Baby’s krijgen na streptokokkeninfectie later vaker problemen

Baby’s die in de eerste maanden na hun geboorte een groep-B-streptokokkeninfectie (GBS) oplopen, zoals meningitis (hersenvliesontsteking), kunnen hiervan de rest van hun leven nadelige effecten ondervinden. Zo hebben ze een verhoogde kans op neurologische ontwikkelingsstoornissen. Dat blijkt uit onderzoek vandaag gepubliceerd in The Lancet Child & Adolescent Health.

Groep-B-streptokokken zijn bacteriën die in de darmen of in de vagina voorkomen. Meestal kan dit geen kwaad, maar baby’s kunnen hiermee in aanraking komen tijdens de geboorte. Soms wordt de baby hiervan ernstig ziek. Jaarlijks krijgen wereldwijd ongeveer 300.000 pasgeborenen een GBS-infectie. De ziekte is meestal goed te behandelen met antibiotica. Er is echter nog weinig bekend over de langetermijneffecten voor baby’s die de eerste acute fase overleven. Kinderarts en onderzoeker Merijn Bijlsma van Amsterdam UMC: “Dit is de grootste studie naar de langetermijneffecten van GBS-infecties bij baby’s. Wij hebben de gegevens van bijna 25.000 kinderen geboren tussen 1997 en 2017 in Denemarken en Nederland geanalyseerd. Zij werden hiervoor gevolgd tot de tienerleeftijd."

Levenslang
De onderzoekers wilden weten of de kinderen verhoogd risico lopen op een neurologische ontwikkelingsstoornis.  De controlegroep bestond uit kinderen zonder GBS-ziekte, die na een vergelijkbare zwangerschapsduur werden geboren en overeenkwamen qua geslacht en geboortemaand en -jaar. Uit het onderzoek blijkt nu dat kinderen na het doormaken van een GBS-ziekte een grotere kans hebben op neurologische ontwikkelingsstoornissen zoals gedragsproblematiek, motorische beperkingen en stoornissen in cognitief functioneren.
Ook hebben ze vaker ondersteuning nodig op school of gaan ze naar het speciaal onderwijs. Zo gaat op de leeftijd van 10 jaar acht procent van de kinderen die een GBS-sepsis en twaalf procent van de kinderen die een GBS-meningitis hebben doorgemaakt naar speciaal onderwijs. In de controlegroep geldt dit maar voor drie procent van de kinderen. Onderzoeker Merel van Kassel: “Deze langetermijneffecten laten zien dat deze kinderen en hun familie nog heel lang met de gevolgen van deze ziekte kunnen kampen.”

Biomarkers en sneltesten
De bevindingen van de studie onderstrepen het belang van preventie. Op dit moment kunnen vrouwen tijdens de bevalling preventief antibiotica krijgen ze risicofactoren, bijvoorbeeld koorts, hebben op een baby met GBS-ziekte. Bestaande richtlijnen schrijven dit voor. Maar deze aanpak schiet tekort aangezien nog veel kinderen een GBS-ziekte oplopen. Merijn Bijlsma: "Met de huidige richtlijn worden er op dit moment aan de ene kant veel gezonde vrouwen en kinderen behandeld met antibiotica, terwijl aan de andere kant veel zieke kinderen te laat worden herkend. We moeten betere risicoprofielen maken als aanvulling op de huidige richtlijnen. Mogelijk kunnen sneltesten en nieuwe biomarkers ons helpen om de vrouwen en kinderen die écht behandeld moeten worden beter in beeld te krijgen.”

Antistof
Al sinds de jaren 70 is bekend dat antistoffen van de moeder de pasgeboren baby kunnen beschermen tegen GBS. Het is daarom waarschijnlijk dat vaccinatie tegen GBS tijdens de zwangerschap een effectieve methode is om streptokokkenziekte te voorkomen. Bijlsma en van Kassel hebben daarom vanuit Amsterdam UMC met hulp van veel kinderartsen in Nederland de NOGBS studie opgezet, een landelijk onderzoek om te bepalen hoeveel antistof tegen de GBS bacterie bij de geboorte aanwezig moet zijn om de baby te beschermen.

Het onderzoek naar de langetermijnuitkomsten na GBS-ziekte bij baby’s is uitgevoerd door een samenwerkingsverband van de London School of Hygiëne & Tropical Medicine (LSHTM), Aarhus University (Denemarken), Amsterdam UMC en het RIVM.

Tekst: Jan Spee
Beeld: Shutterstock