Opname neurocentrum (verpleegafdeling VUmc)

Voor en na uw operatie verblijft u op de verpleegafdeling van het neurocentrum. Dit centrum vindt u op locatie VUmc op de tweede etage in het ziekenhuis, in de B en C vleugel.

Voor en na uw operatie verblijft u op de verpleegafdeling van het neurocentrum. Dit centrum vindt u op locatie VUmc op de tweede etage in het ziekenhuis, in de B en C vleugel. Op deze afdelingen bevinden zich de specialismen neurologie en neurochirurgie. Bij aankomst kunt u zich melden bij de balie van het neurocentrum. De verpleegkundige zal u uitnodigen voor een gesprek waarin persoonlijke gegevens worden gecontroleerd en vragen worden gesteld rondom uw situatie. Daarnaast wordt u van informatie voorzien omtrent de afdeling en de procedure rondom uw behandeling en zal u naar uw kamer worden verwezen. Vervolgens zal de zaalarts verdere vragen stellen, u onderzoeken en u van aanvullende informatie voorzien indien gewenst.

Preoperatieve screening (locatie VUmc)

Anesthesie, ook wel narcose genoemd, wil zeggen dat u een stof krijgt toegediend die ervoor zorgt dat u niets voelt of merkt van de ingreep. Zo’n verdoving kan plaatselijk zijn. Het kan ook een algehele narcose zijn: u wordt in slaap gebracht. De anesthesie wordt gegeven door een anesthesioloog, een arts die hiervoor speciaal is opgeleid. Deze arts is ook verantwoordelijk voor uw welzijn gedurende de operatie. Hij of zij houdt in de gaten of de stof zijn werk doet, of de dosering eventueel moet worden aangepast en of uw hart en longen goed blijven functioneren.

Om de operatie voor u zo prettig mogelijk te laten verlopen, is het belangrijk dat de anesthesioloog u van tevoren onderzoekt. Daarvoor dient de preoperatieve screening (POS). Door een goed beeld te krijgen van uw lichamelijke conditie, kan de anesthesioloog bepalen welke anesthesie u nodig heeft en waar hij op moet letten tijdens de ingreep. De anesthesioloog zal u precies vertellen wat de mogelijkheden zijn en welke voor- en nadelen er zijn. Mocht u tegen de operatie of narcose opzien, dan is het belangrijk dat u dit vertelt. Soms is het mogelijk om kort voor de feitelijke anesthesie, een licht kalmerend middel te krijgen.

Afspraak maken of inloopspreekuur

Wanneer u naar de preoperatieve screening komt, vult u digitaal een vragenlijst in waarop u informatie geeft over uw gezondheidstoestand en de ziekten en aandoeningen waarvan u eventueel last heeft of heeft gehad. De anesthesioloog bespreekt de antwoorden met u. Aan de hand daarvan bepaalt de anesthesioloog of nog aanvullende informatie over uw gezondheid nodig is voordat u kunt worden geopereerd. De POS is geopend op maandag tot en met donderdag van 09.00 tot 16.00 uur en maakt gebruik van een afsprakenspreekuur en een inloopspreekuur. Op vrijdag is er alleen een afsprakenspreekuur van 09.00 tot 11.30 uur. Het afsprakenspreekuur is voor patiënten die niet kunnen of willen wachten en voor patiënten met een uitgebreide medische voorgeschiedenis. Patiënten die op het afsprakenspreekuur komen worden door de anesthesioloog zoveel mogelijk op tijd geholpen. Het kan dus zijn dat iemand die zich later meldt eerder aan de beurt is. Ook de verpleegkundigen van de POS roepen patiënten op voor aanvullend onderzoek, bijvoorbeeld voor een hartfilmpje of een longfunctieonderzoek. Uw gesprek met de anesthesioloog duurt gemiddeld dertig minuten. Aangezien wij uw complete medische voorgeschiedenis in kaart moeten brengen, kan het gebeuren dat het spreekuur uitloopt. Indien u dus gebruik wilt maken van het inloopspreekuur, houd dan rekening met een wachttijd. Bij grote drukte zal de baliemedewerker u vragen om een afspraak te maken. U komt dan op een later moment terug. Samengevat: U kunt dus direct terecht op de POS via het inloopspreekuur. Heeft u echter een zeer uitgebreide medische voorgeschiedenis of bent u niet in de gelegenheid om te wachten? Meldt u zich dan bij de baliemedewerker, zij zal dan een afspraak voor u maken.

Tijdens het spreekuur test de anesthesioloog een aantal lichamelijke functies zelf, zoals uw hartslag, bloeddruk en longen. Soms is er nog wat extra onderzoek nodig, bijvoorbeeld een hartfilmpje, bloedonderzoek, of een foto van uw longen. Voor een bezoek aan bijvoorbeeld de cardioloog of de internist is vaak een aparte afspraak nodig. Soms kan het nodig zijn dat u een tweede keer bij de anesthesioloog op de POS moet komen. Dat is bijvoorbeeld het geval als u een bepaalde ziekte heeft waarover de anesthesioloog aanvullende gegevens heeft ontvangen na extra onderzoek of van uw behandelend arts. De anesthesioloog die u onderzoekt, is niet altijd dezelfde persoon als degene die u begeleidt tijdens de operatie. U kunt erop vertrouwen dat deze anesthesioloog volledig op de hoogte is van de uitkomsten van de screening en ook precies weet voor welke operatie u komt. De anesthesioloog bespreekt de antwoorden met u.

Voorbereiding op de operatie

Voorafgaand aan de operatie gelden strikte regels voor eten en drinken. Deze zijn van zeer groot belang. Als u zich niet aan deze regels houdt, kan uw operatie niet doorgaan, omdat Amsterdam UMC dan niet garant kan staan voor uw veiligheid. Hieronder worden de regels voor u op een rij gezet. Deze regels zijn tevens van toepassing als u een onderzoek met anesthesie krijgt.

Opereren kan alleen als u ‘nuchter’ bent

‘Nuchter’ betekent dat uw maag leeg is. Daarmee voorkomt u dat tijdens de operatie de inhoud van de maag in de luchtpijp en longen terechtkomt. Als dat gebeurt, kunnen de gevolgen namelijk zeer ernstig zijn. U kunt bijvoorbeeld longontsteking krijgen. U moet altijd nuchter zijn, óók als u slechts een plaatselijke verdoving krijgt.

Deze regels gelden voor elke operatiepatiënt (uitzondering zijn kinderen tot 5 kilogram. Zij mogen tot 6 uur voor de operatie nog flesvoeding en tot 4 uur voor de operatie nog borstvoeding).

Regels over eten en drinken

Tot 6 uur voor uw operatie: Normaal eten en drinken.

Vanaf 6 uur voor uw operatie: U mag niets meer eten. Drinken, dit mag wel: water, appelsap, thee of koffie zonder melk (eventueel met zoetjes of suiker). Drinken, dit mag niet: melk, melkproducten, koolzuurhoudende dranken of alcohol.

Vanaf 2 uur voor uw operatie: U mag niets meer eten en drinken.

Krijgt u vooraf rustgevende medicatie? Dan mag u die met enkele slokjes water innemen.

Uw anesthesioloog bepaalt met u welke medicijnen u wel en niet mag nemen. Tijdens de preoperatieve screening neemt de anesthesioloog met u door welke medicijnen u gebruikt. Hij of zij bespreekt ook met u welke medicijnen u wel of niet mag innemen voor de dagen van de operatie. Neem uw medicijnen in op het voor u gebruikelijke tijdstip, tot uiterlijk twee uur voor de operatie, tenzij uw anesthesioloog anders voorschrijft. Indien u pijnstillers gebruikt in de week voorafgaand aan de operatie, gebruik dan géén geneesmiddelen die Aspirine® (de medische term is acetylsalicylzuur) bevatten. In overleg met de operateur moeten sommige patiënten met bijvoorbeeld hartaandoeningen het medicijn acetylsalicylzuur wél door gebruiken. Daarnaast dient in overleg met de operateur besloten te worden of u als patiënt antistolling (Carbasalaatcalcium) door moet gebruiken. Neem bij twijfel contact op met uw polikliniek of met de chirurg.

Mocht u rond de tijd van uw operatie een vaccinatie nodig hebben, dan kan dit tot uiterlijk twee dagen voor de ingreep. Een BMR-vaccinatie tot uiterlijk veertien dagen voor de operatie.

