Borstkanker (Mammacarcinoom)

Hoe eerder borstkanker wordt ontdekt, hoe groter de kans op genezing. Wanneer u een knobbeltje heeft ontdekt is het raadzaam uw huisarts te raadplegen die u, indien nodig, kan doorverwijzen naar de mammapolikliniek. Ook bij onderstaande klachten dient u contact op te nemen met uw huisarts.

  • Sinds kort een ingetrokken tepel
  • Schilfering en roodheid van de tepel
  • Kuiltje in de borst
  • Strenge(tje) naar de tepel
  • Vocht uit de tepel
  • Een slecht genezend plekje
  • Pijnlijke, anders aanvoelende plek in de borst
  • Warm aanvoelende borst met een rode verkleuring van de huid
  • Zwelling in de oksel
    Tachtig procent van de knobbeltjes of andere veranderingen in de borst zijn geen kanker. Vaak kunnen wij u dan ook geruststellen na een bezoek aan de mamapoli.

Knobbel in de borst
Een knobbel in de borst is de meest voorkomende verandering bij de borst. Deze ontdekking is voor veel vrouwen een onthutsende ervaring. Na de eerste schrik volgt de angst. Gelukkig blijkt in tachtig procent van de gevallen geen sprake te zijn van borstkanker. Het is belangrijk om bij het ontdekken van een knobbel in de borst contact op te nemen met uw huisarts voor medisch onderzoek. De huisarts kan u doorverwijzen naar de mammapoli, waar u op maandag en donderdag terecht kan op onze sneldiagnostiek polikliniek.

Knobbel in de borst herkennen?
Bij een knobbel in de borst gaat het om een verdikking die anders aanvoelt dan de hobbeligheid die je normaal opmerkt. Knobbeltjes kunnen heel verschillend aanvoelen. Soms is de knobbel in de borst kogelrond als een knikker. Ook kan het aanvoelen als een plekje dat harder en stugger aanvoelt of als een verdikte schijf of een strengetje achter de tepel. Een knobbel in de borst doet meestal geen pijn. Soms wordt het bij toeval ontdekt, door zelfonderzoek of door deelname aan het landelijk bevolkingsonderzoek. Heeft u een knobbel in de borst ontdekt of wilt ut meer weten? Bezoek uw huisarts.

Hoe wordt borstkanker ontdekt?
Wanneer uw iets vreemds ontdekt in uw borst, bijvoorbeeld een knobbeltje, pijn of vochtafscheiding uit de tepel, kan uw huisarts u voor onderzoek doorverwijzen naar de mammapolikliniek. Ook kan het zijn dat er bij het 'Bevolkingsonderzoek naar Borstkanker' iets is gevonden dat nader moet worden onderzocht.
De Mammapoli is gevestigd op de afdeling A1, 1e etage in het polikliniek gebouw (route 13, wachtkamer 9). Twee maal per week hebben wij een snel diagnostiek poli. Deze dag wordt veelal als enerverend, intensief en vermoeiend ervaren. Wij raden u aan iemand mee te nemen om u te steunen, twee horen meer dan één. Mocht blijken dat er borstkanker is geconstateerd, dan start de mammapolikliniek het behandeltraject voor borstkanker op.

Goedaardige afwijkingen
Er zijn een heel aantal goedaardige afwijkingen van de borst:
mastopathie
cyste
fibroadenoom

Soorten borstkanker
Elk soort borstkanker is uniek omdat het type kanker bepaald wordt aan de hand van eigen genen. We herkennen wel een aantal verschillende soorten borstkanker. Hieronder vindt u een algemene beschrijving daarvan.
Bij soorten borstkanker hebben we het vaak over de volgende termen:

  • Een carcarcinoom is een ander woordt voor een kwaadaardige tumor. Wanneer er sprake is van borstkanker spreken we over een mammacarcinoom. Mamma is het Latijnse woord voor borst.
  • Ductaal betekent dat de kanker is ontstaan in een melkgang.
  • Lobulair betekent dat de kanker is ontstaan in de melkklier.
  • In situ, betekent dat de kanker beperkt is tot de plaats van ontstaan.
  • Invasief betekent dat de kanker zich verder kan verspreiden.
Soorten borstkanker
Soorten borstkanker

Uit de bovenstaande termen is een aantal soorten borstkanker te benoemen:
Invasief ductaal carcinoom
De meest voorkomende soort borstkanker is het invasief ductaal carcinoom (75%). Dit betekent dat de kanker zich kan verspreiden en ontstaan is in een melkgang van de borst. De gezwellen kunnen groot worden en voelen aan als een harde knobbel, maar ze hebben een goede prognose.

