Wetenschapsagenda 20 tot en met 24 januari 2020

Overzicht van de promoties en oraties van Amsterdam UMC.

Dinsdag 21 januari 2020
Promotie, Agnietenkapel (UvA) 10.00 u
Maartje van der Heijden: De groei van dikke darmkanker ontrafelen
Dikke darmkanker veroorzaakt wereldwijd veel sterfte. In een vroeg stadium is de ziekte vaak nog te genezen, maar bij uitgezaaide dikke darmkanker is de beschikbaarheid van een genezende therapie beperkt. Van der Heijden bestudeerde de groeidynamiek van de ziekte om nieuwe therapeutische wegen te ontrafelen die de resultaten voor de patiënt zullen verbeteren. Ze onderzocht de fundamentele groeidynamiek van dikke darmkanker tijdens verschillende fasen van de ziekte (initiatie, progressie en groei), zowel op een kwalitatieve als op een kwantitatieve manier. In het proefschrift schrijft Van der Heijden dat verschillende selectiedynamieken ten grondslag liggen aan de ontwikkeling van deze vorm van darmkanker die in stappen verloopt. En dat er een sterke relatie bestaat tussen de kankercellen en hun omgeving.
Link naar proefschrift

Dinsdag 21 januari 2020

Promotie, VU Aula, 11.45 uur
Willemijn Corpeleijn: Beste manier om prematuren te voeden
Onderzoek onder 400 premature baby’s, die gedurende de eerste 10 dagen van hun leven donormelk of kunstvoeding kregen, laat zien dat er geen verschil is in het aantal ernstige infecties of sterfgevallen tussen de kunstvoedings- en donormelkgroep. Het is veilig om donormelk aan prematuren te geven maar er zijn geen (grote) voordelen ten opzichte van kunstvoeding. Ze kregen deze studievoeding alleen als er geen of niet voldoende melk van de eigen moeder was.
Willemijn Corpeleijn deed dit onderzoek naar de beste manier om deze prematuren te voeden. Het ging met name om baby’s die veel te vroeg en veel te klein zijn geboren, met een geboortegewicht van minder dan 1500 gram. Uit eerder onderzoek was al bekend dat het beter gaat met prematuren als ze afgekolfde melk van hun eigen moeder krijgen in plaats van kunstvoeding. De baby’s hebben minder vaak ernstige infecties en overlijden minder vaak. Helaas is voor veel prematuren geen of te weinig melk van hun eigen moeder beschikbaar. Corpeleijn vroeg zich af of het dan zin heeft om deze kinderen gepasteuriseerde melk van andere moeders te geven, donormelk dus.
Uit het onderzoek kwam wel opnieuw duidelijk naar voren dat het beter ging met de kinderen die veel afgekolfde melk van hun eigen moeder krijgen.
Inmiddels is uit ander onderzoek gebleken dat het langer geven van donormelk wel gunstig is voor prematuren.
Link naar proefschrift

Dinsdag 21 januari 2020

Promotie, Agnietenkapel (UvA) 12.00 u
Yvonne Dorland: De interactie tussen cellen in beenmerg
Beenmerg bestaat uit vele componenten: cellen die bloedcellen produceren (HSPC's: hematopoëtische stam- en voorlopercellen), cellen met een ondersteunende functie (stromale cellen) en cellen die de binnenbekleding van een bloedvat vormen (endotheelcellen). Mesenchymale stromale cellen (MSC's) bieden structurele ondersteuning aan alle beenmergcellen en geven signalen om de vorming van bloedcellen te begeleiden. Als bloedcellen in het beenmerg rijp zijn, steken ze de vaatwand over; uit het beenmerg naar de bloedsomloop. Dorland onderzocht de interacties tussen HSPC's, MSC's, het endotheel en de beenmergmicro-omgeving. Haar onderzoek onthult nieuwe moleculaire processen die betrokken zijn bij de interactie tussen de verschillende cellen. Het proefschrift draagt bij aan een beter begrip van de functie van het beenmerg.
Link naar proefschrift

Dinsdag 21 januari 2020

Promotie, VU Aula, 13.45 uur
Susan Woelders-Peters: Er is niet altijd ruimte voor ervaringskennis patiënten
Susan Woelders onderzocht patiënten participatie, een populair en belangrijk binnen de huidige gezondheidszorg. Door het leren kennen van het unieke perspectief van patiënten op hun ziekte of beperking en op de zorg die zij ontvangen kan men tot een betere afstemming van zorg komen. Daarnaast wordt patiënten participatie geassocieerd met democratische rechten en het hebben van een stem in beleid en onderzoek. In de dagelijkse praktijk blijkt het echter lastig om invulling te geven aan patiënten participatie. Hoe kun je het perspectief en de ervaringen van patiënten leren kennen?
Op verschillende plekken in de langdurige zorg heeft Woelders onderzoek gedaan naar hoe patiënten participatie vorm krijgt. Zij concludeert dat er niet vanzelfsprekend ruimte is voor de ervaringskennis van patiënten. Het vraagt een actieve inzet van zorgprofessionals en van onderzoekers om hun perspectief te leren kennen en te zorgen dat hun inbreng gehoord wordt. Dit heeft te maken met allerlei machtsdynamieken in het uitwisselen van kennis. Anderen bepalen vaak of de patiënt zelf in staat is om mee doen. Ook worden patiënten vaak uitgenodigd binnen -niet altijd passende- structuren en kaders. Ook wordt hun inbreng niet altijd op waarde geschat. Dit vraagt om een reflectie van onderzoekers en professionals op deze machtsvragen. Zo kan actief ruimte worden gemaakt voor de inbreng en de ervaringskennis van patiënten.

Woensdag 22 januari
Promotie, Aula (UvA) 11.00 u
Elske Hoornenborg: De introductie van PrEP in Nederland
Het condoomgebruik neemt af bij mannen die een pil slikken om infectie met hiv te voorkomen. Uit het onderzoek van Hoornenborg blijkt dat dit niet tot gevolg heeft dat die mensen door de tijd vaker een soa krijgen.
Hoornenborg heeft bij de GGD Amsterdam een studie gedaan maar de invoering van de PrEP, de pil die besmetting met hiv voorkomt na onveilige seks. Een bijzonderheid bij dit project is dat de interesse om deel te nemen aan dit AMPrEP-onderzoek groter is dan de capaciteit ervan; iets wat voor wetenschappelijk onderzoek ongebruikelijk is. Vrijwel alle deelnemers waren mannen die seks hebben met mannen. Een onverwachte bevinding is dat ongeveer 1 op 20 deelnemers een hepatitis C-infectie bleek te hebben toen ze met PrEP begonnen. Dit is veel meer dan eerder werd gevonden bij deze groep.
In dit proefschrift heeft Hoornenborg aspecten van de invoering van PrEP in Nederland bestudeerd.
Ze gebruikte daarvoor gegevens uit het Amsterdam PrEP project (AMPrEP), een demonstratieproject voor hiv-negatieve mannen die seks hebben met mannen en voor transgender personen.
AMPrEP begon in 2015 om te onderzoeken hoeveel mensen PrEP willen gebruiken en hoe dat gebruik wordt ervaren. Het is de eerste keer dat dit middel in Nederland wordt onderzocht en wereldwijd de eerste keer dat deelnemers in een proefproject de keuze krijgen tussen dagelijks PrEP of volgens een vaststaand schema voor en na seks zonder condoom.
PrEP is een belangrijke toevoeging aan het hiv preventie arsenaal. De uitkomsten van AMPrEP zijn meegenomen in een positief advies van de gezondheidsraad over PrEP, en sinds augustus 2019 is het medicijn beschikbaar via een landelijk programma. PrEP, innovaties bij het testen op hiv en directe behandeling na een hiv-diagnose, kunnen samen leiden tot het stoppen van transmissie van hiv.
Link naar proefschrift

Woensdag 22 januari 2020
Promotie, Agnietenkapel (UvA), 12.00 u 
Tim van Groningen: Neuroblastoom beter aanpakken
Neuroblastoma is een vorm van kinderkanker met een slechte prognose. Helaas keren de meeste tumoren na behandeling terug en zijn dan volledig resistent tegen therapie. Er is dan geen effectieve behandelwijze beschikbaar waardoor patiëntjes overlijden aan deze tumoren. Tim van Groningen wilde weten hoe deze resistentie ontstaat. De huidige behandeling richt zich tegen een bepaald celtype in de tumor. Van Groningen vond echter andere celtypes in neuroblastoma die inderdaad resistent bleken tegen de huidige therapieën. Toekomstig onderzoek, en behandelingen, moeten zich gaan richten op deze zogenaamde mesenchymale celtypes.
Link naar proefschrift

Woensdag 22 januari 2020

Promotie, Agnietenkapel (UvA) 16.00 u
Anna Koroleva: Zorgvuldig rapporteren over wetenschappelijk onderzoek

NLP (Natural Language Processing) is een onderdeel van kunstmatige intelligentie die computers helpt om menselijke taal te begrijpen en interpreteren. Het proefschrift van Koroleva beschrijft de ontwikkeling van NLP-algoritmen om lezers en auteurs van wetenschappelijke (biomedische) artikelen te helpen bij het detecteren van "spin". Dat is de vervormde presentatie van onderzoek, waardoor een geflatteerd, te rooskleuriger of zelfs ronduit misleidend beeld ontstaat van de resultaten van dat onderzoek. Haar studie richt zich primair op spin in artikelen die Randomized Controlled Trials (RCT’s) beschrijven. Bij dergelijke studies wordt het effect van een bepaalde behandeling onderzocht waarbij een groep die de behandeling krijgt wordt vergeleken met een controlegroep.
Link naar proefschrift

Donderdag 23 januari 2020

Promotie, Agnietenkapel (UvA) 12.00 u
Tamara Ramwadhdoebe: RA opsporen met biopt van lymfeklier
Het is mogelijk om verschillen in de vroegste stadia van reumatoïde artritis (een ontsteking van het slijmvlies in gewrichten, afgekort RA) te identificeren in celtypes die betrokken zijn bij de productie van bepaalde antilichamen en het reguleren van ontstekingen. Dit blijkt uit een onderzoek waar is gekeken naar immuuncellen in biopten van lymfeklieren van gezonde personen, personen die risico lopen op het ontwikkelen van RA en vroege RA-patiënten.
Eerder is aangetoond dat het nemen van een biopt van de lymfeklieren in de lies goed wordt verdragen en dat het een veelbelovend instrument is om de mechanismen van RA te bestuderen. Het vergelijken van lymfeklieren van RA-risicopatiënten en RA-patiënten met die van gezonde personen biedt een unieke kans om meer inzicht te krijgen in de cellulaire processen die een rol spelen tijdens de verschillende stadia van RA.
Verdere studies van cellen afkomstig van lymfeklieren kunnen cruciale informatie onthullen om de ziekteproces van RA beter te begrijpen. Dit is van fundamenteel belang voor de ontwikkeling van nieuwe behandeling, mogelijk genezing of preventie van RA.
Link naar proefschrift    

Donderdag 23 januari 2020

Promotie, Auditorium (VU) 13.45 uur
Niels Verburg: Combinatie van scans is beter dan standaard MRI-scan bij hersentumor

Niels Verburg onderzocht wat de beste scans zijn om de meest voorkomende hersentumoren, diffuse gliomen genaamd, goed af te beelden. Het bleek dat een combinatie van een MRI-scan en een PET-scan de tumor beter afbeeldt dan de huidige standaard MRI-scan. Met de combinatie van beelden kan de chirurg meer tumorweefsel weghalen bij een operatie en is eventuele bestraling daarna efficiënter. Mogelijk blijven patiënten met een hersentumor hierdoor langer leven. Eén van de redenen dat diffuse gliomen zo moeilijk te behandelen zijn, is dat deze tumoren wijdverspreid in de hersenen groeien. Vaak blijft een deel van de tumor bij een operatie achter, omdat het onderscheid tussen de tumor en normaal hersenweefsel moeilijk te zien is. Per jaar krijgen ongeveer 1100 mensen in Nederland te maken met deze tumor. De behandeling bestaat uit een operatie eventueel gevolgd door bestraling en chemotherapie. Het doel van de operatie is om zo veel mogelijk tumorweefsel te verwijderen zonder ernstige neurologische uitval bij de patiënt te veroorzaken.
In het onderzoek vergeleek Niels verschillende scans, en hun combinaties, om het tumorweefsel af te beelden. Er werd op meerdere plekken in en rond te tumor weefsel afgenomen en bepaald of er tumor aanwezig was in dit weefsel. Van alle scans werd de informatie op de plek van de weefselafname verkregen en gebruikt om te voorspellen of er tumorweefsel aanwezig was.
Link naar proefschrift

Vrijdag 24 januari 2020

Promotie, Agnietenkapel (UvA) 10.00 u
Stephanie Nijmeijer: Meer inzicht in de stapelingsziekte MPS III
Lysosomale stapelingsziekten zijn erfelijke stofwisselingsziekten waarvan het gemeenschappelijk kenmerk is dat vet- of suikerachtige stoffen zich in het lichaam opstapelen. De oorzaak is vrijwel altijd het ontbreken van een eiwit dat nodig is voor de afbraak van de betreffende stof. De benaming lysosomale stapelingsziekte’ verwijst naar bepaalde onderdelen in de cel (de lysosomen) waar de afbraak plaatsvindt.
Mucopolysaccharidosis type III, ook wel bekend als MPS III of Sanfilippo syndroom, is zo’n lysosomale stapelingsziekte. Nijmeijer bestudeerde het ziektebeloop van MPS III en de symptomen en kenmerken die bij de ziekte horen. Haar studie geeft daarnaast inzicht in de attitudes ten aanzien van preconceptionele dragerschapsscreening en het psychosociale welzijn van ouders van MPS III-patiënten. Ten slotte geeft de promovenda een overzicht van mogelijke toekomstige therapieën en uitdagingen.
Link naar proefschrift

Vrijdag 24 januari 2020

Promotie, Aula (UvA) 11.00 u
Sara Botschuijver: Schimmels en het prikkelbare darmsyndroom


Darmschimmels zijn belangrijk voor het ontwikkelen van buikpijn bij het prikkelbare darmsyndroom (PDS). De herkenning van bepaalde soorten schimmels door het afweersysteem speelt daarbij een belangrijke rol. Het vermoeden is dat deze herkenning door het zenuwstelsel wordt omgezet in pijn.
Tot deze conclusie komt Botschuijver in haar proefschrift over PDS, een stress-gerelateerde darmaandoening, die gekenmerkt wordt door buikpijn. De promovenda onderzocht of darmschimmels een rol spelen in het ontstaan van de verhoogde prikkelgevoeligheid van PDS patiënten.
Patiënten met PDS hebben vaak een hogere gevoelsgewaarwording in hun darmen. Artsen vermoeden dat zij daardoor de normale darmbewegingen als pijnlijk ervaren. Darmbacteriën zijn verdachte spelers in PDS, hoewel hard bewijs nog steeds ontbreekt. Geschat wordt dat tussen de 10 en 15 procent van de wereldwijde populatie lijdt aan PDS. Hoewel niet levensbedreigend, ervaren patiënten door de aard van de klachten vaak een verminderde kwaliteit van leven. Voor de buikpijn, de meest voorkomende klacht bij PDS, zijn op dit moment weinig tot geen effectieve behandelingen op de markt. Het inzicht dat schimmels hier een rol in spelen geeft nieuwe mogelijkheden voor de behandeling van pijn in PDS.
Link naar proefschrift

Vrijdag 24 januari 2020

Promotie, VU Auditorium, 11.45 uur
Wietse Zuidema: Operatie trechterborst verbetert kwaliteit van leven bij tieners
De laatste 20 jaar is er een toename van het aantal tieners dat in Nederland geopereerd wordt aan een trechterborst. Operatief wordt een stalen staaf voor het hart geplaatst om de deuk in de borstkas terug te duwen. Promovendus Wietse Zuidema concludeert dat na herstel met relatief veel pijnklachten sprake is van meer zelfrespect, meer tevredenheid met het eigen lichaam en meer psychologische veerkracht.
Een trechterborst komt in Nederland jaarlijks bij zo’n 1500 kinderen voor en is een vervorming van de borstwand waarbij aan de voorkant een kuiltje is ontstaan. Een trechterborst kan zorgen voor fysieke problemen en pijn, maar de kinderen ervaren vooral schaamte en onzekerheid over hun borstkasafwijking.
Zuidema richtte zich op de periode voor en na de chirurgische ingreep. Hoewel de operatietechniek sinds 1999 in Nederland wordt toegepast, ging de aandacht eerder voornamelijk aandacht naar de chirurgische techniek en de directe zorg rond de operatie. De periode voorafgaand aan de operatie waarbij tieners moeten beslissen of ze een operatie willen én de eerste jaren na de operatie zijn nauwelijks bestudeerd.
Zuidema concludeert dat in de eerste zes weken na operatie de pijnklachten overheersen. Na het eerste herstel ziet Zuidema meer zelfrespect, meer tevredenheid met het eigen lichaam en meer psychologische veerkracht. Hoewel hij aannam dat de tieners meer zouden gaan sporten na de operatie, bleek dat niet het geval. Wel ervaarden ze minder problemen met lichaamsbeweging.

Vrijdag 24 januari 2020

Promotie, Agnietenkapel (UvA) 14.00 u
Joo Yeon Lee: Wat doet bacteriële meningitis met de hersenen


De verschillende ziekteverwekkers voor hersenvliesontsteking of meningitis zijn te herkennen met weefselonderzoek van de hersenen. Zo blijkt dat vasculaire ontsteking geen centrale rol speelt bij het ontstaan van schade aan de hersenen als de bacterie pneumokokken meningitis veroorzaakt. Dierenmodellen voor bacteriële meningitis zijn nuttig maar reproduceren niet alle aspecten van ziekte bij de mens, zoals de vaatontsteking. Dit zegt Lee in haar proefschrift waarin ze heeft gekeken naar bacteriële meningitis: wat is het mechanisme waardoor hersenschade ontstaat? Zijn er verschillen in patronen van schade tussen verschillende ziekteverwekkers? Verder wilde ze weten hoe representatief diermodellen zijn voor ziekte bij de mens en wat het meest geschikte model is voor toekomstig onderzoek.
Link naar proefschrift