De dag van de operatie

Behalve nuchter te zijn is het van groot belang dat u op de dag van de operatie:

- niet rookt;

- schone, kort geknipte nagels heeft, zonder nagellak of kunstnagels;

- geen make-up gebruikt;

- het operatiegebied minimaal zeven dagen niet geschoren of onthaard heeft;

- geen sieraden en piercings draagt;

- informeer de arts als er wijzigingen zijn in uw medicatiegebruik.

Let erop dat u al uw medicatie in originele verpakking meeneemt (ook zelfzorgmedicatie als vitamines etc.).

Rondom de operatie

Vlak voor de operatie maakt u kennis met de anesthesioloog die tijdens de operatie verantwoordelijk is voor de anesthesie. De anesthesioloog bespreekt met u de afspraken die met u zijn gemaakt tijdens het preoperatief onderzoek, onder meer over de anesthesie die u zult krijgen en het innemen van uw medicijnen. Indien afgesproken krijgt u ongeveer een uur voor uw vertrek naar de operatiekamer een licht kalmerend middel van de verpleegkundige. U kunt dit met een paar slokjes water innemen.

Bij operaties die langer duren dan tweeënhalf uur wordt een slangetje (blaaskatheter) in uw blaas ingebracht om uw urine af te voeren. Dit gebeurt tijdens de narcose, dus u merkt dat pas als u wakker wordt. Afhankelijk van de operatie wordt u wakker op de uitslaapkamer, de medium care, intensive care of op het dagchirurgisch centrum. U wordt door verpleegkundigen verzorgd. Zodra u zich beter voelt en de artsen tevreden zijn, gaat u naar een lichtere zorgafdeling voor verder herstel. Uiteindelijk bepaalt de chirurg in overleg met u wanneer u veilig naar huis kunt.

Tijdens uw opname zal u regelmatig gevraagd worden naar uw naam, geboortedatum en waar u voor komt. Maakt u zich geen zorgen, dit maakt deel uit van onze veiligheidsprocedure.

Contact of afspraak maken?

De POS bevindt zich op de begane grond polikliniek, receptie G. Inloopspreekuur maandag t/m donderdag tussen 8.00 en 15.30uur (op vrijdag niet). Een vaste afspraak kan gemaakt worden via onderstaand telefoonnummer.

Contactgegevens zijn: Receptie G Begane grond van de polikliniek

Telefoon: (020) 444 1100

Nuchterbeleid operatie hersentumor

Nuchterbeleid

Om u veilig te kunnen opereren gelden strikte regels over eten en drinken. Deze regels gelden wanneer u voor een paar dagen wordt opgenomen maar ook als u naar het Dagchirurgisch centrum komt voor uw operatie en dezelfde dag weer naar huis gaat. De regels over eten en drinken zijn erg belangrijk, als u zich hier niet aan houdt kan de operatie niet doorgaan omdat wij dan niet garant kunnen staan voor uw veiligheid. Veilig opereren kan alleen als u ‘nuchter’ bent, dat betekent dat de maag leeg is. Daarmee voorkomt u dat de inhoud van de maag tijdens de operatie in de longen terecht komt. U kunt dan bijvoorbeeld een longontsteking krijgen. U moet dus altijd nuchter zijn, óók als u alleen een plaatselijke verdoving krijgt.

Dit zijn de regels:

Volwassenen en kinderen die zwaarder wegen dan 5 kilogram

Tot 6 uur voor de operatie óf de opname in het Dagchirurgisch Centrum: Normaal eten en drinken.

Vanaf 6 uur voor de operatie óf de opname in het Dagchirurgisch Centrum: U mag niets meer eten. Drinken, dit mag wel: water, appelsap, thee of koffie zonder melk (mag met zoetjes of suiker) Drinken, dit mag niet: melk, melkproducten, koolzuurhoudende dranken of alcohol.

Vanaf 2 uur voor de operatie: U mag niets meer eten en drinken. Als u vooraf rustgevende medicatie krijgt mag u die met enkele slokjes water innemen.

Voor kinderen tot 5 kilogram

Tot 6 uur voor de operatie of opname in het Dagchirurgisch Centrum: Fles- of borstvoeding.

Vanaf 4 uur voor de operatie óf de opname in het Dagchirurgisch Centrum: Alleen nog borstvoeding.

Vanaf 2 uur voor de operatie: Uw kind mag alleen nog een slokje water.

Operatie van een hersentumor

Als er een hersentumor op een MRI-scan is geconstateerd, zal in veel gevallen een operatie worden geadviseerd. Grofweg zijn er twee soorten ingrepen:

1. Een zogenaamde craniotomie, waarbij een luik in de schedel wordt gemaakt om de tumor zo veel als mogelijk te verwijderen. Het verkregen tumorweefsel wordt door de patholoog onderzocht voor het stellen van een definitieve diagnose.

2. Een naaldbiopt waarbij een klein stukje tumorweefsel wordt verkregen voor onderzoek door de patholoog om een definitieve diagnose te stellen.

Craniotomie en verwijderen tumor

Vaak is een deel van de behandeling van een hersentumor het chirurgisch verwijderen van zoveel mogelijk tumorweefsel. Dit gebeurt door een operatie waarbij een luik in de schedel wordt gemaakt (de ‘craniotomie’) en het tumorweefsel kan worden verwijderd. De ingreep vindt plaats onder narcose maar soms is het verstandig om een deel van de operatie uit te voeren als een patiënt wakker is (wakkere craniotomie) om de neurologische functie te kunnen bewaken. Aan het einde van de ingreep wordt het luikje in de schedel gesloten door het bot weer terug te plaatsen en stevig te fixeren. De wond geneest snel en na circa één week kunnen de hechtingen door de huisarts verwijderd worden. Na een craniotomie is het herstel doorgaans vlot, gemiddeld kunnen patiënten twee tot vijf dagen na de operatie weer naar huis.

Naaldbiopsie

Door een naaldbiopsie wordt alleen een kleine stukje weefsel verkregen om te kunnen bepalen om welke soort tumor het gaat. Het weefsel wordt met een holle naald weggehaald via een kleine opening in de schedel. Door een zogenaamd navigatiesysteem op de operatiekamer wordt de precieze plek van de opening en het weefselbiopt bepaald. De ingreep vindt plaats onder narcose en is minder ingrijpend dan een craniotomie, maar is alleen voor het verkrijgen van een weefseldiagnose en niet om de tumor te verwijderen. Door het verkrijgen van het tumorweefsel en het stellen van de diagnose kan een behandeling geadviseerd worden. Het herstel na een biopsie is snel. U kunt meestal de volgende dag al naar huis.

Voor welke operatie gekozen wordt hangt af van vele factoren. De overwegingen om voor een naaldbiopt of een craniotomie en tumorverwijdering te kiezen zullen van te voren uitgebreid met u worden besproken.

Preoperatieve screening (locatie VUmc)

Anesthesie, ook wel narcose genoemd, wil zeggen dat u een stof krijgt toegediend die ervoor zorgt dat u niets voelt of merkt van de ingreep. Zo’n verdoving kan plaatselijk zijn. Het kan ook een algehele narcose zijn: u wordt in slaap gebracht. De anesthesie wordt gegeven door een anesthesioloog, een arts die hiervoor speciaal is opgeleid. Deze arts is ook verantwoordelijk voor uw welzijn gedurende de operatie. Hij of zij houdt in de gaten of de stof zijn werk doet, of de dosering eventueel moet worden aangepast en of uw hart en longen goed blijven functioneren.

Om de operatie voor u zo prettig mogelijk te laten verlopen, is het belangrijk dat de anesthesioloog u van tevoren onderzoekt. Daarvoor dient de preoperatieve screening (POS). Door een goed beeld te krijgen van uw lichamelijke conditie, kan de anesthesioloog bepalen welke anesthesie u nodig heeft en waar hij op moet letten tijdens de ingreep. De anesthesioloog zal u precies vertellen wat de mogelijkheden zijn en welke voor- en nadelen er zijn. Mocht u tegen de operatie of narcose opzien, dan is het belangrijk dat u dit vertelt. Soms is het mogelijk om kort voor de feitelijke anesthesie, een licht kalmerend middel te krijgen.