Sentinel Node
Als borstkanker uitzaait, gaat dat via de lymfebanen naar de eerste lymfeklier in de oksel, de Sentinel Node, ook wel poortwachtersklier genoemd. Tijdens het eerste bezoek aan de mammapoli wordt deze klier onderzocht bij het lichamelijk onderzoek en zo nodig wordt hier een echografie van gemaakt. Wanneer de lymfeklier verdikt is, wordt een biopsie verricht en de cellen opgestuurd naar de patholoog.
Invasief lobulair carcinoom
Na invasief ductaal carcinoom komt invasief lobulair carcinoom het meest voor (15%). Deze kanker ontstaat in de melkklieren. De tumor is vaak alleen te voelen als een algehele zwelling van de borst en de kleine tumorcellen worden meestal pas zichtbaar onder een microscoop. De prognose van deze vorm van borstkanker is over het algemeen beter dan andere vormen

.Ductaal carcinoma in situ (DCIS)
Dit is de medische term die u te horen krijgt wanneer u een voorstadium van borstkanker heeft. Komt voor bij 2.5%. Het is een voorstadium van kanker, waarbij de cellen al wel de vorm hebben van kankercellen, maar nog niet het vermogen hebben om in het omliggende weefsel door te groeien en eventueel uit te zaaien.

Lobulair carcinoma in situ (LCIS)
Deze soort ontstaat in een melkklier bij 2,5% van de gevallen en is (nog) niet buiten de grenzen gegroeid. LCIS geeft een verhoogd risico op het ontwikkelen van een tumor die zich wel verspreidt, maar is geen kanker. LCIS is moeilijk te vinden, omdat het uit vele kleine haarden bestaat. Meestal wordt het bij toeval gevonden.

Meer soorten tegelijk
Niet alle kanker in de borst hoeft van dezelfde soort te zijn. Er kunnen zich in één borst verschillende soorten kanker tegelijk voordoen, bijvoorbeeld zowel een ductaal en lobulair carcinoom.
Kenmerken
Naast het bepalen van het soort kanker wordt er ook nog gekeken naar een aantal kenmerken die specifiek zijn voor de tumor. Als deze kenmerken duidelijk zijn kan er met deze informatie een (na)behandeling op maat worden gegeven. In Amsterdam UMC locatie AMC beschikken wij over de nieuwste therapieën waardoor wij u de beste (na)behandelingen kunnen geven.

Behandelingen borstkanker
Over borstkankerbehandelingen is één ding zeker te vertellen: geen enkele borstkankerbehandeling is hetzelfde. In het Flevoziekenhuis zijn de behandelingen volledig op maat, zonder onnodige wachttijden op uitslagen en in goed overleg met onze samenwerkingspartner.
Wanneer u kanker heeft wilt u de beste behandeling, daarbij komt u voor diverse keuzes te staan. U kent uzelf het beste, zorg er daarom voor dat u inspraak heeft in uw behandeling. In het Flevoziekenhuis vinden wij samen beslissen vanzelfsprekend en belangrijk, beslis dus sámen met uw zorgverlener!
Film 'Samen beslissen'. Om u hierbij te helpen is er een animatiefilm gemaakt door de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties (NFK).

Algemene soorten behandeling
In het algemeen zijn er vijf soorten borstkankerbehandelingen die los van elkaar of gecombineerd worden toegepast::
- Chirurgie / operatie
- Radiotherapie
- Chemotherapie
- Hormonale therapie
- Immunotherapie

Borstoperatie
Wanneer borstkanker is geconstateerd, is in de meeste gevallen een operatie nodig om het kwaadaardige gezwel uit de borst te verwijderen. De meest voorkomende operaties zijn een borstsparende operatie en borstamputatie. Na de operatie wordt het weggenomen weefsel onderzocht door de patholoog. Dit levert veel informatie op: om welke vorm van borstkanker het gaat, de grootte van de tumor, de delingsgraad en of de tumor radicaal verwijderd is. Ook wordt gekeken of de tumor hormoongevoelig en eiwitgevoelig is.
Een plastisch chirurg maakt standaard deel uit van ons team, dus indien gewenst en mogelijk proberen we altijd om al bij de eerste operatie een reconstructie te doen.

