboren afwijking in het sodiumkanaal leidt er volgens haar niet alleen toe dat het hart elektrisch niet meer goed functioneert, maar verandert ook andere, niet-elektrische processen die het risico op hartritmestoornissen vergroten. Zij wijst er verder op dat de risico’s van een niet goed werkend sodiumkanaal kunnen veranderen naarmate iemand ouder wordt. Dit geldt ook voor het succes van behandelmethoden.
Rivaud gebruikte voor haar onderzoek een innovatieve techniek: de Scanning Ion Conduction Microscopy. Die maakt het mogelijk om sodiumkanalen zeer gedetailleerd op celniveau te bestuderen. De promovendus hanteerde ook een unieke benadering voor translationeel onderzoek: zij deed onderzoek bij een familie met een aangeboren defect in het sodiumkanaal en vergeleek dit met een muismodel met exact dezelfde genetische afwijking. Hierdoor kon zij de eigenschappen van de aandoening goed ontleden en farmaceutische behandelingen in deze specifieke setting testen.
Promotor: prof. dr. C.R. Bezzina
Co-promotores: dr. C.A. Remme, dr. E.E.J.M. Creemers
Plaats en tijd: Agnietenkapel, 14.00 uur