Wetenschapsagenda 16 november tot en met 20 november 2020

Overzicht van de promoties en oraties van Amsterdam UMC. Vanwege de situatie rondom het coronavirus verdedigen promovendi hun onderzoek nu digitaal.

Maandag 16 november
Promotie (VU), Aula, 11.45 uur

Judith Vloothuis-De Boone: Minder angst na beroerte door oefenen met een naaste 
Mensen met een beroerte herstellen beter als ze intensief oefenen. In het huidige revalidatieprogramma is dat lang niet altijd mogelijk, onder andere door een tekort aan zorgpersoneel. Onderzoekers van Amsterdam UMC en Reade hebben daarom het CARE4STROKE-programma ontwikkeld. Mensen met een beroerte oefenen naast de reguliere therapie met een naaste (veelal de partner). De oefeningen worden aangeboden via een app. Het CARE4STROKE-programma is in twee revalidatiecentra en zeven verpleeghuizen onderzocht op effectiviteit en kosten. Het zorgt in acht weken voor ruim 19 uur extra oefentijd, zonder extra zorgkosten. Deelname leverde geen meerwaarde op voor hun mobiliteit maar patiënten waren minder angstig en hun naasten minder somber na deelname aan het programma. Patiënten en naasten vonden samen oefenen een goede voorbereiding op terugkeer naar thuis.
Link naar proefschrift 

Maandag 16 november

Promotie (VU), Aula, 13.45 uur
Jolanda Derks: De impact van hersenactiviteit op een tumor
Patiënten met een glioom (hersentumor) kunnen cognitieve problemen krijgen door het slechter functioneren van het hersennetwerk. Het hersennetwerk geeft weer hoe verschillende hersengebieden met elkaar communiceren. Derks beschrijft in haar proefschrift verschillen tussen het hersennetwerk van patiënten met een glioom en dat van gezonde mensen. De locatie van het glioom in het hersennetwerk heeft invloed op de ernst van de problemen. Derks onderzocht onder meer het verschil tussen patiënten met en zonder een bepaalde mutatie in het glioom, de zogenaamde isocitraat dehydrogenase mutatie (IDH). Patiënten zonder de mutatie hebben een verminderde cognitie in vergelijking met patiënten met deze IDH mutatie. De promovenda laat met haar onderzoek zien welke invloed hersenactiviteit kan hebben op de tumor.
Link naar proefschrift

Maandag 16 november

Promotie (VU), 13.45 uur (online bijeenkomst)
Jessica Chan: Toegankelijkheid kankerbehandeling in Canada niet voor iedereen gelijk
Kanker is de belangrijkste doodsoorzaak in Canada. En radiotherapie (bestraling) is voor de helft van alle kankerpatiënten een essentieel onderdeel van multidisciplinaire kankerzorg. Van verschillende bevolkingsgroepen in Canada, inclusief inheemse volken, is bekend dat ze slechtere uitkomsten hebben van kanker. Canada is een welvarend land met goed ontwikkelde radiotherapie, maar uit onderzoek van Chan blijkt dat radiotherapiecentra overwegend langs de zuidgrens van Canada gevestigd zijn. Veel inheemse volkeren wonen daar (te) ver vandaan en hebben zodoende minder toegang tot deze belangrijke behandeling. Volgens Chan moet bij de planning van een dergelijk centrum meer rekening gehouden worden met de fysieke afstand tot verschillende bevolkingsgroepen.
Link naar proefschrift

Dinsdag 17 november
Promotie (VU), 9.45 uur (online bijeenkomst)
Ilse Louwerse: Beslismodel kan verzekeringsartsen helpen

Mensen die werken hebben meestal een betere gezondheid, zowel fysiek als psychisch, dan mensen zonder betaald werk. Wanneer iemand na langdurige ziekte weer voorzichtig aan het werk gaat, heeft dat vaak een positief effect op het ziekteverloop. Om een inschatting te kunnen maken of en op welke termijn een herbeoordeling zinvol is, is het belangrijk dat verzekeringsartsen een goede prognose stellen over iemands gezondheid. Verzekeringsartsen beschouwen een dergelijke prognose echter als een van de lastigste aspecten van hun werk. Een beslismodel op basis van data analytics kan verzekeringsartsen mogelijk helpen bij het maken van prognoses en het plannen van herbeoordelingen. Wel is eerst nog verder onderzoek in de praktijk nodig. Dat stelt promovenda Ilse Louwerse die een dergelijk beslismodel ontwikkelde en evalueerde. 
Link naar proefschrift

Dinsdag 17 november
Promotie (UvA), 12.00 uur, Agnietenkapel
Floor Postema: Erfelijke oorzaak kinderkanker op tijd herkennen

Ongeveer tien procent van de kinderen met kanker heeft een tumor predispositie syndroom, dat wil zeggen dat de kanker een erfelijke oorzaak heeft. Postema stelt dat bij alle kinderen met kanker gekeken moet worden of ze zo’n syndroom hebben. Ze ontwikkelde daarvoor een screeningsinstrument. Dat bestaat uit een vragenlijst met vragen over het kind, de kanker en de familie, een lichamelijk onderzoek en foto’s (2D en 3D).
Het is belangrijk om deze syndromen goed te herkennen, schrijft de promovenda. Een juiste herkenning heeft consequenties voor de behandeling van de kanker. Als er aanwijzingen zijn voor een tumor predispositie syndroom, wordt het kind verwezen naar een erfelijkheidsarts voor verder onderzoek. Postema zet in haar proefschrift alle mogelijke consequenties van tumor predispositie syndroom op een rijtje.
Link naar proefschrift


Dinsdag 17 november
Promotie (VU), Aula, 13.45 uur
Bernard Jansen: Beeldvormende methoden belangrijk bij behandeling prostaatkanker
In Nederland worden jaarlijks ongeveer 12.500 nieuwe gevallen van prostaatkanker ontdekt, het is de meest gediagnosticeerde vorm van kanker bij mannen. Voor effectieve behandeling van prostaatkanker is het van belang om uitzaaiingen vroegtijdig op te sporen en het risico op toekomstige uitzaaiingen goed in te schatten. Jansen besteedt hier aandacht aan verschillende beeldvormende methoden om de diverse aspecten van prostaatkanker zo nauwkeurig mogelijk in beeld te brengen. De promovendus zag dat er méér prostaatkankeruitzaaiingen werden gedetecteerd wanneer er gebruik wordt gemaakt van een beeldresolutie van 2 mm ten opzichte van een beeldresolutie van 4 mm. Dit heeft potentieel invloed op de behandeling van patiënten. Daarnaast beschrijft hij een opvallende bevinding met een nieuwe beeldvormende techniek: de Prostaat-Specifiek Membraan Antigeen Positron-Emissie Tomografie (PSMA PET). Bij 63 van de 315 onderzochte patiënten bleek de PSA-waarde nog niet dusdanig verhoogd dat er volgens de huidige definities gesproken kan worden over recidiverende prostaatkanker. Echter, op de PET scans werd al in 84 procent van deze patiënten terugkeer van ziekte waargenomen. Volgens Jansen is dit een duidelijke aanwijzing dat de huidige criteria voor biochemisch recidiverende prostaatkanker na eerdere radiotherapie verouderd zijn.
Link naar proefschrift  

Woensdag 18 november

Promotie (UvA), 10.00 uur, Agnietenkapel
Jeroen de Groof: Slokdarmkanker nog eerder ontdekken
Een Barrett slokdarm is een aandoening waarbij de binnenbekleding van het onderste deel van de slokdarm beschadigd raakt door terugstromend maagzuur. Hierdoor verandert het slijmvlies van de slokdarmwand. Patiënten met een Barrett slokdarm hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van slokdarmkanker. Daarom ondergaan deze patiënten regelmatig een endoscopisch onderzoek, waarbij met een cameraatje in de slokdarm wordt gezocht naar vroege vormen van kanker.
De Groof onderzocht drie verschillende benaderingen om het endoscopisch onderzoek te verbeteren. Hij keek naar het inzetten van geavanceerde beeldvormende technieken, naar het trainen van endoscopisten en naar de ontwikkeling van een computer algoritme dat automatisch vroege vormen van kanker herkent.
Link naar proefschrift

Donderdag 19 november
Promotie (UvA), 10.00 uur, Agnietenkapel
Malon van den Hof: Wat hiv doet met de hersenen van kinderen

