23 mrt 2018 | Verhaal

Tbc moeilijk te bestrijden in Afrika

Of ze voor een half jaar meeging naar Gabon, vroeg een geneeskundestudente aan Lianne Cremers. En of de medisch antropologe daar een verklaring kon vinden voor de haperende therapietrouw van veel tuberculose-patiënten. Uiteindelijk zat Cremers drie keer een half jaar op het Afrikaanse continent: in Gabon, Zambia en Zuid-Afrika.

Op zaterdag 24 maart is het Wereld Stop Tuberculose Dag. Hoewel goed te behandelen, is tbc wereldwijd de meest dodelijke infectieziekte. Per jaar sterven er 1,8 miljoen mensen aan. Geen wonder dat tuberculose een speerpunt is van de Wereldgezondheidsorganisatie WHO. Ondanks hun richtlijnen blijkt het in bepaalde landen echter ongelooflijk moeilijk om de besmettelijke ziekte te bestrijden.

Hoe kan het dat die aanpak onvoldoende aanslaat in sommige Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara?, vroeg Lianne Cremers zich af. Tuberculose komt er verontrustend veel voor, hoewel veel meer bij de arme dan bij de rijke bevolking.

Cremers onderzocht in Gabon, Zambia en Zuid-Afrika hoe de patiënten daar omgaan met de aangeboden behandeling, hoe zij die ervaren. Want daar moet de verklaring liggen voor het feit dat tbc er onder de arme bevolking nog lang niet onder controle is. Ze hoopt 26 juni 2018 op haar bevindingen te promoveren.

Vier pillen per dag

In alle drie de bezochte landen lopen programma’s om tbc te bestrijden die zijn gebaseerd op de richtlijnen van de WHO. Besmette patiënten slikken een half jaar lang vier pillen per dag. Die aanpak zou effectief moeten zijn. Een apart probleem vormen patiënten met een vorm van tbc die resistent is voor de gebruikelijke aanpak; zij slikken 21 pillen per dag, de eerste acht maanden aangevuld met injecties.

Maar in de praktijk hebben deze landen totaal verschillende culturen en een uiteenlopende problematiek, constateert Cremers. “In Gabon is onvoldoende geld. Niet voor goede voorlichting over tbc. Er is geen geld om te diagnostiseren of een patiënt de vorm van tbc heeft die resistent is voor medicijnen. En al was dat wel het geval, dan nog is er geen geld voor de medicatie die nodig is voor die resistente vorm.”

Spirituele uitdrijving

In Gabon wordt de WHO-aanpak van tbc niet zonder meer omarmd door de bevolking. “Het is logischer om naar de ‘medicijnman’ te gaan dan naar het ziekenhuis. Spirituele uitdrijving van ziektes is een veel gebruikte praktijk van de Gabonezen. Het ‘blanke’ ziekenhuis is daarom niet de eerste keus. Geregeld draait het erop uit dat mensen eerst naar de ‘medicijnman’ gaan en pas daarna naar het ziekenhuis. Voor mij als antropoloog is het interessant om te onderzoeken hoe ze die keuzes maken, hoe ze erover praten.”

In de medische wereld worden patiënten die hun medicatie niet innemen, vaak omschreven als onverantwoordelijk. Cremers werpt een ander licht op de beweegredenen voor de gebrekkige therapietrouw. “Als de dokter in Zuid-Afrika niet gelooft dat je de pillen echt zult innemen, moet je er elke dag voor naar het ziekenhuis komen. Daar sta je twee uur in de rij voor je medicatie. Die wachttijd vormt een hoge drempel. Mensen zeggen: ‘Maar ik moet naar mijn werk’. Bovendien is in die rij staan stigmatiserend: iedereen kan zien dat je besmet bent.” De Zuidafrikaanse patiënten die wel worden vertrouwd, krijgen de pillen mee naar huis. Maar ook daar blijven de medicijnen geregeld liggen.

Film

Om de motieven van de patiënten voor de gebrekkige therapietrouw aan te tonen, wilde Cremers ze graag zelf aan het woord laten. Daarom deed ze, in het kader van haar promotieonderzoek, iets bijzonders: ze kocht een filmcamera, leerde ermee omgaan en interviewde patiënten in een sloppenwijk in Zuid-Afrika. “Iemand zei voor de camera: ‘Ik ga die pillen niet nemen, want ik heb geen geld voor eten vandaag’. Bij een lege maag zijn de bijwerkingen namelijk te hevig. De patiënten worden erg misselijk, sommigen zelfs psychotisch. Een van de geïnterviewden zei: ‘Je moet nu gaan, want ik heb de pillen ingenomen en ik weet niet of ik gek word’ – die was dus bang in een psychose te raken.”

Er mankeert niets aan het verantwoordelijkheidsgevoel van deze patiënten, benadrukt Cremers: “Armoede is de doorslaggevende factor. Als mensen niet meer de hele tijd bezig hoeven te zijn met overleven, kunnen ze die tuberculosemedicatie gewoon slikken. Want de normale tbc gaat sowieso over door de medicijnen.”

De Zuid-Afrikaanse film vormt een hoofdstuk in het proefschrift van Cremers. Alleen al daarom is het een bijzondere promotie. In juni wordt de film officieel gepresenteerd. Er is wel alvast een trailer te zien.

Tekst: Mieke Zijlmans

Foto’s: Lianne Cremers