Let op!

Deze informatie gaat over locatie AMC.
Moet u zijn op locatie VUmc? Ga naar: afdeling medische oncologie, locatie VUmc/de Boelelaan

Behandeling alvleesklierkanker

De behandeling van alvleesklierkanker kan verschillende doelen hebben: allereerst zal geprobeerd worden de ziekte te genezen maar als dat helaas niet haalbaar is, zal de behandeling gericht zijn op vermindering van klachten.

Doel van behandeling van alvleesklierkanker

Als een behandeling het doel heeft om te genezen, wordt dat een curatieve behandeling genoemd. Een behandeling gericht op curatie geeft echter geen garantie op genezing. Daarom worden naast de primaire behandeling, een operatie, ook nog aanvullende behandelingen gegeven. Dit worden adjuvante behandelingen genoemd. Als bijvoorbeeld een tumor wordt weggehaald door middel van een operatie, dan kan het zijn dat u daarna nog chemotherapie krijgt. Deze aanvullende behandeling heeft het doel om eventuele niet-waarneembare uitzaaiingen te bestrijden. Ook kan het soms zinvol zijn om adjuvante behandelingen juist voor de operatie te geven. Dit wordt dan een neo-adjuvante behandeling genoemd.

Als alvleesklierkanker niet meer te genezen is, kan een palliatieve behandeling worden gestart. Deze soort behandeling richt zich op het afremmen van de groei van de tumor door middel van chemotherapie maar kan ook alleen bedoeld zijn om bepaalde klachten te verminderen of te voorkomen.

Behandelopties voor alvleesklierkanker

Bij het opstellen van een behandelplan voor alvleesklierkanker zijn verschillende factoren belangrijk: het stadium van de aandoening, de plaats, grootte en vorm van de tumor en uw lichamelijke conditie. Afhankelijk van deze factoren zijn er verschillende behandelopties:

  • operatie
  • stentplaatsing
  • chemotherapie
  • radiotherapie

Operatie

Een operatie is de enige mogelijkheid om alvleesklierkanker volledig te genezen. Het doel van een operatie is om de tumor met aangrenzend weefsel te verwijderen. Dit is alleen mogelijk als de tumor plaatselijk niet te ver uitgebreid is en er ook geen uitzaaiingen naar andere organen zijn. Hierdoor is een operatie slechts bij een deel van de patiënten mogelijk. Het AMC heeft de meeste ervaring met deze operaties in Nederland. De chirurgen van het AMC Amsterdam verrichten ruim 120 alvleesklier-operaties per jaar. Soms kan een tumor die initieel niet te verwijderen leek na chemotherapie alsnog verwijderd worden.

Tijdens de operatie worden de kop van de alvleesklier, de galblaas, de twaalfvingerige darm en een deel van de galwegen verwijderd. Ook worden lymfeklieren rondom de alvleesklier verwijderd. Deze operatie wordt een Whipple operatie genoemd, of Pylorus Preserving Pancreatico Duodectomie (PPPD). Vervolgens worden alle organen weer met de darm verbonden zodat de verteringsappen weer bij het voedsel kunnen komen. Deze operatie is ingrijpend en duurt gemiddeld 4 uur. Het is daarom belangrijk dat uw conditie goed is. Na de operatie verblijft u gemiddeld 10 dagen in het ziekenhuis. De duur hiervan hangt voornamelijk ervan af of u complicaties van de operatie ondervindt. De chirurg zal u over de operatie en de kans op complicaties informeren.

De gekleurde gedeelten worden bij een maagsparende operatie verwijderd. © 2013 KWF Kankerbestrijding
De gekleurde gedeelten worden bij een maagsparende operatie verwijderd. © 2013 KWF Kankerbestrijding
De gekleurde gedeelten worden bij een niet-maagsparende operatie verwijderd. © 2013 KWF Kankerbestrijding
De gekleurde gedeelten worden bij een niet-maagsparende operatie verwijderd. © 2013 KWF Kankerbestrijding

Tijdens de operatie blijkt soms dat de tumor toch niet kan worden verwijderd. In zo’n situatie kan bijvoorbeeld een afsluiting van de galwegen of twaalfvingerige darm worden opgeheven door middel van een bypass. Er wordt dan een nieuwe verbinding (bypass) gemaakt tussen de maag en de dunne darm en tussen de galweg en de dunne darm. De darm wordt als het ware om de tumor heen geleid.

