Dappere dokters publiceren manifest over optimale zorg

Tijdens de covid-pandemie is veel goed gegaan in de zorg. Er was stress, er was drukte en mensen hebben hard gewerkt. Maar de zorg heeft de klus geklaard. Ziekenhuizen boden “optimale zorg”: samenwerken niet concurreren, snel handelen, minder bureaucratie. Over het vasthouden van deze optimale zorg wil een groep Dappere Dokters een rondetafelgesprek met leden van de Eerste en Tweede Kamer.

Deze week gaat een manifest van de Dappere Dokters over de optimale zorg naar het parlement. Strijdvaardige leuze: “Gooi nu het roer om in de zorg”. In Amsterdam UMC hebben internist prof. dr. Suzanne Geerlings en chirurg prof. dr. Mark van Berge Henegouwen het manifest omarmd. Ze hebben het ondertekend en roepen alle collega’s op om hetzelfde te doen. Suzanne Geerlings beantwoordt wat vragen over het manifest.

Waar komt deze beweging vandaan?
"Dit komt van een groep huisartsen die met slogans als ‘het roer moet om’ en ‘(ont)regel de zorg’ al een aantal jaar aandacht vragen voor zaken die niet goed gaan in de zorg. Tijdens de coronacrisis kwam dat opnieuw naar voren. Dingen gingen goed maar we zagen ook waar het misging. We hebben hard gewerkt om alle patiënten met corona goed op te vangen. Specialisten in opleiding sprongen in, ook als ze voor infectieziekten of longziekten. Dat was mooi, maar de vraag is of dat wenselijk is als je wordt opgeleid tot cardioloog. En bij de verpleegkundigen zagen we hoe nijpend het tekort was. We willen deze problemen verder aanpakken. We willen het gevoel vasthouden dat er tijdens de coronacrisis ontstond.”

Wat is er geleerd?
"We moeten af van de administratiedruk. In normale situaties zijn artsen en verpleegkundige meer dan 40 procent van hun tijd kwijt achter de computer. Lijstjes invullen, vinkjes zetten. Bij het geven van een gewone pijnstiller komt veel bureaucratie kijken. In de coronacrisis was daar geen tijd voor. En toen ging de zorg ook goed. Kijk, dat moeten we zien vast te houden.”

Wat is een ander knelpunt dat duidelijk is geworden?
"De centrale regie. Je ziet dat de overheid, in overleg met deskundigen, duidelijk heeft aangegeven wat er wel en niet kan. Afstand houden, handen wassen enzovoorts. In de gewone zorg mis je dat. Bijvoorbeeld bij het geven van dure behandelingen. Wel of niet doen? De overheid laat dit soort beslissingen graag over aan de beroepsgroep. Het gevolg is dat ik als arts moeilijke gesprekken moet voeren over waarom iemand misschien niet meer in aanmerking komt voor een dure behandeling. Terwijl ik de patiënt die tegenover me zit deze behandeling niet wil onthouden. Het uitleggen waarom je iets niet doet, kost vaak meer tijd dan het simpelweg aanvragen van een behandeling. Wij noemen dat kijk- en luistergeld, maar daarvoor bestaat geen vergoeding in de huidige financiering. Daar moeten we het over hebben.”

Jullie willen een rondetafelgesprek met leden van de Eerste en Tweede Kamer. Wat moet dat opleveren?
"We willen al onze wensen en ideeën op de juiste plek onder de aandacht brengen. We willen de Kamerleden op hun verantwoordelijkheid wijzen. Dat zij de mogelijkheid hebben om dingen in de zorg te verbeteren. Het deel van ons bnp dat we uitgeven aan zorg, is lager dan in andere rijke landen. Dat kan misschien hoger. Of geld vrijmaken voor preventie, zoals een suiker-tax, anti-rookbeleid, meer bewegen.”

Behalve de centrale regie staat er veel over marktwerking in het manifest. Wat is je visie daarop?
"Ja, je kunt je afvragen of dat niet minder kan. Er zijn veel particuliere klinieken die zorg verlenen aan relatief gezonde patiënten. De complicaties bij patiënten met meerdere ziekten kunnen wij als ziekenhuizen dan opvangen. Hierover moeten we met politici van gedachten wisselen. Marktwerking is ook een gevolg van een zwakke centrale regie. De regering laat het aan de markt over. En zo kan er wildgroei in de zorg ontstaan.”

En de verpleegkundigen?
"Het manifest is niet alleen van artsen, maar ook voor verpleegkundigen. De coronacrisis heeft ons laten zien dat de verpleegkundigen de bottleneck zijn in de zorg. Tijdens de coronacrisis werd steeds over meer ic-bedden gesproken. Daar draait het niet om. Bedden zijn er genoeg, mensen die het werk moeten doen, zijn schaars. Wat de crisis ons leert is dat we het beroep van verpleegkundigen beter moeten waarderen en meer groeimogelijkheden moeten realiseren. Geef verpleegkundigen meer autonomie en flexibiliteit in het werk, bijvoorbeeld dat ze twee dagen aan het bed staan zodat ze in de andere dagen wat anders kunnen doen. Nu vertrekken er te veel verpleegkundigen. Ze gaan rechten studeren om maar wat te noemen. Hier moeten we wat aan doen en daarbij is de rol van de politiek noodzakelijk.”

Tekst: Marc van den Broek
Foto: Amsterdam UMC