Wetenschapsagenda 27 tot en met 31 januari 2020

Overzicht van de promoties en oraties van Amsterdam UMC.

Woensdag 29 januari 2020
Promotie, Aula (VU) 11.45 u

Petra Porte: Veilig gebruik medische hulpmiddelen
Er is steeds meer aandacht voor medische hulpmiddelen. De ontwikkelingen gaan snel en promovenda Porte wilde het gebruik van de hulpmiddelen onderzoeken om te kijken of en hoe de veiligheid voor de patiënt kan verbeteren. In Nederland is de regelgeving in 2011 uitgebreid met de implementatie van het 'Convenant Veilige toepassing van medische technologie’. Uit het onderzoek van Porte blijkt dat medische hulpmiddelen een bedreiging kunnen vormen voor de veiligheid van de patiënt.
De positieve effecten van medische hulpmiddelen zijn evident. Zonder de hulpmiddelen kunnen patiënten minder goed of helemaal niet worden geholpen. Maar er zijn ook risico’s. Het is volgens Porte van belang om in te zetten op de bekwaamheid van de gebruikers van medische hulpmiddelen en om medische hulpmiddelen en de omgeving zo te ontwikkelen dat de risico’s kleiner worden.
Volgens de promovenda kan dat bijvoorbeeld met vaardigheidstoetsen voor de zorgverlener. Ook valt te denken aan het automatisch aanpassen van instellingen van medische hulpmiddelen op persoonlijke omstandigheden van de patiënt. Porte hoopt dat haar promotieonderzoek meer aandacht vestigt op de risico’s van hulpmiddelen bij zorgverleners en bestuurders.

Woensdag 29 januari

Promotie, Aula (VU) 13.45 u
Yara Bachour: Op zoek naar de oorzaken van kapselcontractie
Siliconen borstimplantaten worden al tientallen jaren gebruikt voor borstvergroting of borstreconstructie na borstkanker. Kapselcontractie is de belangrijkste complicatie na een operatie met borstimplantaten. Het vormt tevens de meest frequente reden voor een her-operatie. Promovenda Bachour ging voor haar promotie op zoek naar de oorzaken van kapselcontractie.
Een borstimplantaat is een lichaamsvreemd object en het lichaam reageert daarop met een beschermend laagje bindweefsel: een kapsel. Sommige vrouwen hebben te maken met overmatige kapselvorming ofwel kapselcontractie. Het is vooralsnog niet bekend hoe dat komt.
Bachour richtte zich enerzijds op aandoening zelf, anderzijds heeft ze zich verdiept in de patiënt-, chirurgische- en implantaat gerelateerde factoren die een mogelijke rol spelen bij het ontstaan van kapselcontractie.
Ze keek naar de aanwezigheid van bacteriën en concludeert voor het eerst dat borstkapsels vooral steriel zijn. Ook onderzocht de promovenda of bacteriën de immunologische respons in gang zetten. Ze bestudeerde daarvoor bepaalde receptoren die door bacteriën worden geactiveerd. Bachour concludeert dat deze receptoren na een implantatieperiode van elf jaar nog steeds worden geactiveerd. Dit suggereert dat een bepaalde trigger het immuunsysteem continue aanzet.
Na onderzoek van 152 verwijderde implantaten bleken ze permeabel. Zowel water als kleine partikels blijken in en uit het implantaat te gaan. Tot slot concludeert Bachour dat eigenschappen van borstimplantaten niet worden beïnvloed door radiotherapie.

Donderdag 30 januari 2020

Promotie, Agnietenkapel (UvA) 14.00 u
Birgit Cools: Terugkeer naar werk na hersenletsel

Langdurige opname op een revalidatieafdeling, persoonlijke factoren, zoals opleidingsniveau en werkloosheid, en zelfstandigheid in dagelijkse activiteiten blijken relevant voor werkhervatting na niet aangeboren hersenletsel (NAH). De mate van bewustzijn in de acute fase van NAH is dat niet. Verder belemmeren bijkomende psychische klachten, zoals een depressie, de terugkeer naar werk van deze patiënten.
Dit stelt Donker-Cools in haar proefschrift over welke factoren van invloed zijn bij patiënten met niet aangeboren hersenletsel. Dat kan bijvoorbeeld zijn ontstaan na een verkeersongeval. Ook ontstaat NAH na een beroerte of door de groei van een gezwel in de hersenen. Donker-Cools wilde ook onderzoeken welke interventies effectief zijn om de terugkeer naar werk te bevorderen.
Zij inventariseerde verder wat patiënten en werkgevers bevorderende (motivatie) en belemmerende aspecten benoemden. Ze zocht ook naar oplossingen voor bemoeilijkte werkhervatting bijvoorbeeld door deskundige begeleiding in te zetten.
Volgens haar zijn effectieve interventies voor terugkeer naar werk gericht op het aanpassen van het werk en de werkplek, gecombineerd met voorlichting, coaching en training. Al deze kennis kunnen verzekeringsartsen gebruiken om tot een goed oordeel te komen over de mogelijkheden van een patiënt met NAH om weer aan de slag te gaan. De kennis is verwerkt in een onderwijsprogramma en leidde tot kennistoename van verzekeringsartsen. Zij vonden het programma relevant, nuttig en bruikbaar voor de praktijk.
Link naar proefschrift

