Wetenschapsagenda 10 tot en met 14 februari 2020

Overzicht van de promoties en oraties van Amsterdam UMC.

Dinsdag 11 februari
Promotie, Agnietenkapel (UvA), 12.00
Christopher Norman: Beter uitvoeren van systematisch reviews

Dit proefschrift behandelt systematische reviews. Dat zijn studies waarbij een grote hoeveelheid bestaande studies over een onderwerp op een ‘hoop’ worden gegooid, om te kijken of daar iets bruikbaars uit te halen valt. Deze vorm van onderzoek heeft een grote bewijskracht in de medische wereld. De vraag naar en productie van systematische reviews neemt snel toe. PubMed (een grote medische databank waarin alle medische artikelen worden opgenomen) heeft alleen al in 2018 17.254 nieuwe systematische reviews geïndexeerd. Dit aantal is sinds 2009 meer dan vervijfvoudigd. Terwijl de vraag naar systematische reviews toeneemt, stijgt ook het aantal publicaties dat auteurs van systematische reviews moeten lezen toe. We besteden vandaag de dag meer tijd en geld aan het produceren van nieuwe systematische reviews dan ooit tevoren, stelt Norman in zijn onderzoek naar het gebruik van onder meer artificial intelligence (AI) bij het beoordelen van wetenschappelijk onderzoek. Auteurs die systematische reviews uitvoeren, worden gedurende het reviewproces geconfronteerd met problemen. Het is moeilijk en tijdrovend om de artikelen te selecteren die bruikbaar zijn voor de review. Daarna moeten de gegevens uit die studies worden verzameld en statistische analyses worden uitgevoerd. Norman onderzocht hoe systematische reviews sneller, goedkoper en efficiënter uit te voeren zijn zonder in te leveren op een grondige, objectieve en reproduceerbare methodologie die vertekening moet voorkomen.
Link naar proefschrift

Dinsdag 11 februari
Promotie, Agnietenkapel (UvA), 14.00 u
Reza Indrakusuma: Bloedsnelheid meten in een aneurysma
Met een 4D flow MRI kan een arts de snelheid van stromend bloed meten, bijvoorbeeld in de thoracale aorta (het deel van de aorta dat door de borstkas loopt). Uit onderzoek blijkt dat deze methode ook geschikt is voor het meten van de snelheid van stromend bloed in een aneurysma van de abdominale aorta. Bij zo’n abdominaal aneurysma is sprake van een verwijding van de aorta in de buikholte. Ook zijn de MRI-metingen bruikbaar om een bepaalde risicofactor mee te berekenen die gerelateerd is aan de bloedstroom. Dit schrijft Indrakusuma in zijn proefschrift over de drie belangrijkste risico’s op overlijden bij de behandeling van een abdominaal aneurysma. Dit zijn: 1) het risico op een scheur in het bloedvat, 2) risico’s van de behandeling en 3) overige risico’s. In de praktijk worden deze risico’s afgewogen om de beste behandeling te kiezen voor de patiënt, maar dit is best een uitdaging. Meer kennis over een juiste inschatting is gewenst. Het onderzoek van Indrakusuma draagt hieraan bij.
Link naar proefschrift

Woensdag 12 februari
Promotie, Agnietenkapel (UvA), 12.00 u
Danielle Straub: Nieuw medicijn om slokdarmkanker te voorkomen

Chronische reflux, als er regelmatig zure maaginhoud via de slokdarm in de mond komt, kan tot gevolg hebben dat er in de slokdarm een voorstadium van kanker ontstaat. Dit heet een Barrett slokdarm. Straub heeft onderzocht welke componenten in de reflux hiervoor verantwoordelijk zijn. De promovenda deed haar onderzoek met muizen waarin ze het ontstaan van een Barrett slokdarm volgde. Door het testen van reflux-componenten in muizen is Straub erachter gekomen welke componenten verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van een Barrett slokdarm. Toedienen van deze componenten in gezonde muizen liet zien dat de ontwikkeling van een Barrett slokdarm een stapsgewijze reeks van gebeurtenissen is, waarbij verschillende moleculen betrokken zijn. Gebruik van recent ontwikkelde medicijnen tegen één van deze moleculen remde de ontwikkeling van een Barrett slokdarm zodat de normale slokdarmcellen konden terug groeien.
Dit onderzoek is van belang omdat een Barrett slokdarm later kan leiden tot slokdarmkanker. De kans om vijf jaar na de diagnose slokdarmkanker nog in leven te zijn, is voor een patiënt slechts rond de 10 procent. Om verdere ontwikkeling naar slokdarmkanker tegen te gaan, is het van belang een Barrett slokdarm tijdig te behandelen. De vondst van een geschikte remmer voor het ontstaan van een Barrett slokdarm - in combinatie met de huidige programma’s om een Barrett slokdarm tijdig op te sporen - vergroot de kans van een Barrett slokdarm te genezen. Het onderzoek is gedaan met dieren. Het zal nog enige tijd duren voordat een medicijn bruikbaar is voor patiënten.
Link naar proefschrift