Nabehandelingen
Naast de operatie kan borstkanker ook (na)behandeld worden middels bestraling, chemotherapie, hormonale therapie en immunotherapie.

De operatie en de bestraling zijn toepassingen van lokale behandeling van borstkanker. De chemo-, hormonale- en immunotherapie zijn aanvullende behandelingen die worden ingezet om de eventuele achtergebleven kankercellen in het gehele lichaam tegen te gaan. In sommige gevallen kan het zijn dat u eerst chemotherapie krijgt omdat het kwaadaardige gezwel te groot is of te verspreid, waardoor een operatie (nog) niet mogelijk is.

Tot slot
Niet alle behandelingen gelden voor u. Belangrijk om te weten is dat wij - als medisch team - altijd een persoonlijk behandelplan maken op basis van uw ziektebeeld.
Wanneer u twijfelt aan de keuzes van uw medisch team, kunt u zich altijd laten informeren door een tweede arts. Dit noemen we een second opinion. Uw arts vindt dit geen probleem. En ook als u iets niet begrijpt, stel gerust vragen aan uw team, u kunt altijd contact met ons opnemen.

Eén aanspreekpunt
Tijdens het behandeltraject borstkanker heeft u één aanspreekpunt; de verpleegkundig specialist mammacare. Zij biedt opvang en begeleiding wanneer blijkt dat er een kwaadaardige afwijking aanwezig is. U krijgt een map met alle telefoonnummers en de contactgegevens van wie u kunt raadplegen bij problemen of vragen
Tijdens eventuele chemotherapie is de oncologie verpleegkundige uw aanspreekpunt. Na de chemotherapie komt u weer terug bij de verpleegkundig specialist mammacare.

Chirurgie / operatie
Wanneer borstkanker is geconstateerd, wordt in de meeste gevallen een operatie gepland om het kwaadaardige gezwel uit de borst te verwijderen. De meest voorkomende operaties zijn een borstsparende operatie en borstamputatie.

Borstsparende behandeling en Sentinel Node Procedure (schildwachtklierprocedure)
Als het onderzoek aantoont dat sprake is van een kleine tumor en de lymfeklieren in de oksel niet verdacht zijn, wordt gekozen voor een borstsparende behandeling met een schildwachtklierprocedure. De schildwachtklier is de eerste lymfeklier(en) die de kankercellen uit de borst opvangt. Als die helemaal geen kankercellen bevat, is de kanker niet uitgezaaid en is de kans op genezing groot.
Een borstsparende behandeling wordt altijd gevolgd door bestraling van de borst. Tumorgrootte/tumorkenmerken en eventueel het (DNA)profiel van de tumor bepalen of nog verdere behandeling volgt. Een borstsparende operatie vindt plaats in dagbehandeling. Als u zich goed voelt mag u dezelfde dag nog naar huis.

Okselklierdissectie
Als door een punctie is aangetoond dat zich tumorcellen in de oksel bevinden, wordt er soms het verwijderen van lymfeklieren in de oksel (okselklierdissectie) geadviseerd.
Borstamputatie
Bij ongeveer een derde van de vrouwen is operatieve verwijdering van de gehele borst de beste behandeling. Dit heet een borstamputatie of ablatie. De borstspier blijft hierbij gespaard. De contour van de borst is na de operatie verdwenen. Na een amputatie laat de chirurg een drain achter in de wond, dit is een slangetje dat wondvocht afvoert.
De opnameduur voor een borstverwijdering is meestal 1 tot 2 dagen. Als er ook een borstreconstructie plaatsvindt, varieert de duur van drie tot vijf dagen.