Stentplaatsing

Het kan bij alvleesklierkanker voorkomen dat de tumor de galwegen dicht drukt. Een blokkade van de galafvoer kan worden opgeheven door een metalen of kunststof buisje (stent) te plaatsen in de galweg. Dit gebeurt tijdens een ERCP. Het buisje duwt de galwegen weer open en hierdoor kan het gal weer naar de dunne darm stromen. Voor het plaatsen van een stent hoeft u niet opgenomen te worden in het ziekenhuis.

De stent kan verstopt raken waardoor de geelzucht terugkomt en/of hoge koorts optreedt. In dat geval moet de stent worden vervangen middels een ERCP.

Ook kan het voorkomen dat het niet meer mogelijk is om een stent te plaatsen. In dit geval zal een Percutane Transhepatische Cholangiografie Drainage (PTCD) worden aangelegd. Dit wordt ook wel een galwegdrainage genoemd. Tijdens deze procedure wordt er via de huid en met behulp van een echografie een slangetje aangelegd in de galwegen. Door middel van dit slangetje kan gal alsnog worden afgevoerd. De gal wordt dan opgevangen in een zakje dat aan uw lichaam wordt bevestigd.

Voor deze behandeling krijgt u een verdoving en een roesje. De PTCD behandeling duurt vervolgens 30-60 minuten.

Chemotherapie

Chemotherapie is een behandeling die als doel heeft kankercellen te doden. Bij alvleesklierkanker is de behandeling met chemotherapie vaak palliatief, dat wil zeggen dat de behandeling zich vooral richt op het remmen van de groei van de tumor. Hierdoor verminderen de klachten. Bij sommige patiënten wordt de chemotherapie ingezet na een operatie. Het doel van deze behandeling is om eventueel achtergebleven niet-waarneembare tumorcellen te doden.

Er zijn verschillende soorten chemotherapie. Chemotherapie kan als enkelvoudig middel, maar ook in combinatie gegeven worden. De meeste chemotherapie wordt toegediend via een infuus. De frequentie van toediening is afhankelijk van het soort chemotherapie. 
Chemotherapie kan naast kankercellen ook gezonde cellen aantasten. Daardoor kunnen bijwerkingen optreden. Vaak voorkomende bijwerkingen zijn haaruitval, misselijkheid, darmstoornissen, vermoeidheid en een verhoogd risico op infecties. De bijwerkingen zijn voor iedere chemotherapie verschillend en zullen ook per persoon verschillen. Uw arts zal de gevolgen van de chemotherapie uitgebreid met u bespreken.

Radiotherapie

Radiotherapie heeft bij de behandeling van alvleesklierkanker een beperkte rol. Soms kan radiotherapie in combinatie met chemotherapie de tumor verkleinen. Ook kan radiotherapie belangrijk zijn om pijnklachten te behandelen.

Tijdens radiotherapie wordt de tumor radioactief bestraald van buitenaf. Kankercellen kunnen slechter tegen de straling dan gezonde cellen. Door de radioactieve straling raken de tumorcellen beschadigd en gaan ze kapot. Door de radiotherapie wordt de tumorgroei verminderd en is er een mogelijkheid dat de tumor kleiner wordt.

De straling wordt zo veel mogelijk gericht op de tumor. Het is echter niet te voorkomen dat ook gezonde cellen worden bestraald. Hierdoor krijgt u te maken met bijwerkingen. Over het algemeen zorgt radiotherapie vaak voor vermoeidheid. Daarnaast kan de bestraalde huid rood worden. Dit gaat gepaard met jeuk en een branderig gevoel. Bij bestraling in het gebied van de maag krijgen patiënten vaak misselijkheidklachten. Uw radiotherapeut kan hiervoor medicijnen voorschrijven. Verder kunt u last krijgen van uw darmen.

Radiotherapie vindt doorgaans meerdere keren per week plaats, gedurende enkele weken. Opname in het ziekenhuis is niet nodig.

Psychosociale hulp

Vanaf het moment dat u te horen krijgt dat u mogelijk alvleesklierkanker heeft, krijgt u te maken met grote onzekerheden. Hiermee omgaan is niet vanzelfsprekend. De periode van onderzoeken en behandelingen zijn erg zwaar, maar ook na de behandeling moet u leren te leven met uw nieuwe situatie. Dit geldt niet alleen voor u als patiënt, maar ook voor uw familie, vrienden en eventuele partner en kinderen. Er zijn organisaties die u en uw omgeving kunnen ondersteunen bij het leren leven met kanker, zowel binnen als buiten het ziekenhuis. U kunt hiervoor bij uw arts of verpleegkundig specialist informeren.