Afspraak maken of inloopspreekuur

Wanneer u naar de preoperatieve screening komt, vult u digitaal een vragenlijst in waarop u informatie geeft over uw gezondheidstoestand en de ziekten en aandoeningen waarvan u eventueel last heeft of heeft gehad. De anesthesioloog bespreekt de antwoorden met u. Aan de hand daarvan bepaalt de anesthesioloog of nog aanvullende informatie over uw gezondheid nodig is voordat u kunt worden geopereerd. De POS is geopend op maandag tot en met donderdag van 09.00 tot 16.00 uur en maakt gebruik van een afsprakenspreekuur en een inloopspreekuur. Op vrijdag is er alleen een afsprakenspreekuur van 09.00 tot 11.30 uur. Het afsprakenspreekuur is voor patiënten die niet kunnen of willen wachten en voor patiënten met een uitgebreide medische voorgeschiedenis. Patiënten die op het afsprakenspreekuur komen worden door de anesthesioloog zoveel mogelijk op tijd geholpen. Het kan dus zijn dat iemand die zich later meldt eerder aan de beurt is. Ook de verpleegkundigen van de POS roepen patiënten op voor aanvullend onderzoek, bijvoorbeeld voor een hartfilmpje of een longfunctieonderzoek. Uw gesprek met de anesthesioloog duurt gemiddeld dertig minuten. Aangezien wij uw complete medische voorgeschiedenis in kaart moeten brengen, kan het gebeuren dat het spreekuur uitloopt. Indien u dus gebruik wilt maken van het inloopspreekuur, houd dan rekening met een wachttijd. Bij grote drukte zal de baliemedewerker u vragen om een afspraak te maken. U komt dan op een later moment terug. Samengevat: U kunt dus direct terecht op de POS via het inloopspreekuur. Heeft u echter een zeer uitgebreide medische voorgeschiedenis of bent u niet in de gelegenheid om te wachten? Meldt u zich dan bij de baliemedewerker, zij zal dan een afspraak voor u maken.

Tijdens het spreekuur test de anesthesioloog een aantal lichamelijke functies zelf, zoals uw hartslag, bloeddruk en longen. Soms is er nog wat extra onderzoek nodig, bijvoorbeeld een hartfilmpje, bloedonderzoek, of een foto van uw longen. Voor een bezoek aan bijvoorbeeld de cardioloog of de internist is vaak een aparte afspraak nodig. Soms kan het nodig zijn dat u een tweede keer bij de anesthesioloog op de POS moet komen. Dat is bijvoorbeeld het geval als u een bepaalde ziekte heeft waarover de anesthesioloog aanvullende gegevens heeft ontvangen na extra onderzoek of van uw behandelend arts. De anesthesioloog die u onderzoekt, is niet altijd dezelfde persoon als degene die u begeleidt tijdens de operatie. U kunt erop vertrouwen dat deze anesthesioloog volledig op de hoogte is van de uitkomsten van de screening en ook precies weet voor welke operatie u komt. De anesthesioloog bespreekt de antwoorden met u.

Voorbereiding op de operatie

Voorafgaand aan de operatie gelden strikte regels voor eten en drinken. Deze zijn van zeer groot belang. Als u zich niet aan deze regels houdt, kan uw operatie niet doorgaan, omdat Amsterdam UMC dan niet garant kan staan voor uw veiligheid. Hieronder worden de regels voor u op een rij gezet. Deze regels zijn tevens van toepassing als u een onderzoek met anesthesie krijgt.

Opereren kan alleen als u ‘nuchter’ bent

‘Nuchter’ betekent dat uw maag leeg is. Daarmee voorkomt u dat tijdens de operatie de inhoud van de maag in de luchtpijp en longen terechtkomt. Als dat gebeurt, kunnen de gevolgen namelijk zeer ernstig zijn. U kunt bijvoorbeeld longontsteking krijgen. U moet altijd nuchter zijn, óók als u slechts een plaatselijke verdoving krijgt.

Deze regels gelden voor elke operatiepatiënt (uitzondering zijn kinderen tot 5 kilogram. Zij mogen tot 6 uur voor de operatie nog flesvoeding en tot 4 uur voor de operatie nog borstvoeding).

Regels over eten en drinken

Tot 6 uur voor uw operatie: Normaal eten en drinken.

Vanaf 6 uur voor uw operatie: U mag niets meer eten. Drinken, dit mag wel: water, appelsap, thee of koffie zonder melk (eventueel met zoetjes of suiker). Drinken, dit mag niet: melk, melkproducten, koolzuurhoudende dranken of alcohol.

Vanaf 2 uur voor uw operatie: U mag niets meer eten en drinken.

Krijgt u vooraf rustgevende medicatie? Dan mag u die met enkele slokjes water innemen.

Uw anesthesioloog bepaalt met u welke medicijnen u wel en niet mag nemen. Tijdens de preoperatieve screening neemt de anesthesioloog met u door welke medicijnen u gebruikt. Hij of zij bespreekt ook met u welke medicijnen u wel of niet mag innemen voor de dagen van de operatie. Neem uw medicijnen in op het voor u gebruikelijke tijdstip, tot uiterlijk twee uur voor de operatie, tenzij uw anesthesioloog anders voorschrijft. Indien u pijnstillers gebruikt in de week voorafgaand aan de operatie, gebruik dan géén geneesmiddelen die Aspirine® (de medische term is acetylsalicylzuur) bevatten. In overleg met de operateur moeten sommige patiënten met bijvoorbeeld hartaandoeningen het medicijn acetylsalicylzuur wél door gebruiken. Daarnaast dient in overleg met de operateur besloten te worden of u als patiënt antistolling (Carbasalaatcalcium) door moet gebruiken. Neem bij twijfel contact op met uw polikliniek of met de chirurg.

Mocht u rond de tijd van uw operatie een vaccinatie nodig hebben, dan kan dit tot uiterlijk twee dagen voor de ingreep. Een BMR-vaccinatie tot uiterlijk veertien dagen voor de operatie.

De dag van de operatie

Behalve nuchter te zijn is het van groot belang dat u op de dag van de operatie:

- niet rookt;

- schone, kort geknipte nagels heeft, zonder nagellak of kunstnagels;

- geen make-up gebruikt;

- het operatiegebied minimaal zeven dagen niet geschoren of onthaard heeft;

- geen sieraden en piercings draagt;

- informeer de arts als er wijzigingen zijn in uw medicatiegebruik.

Let erop dat u al uw medicatie in originele verpakking meeneemt (ook zelfzorgmedicatie als vitamines etc.).

Rondom de operatie

Vlak voor de operatie maakt u kennis met de anesthesioloog die tijdens de operatie verantwoordelijk is voor de anesthesie. De anesthesioloog bespreekt met u de afspraken die met u zijn gemaakt tijdens het preoperatief onderzoek, onder meer over de anesthesie die u zult krijgen en het innemen van uw medicijnen. Indien afgesproken krijgt u ongeveer een uur voor uw vertrek naar de operatiekamer een licht kalmerend middel van de verpleegkundige. U kunt dit met een paar slokjes water innemen.

Bij operaties die langer duren dan tweeënhalf uur wordt een slangetje (blaaskatheter) in uw blaas ingebracht om uw urine af te voeren. Dit gebeurt tijdens de narcose, dus u merkt dat pas als u wakker wordt. Afhankelijk van de operatie wordt u wakker op de uitslaapkamer, de medium care, intensive care of op het dagchirurgisch centrum. U wordt door verpleegkundigen verzorgd. Zodra u zich beter voelt en de artsen tevreden zijn, gaat u naar een lichtere zorgafdeling voor verder herstel. Uiteindelijk bepaalt de chirurg in overleg met u wanneer u veilig naar huis kunt.

Tijdens uw opname zal u regelmatig gevraagd worden naar uw naam, geboortedatum en waar u voor komt. Maakt u zich geen zorgen, dit maakt deel uit van onze veiligheidsprocedure.

Contact of afspraak maken?

De POS bevindt zich op de begane grond polikliniek, receptie G. Inloopspreekuur maandag t/m donderdag tussen 8.00 en 15.30uur (op vrijdag niet). Een vaste afspraak kan gemaakt worden via onderstaand telefoonnummer.

Contactgegevens zijn: Receptie G Begane grond van de polikliniek

Telefoon: (020) 444 1100

Nuchterbeleid operatie hersentumor

Nuchterbeleid

Om u veilig te kunnen opereren gelden strikte regels over eten en drinken. Deze regels gelden wanneer u voor een paar dagen wordt opgenomen maar ook als u naar het Dagchirurgisch centrum komt voor uw operatie en dezelfde dag weer naar huis gaat. De regels over eten en drinken zijn erg belangrijk, als u zich hier niet aan houdt kan de operatie niet doorgaan omdat wij dan niet garant kunnen staan voor uw veiligheid. Veilig opereren kan alleen als u ‘nuchter’ bent, dat betekent dat de maag leeg is. Daarmee voorkomt u dat de inhoud van de maag tijdens de operatie in de longen terecht komt. U kunt dan bijvoorbeeld een longontsteking krijgen. U moet dus altijd nuchter zijn, óók als u alleen een plaatselijke verdoving krijgt.