Wanneer een borstamputatie?
• bij een grote kwaadaardige tumor waarbij een borstsparende behandeling niet veilig mogelijk is
• bij twee of meer tumoren op verschillende plekken in de borst
• bij een groot gebied in de borst met voorstadium van borstkanker (ductaal carcinoom in situ: DCIS)
• als bij een poging tot borstsparende operatie de snijranden niet tumorvrij blijken te zijn wordt er een re-excisie gedaan (in < 5% bij een invasieve tumor, en rond 20% bij DCIS) of zo nodig een borstamputatie
• als de borst eerder bestraald is geweest
• bij terugkeer van een tumor en als er al eerder borstsparend is behandeld
• in het geval er een erfelijke factor aanwezig is

Radiotherapie na borstamputatie
In zeer specifieke gevallen, bijvoorbeeld als de tumor zeer agressieve groeikenmerken vertoont, kan het nodig zijn ook na de borstamputatie bestraling toe te passen.

Borstamputatie met reconstructie
Soms kan een amputatie gecombineerd worden met een directe borstreconstructie. Bij een directe huidsparende amputatie wordt al het borstweefsel weggenomen, maar de overliggende huid blijft intact voor het plaatsen van een tissue expander of een prothese. Een tissue expander is een tijdelijk ballonnetje dat regelmatig met vocht wordt gevuld, zodat de huid en spier voldoende opgerekt zijn voor het plaatsen van een definitieve prothese.
Als er na de operatie bestraling nodig is, is een directe reconstructie wel mogelijk maar niet ideaal. De reden hiervoor is dat bestraling het cosmetische resultaat van een directe reconstructie beïnvloedt.

Na amputatie gecombineerd met een directe reconstructie worden twee drains achtergelaten in het wondgebied. Deze worden meestal na enkele dagen verwijderd als zij < 30 ml vocht in 24 uur produceren. Vaak is het mogelijk dat u met de drains naar huis gaat met daarbij goede adviezen voor verzorging.

Omdat dit deel van de operatie door de plastisch chirurg wordt gedaan, heeft u vooraf met hem/haar een informatief gesprek.

Overigens zijn er diverse reconstructietechnieken met verschillende consequenties en cosmetische resultaten; laat u hierover goed informeren.

Bijwerkingen na een operatie

Na de operatie kun je bijwerkingen hebben, zoals een nabloeding, infectie of littekenvorming. U kunt pijn hebben, soms over de hele borstwand, of een doof gevoel. Wat ook voorkomt zijn vochtophopingen (seroom). Dit komt soms voor na een borstsparende operatie, maar vaker bij een amputatie.

Als de drains bij een borstamputatie zijn verwijderd, ontstaat er soms opnieuw vocht. U maakt dan een afspraak met de verpleegkundig specialist of mammacareverpleegkundige die het teveel aan vocht kan wegnemen met een holle naald, dit heet een seroompunctie.

Bijwerkingen op de lange termijn komen met name door okselklierverwijdering. U kunt dan denken aan minder gevoel in de arm en het okselgebied, bewegingsbeperking en te veel vocht, dit laatste noemt men lymfeoedeem.

Tijdelijke borstprothese

Als u niet direct een reconstructieve operatie hebt gehad, krijgt u in het ziekenhuis een tijdelijke lichtgewicht prothese aangemeten. Voor het aanmeten van deze prothese is het prettig als u een comfortabele, goed passende BH, zonder beugels en met verstelbare brede bandjes, meeneemt.

Radiotherapie
Radiotherapie (bestraling) wordt vaak na een operatie gegeven om eventueel achtergebleven kankercellen alsnog te vernietigen, en de kans op terugkeer van een tumor te verminderen. De straling beschadigt het erfelijk materiaal (DNA) in de tumorcellen die daardoor afsterven.
Gemiddeld bestaat de bestralingskuur uit 16 tot 35 behandelingen, verdeeld over drie tot zeven weken. Zo wordt de totale dosis verdeeld. Door de bestraling lokaal en in kleine porties te geven, kunnen de gezonde cellen zich zo veel mogelijk herstellen. Kankercellen kunnen dit minder goed en sterven geleidelijk af. U krijgt gewoonlijk vijf bestralingen per week en deze duren 1 minuut.

Radiotherapie vindt plaats:
Adjuvant: voor of na een andere behandeling. Vóór een operatie heeft radiotherapie als doel de tumor te verkleinen, zodat deze gemakkelijker verwijderd kan worden.

Postoperatief: na een operatie is het doel te voorkomen dat cellen die in het operatiegebied achtergebleven zijn, uitgroeien tot een nieuwe tumor.

Palliatief: bij uitzaaiingen. Het doel is dan de tumor of uitzaaiing te verkleinen of de groei te vertragen of te stoppen. Genezing is niet meer mogelijk, maar pijnstilling door radiotherapie, meer kwaliteit van leven en levensverlenging wel.

Radiotherapie
Radiotherapie

Chemotherapie
Met chemotherapie bedoelen we het gebruik van medicijnen
(anti-kankermedicijnen/cytostatica) als een behandelvorm van borstkanker. Vaak
wordt een combinatie van een aantal middelen gebruikt omdat de chemotherapie
dan beter werkt. Het voornaamste doel is verspreiding van borstkankercellen
tegen te gaan of er controle over te krijgen; zo worden de overlevingskansen
verhoogd.

Wie krijgt chemotherapie?
Chemotherapie wordt toegepast in de volgende gevallen:
• Adjuvant: patiënten die een borstoperatie hebben ondergaan, krijgen na de
operatie chemotherapie als er een risico is op microscopische uitzaaiingen.

• Neoadjuvant: patiënten die niet meteen kunnen worden geopereerd omdat het
gezwel te groot is en okselklieren zijn aangetast, krijgen soms eerst
chemotherapie om de tumor te verkleinen en de okselklieren te behandelen.

• Palliatief: chemotherapie wordt ook toegepast om patiënten die niet meer van
hun ziekte kunnen genezen een betere kwaliteit van leven te bieden, door
bijvoorbeeld de pijn te verlichten.

Hoe werkt chemotherapie?
Normale, gezonde cellen vertonen een gecontroleerd patroon: er worden evenveel
nieuwe cellen aangemaakt als dat er oude afsterven. Kankercellen groeien echter
in een abnormaal, niet gecontroleerd, tempo. Er worden meer nieuwe cellen
gevormd dan dat er oude afsterven waardoor gezwellen kunnen ontstaan. Iedere
cel heeft een levenscyclus. Cytostatica doen hun werk door op een bepaald
ogenblik de levenscyclus van een cel te verstoren. Het precieze moment waarop
ze dat doen, verschilt echter van medicijn tot medicijn. Daarom wordt vaak een
combinatie van verschillende medicijnen toegediend.

Hormoonbehandeling
Hormoontherapie heet officieel anti-hormonale therapie. Je krijgt namelijk geen
hormonen toegediend, maar een behandeling die de beschikbaarheid van hormonen
vermindert. Het principe van hormoontherapie is: zorgen dat de tumor of
uitzaaiingen geen groeistimulerend geslachtshormoon (vrouwelijk oestrogeen)
meer krijgen.
Hormoontherapie wordt toegepast bij hormoongevoelige tumoren die (extra)
groeien onder invloed van het vrouwelijke hormoon oestrogeen. Ongeveer 65
procent van de borsttumoren bij vrouwen en 85 procent van de borsttumoren bij
mannen is gevoelig voor oestrogeen. Bij vrouwen die nog menstrueren is ongeveer
30% van de tumoren hormoongevoelig. Bij vrouwen die niet meer menstrueren (dus
na de overgang) is dit percentage hoger, ongeveer 65 procent.

Immunotherapie
Ons afweersysteem, oftewel immuunsysteem, zorgt ervoor dat indringers zoals
bacteriën en virussen onschadelijk worden gemaakt. Het immuunsysteem valt ook
tumorcellen aan. Ons afweersysteem is in staat om onderscheid te maken tussen
'lichaamseigen' en 'lichaamsvreemd'. Antilichamen binden aan de lichaamsvreemde
deeltjes zoals bacteriën of tumoren en maken die zo
onschadelijk'lichaamsvreemd'. Antilichamen binden aan de lichaamsvreemde
deeltjes zoals bacteriën of tumoren en maken die zo onschadelijk

Borstkanker, wat nu?

Het nieuws dat u borstkanker heeft brengt naast schrik en onzekerheid ook allerlei
vragen met zich mee. Wij proberen u zoveel mogelijk gerust te stellen door
duidelijk antwoord te geven op al uw vragen.