Als kinderen in Nederland met een aangeboren hiv-infectie langdurig worden behandeld met effectieve medicijnen, verloopt hun hersenontwikkeling in de puberteit grotendeels normaal, zowel wat betreft de structuur als de functie. Desondanks blijven er verschillen met de hersenen van kinderen zonder aangeboren hiv-infectie. Slechts in een enkel geval verbetert dit.
Dit concludeert Van den Hof, die onderzocht of de huidige zorg voor kinderen en jongeren met aangeboren hiv-infectie leidt tot een normale, gezonde hersenontwikkeling. Haar studie laat zien dat de hersenschade die kinderen met een aangeboren hiv-infectie al hebben, veelal stabiel blijft. Deze schade is waarschijnlijk ontstaan in de periode dat de infectie nog niet gediagnostiseerd en adequaat behandeld werd. Dit benadrukt het belang van vroege opsporing en behandeling.
Link naar proefschrift

Donderdag 19 november
Promotie (VU), Aula, 11.45 uur
Matthijs Cysouw: De nauwkeurigheid van beeldvormende technieken bij prostaat- en longkanker
Behandelingen van kanker zijn (grof gesteld) onder te verdelen in chirurgie, radiotherapie, en systemische therapie (onder andere . chemo-, immuno- en hormoontherapie). Cysouw behandelt in zijn onderzoek twee soorten kanker: prostaatkanker en longkanker. Hij onderzocht of en hoe kleine tumoren nauwkeurig en betrouwbaar zichtbaar zijn op PET-scans in primaire, recidiverende en castratieresistente prostaatkanker en niet-kleincellige longkanker.
Link naar proefschrift

Donderdag 19 november
Promotie (UvA), 13.00 uur, Agnietenkapel
Ramandeep Singh: Infecties na een niertransplantatie
Na niertransplantatie komt het vaak voor dat in de urinewegen van de ontvanger bacteriën aanwezig zijn zonder dat deze klachten krijgt. Persisterende bacteriën in de urine verhogen hetrisico op een nierbekkenontsteking. Deze aandoening komt gelukkig niet vaak voor en de invloed op de functie van de donornier is beperkt.
Een blaaskatheter vormt de grootste risicofactor voor het ontwikkelen van een ontsteking.
Singh komt tot deze conclusies in zijn proefschrift over de effecten van urineweginfecties na een niertransplantatie. Hij onderzocht daarnaast of poeptransplantatie effectief is om de multiresistente darmbacteriën te bestrijden.
Link naar proefschrift

Vrijdag 20 november
Promotie (VU), Aula, 13.45 uur
Renske Bosman: Langetermijnmonitoring van gebruikers van antidepressiva
In Nederland krijgt één op de vijf volwassenen een angststoornis. Mensen hebben vaak langdurig klachten. De effecten van behandeling (CGT, antidepressiva) houden bij sommige patiënten niet lang aan, terwijl je dat wel zou willen. Bosman onderzocht de langetermijnprognose van angststoornissen. Ze laat zien dat antidepressiva de kans op terugval verkleinen zolang de medicatie wordt geslikt. Tweederde van de patiënten ervaart geen terugval binnen één jaar na stoppen. Huisartsen en patiënten hebben diverse redenen om antidepressiva wel of niet te stoppen. Het is echter heel moeilijk het ziekteverloop te voorspellen. Zorg voor patiënten kan dus niet worden afgestemd op het vermoedelijke langetermijnverloop. Dit werkt langdurig antidepressivagebruik in de hand. Er is bovendien weinig monitoring op langdurig antidepressivagebruik. ‘Bezint eer gij begint’ als behandeling met antidepressiva wordt overwogen. Bosman pleit voor een gedegen afweging samen met de patiënt en meer duidelijkheid over de voor- en nadelen van behandeling met antidepressiva. Als antidepressiva worden gestart, moeten patiënten actief op hun welzijn worden gemonitord, ook als zij al langere tijd stabiel zijn.
Link naar proefschrift

Vrijdag 20 november

Promotie (UvA), 14.00 uur, Aula
Ruth Littel: Gedeelde besluitvorming bij ouderen

Gedeelde besluitvorming (shared decision making) draagt bij aan gepersonaliseerde beslissingen die passen bij de voorkeuren van patiënten bij het kiezen van een behandeling voor een aandoening. Oudere volwassenen hebben vaak meerdere chronische aandoeningen. Dat stelt specifieke eisen aan de gedeelde besluitvorming. Littel beschrijft in haar proefschrift de ontwikkeling en evaluatie van een methode om de gedeelde besluitvorming te verbeteren bij ouderen met meerdere aandoeningen.
Link naar proefschrift