02 mrt 2018 | Verhaal

Angst als vriend

Je ademhaling versnelt. Klamme handen en je hart bonkt. Angst. Frits Boer schreef een boek over dit oplaaiende gevoel. Hij belicht de wereld die erachter schuil gaat, en hoe je angst kan omzetten in een bron van kracht.

“Angst heb ik altijd fascinerend gevonden en ik ben me erin blijven verdiepen, tot na mijn pensioen”, steekt Frits Boer van wal. “Ik richtte mij altijd op kinderen, maar als voorzitter van de Angst, Dwang en Fobiestichting gaf ik vaak presentaties over angst bij volwassenen. Mensen vonden het interessant, dus besloot ik het op te schrijven.” Het resultaat is een groen boekje: ‘Angst, van monster tot stille kracht’, waarin Boer in begrijpelijke taal uitleg geeft over angst, angststoornissen, wetenschappelijke inzichten en behandelingen. Maar vooral gaat hij in op de onbekende wereld achter angst, waar veel mensen geen weet van hebben. Boer schreef het boek samen met Ton van Balkom, hoogleraar Evidence-based Psychiatrie bij VUmc. 

“Angst zit te veel in de hoek van een probleem”, zegt Boer, “terwijl het gevoel veel breder is. Tegen kinderen zei ik altijd: ‘Angst is een vriend, die soms een vijand wordt. Ik ga proberen om het weer jouw vriend te laten worden’. Nooit zei ik: ‘We gaan de angst uit je weghalen’. Als dat al zou kunnen, zou dat erg onverstandig zijn omdat je daarmee iets wezenlijks verwijdert.”

“Angst is ook je onderbuikgevoel, een belangrijke sociale informatiebron”

Angst is het topje van de ijsberg, schrijft Boer in zijn voorwoord. Het is meer dan schrikken, de scheut in je maag. Het vreessysteem – de processen in je hersens en lijf die je in staat stellen om te reageren op gevaar – kent gradaties. “Angst is er niet alleen voor die pitbull. Er zijn allerlei subtiele kanten: ongerustheid, bezorgdheid, even afwachten en nadenken. Het is ook je onderbuikgevoel, een belangrijke sociale informatiebron. Levenservaring ontwikkelt zich door emotionele ervaringen die impact hebben, zoals bij angst. Zo leer je om op intuïtie beslissingen te nemen en mensen in te schatten. Als je die kant van angst ontdekt, zie je de stille kracht.”

In het boek komen een reeks angsten voorbij: angst als stoornis en als symptoom van iets anders. Ook geeft de kinderpsychiater een inkijkje in zijn eigen angsten, zoals spreken in het openbaar. Boer: “Ik ben eens enorm afgegaan bij een wetenschappelijke bijeenkomst. Ik dacht, nu vragen ze me nooit meer. Dat gebeurde natuurlijk niet. Ik werd nog steeds uitgenodigd.”

De deeltijdfactor

Ongeveer de helft van de mensen met een angststoornis heeft baat bij therapie, schat Boer. “Bij sommigen blijven de klachten weg, bij anderen komen ze later terug. De mate waarin dat gebeurt, verschilt. Maar als jij de pech hebt dat je met angst moet leven, kan het helpen om er anders naar te kijken. In het laatste hoofdstuk beschrijf ik mensen die dat gelukt is. Zij zijn zich anders tot de angst gaan verhouden.”

Zo kan het helpen om te kijken naar de deeltijdfactor. In het boek illustreert Boer dat met zijn spreekangst. Toen hij zijn oratie uit 1996 terugkeek op video, zag hij dat hij door zenuwen veel te snel en onduidelijk had gesproken. Zijn spreekangst had de kop op gestoken. Had hij een angststoornis? Nee. Boer had talloze keren moeiteloos voor publiek gestaan. Deze angst speelt soms op, maar is meestal afwezig. Het is reëler om naar de deeltijdfactor te kijken. Boer: “Mensen met angstproblemen zeggen vaak: ‘Ik heb het weer’. Dat is zo’n verlammend beeld. Hoezo heb je het weer? De hele dag, even heftig? De werkelijkheid is niet zwartwit. Je hoeft niet te streven naar genezing, probeer de deeltijdfactor omlaag te krijgen. En lukt dat even niet, dan ben je niet meteen teruggevallen.”

Omarmen

Angst is dus niet alleen maar narigheid, wil Boer maar zeggen. Probeer de emotie met enige afstand en nieuwsgierigheid te bekijken. Als dat lukt, trek je zelf aan de touwtjes. “Probeer de angst te omarmen, al klinkt dat wat soft. Vraag je af: Wat wil ik in het leven? Wat wil ik betekenen? Dan kan je ontdekken dat angst niet alleen een kwelgeest is. Het maakt je wie je bent. Angstige mensen zijn vaak verlegen, maar ik moet er niet aan denken om iedereen naar een assertiviteitscursus te sturen. Verlegenheid is waardevol in onze maatschappij. Niet iedereen hoeft ‘tjakaa’ te zijn. Dat is helemaal niet nodig.”

Frits Boer was hoogleraar Kinder- en Jeugdpsychiatrie bij het AMC, met speciale belangstelling voor angst, depressie en slaapstoornissen. Sinds december 2009 is hij met emeritaat. Boer schreef talrijke artikelen en boeken over angst bij kinderen, slaapproblemen bij kinderen, en over broers en zussen. Na zijn pensioen werd hij voorzitter van de Angst, Dwang en Fobiestichting. 

Tekst: Edith van Rijs

Foto: Marieke de Lorijn/Marsprine