Behandeling in studie-verband: meedoen aan onderzoek
In het AmsterdamUMC wordt continu geprobeerd om de behandeling van kanker te verbeteren. Daarom kan het voorkomen dat wij U vragen of U in studieverband een nieuwe, experimentele behandeling wil ondergaan. In het overzicht hieronder staan de klinische studies voor deze aandoening die open zijn in het AmsterdamUMC.

  • Stamcelonderzoek bij (verdenking van) uitgezaaide alvleesklierkanker -de OPT-1 studie
    Acroniem
    OPT-I
    Hoofdonderzoeker
    mw.prof.dr. H.W.M. van Laarhoven
    Titel
    Stamcelonderzoek bij (verdenking van) uitgezaaide alvleesklierkanker -de OPT-1 studie
    Status
    Het onderzoek is gestart (de eerste proefpersoon is geïncludeerd)
    Afdeling
    Inwendige geneeskunde
    Omschrijving

    Het doel van dit onderzoek is uitzoeken of tumorcellen van een biopt in het laboratorium gekweekt kunnen worden en gebruikt kunnen worden om behandelingen op te testen. In dit onderzoek wordt dit weefsel gebruikt om zogenaamde organoids te maken. Dit zijn stam cellen die in 3D groeien en een langere levensduur hebben. Door deze cellen in het laboratorium te behandelen met dezelfde therapieën die in de kliniek gebruikt kunnen worden, hopen we te kunnen voorspellen welke behandelingen wel of niet gaan werken.

  • Een fase II onderzoek naar de effectiviteit van de combinatie liposomaal irinotecan en 5-FU in vergelijking met liposomaal irinotecan en S1 bij patiënten met uitgezaaide alvleesklierkanker, die eerder een behandeling hebben gehad op basis van gemcitabine.
    Acroniem
    Second line treatment with nal-IRI and 5S1 in pancreatic cancer
    Hoofdonderzoeker
    mw.dr. J.W. Wilmink
    Titel
    Een fase II onderzoek naar de effectiviteit van de combinatie liposomaal irinotecan en 5-FU in vergelijking met liposomaal irinotecan en S1 bij patiënten met uitgezaaide alvleesklierkanker, die eerder een behandeling hebben gehad op basis van gemcitabine.
    Status
    Het onderzoek is gestart (de eerste proefpersoon is geïncludeerd)
    Afdeling
    Inwendige geneeskunde
    Omschrijving

    In dit onderzoek krijgen patienten met uitgezaaide alvleesklierkanker, die eerder een behandeling gehad hebben met gemcitabine (wel of niet in combinatie met nab-paclitaxel) een combinatie van liposomaal irinotecan en 5-fluorouracil (5-FU) of liposomaal irinotecan en S1. Welke behandeling beter is, is niet bekend en zal in deze studie uitgezocht worden.

    https://www.kanker.nl/zoeken/trials?term=napan-studie
  • Nieuwe biomarkers voor het voorspellen van respons op FOLFIRINOX chemotherapie bij patiënten met alvleesklierkanker.
    Acroniem
    iKnowIT
    Hoofdonderzoeker
    mw.dr. J.W. Wilmink
    Titel
    Nieuwe biomarkers voor het voorspellen van respons op FOLFIRINOX chemotherapie bij patiënten met alvleesklierkanker.
    Status
    Het onderzoek is gestart (de eerste proefpersoon is geïncludeerd)
    Afdeling
    Inwendige geneeskunde
    Omschrijving

    Het doel van dit onderzoek is het identificeren van verschillen in bloedmarkers tussen patiënten tijdens behandeling met chemotherapie bij alvleesklierkanker. Een bloedmarker is een stof in het bloed die bijvoorbeeld gemaakt wordt door een tumor, ziekte in het algemeen, vrijkomt tijdens een behandeling, of bij een specifiek persoon hoort. Op die manier kunnen we in de toekomst mogelijk een nieuwe bloedtest ontwikkelen die kan voorspellen of chemotherapie effectief zal zijn.

Corona-maatregelen

We zetten ons in om ons ziekenhuis veilig te houden tijdens de coronacrisis.

Lees deze extra maatregelen goed door voordat u een van onze locaties bezoekt: