07 mrt 2019 | Verhaal

Niet meer onnodig in het gips bij polsbreuk

Ongeveer tachtig procent van de mensen bij wie artsen een breuk van het scheepsbotje in de pols vermoeden, krijgt ten onrechte gips. Omdat het botje gebroken kan zijn terwijl er niets te zien is op de röntgenfoto’s, gebeurt dat gipsen uit voorzorg. Promovendus Wouter Mallee van Amsterdam UMC heeft een procedure bedacht waardoor dat niet meer zo snel zal gebeuren.

Van de kleine botjes in het polsgewricht breekt het scheepsbotje of scaphoid het vaakst. Meestal na een val die je met gestrekte armen probeert op te vangen. Orthopeed in opleiding Wouter Mallee schat dat tussen de twee en drie procent van alle breuken in het lichaam  een scaphoid-fractuur is.

Zo’n breuk is vrij lastig vast te stellen, vertelt Mallee, die 7 maart is gepromoveerd. “Dat geldt zowel voor het lichamelijk onderzoek door de arts als voor de röntgenfoto die daarna wordt gemaakt. Zelfs als de foto van vier verschillende kanten genomen wordt, kan de breuk onopgemerkt blijven. Daardoor worden een hoop scaphoid-fracturen gemist.”

Omdat een breuk van het scheepsbotje moeilijk geneest vanwege de slechte doorbloeding, nemen artsen het zekere voor het onzekere. Als ze een fractuur vermoeden, krijgt de patiënt gips nog voordat de definitieve diagnose is gesteld. Die volgt één tot twee weken later, als de patiënt terugkomt voor een scan. “Bijna tachtig procent blijkt dan geen fractuur te hebben”, zegt Mallee. Die behandel je dus voor niks met gips. Vaak gaat het om jonge, actieve mensen die werken. Daar zitten zzp’ers tussen die dan twee weken geen inkomsten hebben.”

CT-scan

Hij rekent het voor: “Van de duizend mensen met polsletsel hebben er 250 mogelijk een scaphoid-fractuur. Maar het zijn er daadwerkelijk zeventig. Je behandelt dus 180 mensen onnodig.”

Dat kan beter, vond de promovendus. Hij nam het diagnostische proces onder de loep en begon bij het lichamelijk onderzoek door de arts. Zijn research leverde een procedure op waarmee het aantal verdenkingen op een scaphoid-breuk met 15 procent afneemt. Deze moet nog verder getest worden in Nederlandse ziekenhuizen voordat de regel kan worden ingevoerd.

Na het lichamelijk onderzoek en de röntgenfoto moet de procedure anders, vervolgt Mallee. Zijn advies: meteen een CT-scan maken van de pols. “CT-scanners zijn het meest beschikbaar in Nederland. Op die beelden kun je goed zien met welke breuk je te maken hebt. De methode is accuraat en kosteneffectief.” Reken maar uit: als je meteen een CT-scan maakt en alles blijkt in orde, dan is er geen tweede bezoek aan een arts op de polikliniek nodig. De scan zelf is bovendien niet meer zo duur als vroeger. “En je kunt andere breukjes vinden die je wel eens mist.”

Gewend

Op de AMC-locatie is deze aanpak inmiddels ingevoerd. En in het Almeerse Flevoziekenhuis waar Mallee zijn opleiding tot orthopeed voortzet, gaat hij aan een protocol werken waarin het nieuwe beleid wordt opgenomen. Nu de rest van Nederland nog.

Foto’s: Sabine Joosten/Hollandse Hoogte

Tekst: Irene van Elzakker