Donderdag 13 februari
Promotie, Aula VUmc 11.45 u
Anne van Harten: Eiwitten remmen celdeling kwaadaardige hoofd-halskankercellen


Van Harten deed onderzoek naar aangrijpingspunten voor de behandeling van hoofd-halskanker. Zij keek hierbij naar de remming van eiwitten bij de celcyclus van hoofd-halskankercellen. De celcyclus, het proces waarbij een moedercel deelt in twee dochtercellen, is in hoofd-halskankercellen aangedaan door functieverlies van belangrijke kankergenen zoals TP53 en CDKN2A. Deze kankersoort kent een slechte prognose ondanks intensieve behandeling met chirurgie, radiotherapie en chemotherapie. Door remming van verschillende eiwitten (Chk1, Wee1, RRM1 en RRM2) die betrokken zijn bij de celcyclusfase waarin het DNA gekopieerd wordt, treedt DNA-schade op. Dit leidt uiteindelijk tot celdood in hoofd-halskankercellen, maar niet in gezonde slijmvliescellen. In het geval van Chk1-remming bleken niet alle cellen even gevoelig voor de behandeling, wat te herleiden was naar het celdoodmechanisme. Gevoelige cellen ondergingen geprogrammeerde celdood tijdens of net na het kopiëren van het DNA. Minder gevoelige cellen bereikten de laatste fase van de celcyclus, maar konden vervolgens niet delen in twee dochtercellen door de opgelopen DNA-schade. Voor Wee1-remming, een behandeling die momenteel klinisch wordt getest in patiënten, liet Van Harten zien dat deze behandeling ook voorlopercellen van hoofd-halskanker kan doden, waardoor deze niet verder ontwikkelen tot nieuwe tumoren. Daarmee kan Wee1-remming werken als chemopreventie en mogelijk hoofd-halskanker voorkomen. Naast deze direct toepasbare bevindingen, geeft de studie inzicht in de veranderingen van hoofd-halskankercellen en hoe die in de toekomst beter te gebruiken zijn voor de behandeling van hoofd-halskankerpatiënten.

Donderdag 13 februari
Promotie, Agnietenkapel (UvA), 12.00 u
Yentl Haan: Meer hart- en vaatziekten bij vrouwen met vleesbomen

Vrouwen met vleesbomen in hun baarmoeder hebben meer kans op hart- en vaatziekten, een hoge bloeddruk en een hogere ziektelast, vergeleken met vrouwen die geen vleesbomen hebben. Het verband tussen hoge bloeddruk en vleesbomen werd bevestigd in multi-etnische groepen van Nederland, Suriname en de VS. Een hoge bloeddruk en de daarmee gerelateerde hart- en vaatziekten komen al vaak voor bij Afrikaanse vrouwen. Als deze vrouwen in hun baarmoeder vleesbomen hebben, dan wordt hun risico nog hoger. Dit schrijft Haan in haar proefschrift over vleesbomen als vrouwspecifieke cardiovasculaire risicofactor. Steeds vaker worden jonge vrouwen opgenomen vanwege een hartinfarct. Het sterftecijfer vanwege een hartinfarct is bij jonge vrouwen hoger dan bij mannen. Ook zijn er verschillen in sterfte door hartaandoeningen tussen jonge Afrikaanse vrouwen en westerse vrouwen van vergelijkbare leeftijd. Deze etnische verschillen zijn zorgwekkend. De promovendus schrijft dat artsen zich bewust moeten zijn van de risico’s op hart- en vaatziekten bij vrouwen met vleesbomen, met name bij Afrikaanse vrouwen.
Link naar proefschrift

Donderdag 13 februari
Promotie, Agnietenkapel (UvA), 14.00 u
Sylvana de Mik: Gedeelde besluitvorming bij aneurysma