Dit zijn de regels:

Volwassenen en kinderen die zwaarder wegen dan 5 kilogram

Tot 6 uur voor de operatie óf de opname in het Dagchirurgisch Centrum: Normaal eten en drinken.

Vanaf 6 uur voor de operatie óf de opname in het Dagchirurgisch Centrum: U mag niets meer eten. Drinken, dit mag wel: water, appelsap, thee of koffie zonder melk (mag met zoetjes of suiker) Drinken, dit mag niet: melk, melkproducten, koolzuurhoudende dranken of alcohol.

Vanaf 2 uur voor de operatie: U mag niets meer eten en drinken. Als u vooraf rustgevende medicatie krijgt mag u die met enkele slokjes water innemen.

Voor kinderen tot 5 kilogram

Tot 6 uur voor de operatie of opname in het Dagchirurgisch Centrum: Fles- of borstvoeding.

Vanaf 4 uur voor de operatie óf de opname in het Dagchirurgisch Centrum: Alleen nog borstvoeding.

Vanaf 2 uur voor de operatie: Uw kind mag alleen nog een slokje water.

Psychosociale zorg (lastmeter)

Met behulp van de lastmeter kunnen wij samen met u uw psychosociale zorgbehoeften in kaart brengen. Door het invullen van de vragenlijst komen problemen of zorgen die aanwezig zijn naar voren. De uitkomsten kunnen indien hier een aanleiding voor is besproken worden met uw arts of verpleegkundige. Er wordt dan bekeken of u direct hulp nodig heeft of op een later moment verwezen moet worden voor verdere ondersteuning. De lastmeter kan mogelijk later in het behandeltraject nogmaals worden afgenomen.

Tijdens het anamnesegesprek met de verpleegkundige zal de lastmeter aan u worden uitgereikt. U kunt zelf bepalen of en wanneer u de vragenlijst invult. Zodra u de vragenlijst heeft ingevuld, kunt u deze aan de verpleegkundige overhandigen.

Psychosociale zorg

Een hersentumor kan verschillende klachten en problemen veroorzaken. Naast de lichamelijke klachten die u misschien ervaart, kan het zijn dat u last heeft van vermoeidheid of van bijvoorbeeld concentratie- en geheugenproblemen. Misschien voelt u zich somber of merkt u angstiger te zijn. Tijdens de medische behandeling van een hersentumor (operatie, bestraling, chemotherapie) is bijna iedereen wel vermoeid, minder geconcentreerd en soms emotioneler. Wanneer u echter in uw dagelijks leven belemmerd wordt door deze klachten, en zeker als dit na de behandeling blijft voortbestaan, dan kan psychologische zorg noodzakelijk zijn. De afdeling medische psychologie in Amsterdam UMC, locatie VUmc biedt deze zorg. Wij bieden cognitieve training, behandeling van ernstige vermoeidheid en behandeling van psychische klachten van uzelf, maar mogelijk ook van uw partner.

Cognitieve klachten

Een hersentumor, of de behandeling hiervan, kan problemen veroorzaken in de zogenaamde cognitieve functies. Dit kunnen problemen zijn met bijvoorbeeld de concentratie, het geheugen, of met het plannen en uitvoeren van activiteiten. Helaas bestaan er geen behandelingen die leiden tot volledig herstel van de cognitieve functies. In de cognitieve training die wij bieden leert u hoe u optimaal kunt omgaan met uw klachten, en met de problemen die deze met zich meebrengen in het dagelijks leven.

Blijvende ernstige vermoeidheid

Vermoeidheid is een klacht die veel voorkomt bij patiënten met een hersentumor. Ernstige vermoeidheid die niet meer weggaat, kan grote gevolgen hebben voor uw dagelijks leven en uw functioneren. Behandeling van vermoeidheidsklachten richt zich op verschillende gebieden waarvan we weten dat deze vermoeidheid kunnen beïnvloeden. Dit zijn bijvoorbeeld uw ritme van slapen en actief zijn, de verwerking van de diagnose, en bepaalde manieren van denken, bijvoorbeeld over de toekomst en over de klachten die u ervaart.

Psychische klachten

Het leven met een hersentumor, en de medische onderzoeken en behandelingen, kunnen een zware belasting voor u betekenen. Omgaan met de lichamelijke en emotionele gevolgen van de ziekte doet vaak een sterk beroep op uw aanpassingsvermogen, waardoor problemen kunnen ontstaan. In dit geval kan het zinvol zijn om een medisch psycholoog te raadplegen. Hetzelfde geldt voor uw partner. Het hebben van een ziekte kan bovendien uw relatie belasten. In dit geval zijn relatiegesprekken een mogelijkheid.

Verwijzing

Uw behandelend arts kan u verwijzen, of wanneer u op één van deze gebieden klachten ervaart, kunt u dit ook zelf bespreken met uw arts of een van de verpleegkundig consulenten neuro-oncologie. Nadat besloten is tot een verwijzing naar de afdeling medische psychologie, wordt u uitgenodigd voor een intake op onze polikliniek. Deze afspraak dient om een beeld te krijgen van de aard en de ernst van uw problemen en uw hulpvraag. Aan de hand van het gesprek en eventuele vragenlijsten zal beoordeeld worden welke behandeling voor u het meest geschikt is. Wanneer behandeling binnen de afdeling medische psychologie voor u niet passend is, zullen wij u voor de juiste hulp ergens anders naar toe verwijzen.

Nazorg operatie hersentumor

Leefregels

Ontslag uit het ziekenhuis betekent nog niet dat u volledig bent hersteld. Allereerst zult u weer op krachten moeten komen. Een belangrijke regel is een regelmatig leefpatroon en goed luisteren naar uw lichaam. Het nemen van extra rust is daarbij belangrijk. Na verloop van tijd weer lichte werkzaamheden uitvoeren, werkt vaak positief. Echter, het is verstandig het weer uitoefenen van uw beroep of werk uit te stellen tot na de eerste poliklinische controle. Deze controleafspraak wordt standaard gemaakt acht weken na uw operatie. Indien u wilt autorijden, bespreekt u dit van tevoren met uw behandelend arts. U kunt uw conditie rustig opbouwen door bijvoorbeeld te wandelen, fietsen en (onder begeleiding) te zwemmen (niet bij epilepsie). Alle andere sporten worden in deze fase nog afgeraden. Ook een bezoek aan de sauna wordt de eerste zes weken afgeraden. Wat seksuele gemeenschap betreft, zijn er geen beperkingen. Mocht u op vakantie willen voor de eerste poliklinische controle, overleg dit dan eerst met uw behandelend arts.

Mogelijke klachten thuis

Voordat u uit het ziekenhuis ontslagen wordt, geeft de zaalarts u informatie over klachten die kunnen optreden als gevolg van de operatie. Vermoeidheid is een veel voorkomend verschijnsel na een grote operatie of een intensieve behandeling en kan soms lang aanhouden. Vermoeidheid geeft aan dat het lichaam behoefte heeft aan rust. Het is belangrijk dat u hieraan toegeeft. Bij klachten zoals toename van hoofdpijn, traagheid, toenemende bewegingsstoornissen, gevoelsstoornissen of veronderstelde bijwerkingen van medicijnen, raden wij u aan contact met ons op te nemen. Indien er problemen ontstaan met de wondgenezing (roodheid, zwelling of vocht uit de wond) dient u ook contact op te nemen met uw behandelend arts in het ziekenhuis.

Het litteken

De wond is meestal een week na de operatie weer genezen. U dient dagelijks uw haren te wassen totdat de hechtingen verwijderd zijn. De hechtingen worden 10 dagen na de operatie verwijderd. Dit kan bij de huisarts maar ook op de afdeling. Na het verwijderen van de hechtingen en als de wond droog is en niet wijkt, kunt u weer normale haarverzorgingsproducten gebruiken. De nog aanwezige korstjes laten meestal vanzelf los. Wees de eerste tijd wel voorzichtig met het masseren van shampoo in het gebied van het litteken. Het is niet goed om een vers litteken aan de zon bloot te stellen. Op zonnige dagen is het dan ook verstandig om uw hoofd te beschermen met een hoed, sjaaltje of parasol. Dit geldt zeker voor de eerste zes weken.

