Pijnbehandeling; PRF-ganglion dorsale- en wortelinjectie

Hoe verloopt de behandeling, wat zijn de complicaties en waarop moet u in het bijzonder letten?

Als u pijnklachten heeft die te maken hebben met de wervelkolom en uitstralen naar hoofd, arm, romp of been, dan komt u misschien in aanmerking voor de PRF-ganglion dorsale- en wortelinjectie. Dit wordt vastgesteld door lichamelijk onderzoek en proefblokkades.

Hoe gaat de behandeling?

“Ganglion dorsale” betekent achterste zenuwknoop, PRF betekent een behandeling met pulserende, radiofrequente stroom. Bij deze pijnbehandeling plaatsen we na lokale verdoving van de huid onder röntgendoorlichting een speciale naald bij de betreffende zenuwwortel. De naaldpositie controleren we met kleine teststroompjes. Dan behandelen wij de zenuwwortel door middel van pulserende radiofrequente (PRF) stroom.

Deze behandeling beïnvloedt de pijngeleiding in de zenuwwortel waardoor in veel gevallen pijnvermindering optreedt. Ook kunnen we een plaatselijk verdovingsmiddel in combinatie met een hormoonpreparaat rond de zenuwwortel spuiten. Het effect hiervan is meestal echter tijdelijk.

De behandeling vindt plaats op het Dagcentrum, op de begane grond van het hoofdgebouw.

Na de behandeling moet u 1 tot 2 uur op het dagcentrum blijven. Als u zich hierna goed voelt, mag u daarna onder begeleiding naar huis.

Wanneer merkt u het resultaat?

Pas na twee tot drie maanden (soms eerder) kunt u resultaat van de behandeling verwachten. Mogelijk merkt u eerder verbetering van de pijnklachten. Soms is een andere behandeling nodig.

Zijn er mogelijke complicaties?

Als complicatie van deze behandeling kan een gevoelsvermindering optreden in het huidgebied van de behandelde zenuwwortel en - uiterst zelden - een krachtsvermindering. In het algemeen herstelt dit binnen enkele maanden.

Wat zijn mogelijke bijwerkingen?

  • Vaak heeft u na de behandeling pijn. Deze napijn kan enkele (zes tot acht) weken aanhouden, maar is vrijwel altijd van tijdelijke aard. U kunt hiertegen een pijnstiller innemen.
  • Als u allergische bent voor röntgencontrastvloeistof kunt u jeuk, huiduitslag en kortademigheid krijgen. In zeldzame gevallen kan dit leidt dit tot een ernstige bloeddrukdaling leiden.
  • Na het inspuiten van een hormoonpreparaat kunnen bij vrouwen opvliegers optreden en kan de menstruatie korte tijd verstoord worden. Patiënten met suikerziekte, die insuline gebruiken merken soms dat hun bloedsuikers gedurende enkele dagen ontregeld kunnen zijn.
  • Waar moet u aan denken?
  • U informeert ons bij een (eventuele) zwangerschap.
  • Na de behandeling mag u dezelfde dag niet actief aan het verkeer deelnemen. U moet er zelf voor zorgen dat iemand u van het ziekenhuis naar huis brengt.
  • Als u antistollingsmiddelen (bloedverdunners) gebruikt (zoals Sintrom, Marcoumar of acenocoumarol), moet u hier – in overleg met ons –voor de behandeling mee stoppen. Hoe lang tevoren dit nodig is, moeten wij met u en uw behandelde artsen bespreken. Als bloedverdunners niet op een juiste manier gestopt zijn, kan de behandeling helaas niet doorgaan.
  • Als u weet dat u een allergie voor röntgencontrastvloeistof heeft, moet u ons dat vertellen.

Heeft u nog vragen?

Als u na het lezen van deze tekst nog vragen heeft, kunt u deze met uw behandelend arts bespreken. U kunt ook bellen met de polikliniek Pijngeneeskunde. Deze is telefonisch bereikbaar op nummer: (020) 566 2303;

  • kies mogelijkheid 1 (afspraken polikliniek), voor het maken of wijzigen van afspraken op de polikliniek Pijngeneeskunde.

(tussen 9.00 - 12.00 uur en tussen 13.30 - 16.30 uur).

  • kies mogelijkheid 2 (afspraken dagcentrum), voor het maken of wijzigen van afspraken op het dagcentrum.

(tussen 9.00 - 12.00 uur en tussen 13.30 - 16.30 uur).

  • kies mogelijkheid 3 (vragenuur), voor het telefonisch spreekuur

(tussen 8.30 - 9.00 uur en 13.30-14.00 uur).

Pijngeneeskunde / Patiëntenvoorlichting