De Mik richt zich in dit onderzoek op manieren om gedeelde besluitvorming in de vaatchirurgie te meten en te verbeteren. Gedeelde besluitvorming is het proces waarbij arts en patiënt samen beslissen over de behandeling. De Mik wil de risicocommunicatie met vaatchirurgische patiënten verbeteren, wat een belangrijk onderdeel is van gedeelde besluitvorming. Wat meer concreet keek ze naar de voor- en nadelen van jaarlijkse beeldvorming na een operatie via de lies van een verwijde buikslagader (aneurysma). Vaatchirurgische patiënten hebben baat bij gedeelde besluitvorming, aangezien er vaak meerdere behandelopties zijn en de keuze per patiënt verschilt. Het is daarom belangrijk dat vaatchirurgen de wensen van hun patiënten goed begrijpen. Deze kunnen de beslissing beïnvloeden om een niet-operatieve behandeling voort te zetten, of te kiezen voor een minimaal invasieve behandeling of open chirurgie. Op een bepaald moment tijdens het ziekteproces, kunnen patiënten voor de keuze komen te staan om de groei van de verwijde buikslagader met beeldvorming te blijven controleren of te kiezen voor een operatie via de bloedvaten van de lies of een open operatie via de buik. Dit is een dilemma omdat patiënten met een verwijde buikslagader meestal geen klachten hebben. Hoewel het risico op het scheuren laag is, is het risico op overlijden hoog als het vat toch scheurt.
Link naar proefschrift

Vrijdag 14 februari 2020
Promotie, Aula (VU) 13.45 u
Rachida Rafiq: Lage vitamine D-waarden in het bloed bij slechtere longfunctie


Vitamine D is belangrijk voor de ontwikkeling en het behoud van sterke botten. Promotieonderzoek van Rafiq laat zien dat lage vitamine D-waarden in het bloed ook gerelateerd zijn aan een slechtere longfunctie. Vitamine D zou dus een gunstig effect kunnen hebben op de longziekte COPD. COPD is een chronische ziekte waarbij de longen ontstoken en beschadigd zijn. Patiënten met COPD hebben vaak longaanvallen (plotseling verergering van de klachten) en een slechte fysieke conditie. Rafiq heeft in een aantal grote populatiestudies de relatie tussen vitamine D en een aantal uitkomstmaten (vetmaten, longfunctie, kwaliteit van leven) onderzocht om onderliggende mechanismes te onderzoeken. Vervolgens zijn er twee trials opgezet. Bij de eerste trial, waarbij de helft van de COPD-patiënten vitamine D-pillen kreeg en de andere helft een placebo, bleek dat het toevoegen van vitamine D geen duidelijk effect had op de totale populatie. Bij patiënten met een tekort aan vitamine D bleek dat het toevoegen van vitamine D het aantal longaanvallen verminderde. Er volgde een tweede trial, in samenwerking met LUMC en Radboudumc, waarbij specifiek patiënten met een vitamine D-tekort werden geselecteerd. De resultaten daarvan worden momenteel geanalyseerd. Deze studie geeft hopelijk meer duidelijkheid over het effect van vitamine D op COPD. Een behandeling met vitamine D is namelijk gemakkelijk, veilig en goedkoop. Dit onderzoek is gefinancierd door het Longfonds.

Vrijdag 14 februari
Promotie, Agnietenkapel (UvA), 14.00 u
Astrid Newsum: Hepatitis C bij mannen die seks hebben met mannen

Newsum heeft gekeken naar een infectie met het hepatitis C-virus (HCV) bij mannen die seks hebben met mannen (MSM). Ze heeft een risicoscore ontwikkeld met gegevens uit een studie waarbij de GGD Amsterdam sinds 2009 hiv-positieve MSM heeft gevolgd, zowel met en zonder hepatitis C. Uit haar onderzoek blijkt dat deze risicoscore, bestaande uit zes zelf-gerapporteerde recente risicofactoren, goed onderscheid maken tussen hiv-positieve MSM met en zonder HCV. Dit is bruikbaar om te bepalen wie er op HCV getest moet worden. Daarnaast onderzocht de promovenda hoe vaak hiv-negatieve MSM, die naar de soa-polikliniek van Amsterdam komen, zijn besmet met HCV. Verder deed ze een studie naar HCV-behandeling en resistentie die kan ontstaan. Ze heeft gekeken naar de toename in het aantal behandelingen met zogenoemde DAAs (“direct-acting antivirals”) bij patiënten in Nederland met een infectie van zowel hiv als HCV. In het laatste deel van het proefschrift beschrijft Newsum hoe een acute HCV-infectie bij hiv-positieve MSM verloopt. Er werd onderzocht hoe vaak een patiënt de infectie met HCV spontaan klaart en hoe vaak de infectie leidt tot ernstige leverfibrose (het ontstaan van littekenweefsel in de lever) en welke factoren het ontstaan van leverfibrose bevorderen. Ook keek ze naar het risico voor een her-infectie met HCV. Deze kennis draagt bij om interventies te ontwikkelen die het risicogedrag verminderen en her-infectie helpen te voorkomen. Daarnaast kan het artsen helpen om MSM op te sporen met een hoog risico op een her-infectie.
Link naar proefschrift