Emotionele verwerking

Het verwerken van uw ziekte en de gevolgen daarvan zal de nodige tijd kosten. Het uitwisselen van ervaringen met patiënten en directe naaste(n) die in een vergelijkbare situatie verkeren, kan een enorme steun zijn. Dit is mogelijk via patiënten- en familieorganisaties. De patiënten- en familieorganisaties brengen lotgenoten en hun directe naaste(n) samen. De organisaties bieden emotioneel een steuntje in de rug en geven voorlichting en praktische adviezen. Een lijst met nuttige websites vindt u bij het kopje ‘Nuttige websites’.

Poliklinische nazorg

De eerste poliklinische controle vindt acht weken na ontslag plaats bij de neurochirurg die u geopereerd heeft. Tijdens dit consult bespreekt hij/zij uw lichamelijke en geestelijke klachten met u en de verwachtingen ten aanzien van uw herstel op langere termijn. Een veel voorkomend misverstand is de gedachte dat er bij elk polikliniekbezoek een controlescan wordt gemaakt. Dit is vaak niet nodig. De behandelend arts zal met u bespreken wanneer het in uw geval wenselijk is om een controlescan te maken.

Aan de polikliniek van het Hersentumorcentrum Amsterdam zijn twee verpleegkundig consulenten verbonden. Zij zijn gespecialiseerd in het informeren, adviseren en begeleiden van patiënten en hun naasten. De verpleegkundigen kunnen voor u een vast aanspreekpunt zijn binnen het gehele traject en nabehandeling. Voor contactgegevens zie het kopje ‘Belangrijke telefoonnummers’.

Zorg rondom de operatie van een hersentumor

De dag van de opname

De dag voorafgaand de operatie wordt u opgenomen in het neurocentrum. U kunt het volgende verwachten;

• Een verpleegkundige zal uw anamnese afnemen, dit is een gesprek over uw ziektegeschiedenis, persoonlijke gegevens en sociale omstandigheden.

• De coassistent en de zaalarts voeren ook een gesprek met u en kijken u lichamelijk na.

• De neurochirurg komt bij u langs, meestal aan het einde van de middag, vóór de operatie. U heeft dan ook de gelegenheid eventuele vragen te stellen.

• Indien u nog niet op de poli preoperatieve screening geweest bent, worden er waarschijnlijk nog een aantal onderzoeken gedaan waaronder bloedonderzoek, een hartfilmpje (ECG) en soms een longfoto.

• Vaak wordt er nog een MRI scan van de hersenen gemaakt.

Voorbereiding op de operatie

De verpleegkundige geeft uitleg over de narcose, de operatiekamer en de uitslaapkamer (PACU). Als u het op prijs stelt, kunt u een kennismakingsbezoek brengen aan PACU. In verband met de hygiëne op de operatiekamer, is het belangrijk dat u uw nagellak en sieraden verwijdert. Als u op de dag voor de operatie uw lichaam en haren al gewassen heeft, is dat ’s avonds op de afdeling niet meer noodzakelijk. De ochtend van de operatie dient dit wel te gebeuren. Er worden zogenaamde TED kousen aangemeten door de verpleegkundige, dit is om de kans op thrombosebenen te verminderen. Het eventueel scheren van uw haren (meestal zeer beperkt) gebeurt vlak voor de operatie op de operatiekamer (onder narcose). Voor de operatie moet u nuchter zijn. Dit is om overgeven tijdens en na de operatie te voorkomen. Wij raden u aan om minstens een week voor de operatie te stoppen met roken. U start met onderstaand schema op de dag voordat u geopereerd wordt.

Dag voor de operatie

• Gewoon dieet; tenzij de anesthesioloog andere afspraken heeft gemaakt

Tot zes uur voor de operatie:

• Lichte maaltijd (geroosterd brood + helder vloeibaar)

• Melkproducten

• Sonde- of drinkvoeding

Tot twee uur voor de operatie:

• Helder vloeibaar (water, vruchtensap zonder pulp, koffie, thee, limonade)

• Advies: twee tot vier uur voor de operatie 400 ml suikerhoudende drank drinken, niet alleen water of thee

Tot aan de operatie:

• Orale medicatie met 30 ml water

De operatiedag

De verpleegkundige wekt u op de dag van de operatie op tijd en de laatste voorbereidingen vinden plaats. U wast uw haren en lichaam, u krijgt een operatiehemd en TED-kousen aan. U krijgt de eventuele door de anesthesioloog voorgeschreven premedicatie ter voorbereiding op de narcose. Dit is vaak een tablet. Op de afgesproken tijd brengt de verpleegkundige u naar de operatieafdeling.

Na de operatie

Na de operatie verblijft op de PACU tot de volgende ochtend. U ligt aan een monitor die uw hartslag en bloeddruk registreert en er wordt vaak (elk uur) gecontroleerd of u helder van bewustzijn bent. Meestal heeft u een blaaskatheter en een infuus in uw arm of voet voor toediening van vocht en eventuele medicijnen. De volgende dag gaat u terug naar de verpleegafdeling. Na de operatie heeft de neurochirurg een gesprek met uw partner en/of familie over het verloop van de operatie. Natuurlijk vertelt hij/zij dit ook aan u wanneer u eenmaal goed wakker bent. U heeft meestal een hoofdverband. Deze wordt 24 uur na de operatie afgedaan door de verpleegkundige. Daarna zal uw haar gewassen worden. Hierna wordt de wond gecontroleerd en eventueel opnieuw verbonden. Het kan zijn dat u enige dagen na de operatie lichte hoofdpijn heeft. Dit komt door wondpijn en/of vochtophoping, die druk geeft in het hoofd. Dit kan goed behandeld worden met paracetamol. Het infuus uit uw arm of voet wordt verwijderd als u geen medicatie via het infuus toegediend krijgt, niet misselijk bent en zelf weer voldoende kunt drinken.

Herstelperiode

In principe mag u de eerste dag na de operatie onder begeleiding al uit bed. Indien u slecht ter been bent, kan de fysiotherapeut u helpen. Als u voldoende bent opgeknapt, kunt u naar huis of, indien een langere herstelperiode nodig is, wordt u overgeplaatst naar uw eigen/verwijzende ziekenhuis. Bij een goede wondgenezing kunnen de hechtingen op de zevende dag worden verwijderd door de huisarts. Hiervoor dient u zelf een afspraak te maken. Uw haren moet u dagelijks wassen totdat de hechtingen verwijderd zijn. Veel voorkomende klachten of problemen Door de hersentumor kan er sprake zijn van uitvalsverschijnselen. Soms kan dit wat verbeteren door de operatie. De uitvalsverschijnselen kunnen heel divers zijn afhankelijk van de plaats van de tumor, bijvoorbeeld motorische uitval van arm of been, gezichtsvelduitval, problemen met taal en/of spraak. Ook kunt u problemen ondervinden in het denken zoals aandachts- en concentratieproblemen, geheugenproblemen en/of planningsproblemen. In het geval van deze of andere problemen kunt u ondersteuning aangeboden krijgen in de vorm van fysiotherapie, ergotherapie of logopedie. Daarnaast kunnen er veranderingen optreden in uw gedrag en emoties zoals prikkelbaarheid, emotionele labiliteit of initiatiefverlies. Dit kan veroorzaakt worden door de spanning rondom de operatie maar ook door de tumor zelf en/of medicatie. Het kan heel moeilijk zijn met de situatie om te gaan. U en de mensen in uw directe omgeving zullen moeten leren hiermee om te gaan. De verpleegkundige ondersteunt u en uw directe naaste hierbij gedurende de opname. Meer informatie vindt u in de folder Psychologische hulp voor patiënten met een hersentumor. Nogmaals willen we benadrukken dat de hierboven genoemde klachten lang niet bij iedereen optreden en sterk afhankelijk zijn van de tumor locatie in de hersenen en de soort tumor.

Uitslag weefselonderzoek

Om de definitieve diagnose (soort tumor) te stellen, is onderzoek door de patholoog van het tumorweefsel noodzakelijk. Dit duurt gemiddeld vijf werkdagen. Zodra de uitslag van het weefselonderzoek bekend is wordt dit besproken in het multidisciplinaire behandelteam, waar een advies over het vervolg van de behandeling wordt besproken. Dit kan variëren van voorlopig afwachten tot bestraling en/of chemotherapie. Er wordt voor een afspraak op een zo kort mogelijke termijn na het overleg gezorgd om de uitslag en het verdere behandeladvies met u te bespreken. Het is belangrijk dat uw partner of directe naaste(n) aanwezig is/zijn, zodat u gelijktijdig dezelfde informatie krijgt.

Ontslag

Als het herstelproces probleemloos verloopt en er weinig of geen uitvalsverschijnselen zijn, kunt u snel naar huis. De uitslag van het weefselonderzoek en eventuele nabehandeling zijn dan vaak nog niet bekend en er wordt een afspraak gemaakt om dit dan zo snel mogelijk met u en uw naasten te bespreken. Het feit dat de uitslag van het weefselonderzoek nog niet bekend is, hoeft geen reden te zijn om in het ziekenhuis opgenomen te blijven aIs dat medisch gezien niet noodzakelijk is. Is er sprake van neurologische uitval of een stoornis anderszins, dan zal het herstel meer tijd kosten en kan een revalidatieperiode, gericht op zoveel mogelijk herstel van functie, noodzakelijk zijn. Als u uit een ander ziekenhuis komt en een langere herstelperiode nodig heeft, wordt u teruggeplaatst naar dat betreffende ziekenhuis. De zaalarts stuurt in alle gevallen een brief naar uw huisarts over uw behandeling in het ziekenhuis en uw gezondheidstoestand op het moment van ontslag. U krijgt een afspraak voor poliklinische controle en een eventueel recept voor medicatie.

MRI-scan na operatie hersentumor

Vaak wordt in de dagen na de operatie een MRI scan verricht om een eerste indruk te krijgen van hoeveel tumor verwijderd kon worden. Dit wordt tijdens de opname gepland. U heeft eerder al een MRI scan gehad. Dit onderzoek zal plaatsvinden op de afdeling radiologie en nucleaire geneeskunde.

Locaties:

• Receptie U, 4de etage van de polikliniek

• Receptie F, begane grond van de polikliniek

• 2de etage van het ziekenhuis MR, CT/Echo

Voor meer informatie over MRI-scan klik hier.

MDO na operatie hersentumor
Twee keer per week vindt het multidisciplinair overleg (MDO) van het Hersentumorcentrum Amsterdam plaats. Hier zijn artsen van verschillende specialismen bij betrokken. Tijdens dit overleg zal besproken worden hoe de operatie gegaan is, de MRI scan na operatie en de uitslag van het weefsel. Aan de hand van deze informatie wordt een advies gevormd over de eventuele verdere behandeling. De uitkomst van dit overleg wordt door de neurochirurg met u besproken. Hier wordt een aparte afspraak voor gemaakt, zo spoedig mogelijk na het multidisciplinaire overleg. Voor meer informatie ga naar ‘Weefseldiagnose’.
Weefseldiagnose

Om definitief vast te kunnen stellen wat voor soort tumor (diagnose) u heeft, zal de patholoog (PA)  het tumorweefsel onderzoeken. Dit duurt gemiddeld vijf werkdagen, maar kan soms ook twee weken duren. Zodra de uitslag van het weefselonderzoek bekend is, wordt dit besproken in het multidisciplinair overleg van het Hersentumorcentrum Amsterdam, waar vervolgens ook het behandeladvies wordt besproken. Dit kan variëren van voorlopig afwachten tot bestraling en/of chemotherapie op korte termijn. De uitslag zal zo spoedig mogelijk na het teamoverleg met u worden besproken. Deze afspraak wordt ingepland door de neurochirurg en vindt plaats op afdeling neurochirurgie of de polikliniek neurochirurgie.

Het is belangrijk dat uw partner of directe naaste(n) aanwezig is/zijn bij dit gesprek, zodat u gelijktijdig dezelfde informatie krijgt.

Afdeling neurochirurgie (2C) 020-444 2120

Polikliniek neurochirurgie (receptie W4) 020-444 1161

Nuttige websites hersentumor

https://www.vumc.nl/zorg/expertisecentra-en-specialismen/hersentumorcentrum-amsterdam.htm

Hier vindt u meer informatie over hersentumoren, relevante literatuur, ervaringen van andere patiënten, etc.

www.hersenletsel.nl

Biedt informatie over niet aangeboren hersenletsel.

www.hersentumor.nl

Verstrekt onafhankelijke en actuele informatie over hersentumoren.

www.kankerspoken.nl

Biedt inzicht en informatie over wat er in het hoofd van kinderen omgaat met betrekking tot kanker.

www.kanker.nl/hersentumoren

Deze site is een initiatief van KWF Kankerbestrijding, Leven met kanker en IKNL en levert betrouwbare informatie, ervaringskennis en het ondersteuningsaanbod rond kanker.

Belangrijke telefoonnummers hersentumorcentrum

Vragen over de opname planning:

Tineke de Munnik, (020) 444 3714 bereikbaar tussen 11.00 en 12.00 uur

tineke.demunnik@vumc.nl

 

Ingrid Moor, (020) 444 5013 (epilepsiechirurgie en functionele tumorchirurgie)

epilepsiechirurgie@vumc.nl

Bereikbaar van maandag t/m donderdag

Voor spoedgevallen en problemen na de operatie:

Neurocentrum 2C (020) 444 2120 of Neurocentrum 2B (020) 444 2220

Afspraken maken/verzetten:

Balie neurochirurgie, receptie J: telefoon (020) 444 1161 bereikbaar tussen 10.00 en 16.00 uur.

Voor spoedgevallen tot 10.00 uur: telefoon (020) 444 4444 en vragen naar pieper 6368.

 

Vragen en problemen:

Maandag t/m vrijdag tussen 10.00 en 13.00 uur.

Verpleegkundig consulenten: telefoon (020) 444 0741. U kunt uw boodschap inspreken. Doet u dit vóór 13.00 uur dan wordt u dezelfde dag nog teruggebeld.

Vragen kunt u ook per e-mail stellen: c.nijboer@vumc.nl of a.weerdesteijn@vumc.nl.

Zorg rondom de operatie van een hersentumor

De dag van de opname

De dag voorafgaand de operatie wordt u opgenomen in het neurocentrum. U kunt het volgende verwachten;

• Een verpleegkundige zal uw anamnese afnemen, dit is een gesprek over uw ziektegeschiedenis, persoonlijke gegevens en sociale omstandigheden.

• De coassistent en de zaalarts voeren ook een gesprek met u en kijken u lichamelijk na.

• De neurochirurg komt bij u langs, meestal aan het einde van de middag, vóór de operatie. U heeft dan ook de gelegenheid eventuele vragen te stellen.

• Indien u nog niet op de poli preoperatieve screening geweest bent, worden er waarschijnlijk nog een aantal onderzoeken gedaan waaronder bloedonderzoek, een hartfilmpje (ECG) en soms een longfoto.

• Vaak wordt er nog een MRI scan van de hersenen gemaakt.

Voorbereiding op de operatie

De verpleegkundige geeft uitleg over de narcose, de operatiekamer en de uitslaapkamer (PACU). Als u het op prijs stelt, kunt u een kennismakingsbezoek brengen aan PACU. In verband met de hygiëne op de operatiekamer, is het belangrijk dat u uw nagellak en sieraden verwijdert. Als u op de dag voor de operatie uw lichaam en haren al gewassen heeft, is dat ’s avonds op de afdeling niet meer noodzakelijk. De ochtend van de operatie dient dit wel te gebeuren. Er worden zogenaamde TED kousen aangemeten door de verpleegkundige, dit is om de kans op thrombosebenen te verminderen. Het eventueel scheren van uw haren (meestal zeer beperkt) gebeurt vlak voor de operatie op de operatiekamer (onder narcose). Voor de operatie moet u nuchter zijn. Dit is om overgeven tijdens en na de operatie te voorkomen. Wij raden u aan om minstens een week voor de operatie te stoppen met roken. U start met onderstaand schema op de dag voordat u geopereerd wordt.