Persoonlijk behandelplan
Wanneer u het nieuws heeft gehoord dat bij u borstkanker is geconstateerd,
stellen uw behandelend arts en de verpleegkundig specialist of
mammacareverpleegkundige samen met u een behandelplan op maat op. Hierin worden
alle aspecten en stappen van de behandeling duidelijk benoemd en uitgelegd.
Samen bespreken we uw thuis- en werksituatie en we houden daar zoveel mogelijk
rekening mee. Ook nemen wij goed de consequenties door van de keuzes die samen
worden gemaakt. U krijgt een map mee naar huis met allerlei informatie, om
alles nog eens rustig door te lezen.
Om ervoor te zorgen dat u niets vergeet te vragen tijdens uw gesprekken met uw
behandelend arts en verpleegkundige, kan een checklist een handig hulpmiddel
zijn. Via B-Bewust kunt u uw eigen checklist aanmaken en bijhouden. U kunt ook
altijd telefonisch en/of via e-mail contact opnemen met de verpleegkundig
specialist ( (020) 7329896 (maandag t/m donderdag
8.00 tot 16.30 uur).of mammacareverpleegkundige ( (020) 5663634  (elke werkdag tussen 9-11 uur)  om onnodige angst en zorgen te voorkomen.

Aanvullend onderzoek
Voordat wordt begonnen met de behandeling, is soms aanvullend onderzoek nodig
om meer duidelijkheid te krijgen over de aard en de uitgebreidheid van de
tumor. Afhankelijk van de bevindingen kan bijvoorbeeld een MRI-scan of PET-CT
scan nodig zijn. Dit gebeurt in het AMC in Amsterdam waar het Flevoziekenhuis
intensief mee samenwerkt op het gebied van borstkanker. Vooraf krijgt u zowel
mondeling als schriftelijke informatie om goed voorbereid te zijn op de
onderzoeken die gaan komen.

Wetenschappelijk onderzoek
Wereldwijd wordt continu onderzoek gedaan naar nieuwe behandelingen van kanker.
Dat noemen we 'klinisch-wetenschappelijk onderzoek' of 'experimenteel onderzoek'.
Ook het Engelse woord 'trial' wordt veel gebruikt. Het Flevoziekenhuis vindt
het belangrijk dat patiënten desgewenst kunnen deelnemen aan deze onderzoeken,
in Nederland of in het buitenland. Het gaat om deelname aan klinische studies
en nieuwe therapieën. Wanneer u hiervoor in aanmerking komt, nodigen wij u uit
om deel te nemen.

Second opinion
Wij zijn gespecialiseerd in de zorg voor borstkanker en hebben van de BVN ook
het roze lintje ontvangen. Ondanks dat biedt Amsterdam UMC locatie AMC u
altijd de mogelijkheid tot een second opinion.
In Nederland worden landelijke behandelrichtlijnen aangehouden. U kunt er op
vertrouwen dat de adviezen van uw arts conform deze richtlijnen zijn. Maar
wanneer u toch onzeker bent of gerustgesteld wilt worden over de diagnose van
uw arts, is het soms goed om uw diagnose of behandeling met een derde te
bespreken.
U hoeft zich niet bezwaard te voelen tegenover uw huisarts en/of behandelend
specialist. Ook bij hen staan uw belang en gevoel van gerustheid voorop. Wij helpen u graag daarbij. Alle informatie die
nodig is voor een second opinion, vragen of sturen wij op.

Uitgezaaide borstkanker

Borstkanker
verspreidt zich doorgaans eerst naar de lymfeklieren in de oksel. Vanuit deze
klieren kan borstkanker zich verder in het lichaam uitzaaien. Dit is meestal
naar longen, botten en lever. Een ander woord voor uitzaaiing is metastase.

Bij sommige vrouwen met borstkanker worden op enig moment uitzaaiingen
gevonden. Meestal is dit pas jaren nadat de diagnose is gesteld. Echter in
sommige gevallen (< 5%), wordt deze diagnose helaas al direct gesteld.
Wanneer bij echografisch onderzoek de okselklieren verdacht zijn voor
metastase, wordt bij uw eerste bezoek aan Amsterdam UMC locatie AMC, naast
een punctie van de borst, ook een punctie in de oksel verricht. Als blijkt dat
sprake is van uitzaaiing naar de oksel, wordt een afspraak gemaakt voor een
PET-CT scan.
Als blijkt dat er naast de oksel ook uitzaaiingen zijn in andere delen van het
lichaam, dan is volledige genezing vaak niet meer mogelijk. Afhankelijk van de
eigenschappen van de tumor, de plek van de uitzaaiingen en de algehele
gezondheid van de vrouw varieert de tijd dat iemand nog te leven heeft van
enkele maanden tot vele jaren.

Het is belangrijk dat er vooral gekeken wordt naar de kwaliteit van het leven,
die moet zo goed mogelijk zijn. Dit is afhankelijk van de klachten die een
uitzaaiing veroorzaakt of in de toekomst kan gaan veroorzaken. Wij zoeken te
allen tijde naar een behandeling met de minste kans op bijwerkingen en de
grootste kans op succes; behandeling op maat dus. Soms betekent dat
hormoonbehandeling, een andere keer weer chemotherapie, doelgerichte
geneesmiddelen of bestralen. En soms is afwachten zelfs een goede keus.
Zo lang en zo goed mogelijk leven betekent dat er niet alleen aandacht is voor
de op kanker gerichte behandeling, maar ook voor klachten als pijn, minder
eetlust, vermoeidheid, angst en onzekerheid.

Wilt u meer informatie over dit onderwerp of heeft u vragen? Neem gerust
contact met ons op. Ook op de site van de BVN: borstkanker is veel informatie
over dit onderwerp te vinden.

Erfelijke borstkanker

Wat zijn signalen dat sprake kan zijn van erfelijke borst- of eierstokkanker in de
familie?
• Als bij meer personen in de familie borst- en/of eierstokkanker voorkomt in
opeenvolgende generaties
• Als deze op jonge leeftijd voorkomen (onder de 40 jaar)
• Als borstkanker bij een mannelijk familielid voorkomt
• Bij triple negatieve tumoren (niet gevoelig voor oestrogeen, progesteron of
HER2-neu)
• Als borstkanker in beide borsten voorkomt, ook zonder dat het verder in de
familie voorkomt

In dit geval kunt u zich aanmelden voor erfelijkheidsonderzoek, om zekerheid te
krijgen of sprake is van een erfelijke vorm.

Wat is erfelijkheid bij borst- en eierstokkanker?
Ongeveer een op de acht vrouwen in Nederland krijgt borstkanker en een op de
zestig eierstokkanker. In vijf tot tien procent van deze gevallen gaat het om
een erfelijke vorm. Die wordt veroorzaakt door een genmutatie, een aangeboren
fout in het DNA, geërfd van één van de ouders. Erfelijke borst- en
eierstokkanker zijn autosomaal. Dat betekent dat zowel mannen als vrouwen de
erfelijke aanleg kunnen hebben en aan hun kinderen kunnen doorgeven. De
erfelijke aandoening is dominant. Dat betekent dat er steeds vijftig procent
kans is voor kinderen om deze aandoening te erven van een ouder die drager is.

Erfelijkheidsonderzoek
Als er vermoeden is van erfelijke borst- of eierstokkanker, kunnen leden van
een familie waar dat voorkomt zich aanmelden voor onderzoek. Het doel van dat
onderzoek is kanker voorkomen, of in een vroeg stadium te behandelen. Het
onderzoek bestaat uit het in kaart brengen van de familiegeschiedenis. Als
blijkt dat er een duidelijk verhoogde kans is, wordt DNA-onderzoek gedaan. Voor
de leden van de familie voor wie dat nodig is, wordt een advies gegeven voor
periodiek onderzoek van de borsten en soms van de eierstokken.

Behandelmogelijkheden en keuzes
Wanneer erfelijkheid is aangetoond, kan het risico op borstkanker verminderen
door verwijdering van de eierstokken en eileiders. Een andere optie is het
verwijderen van beide borsten. Dit wordt uitgebreid met u besproken in een
gesprek met de chirurg en zo nodig de gynaecoloog.Wanneer borstkanker eenmaal
is geconstateerd, is de behandeling niet anders dan bij andere vrouwen in
dezelfde leeftijds- en diagnosecategorie.


Informatie en steun
De werkgroep Erfelijkheid van Borstkankervereniging Nederland biedt steun en
informatie aan alle leden van (mogelijk) erfelijk belaste families met borst-
en/of eierstokkanker en hun partners. De werkgroep wil ook meer bekendheid
geven aan de problematiek rond erfelijke borst- en eierstokkanker, en de
belangen van deze groep behartigen. Daarvoor bestaat een aparte website, www.brca.nl. Hierop vindt u meer informatie waaronder adressen
van de klinisch genetische centra waar erfelijkheidsonderzoek wordt gedaan.

Vrouwen met een BRCA genmutatie hebben een sterk verhoogd risico op borst- en
eierstokkanker. BRCA1 en BRCA2 genen zijn menselijke genen, die behoren tot een
klasse van genen waarvan bekend is dat ze werken als tumorsuppressoren.

Om borstkanker tijdig te ontdekken, wordt aangeraden de borsten jaarlijks te
controleren door MRI, mammografie en klinisch onderzoek. Om de kans op
borstkanker zeer sterk te verlagen is het mogelijk de borsten preventief te
laten verwijderen. Er zijn verschillende mogelijkheden voor borstreconstructie
tegelijk met of na een (preventieve) operatie. Het maken van keuzes over
controles en/of operatie is een ingrijpend en persoonlijk proces waarbij de verpleegkundig
specialist van Amsterdam UMC locatie AMC u alle informatie biedt om
gezamenlijk tot een goed besluit te komen.

Het team

Het team van de mammapolikliniek:
verschillende specialismen samen

De mammapolikliniek is een polikliniek die gespecialiseerd is in de diagnostiek en
behandeling van borstkanker. Om zo snel en effectief mogelijk te werken en u
optimaal te kunnen behandelen, werken verschillende specialismen samen in de
borstkankerzorg.
Het mammateam in het Flevoziekenhuis bestaat uit:
•    Chirurgen
•    Radiologen
•    Pathologen
•    Oncologen
•    Plastisch chirurgen
•    Verpleegkundig specialisten
•    Mammacareverpleegkundigen
•    Radiotherapeuten
•    Nucleaire geneeskundige

MDO (multidisciplinair overleg)
Iedere maandag van 12.00 tot 14.00 uur hebben wij een
multidisciplinair overleg (MDO) over diagnoses en behandelplannen. Hierbij zijn
alle specialisten aanwezig die u tijdens uw behandeling kunt verwachten, zoals
de chirurg, plastisch chirurg, oncoloog, radioloog, radiotherapeut, de
patholoog, de verpleegkundig specialisten en de mammacareverpleegkundige.

Direct na het MDO heeft u een afspraak op de polikliniek of nemen wij
telefonisch contact met u op om het behandelplan met u te bespreken. Zo streven
wij ernaar dat u niet onnodig lang hoeft te wachten.

MDO overleg
MDO overleg

Uitslag na operatie

De 2e maandag na de operatie krijgt u de uitslag van de chirurg,
tijdens uw bezoek aan de polikliniek. De patholoog-anatoom heeft dan de tumor
en de klieren uit de oksel onderzocht. De tumor wordt volgens een
TNM-stadiëring ingedeeld. Hierbij wordt gekeken naar de grootte van de tumor,
of de klieren in de oksel zijn aangedaan en naar de gradering (I, II of III).
De gradering zegt iets over de delingsgraad van een tumor en daarmee de
agressiviteit.
De patholoog bekijkt ook of de tumor radicaal is verwijderd met een ruime
marge; dat wil zeggen dat de snijranden schoon van tumorweefsel moeten zijn.
We weten of de tumor gevoelig is voor hormonen en het eiwit HER2-neu en kunnen
eventuele vervolgbehandeling met medicatie starten. Uw arts informeert u
hierover.

Informatieve websites

mannenmetborstkanker
borstkanker
kankerspoken
kwfkankerbestrijding
oncoline
b-bewust
uwhuidonzezorg
herstelenbalans
jongborstkanker
mammaprint

parkhuys
pink ribbon
sensiform
stop de pijn
tegenkracht

Bij vragen of problemen kunt u altijd contact opnemen met de mammacareverpleegkundige 🕿 (020) 5663634  (elke werkdag tussen 9-11 uur) of de Verpleegkundig Specialist 🕿 (020) 7329896 (maandag t/m donderdag 8.00 tot 16.30 uur).

Corona-maatregelen

We zetten ons in om ons ziekenhuis veilig te houden tijdens de coronacrisis.

Lees deze extra maatregelen goed door voordat u een van onze locaties bezoekt: