Voeding in zorg, onderwijs en onderzoek

Het gelijktijdig lanceren van Zorg op het Bord in een vernieuwde verbouwde omgeving biedt unieke kansen voor zorg, onderwijs en onderzoek.

Optimale voeding vraagt van zorgteams om voeding te betrekken in de dagelijkse praktijk. Dit vereist op zijn beurt weer onderwijs aan bijvoorbeeld voedingsassistenten, verpleegkundigen, artsen en diëtisten. Natuurlijk biedt een nieuw voedingsconcept kansen om onderzoek te doen naar de effecten van voeding en de directe omgeving op het herstel van de patiënt.

Zorg

Minder complicaties en ligdagen

Patiënten die ondervoed zijn, liggen tot anderhalve dag langer in het ziekenhuis. Optimale voeding biedt de mogelijkheid om complicaties en ligdagen te verminderen. Zou kan voeding het mogelijk maken om meer en betere zorg te bieden.

Zichtbare voedingsprotocollen

In de directe zorg voor de patiënt moet voeding een prominentere rol krijgen zonder dat dit leidt tot een toegenomen werkdruk voor medische teams. Zo werkt Zorg op het Bord aan zichtbare voedingsprotocollen, maar ook aan een toegankelijke interface voor voeding in Epic. Zichtbare protocollen zorgen ervoor dat voedingsassistenten, verpleegkundigen, artsen en ander personeel informatie hebben over voeding, diëten en praktische richtlijnen.

Behandelen ondervoeding binnen en buiten het Amsterdam UMC

Een belangrijk punt hierin is de screening en behandeling van ondervoeding mét bewaking van transmurale zorg. Het borgen van deze processen vereist intensievere interactie tussen voedingsassistenten en verpleegkundigen, maar ook meer zichtbaarheid voor de afdeling Diëtetiek en mogelijkheden om personeel rond de patiënt te adviseren.

Samen eten, beter eten

In het gerenoveerde beddenhuis, wil Zorg op het Bord het gezamenlijk eten stimuleren van patiënten onderling of van patiënten met hun bezoek. Gezamenlijk eten kan ervoor zorgen dat patiënten beter eten.

Onderwijs

De behandeling, het herstel en het welbevinden van patiënten in Amsterdam UMC bevorderen via patiëntenvoeding: dat kan alleen als zorgverleners juiste en actuele kennis hebben over voeding. Als ze voldoende doordrongen zijn van de rol die voeding in de behandeling kan spelen. Hetzelfde geldt voor de patiënten en mantelzorgers zelf. Dat begint bij onderwijs en educatie. De programmadoelen op het gebied van onderwijs zijn:

  • Voeding is onderdeel van de curricula geneeskunde en verpleegkunde, en van bij- en nascholingsprogramma voor diëtisten, artsen, verpleegkundigen en voedingsassistenten;
  • Voedingseducatie voor patiënten, familie en mantelzorgers is beschikbaar over voeding voor, tijdens en na de behandeling;
  • Een programma om het voedingsbewustzijn bij Amsterdam UMC-medewerkers te vergroten, ondersteunt de visie.

Diometer: keuzevak voeding (april t/m juni 2019)

In het voorjaar van 2018 maakte voeding voor het eerst onderdeel uit van de geneeskundebachelor Epicurus in het AMC. Diometer – een samentrekking van Diogenes en Demeter, de goden van vruchtbaarheid en landbouw - is een keuzevak voor tweedejaarsstudenten. In twaalf weken wordt de essentie van voeding overgebracht. Werkvormen zijn hoogstaand contactonderwijs, kennisclips, hands-on experience en opdrachten. Zo kregen de studenten een kookdemonstratie en brachten ze bedrijfsbezoeken aan Nutricia en Lindenhoff.

Diometer leert studenten over voeding datgene dat ze moeten weten op een no-nonsense, moderne, evidence-based en uitdagende manier, vanuit de overtuiging dat voedingskennis onmisbaar is voor de artsen van morgen. Met 43 studenten is Diometer het grootste keuzevak voor tweedejaarsstudenten van dit collegejaar.

Meer weten? Zie Diometer.

Onderzoek

Zorg op het Bord en de overgang naar de nieuwbouwsituatie biedt unieke en uitdagende kansen om voedingsstaat, comfort en welbevinden te meten en te relateren aan de uitkomsten van de zorg. Ook is dit een unieke kans om Amsterdam UMC-breed de effecten van voeding te onderzoeken bij verschillende patiënten, verschillende ziekten en verschillende afdelingen. Daarbij kunnen voeding en de effecten op zorg bijvoorbeeld onderzocht worden met behulp van biobanking, wearable devices, kwaliteit-van-leven vragenlijsten et cetera. Dit kan een synergistisch effect hebben samen met de recente ontwikkeling van de verschillende research instituten en de bijbehorende research core facilities. Maar nog meer helpt het ons handelen en voeden te evalueren en bij te sturen.