Dag voor de operatie

• Gewoon dieet; tenzij de anesthesioloog andere afspraken heeft gemaakt

Tot zes uur voor de operatie:

• Lichte maaltijd (geroosterd brood + helder vloeibaar)

• Melkproducten

• Sonde- of drinkvoeding

Tot twee uur voor de operatie:

• Helder vloeibaar (water, vruchtensap zonder pulp, koffie, thee, limonade)

• Advies: twee tot vier uur voor de operatie 400 ml suikerhoudende drank drinken, niet alleen water of thee

Tot aan de operatie:

• Orale medicatie met 30 ml water

De operatiedag

De verpleegkundige wekt u op de dag van de operatie op tijd en de laatste voorbereidingen vinden plaats. U wast uw haren en lichaam, u krijgt een operatiehemd en TED-kousen aan. U krijgt de eventuele door de anesthesioloog voorgeschreven premedicatie ter voorbereiding op de narcose. Dit is vaak een tablet. Op de afgesproken tijd brengt de verpleegkundige u naar de operatieafdeling.

Na de operatie

Na de operatie verblijft op de PACU tot de volgende ochtend. U ligt aan een monitor die uw hartslag en bloeddruk registreert en er wordt vaak (elk uur) gecontroleerd of u helder van bewustzijn bent. Meestal heeft u een blaaskatheter en een infuus in uw arm of voet voor toediening van vocht en eventuele medicijnen. De volgende dag gaat u terug naar de verpleegafdeling. Na de operatie heeft de neurochirurg een gesprek met uw partner en/of familie over het verloop van de operatie. Natuurlijk vertelt hij/zij dit ook aan u wanneer u eenmaal goed wakker bent. U heeft meestal een hoofdverband. Deze wordt 24 uur na de operatie afgedaan door de verpleegkundige. Daarna zal uw haar gewassen worden. Hierna wordt de wond gecontroleerd en eventueel opnieuw verbonden. Het kan zijn dat u enige dagen na de operatie lichte hoofdpijn heeft. Dit komt door wondpijn en/of vochtophoping, die druk geeft in het hoofd. Dit kan goed behandeld worden met paracetamol. Het infuus uit uw arm of voet wordt verwijderd als u geen medicatie via het infuus toegediend krijgt, niet misselijk bent en zelf weer voldoende kunt drinken.

Herstelperiode

In principe mag u de eerste dag na de operatie onder begeleiding al uit bed. Indien u slecht ter been bent, kan de fysiotherapeut u helpen. Als u voldoende bent opgeknapt, kunt u naar huis of, indien een langere herstelperiode nodig is, wordt u overgeplaatst naar uw eigen/verwijzende ziekenhuis. Bij een goede wondgenezing kunnen de hechtingen op de zevende dag worden verwijderd door de huisarts. Hiervoor dient u zelf een afspraak te maken. Uw haren moet u dagelijks wassen totdat de hechtingen verwijderd zijn. Veel voorkomende klachten of problemen Door de hersentumor kan er sprake zijn van uitvalsverschijnselen. Soms kan dit wat verbeteren door de operatie. De uitvalsverschijnselen kunnen heel divers zijn afhankelijk van de plaats van de tumor, bijvoorbeeld motorische uitval van arm of been, gezichtsvelduitval, problemen met taal en/of spraak. Ook kunt u problemen ondervinden in het denken zoals aandachts- en concentratieproblemen, geheugenproblemen en/of planningsproblemen. In het geval van deze of andere problemen kunt u ondersteuning aangeboden krijgen in de vorm van fysiotherapie, ergotherapie of logopedie. Daarnaast kunnen er veranderingen optreden in uw gedrag en emoties zoals prikkelbaarheid, emotionele labiliteit of initiatiefverlies. Dit kan veroorzaakt worden door de spanning rondom de operatie maar ook door de tumor zelf en/of medicatie. Het kan heel moeilijk zijn met de situatie om te gaan. U en de mensen in uw directe omgeving zullen moeten leren hiermee om te gaan. De verpleegkundige ondersteunt u en uw directe naaste hierbij gedurende de opname. Meer informatie vindt u in de folder Psychologische hulp voor patiënten met een hersentumor. Nogmaals willen we benadrukken dat de hierboven genoemde klachten lang niet bij iedereen optreden en sterk afhankelijk zijn van de tumor locatie in de hersenen en de soort tumor.

Uitslag weefselonderzoek

Om de definitieve diagnose (soort tumor) te stellen, is onderzoek door de patholoog van het tumorweefsel noodzakelijk. Dit duurt gemiddeld vijf werkdagen. Zodra de uitslag van het weefselonderzoek bekend is wordt dit besproken in het multidisciplinaire behandelteam, waar een advies over het vervolg van de behandeling wordt besproken. Dit kan variëren van voorlopig afwachten tot bestraling en/of chemotherapie. Er wordt voor een afspraak op een zo kort mogelijke termijn na het overleg gezorgd om de uitslag en het verdere behandeladvies met u te bespreken. Het is belangrijk dat uw partner of directe naaste(n) aanwezig is/zijn, zodat u gelijktijdig dezelfde informatie krijgt.

Ontslag

Als het herstelproces probleemloos verloopt en er weinig of geen uitvalsverschijnselen zijn, kunt u snel naar huis. De uitslag van het weefselonderzoek en eventuele nabehandeling zijn dan vaak nog niet bekend en er wordt een afspraak gemaakt om dit dan zo snel mogelijk met u en uw naasten te bespreken. Het feit dat de uitslag van het weefselonderzoek nog niet bekend is, hoeft geen reden te zijn om in het ziekenhuis opgenomen te blijven aIs dat medisch gezien niet noodzakelijk is. Is er sprake van neurologische uitval of een stoornis anderszins, dan zal het herstel meer tijd kosten en kan een revalidatieperiode, gericht op zoveel mogelijk herstel van functie, noodzakelijk zijn. Als u uit een ander ziekenhuis komt en een langere herstelperiode nodig heeft, wordt u teruggeplaatst naar dat betreffende ziekenhuis. De zaalarts stuurt in alle gevallen een brief naar uw huisarts over uw behandeling in het ziekenhuis en uw gezondheidstoestand op het moment van ontslag. U krijgt een afspraak voor poliklinische controle en een eventueel recept voor medicatie.

Nazorg operatie hersentumor

Leefregels

Ontslag uit het ziekenhuis betekent nog niet dat u volledig bent hersteld. Allereerst zult u weer op krachten moeten komen. Een belangrijke regel is een regelmatig leefpatroon en goed luisteren naar uw lichaam. Het nemen van extra rust is daarbij belangrijk. Na verloop van tijd weer lichte werkzaamheden uitvoeren, werkt vaak positief. Echter, het is verstandig het weer uitoefenen van uw beroep of werk uit te stellen tot na de eerste poliklinische controle. Deze controleafspraak wordt standaard gemaakt acht weken na uw operatie. Indien u wilt autorijden, bespreekt u dit van tevoren met uw behandelend arts. U kunt uw conditie rustig opbouwen door bijvoorbeeld te wandelen, fietsen en (onder begeleiding) te zwemmen (niet bij epilepsie). Alle andere sporten worden in deze fase nog afgeraden. Ook een bezoek aan de sauna wordt de eerste zes weken afgeraden. Wat seksuele gemeenschap betreft, zijn er geen beperkingen. Mocht u op vakantie willen voor de eerste poliklinische controle, overleg dit dan eerst met uw behandelend arts.

Mogelijke klachten thuis

Voordat u uit het ziekenhuis ontslagen wordt, geeft de zaalarts u informatie over klachten die kunnen optreden als gevolg van de operatie. Vermoeidheid is een veel voorkomend verschijnsel na een grote operatie of een intensieve behandeling en kan soms lang aanhouden. Vermoeidheid geeft aan dat het lichaam behoefte heeft aan rust. Het is belangrijk dat u hieraan toegeeft. Bij klachten zoals toename van hoofdpijn, traagheid, toenemende bewegingsstoornissen, gevoelsstoornissen of veronderstelde bijwerkingen van medicijnen, raden wij u aan contact met ons op te nemen. Indien er problemen ontstaan met de wondgenezing (roodheid, zwelling of vocht uit de wond) dient u ook contact op te nemen met uw behandelend arts in het ziekenhuis.

Het litteken

De wond is meestal een week na de operatie weer genezen. U dient dagelijks uw haren te wassen totdat de hechtingen verwijderd zijn. De hechtingen worden 10 dagen na de operatie verwijderd. Dit kan bij de huisarts maar ook op de afdeling. Na het verwijderen van de hechtingen en als de wond droog is en niet wijkt, kunt u weer normale haarverzorgingsproducten gebruiken. De nog aanwezige korstjes laten meestal vanzelf los. Wees de eerste tijd wel voorzichtig met het masseren van shampoo in het gebied van het litteken. Het is niet goed om een vers litteken aan de zon bloot te stellen. Op zonnige dagen is het dan ook verstandig om uw hoofd te beschermen met een hoed, sjaaltje of parasol. Dit geldt zeker voor de eerste zes weken.

