25 jan 2018 | Verhaal

Kleine klussen tegen hartinfarct

Een beetje bewegen, zoals een ommetje maken of een huishoudelijk klusje doen, vermindert bij 65-plussers al de kans op het krijgen van een hartaanval of beroerte. Dat concluderen AMC-onderzoekers op basis van data die ze hebben verkregen uit een grootschalig Brits bevolkingsonderzoek.

Bewegen is gezond, dat weten we allemaal. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is de kans op het krijgen van hart- en vaatziekten beduidend kleiner als we minimaal 5 dagen in de week minstens 30 minuten per dag intensief bewegen. Lijkt deze richtlijn op papier nog appeltje-eitje, de dagelijkse praktijk blijkt weerbarstiger: voor veel jonge mensen is de geadviseerde hoeveelheid beweging al een hele uitdaging, en voor veel ouderen blijkt het zelfs ondoenlijk.

AMC-onderzoek toont nu aan dat dit voor ouderen ook niet per se nodig is. Dagelijks rondom het huis scharrelen, een boodschap doen, stofzuigen of strijken resulteert bij 65-plussers tot veertien procent minder hartaandoeningen ten opzichte van leeftijdgenoten die niet uit hun stoel komen. Opmerkelijk genoeg neemt het risico op een hartaanval of beroerte bij ouderen niet verder af naarmate ze intensiever bewegen, bijvoorbeeld door dagelijks een half uur in stevig tempo te fietsen.

Uniek

Deze verrassende bevindingen werden gedaan door Sangeeta Lachman, arts-onderzoeker op de afdeling Cardiologie in het AMC. Zij analyseerde data uit de EPIC-Norfolk studie, een grootschalig Brits bevolkingsonderzoek onder ruim 24 duizend Britten van inmiddels zestig jaar en ouder uit de omgeving van Norwich. De afgelopen twee decennia hebben zij vragen beantwoord over hun leefstijl. Met de verzamelde data worden in eerste instantie risicofactoren blootgelegd voor kanker, maar ook voor andere aandoeningen. Vanwege een waardevolle bijdrage die AMC-cardioloog Matthijs Boekholdt eerder aan de EPIC-Norfolk studie leverde, kreeg Lachman als eerste externe onderzoeker toegang tot deze omvangrijke database; uniek vanwege het aantal mensen dat erin zit, de uitgebreidheid van de vragen die zij voorgelegd krijgen en de duur van de studie. Een publicatie over haar onderzoeksresultaten verscheen onlangs in European Journal of Preventive Cardiology.

Benen strekken

“In het WHO-advies over bewegen wordt geen onderscheid gemaakt tussen leeftijdsgroepen, terwijl bekend is dat ouderen vaak niet in staat zijn intensief te bewegen”, vertelt Lachman. “Intussen drukt het toenemend aantal 65-plussers stevig op de zorgbudgetten en weten we dat hart- en vaatziekten een grote impact hebben op de samenleving. Om die reden wilde ik weten of ouderen die wel bewegen, maar minder dan de aanbevolen richtlijn, nog steeds een kleinere kans hebben op het krijgen van een hartaandoening.”

Door de aard en omvang van de Norfolk-database kon Lachman de 65-plussers er als een aparte leeftijdsgroep uit halen. Ook was het mogelijk om hun niveau van fysieke activiteit op te splitsen in ‘niets doen’, ‘enigszins wat doen’, ‘milde activiteiten’ en ‘intensief sporten’. In totaal telde ze over de gehele periode van twintig jaar 5.240 cardiovasculaire aandoeningen. Die kwamen grotendeels voor bij ouderen die aangaven niet of nauwelijks te bewegen.

Foto: Marieke de Lorijn/Marsprine
Foto: Marieke de Lorijn/Marsprine

In haar analyse kon de arts-onderzoeker andere risicofactoren uitsluiten die invloed hebben op het krijgen van hart- en vaatziekten. Zoals sociaal-economische achtergrond en zaken als overgewicht en roken. Al wordt de kans op het krijgen van een hartaandoening uiteindelijk bepaald door meer dan alleen maar onvoldoende bewegen, erkent ze. “Uit mijn onderzoek wordt echter onomstotelijk duidelijk dat 65-plussers er goed aan doen op wat voor niveau dan ook actief te blijven.”

Kopje thee zetten

Aangezien we in Nederland te maken hebben met toenemende vergrijzing, stelt Lachman, adviseert ze de overheid een breed scala aan volksgezondheidsprogramma’s op te starten dat ouderen aanzet tot meer bewegen op elk niveau. “Hoe minimaal de intensiteit van bewegen ook is, voorkomen moet worden dat ouderen in hun stoel blijven zitten of in bed blijven liggen. Al is het maar dagelijks de benen strekken in huis, zelf naar het toilet gaan of een kopje thee zetten in de keuken: elke vorm van beweging verkleint de kans dat een oudere wordt getroffen door een hartinfarct of een beroerte.”

Tekst: Caroline Wellink

Foto: Sabine Joosten/Hollandse Hoogte