13 sep 2019 | Verhaal

Analyse hersenscan bepaalt therapie psychiatrische patiënt

Op grond van een scan van de hersenen bepalen welke therapie voor een psychiatrische aandoening het beste is. Het zou zo maar kunnen. Dit betoogt prof. dr. Guido van Wingen, de nieuwe hoogleraar Neuroimaging in de Psychiatrie van Amsterdam UMC, vandaag in zijn oratie Voorspelbare hersenen.

Nu is het bij de behandeling van een psychiatrische patiënt vaak een kwestie van proberen en proberen tot de juiste pil of andere behandeling is gevonden. De zorg voor patiënten met een psychiatrische aandoening is weinig efficiënt, beweert Van Wingen. “Ze krijgen doorgaans in eerste instantie de minst belastende en voordeligste behandeling, maar die is vaak niet meteen effectief. Door middel van trial-and-error krijgen patiënten meerdere behandelingen om beter te worden, waardoor 25-40 procent van hen langer dan een jaar in zorg is. Dit brengt hoge kosten met zich mee en patiënten die niet meteen de optimale zorg krijgen.”

Vooraf voorspellen
Om dit te veranderen en daarmee de ziektelast en ziektekosten te verminderen, is het noodzakelijk om vooraf te kunnen voorspellen of een behandeling effectief is. Dat is geprobeerd op grond van klinische en genetische kenmerken van de patiënt, maar dat heeft tot nu toe weinig opgeleverd. In zijn oratie betoogt Van Wingen dat dit wél mogelijk wordt door gebruikt te maken van hersenscans.
Hij denkt daarbij aan een niet-belastende MRI-scan van de hersenen. “Dit is nu nog voor veel psychiaters ondenkbaar. Op een MRI scan zie je niets bijzonders. De MRI wordt nu vooral gebruikt om hersentumoren en dergelijke op te sporen.”

De nieuwe hoogleraar beweert dat analysetechnieken uit de kunstmatige intelligentie, patronen van hersenactiviteit bij psychiatrische patiënten kunnen herkennen en opsporen. “Je moet het zo zien”, zegt Van Wingen. “We trainen de computer met hersenbeelden van personen bij wie we weten dat een bepaalde behandeling aanslaat. Op een gegeven moment zie je dan dat de computer kan voorspellen of een behandeling succes gaat hebben bij een nieuwe patiënt bij wie je geen goede diagnose hebt kunnen stellen. Op deze manier kan met hoge nauwkeurigheid het succes van een behandeling worden voorspeld.”

Biomarkers
Hij legt er de nadruk op dat met de scans niet zozeer de psychiatrische aandoening wordt herkend, maar dat de behandelaars handvatten krijgen bij het voorschrijven van een therapie. Van Wingen stelt dat met deze technieken inmiddels meerdere biomarkers voor verschillende psychiatrische aandoeningen en behandelingen zijn ontdekt. Het onderzoek hierna wordt op veel instituten gedaan, waaronder Amsterdam UMC. Hieruit blijkt dat de mate van hersenactiviteit een belangrijke voorspellende waarde heeft. “Hoewel er nog een lange weg te gaan is voordat artsen deze kennis in de praktijk kunnen benutten, gloort een toekomst waarin psychiatrische patiënten sneller de zorg krijgen die ze nodig hebben”, verwacht hij.

Wanneer de soms langdurige sessies in de spreekkamer van de psychiater verleden tijd zijn, durft Van Wingen niet te voorspellen. Voor een bepaalde therapie, de elektroconvulsietherapie, waarbij met stroomstoten wordt geprobeerd iets te doen aan een chronische depressie, kan het eigenlijk al. “Daar heb ik zelf onderzoek aan gedaan, maar ook om deze therapie te gebruiken na analyse van een MRI-scan van de hersenen, is voorlopig nog geen dagelijkse praktijk. Ik geloof erin, de resultaten zijn op een congres gepresenteerd, nog niet in een wetenschappelijk tijdschrift. Ik ga me er hard voor maken om met het nieuwe inzicht het lijden van de patiënt te verminderen en de zorgkosten te verlagen.”

Tekst: Marc van den Broek
Foto: Dirk Gillissen