06 mei 2019 | Verhaal

‘Als ik niet kan zingen, gaat mijn ziel dood’

In zijn geboorteland Sri Lanka moest Prabath Nanayakkara stoppen met zijn studie geneeskunde én zijn zangcarrière vanwege de burgeroorlog. Dankzij enkele wonderbaarlijke spelingen van het lot kreeg hij in 1989 de kans om in Nederland verder te studeren – met succes. Per 1 januari is hij benoemd tot hoogleraar Acute Interne Geneeskunde.

“Ken je het liedje ‘You Can Call Me Al’, van Paul Simon?”, vraagt Prabath Nanayakkara (55). “Daarin zit het zinnetje ‘Don’t want to end up a cartoon in a cartoon graveyard’. Misschien een rare gedachte, eindigen op een ‘cartoon graveyard’ (begraafplaats voor spotprenten, red.), maar ik begrijp wel wat Paul Simon bedoelt. Zelf wil ik eindigen met opgeheven hoofd. En daarom ben ik bescheiden trots op mijn benoeming als hoogleraar.”

Burgeroorlog

Het bijzondere levensverhaal van Nanayakkara leest een beetje als het script van een ‘feel good’ Hollywoodfilm. Hij groeit op in een arm gezin, met drie zussen, op het platteland van Sri Lanka. Omdat hij uitblinkt op school krijgt hij een beurs om geneeskunde te studeren. De burgeroorlog (1983-2009) gooit echter roet in het eten. In de zeven jaar dat Prabath staat ingeschreven als student, is de universiteit hooguit twee jaar open. Uit pure wanhoop schrijft hij op de enige typemachine in het dorp brieven naar universiteiten in onder meer Australië, de Verenigde Staten en Groot-Brittannië: kan hij daar misschien verder studeren? “Maar geen hond reageerde.”

Gelukkig heeft Prabath ook muzikaal talent en geniet hij tijdens zijn studententijd enige faam als zanger. Met zijn bandje The Medics scoort hij zelf een nummer 1 hit. Om geld te verdienen, zingt hij in hotels. Op een avond in 1989 ontmoet hij in een van die hotels de Nederlandse Yvonne de Vries. Zij trekt zich zijn lot aan en zorgt ervoor dat hij veel sneller dan gebruikelijk een vakantievisum krijgt om naar Nederland te komen. Prabath in het KRO-programma Goudmijn: “Ik heb me altijd afgevraagd: als ik haar niet ontmoet had, wat zou er dan met mij gebeurd zijn?”

Tram 51

Een tweede wonderbaarlijk toeval is dat Prabath twee dagen na de landing op Schiphol een telefoontje krijgt van zijn moeder: in Sri Lanka is volkomen onverwacht een brief gearriveerd van professor Baak, hoogleraar Pathologie, van VUmc. Een van de getypte brieven van Prabath is via allerlei omzwervingen op Baaks bureau beland en de professor wil wel een keer met de Sri Lankaanse student praten – niet wetende dat Prabath inmiddels in Nederland is. “Ik heb de volgende dag de trein gepakt en tram 51 en zo is het balletje gaan rollen. Uiteindelijk mocht ik hier gaan studeren. Decaan Piet Enting regelde een beurs van de Groesbeek-Assenbroek Stichting, want ik had geen rooie cent. Ik heb mijn doctoraal in een paar maanden gehaald en na mijn coschappen vond ik ook meteen mijn opleidingsplek bij VUmc.”

Krachtige alliantie

Dertig jaar later heeft hij het nog steeds ontzettend naar zijn zin aan de De Boelelaan, sinds 2013 als hoofd van de sectie Acute geneeskunde. “Toen ik hier kwam, had ik geen familie, geen huis. VUmc werd mijn huis, 60-70 uur per week. Ik ken veel mensen in de organisatie, en iedereen is altijd vriendelijk en behulpzaam geweest. Dat gereformeerde ligt mij kennelijk wel. Hoewel ik mij de laatste tijd steeds meer een Amsterdam UMC’er voel. Die krachtige alliantie maakt ons nog sterker.”

Voorlopig hoogtepunt van zijn carrière is de benoeming als hoogleraar Acute Interne Geneeskunde, die op de nieuwjaarsbijeenkomst van Amsterdam UMC met daverend applaus werd begroet. “Iedereen stond op, dat deed mij veel. Een warm bad. Als hoogleraar wil ik vooral jonge mensen inspireren. Om te strijden, te vallen en steeds weer op te staan. Ik wil ervoor zorgen dat jonge talenten de kansen krijgen die ik zelf ook heb gekregen.”

Popliedjes

Natuurlijk kon hij het niet laten om tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst even de microfoon ter hand te nemen met de VUmc-band. Muziek speelt nog steeds een belangrijke rol in zijn leven. Onder de artiestennaam SERENDIB brengt hij via Spotify vrolijke popliedjes uit; het ritmische ‘Wake up and shine’ is bijvoorbeeld al meer dan 150.000 keer beluisterd. “Da’s toch niet slecht? Elke keer als ik de studio in duik, neem ik me voor dat het de laatste keer is. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Als ik niet kan zingen, gaat mijn ziel dood. Ik publiceer veel wetenschappelijke artikelen, ook in high-impact bladen. Maar het schrijven van een goed liedje is toch het mooiste wat er is.”

Huidige situatie Sri Lanka

Kort na het afnemen van dit interview werd het geboorteland van Prabath plots getroffen door verschillende bomaanslagen. We vroegen Prabath om een reactie:

“Ik heb jaren geleden zelf enkele bomaanslagen meegemaakt, die waren meestal op één plek en niet zo massaal als nu het geval is. En ze kwamen niet onverwacht. Ik weet, dat klinkt misschien gek voor mensen hier, maar er was destijds een oorlog gaande en dat soort aanslagen gebeurden nu eenmaal. Ik merk nu dat familie en vrienden in Sri Lanka heel erg aangedaan zijn. Ze voelen de aanslagen als een genadeklap. Al tien jaar was er vrede. Iedereen was hoopvol dat alles beter ging worden. Het ging ook beter. Het toerisme is de afgelopen jaren enorm toegenomen, er was vertrouwen in het land en de mensen.

Deze aanslagen hebben al die hoop weggeslagen. Mensen hebben het gevoel opnieuw te moeten beginnen. Het gaat denk ik lang duren voordat de bevolking hiervan hersteld is. Zo’n twintig procent van de doden zijn kinderen. Juist de generatie die zonder oorlog is opgegroeid. Dat is ironisch en heel verdrietig. Mijn moeder is geboren en getogen vlakbij een van de getroffen kerken; kennissen van haar zijn slachtoffer van de recente bomaanslagen. Het is een onwerkelijke situatie.”

Tekst: Jeroen Kleijne

Foto: Martijn Gijsbertsen