Vrijdag 31 januari
Promotie, Agnietenkapel (UvA) 10.00 u
Suzanne Gunnink: Bloedtransfusie bij jonge baby’s vaak onnodig en soms schadelijk

Baby’s die meer transfusies krijgen met bloedplaatjes hebben een grotere kans op overlijden of bloedingen. Dit resultaat verbaast omdat bloedplaatjes juist toegediend worden om bloedingen te voorkómen. Blijkbaar brengt de transfusie niet altijd het effect waarop artsen hopen. Dit is het belangrijkste resultaat uit het promotieonderzoek van Gunnink.
Baby’s die te vroeg zijn geboren hebben vaak een tekort hebben aan bloedplaatjes. Artsen geven die groep vaak een transfusie. Over het effect daarvan was niet zoveel bekend, reden voor Gunnink om dit uit te zoeken.
In haar onderzoek heeft ze twee groepen baby’s vergeleken: de ene groep kreeg een transfusie als het aantal bloedplaatjes onder de 50 was gedaald, bij de andere groep wachtte ze langer, tot minder dan 25. De kinderen in de 25-groep kregen dus minder transfusies. Hoe het komt dat bloedplaatjes negatieve effecten hebben, is nog onbekend en wordt de komende jaren verder onderzocht.
Op basis van dit onderzoek worden de transfusierichtlijnen aangepast. Dit is een verbetering van de zorg voor te vroeg geboren baby’s. Door deze studie is er wereldwijd meer aandacht gekomen voor mogelijk nadelige effecten van transfusies. Dit geeft een impuls aan het onderzoek over dit onderwerp. Gunnink verwacht dat toekomstige studies het inzicht vergroten zodat alleen patiënten die er baat bij hebben een transfusies krijgen.
Link naar proefschrift      

Vrijdag 31 januari 2020
Promotie, Aula (VU) 13.45 uur
Christel Boons (VUmc): Optimaliseren van de behandeling van CML

Christel Boons richtte zich in haar proefschrift op de behandeling van chronische myeloïde leukemie (CML): een bloedziekte die onder meer behandeld wordt met nilotinib. Dit medicijn moet tweemaal daags op een lege maag ingenomen worden hetgeen een duidelijke belasting voor de patiënt oplevert. Ondanks de doorgaans hoge therapietrouw neemt een deel van de patiënten het medicijn toch niet altijd (tijdig) in. Door hun ontregelend effect op de dagelijkse routine waren sociale activiteiten daar een belangrijke oorzaak van: de inname werd soms vergeten of zelfs bewust overgeslagen.
Boons ontwikkelde een door de patiënt deels zelf uit te voeren bloedspotmethode waarmee de bloedspiegel van nilotinib kan worden bepaald. Bij deze methode wordt met een vingerprik bloed afgenomen. Vervolgens keek zij of de dosering van nilotinib lager kan door de inname te combineren met een maaltijd. Het blijkt dat deze manier van toedienen leidt tot adequate bloedspiegels die nodig zijn voor een therapeutisch effect.

Vrijdag 31 januari
Promotie, Agnietenkapel (UvA) 14.00 u
Paul Tuijnenburg: Rol van bepaalde eiwitten bij aanmaak antistoffen
Het menselijke immuunsysteem beschermt meteen na de geboorde tegen potentieel ziekteverwekkende ziekteverwekkers. Soms hebben baby’s fouten in het immuunsysteem, ook wel primaire immunodeficiëntie stoornissen (PID's) genaamd. Dit is een groep van ziekten waarbij een of meerdere van deze beschermende componenten van het immuunsysteem falen.
Tuijenburg heeft het immuunsysteem bij PID’s vergeleken met dat van gezonde personen. Daarbij keek hij naar de B-cellen, de cellen die verantwoordelijk zijn voor de aanmaak van antistoffen. Zijn onderzoeksvraag is wat de onmisbare onderdelen zijn die bepalen of antistof producerende B-cellen goed functioneren.
Hij heeft deze vraag opgesplitst door te kijken naar de eigenschappen van de meest naïeve B cellen (uit navelstrengbloed van pasgeborenen) en wat er gebeurt bij patiënten met een afweerstoornis waarbij geen of minder antistoffen worden gemaakt.
Hierbij kwam de onderzoeker uit op de rol van twee eiwitten (NFKB1 en NFKB2). Het is belangrijk dat de onderliggende oorzaak beter begrepen wordt, zodat in de toekomst meer gerichte therapie beschikbaar komt.
Link naar proefschrift

Vrijdag 31 januari
Promotie, Aula (VU), 15.45 u
Martine Crins: Meten van de door patiënt ervaren gezondheid

In de gezondheidszorg is steeds meer aandacht voor het meten van de gezondheid zoals patiënten die zelf ervaren. Deze ervaren gezondheid kan worden gemeten met patiënt-gerapporteerde uitkomstmaten (PROMs). Promovenda rins heeft onderzocht of de reeds bestaande PROMIS-methode ook in Nederland kan worden ingezet.
Patient-Reported Outcomes Measurement Information System (PROMIS) is ontwikkeld in de Verenigde Staten in samenwerking met een groep clinici en wetenschappers. Het is inmiddels in meerdere talen vertaald, waaronder in het Nederlands-Vlaams. PROMIS bestaat uit zogeheten itembanken, elke itembank bevat een set vragen over één gezondheidsaspect, bijvoorbeeld lichamelijk functioneren, angst, sociaal isolement of belemmeringen door pijn.
Het grote voordeel van PROMIS is dat de itembanken kunnen worden toegepast als short form (een statische vragenlijst) of als efficiënte computergestuurde vragenlijst (CAT: een dynamische vragenlijst, waarbij na ieder antwoord de meest informatieve vervolgvraag wordt gesteld).
In haar proefschrift Promising PROMIS heeft Crins de eerste wetenschappelijke onderzoeken naar de kwaliteit van de Nederlands-Vlaamse vertaling beschreven. Ze concludeert dat de kwaliteit van de drie door haar onderzochte Nederlands-Vlaamse itembanken (reactie op pijn, belemmeringen door pijn en lichamelijk functioneren) goed is. Ze zijn volgens haar klaar voor gebruik in de gezondheidszorg en wetenschappelijk onderzoek in Nederland en Vlaanderen.
PROMIS heeft volgens Crins meerdere voordelen ten opzichte van traditionele vragenlijsten. Door het gebruik van een computeralgoritme in de CAT hoeven patiënten slechts een klein aantal relevante vragen te beantwoorden terwijl hun gezondheidservaring toch precies wordt gemeten. De scores zijn gestandaardiseerd en gemakkelijk te interpreteren. PROMIS is bruikbaar bij zowel volwassenen als kinderen en voor diverse patiëntengroepen. Je kunt ook patiëntgroepen met elkaar te vergelijken.
Link naar proefschrift

Vrijdag 31 januari 2020
Oratie, Aula (UvA) 16.00 u
Prof. dr. Marcel Dijkgraaf: Trends in de economische evaluatie van ziekenhuiszorg

'Veilige, effectieve, doelmatige en betaalbare zorg!' klinkt vandaag de dag als een mantra in media, beleid, wetenschap en de zorg zelf. Achter de schermen maakt de zorgonderzoeker voortdurend afwegingen: hoe en met welke bewijskracht valt een verbetering van zorg te onderbouwen? Welke methoden en technieken zijn te gebruiken?
Bij die afwegingen vormen opkomende trends telkens nieuwe uitdagingen. Zo ook voor onderzoekers in de klinische omgeving. Wat betekenen bijvoorbeeld ontwikkelingen als 'meer zorg op maat', 'vroege evaluatie van hulpmiddelen', 'samen met de patiënt besluiten', 'waardegedreven zorg' en 'big data als onderzoeksparadigma' voor de opzet en kwaliteit van het onderzoek naar de beste manier om geld te besteden aan zorg in het ziekenhuis? Waar liggen valkuilen die de geldigheid van toekomstige onderbouwingen aantasten?
In zijn oratie bespiegelt Marcel Dijkgraaf dat het zoeken naar antwoorden op deze vragen geen monodisciplinair proces is en samenspraak vereist tussen artsen met verstand van zaken, zorgonderzoekers, consumentenorganisaties en toezichthoudende partijen.