Emotionele verwerking

Het verwerken van uw ziekte en de gevolgen daarvan zal de nodige tijd kosten. Het uitwisselen van ervaringen met patiënten en directe naaste(n) die in een vergelijkbare situatie verkeren, kan een enorme steun zijn. Dit is mogelijk via patiënten- en familieorganisaties. De patiënten- en familieorganisaties brengen lotgenoten en hun directe naaste(n) samen. De organisaties bieden emotioneel een steuntje in de rug en geven voorlichting en praktische adviezen. Een lijst met nuttige websites vindt u bij het kopje ‘Nuttige websites’.

Poliklinische nazorg

De eerste poliklinische controle vindt acht weken na ontslag plaats bij de neurochirurg die u geopereerd heeft. Tijdens dit consult bespreekt hij/zij uw lichamelijke en geestelijke klachten met u en de verwachtingen ten aanzien van uw herstel op langere termijn. Een veel voorkomend misverstand is de gedachte dat er bij elk polikliniekbezoek een controlescan wordt gemaakt. Dit is vaak niet nodig. De behandelend arts zal met u bespreken wanneer het in uw geval wenselijk is om een controlescan te maken.

Aan de polikliniek van het Hersentumorcentrum Amsterdam zijn twee verpleegkundig consulenten verbonden. Zij zijn gespecialiseerd in het informeren, adviseren en begeleiden van patiënten en hun naasten. De verpleegkundigen kunnen voor u een vast aanspreekpunt zijn binnen het gehele traject en nabehandeling. Voor contactgegevens zie het kopje ‘Belangrijke telefoonnummers’.

MRI-scan na operatie hersentumor

Vaak wordt in de dagen na de operatie een MRI scan verricht om een eerste indruk te krijgen van hoeveel tumor verwijderd kon worden. Dit wordt tijdens de opname gepland. U heeft eerder al een MRI scan gehad. Dit onderzoek zal plaatsvinden op de afdeling radiologie en nucleaire geneeskunde.

Locaties:

• Receptie U, 4de etage van de polikliniek

• Receptie F, begane grond van de polikliniek

• 2de etage van het ziekenhuis MR, CT/Echo

Voor meer informatie over MRI-scan klik hier.

MDO na operatie hersentumor
Twee keer per week vindt het multidisciplinair overleg (MDO) van het Hersentumorcentrum Amsterdam plaats. Hier zijn artsen van verschillende specialismen bij betrokken. Tijdens dit overleg zal besproken worden hoe de operatie gegaan is, de MRI scan na operatie en de uitslag van het weefsel. Aan de hand van deze informatie wordt een advies gevormd over de eventuele verdere behandeling. De uitkomst van dit overleg wordt door de neurochirurg met u besproken. Hier wordt een aparte afspraak voor gemaakt, zo spoedig mogelijk na het multidisciplinaire overleg. Voor meer informatie ga naar ‘Weefseldiagnose’.
Weefseldiagnose

Om definitief vast te kunnen stellen wat voor soort tumor (diagnose) u heeft, zal de patholoog (PA)  het tumorweefsel onderzoeken. Dit duurt gemiddeld vijf werkdagen, maar kan soms ook twee weken duren. Zodra de uitslag van het weefselonderzoek bekend is, wordt dit besproken in het multidisciplinair overleg van het Hersentumorcentrum Amsterdam, waar vervolgens ook het behandeladvies wordt besproken. Dit kan variëren van voorlopig afwachten tot bestraling en/of chemotherapie op korte termijn. De uitslag zal zo spoedig mogelijk na het teamoverleg met u worden besproken. Deze afspraak wordt ingepland door de neurochirurg en vindt plaats op afdeling neurochirurgie of de polikliniek neurochirurgie.

Het is belangrijk dat uw partner of directe naaste(n) aanwezig is/zijn bij dit gesprek, zodat u gelijktijdig dezelfde informatie krijgt.

Afdeling neurochirurgie (2C) 020-444 2120

Polikliniek neurochirurgie (receptie W4) 020-444 1161

Psychosociale zorg (lastmeter)

Met behulp van de lastmeter kunnen wij samen met u uw psychosociale zorgbehoeften in kaart brengen. Door het invullen van de vragenlijst komen problemen of zorgen die aanwezig zijn naar voren. De uitkomsten kunnen indien hier een aanleiding voor is besproken worden met uw arts of verpleegkundige. Er wordt dan bekeken of u direct hulp nodig heeft of op een later moment verwezen moet worden voor verdere ondersteuning. De lastmeter kan mogelijk later in het behandeltraject nogmaals worden afgenomen.

Tijdens het anamnesegesprek met de verpleegkundige zal de lastmeter aan u worden uitgereikt. U kunt zelf bepalen of en wanneer u de vragenlijst invult. Zodra u de vragenlijst heeft ingevuld, kunt u deze aan de verpleegkundige overhandigen.

Psychosociale zorg

Een hersentumor kan verschillende klachten en problemen veroorzaken. Naast de lichamelijke klachten die u misschien ervaart, kan het zijn dat u last heeft van vermoeidheid of van bijvoorbeeld concentratie- en geheugenproblemen. Misschien voelt u zich somber of merkt u angstiger te zijn. Tijdens de medische behandeling van een hersentumor (operatie, bestraling, chemotherapie) is bijna iedereen wel vermoeid, minder geconcentreerd en soms emotioneler. Wanneer u echter in uw dagelijks leven belemmerd wordt door deze klachten, en zeker als dit na de behandeling blijft voortbestaan, dan kan psychologische zorg noodzakelijk zijn. De afdeling medische psychologie in Amsterdam UMC, locatie VUmc biedt deze zorg. Wij bieden cognitieve training, behandeling van ernstige vermoeidheid en behandeling van psychische klachten van uzelf, maar mogelijk ook van uw partner.

Cognitieve klachten

Een hersentumor, of de behandeling hiervan, kan problemen veroorzaken in de zogenaamde cognitieve functies. Dit kunnen problemen zijn met bijvoorbeeld de concentratie, het geheugen, of met het plannen en uitvoeren van activiteiten. Helaas bestaan er geen behandelingen die leiden tot volledig herstel van de cognitieve functies. In de cognitieve training die wij bieden leert u hoe u optimaal kunt omgaan met uw klachten, en met de problemen die deze met zich meebrengen in het dagelijks leven.

Blijvende ernstige vermoeidheid

Vermoeidheid is een klacht die veel voorkomt bij patiënten met een hersentumor. Ernstige vermoeidheid die niet meer weggaat, kan grote gevolgen hebben voor uw dagelijks leven en uw functioneren. Behandeling van vermoeidheidsklachten richt zich op verschillende gebieden waarvan we weten dat deze vermoeidheid kunnen beïnvloeden. Dit zijn bijvoorbeeld uw ritme van slapen en actief zijn, de verwerking van de diagnose, en bepaalde manieren van denken, bijvoorbeeld over de toekomst en over de klachten die u ervaart.

Psychische klachten

Het leven met een hersentumor, en de medische onderzoeken en behandelingen, kunnen een zware belasting voor u betekenen. Omgaan met de lichamelijke en emotionele gevolgen van de ziekte doet vaak een sterk beroep op uw aanpassingsvermogen, waardoor problemen kunnen ontstaan. In dit geval kan het zinvol zijn om een medisch psycholoog te raadplegen. Hetzelfde geldt voor uw partner. Het hebben van een ziekte kan bovendien uw relatie belasten. In dit geval zijn relatiegesprekken een mogelijkheid.

Verwijzing

Uw behandelend arts kan u verwijzen, of wanneer u op één van deze gebieden klachten ervaart, kunt u dit ook zelf bespreken met uw arts of een van de verpleegkundig consulenten neuro-oncologie. Nadat besloten is tot een verwijzing naar de afdeling medische psychologie, wordt u uitgenodigd voor een intake op onze polikliniek. Deze afspraak dient om een beeld te krijgen van de aard en de ernst van uw problemen en uw hulpvraag. Aan de hand van het gesprek en eventuele vragenlijsten zal beoordeeld worden welke behandeling voor u het meest geschikt is. Wanneer behandeling binnen de afdeling medische psychologie voor u niet passend is, zullen wij u voor de juiste hulp ergens anders naar toe verwijzen.