Master Geneeskunde

In de masteropleiding vergroot je je klinische en wetenschappelijke kennis en vaardigheden door een combinatie van stages, coschappen en onderwijs. Na het voltooien van de masteropleiding ben je basisarts.

Uitgangpunten voor coschappenprogramma tijdens master

Voor het coschappenprogramma gelden een aantal uitgangspunten:

  • Toepassen van je kennis en vaardigheden. Je leert niet alleen over vakspecifieke onderdelen van de patiëntenzorg, maar ook over hoe je een patiënt benadert.
  • Toenemende zelfstandigheid en verantwoordelijkheid. Hoe verder je bent met het volgen van je coschappen, hoe meer zelfstandigheid en verantwoordelijkheid er van je wordt verwacht.
  • Afnemende begeleiding. Tijdens je coschappen krijg je steeds meer zelfstandigheid en geleidelijk minder georganiseerd onderwijs.
  • Je feedback tijdens je coschappen wordt vastgelegd in beoordelingsboekjes (de zogenaamde “coschapboekjes”).
  • Examinering. Je wordt als coassistent beoordeeld op hoe je in de praktijk presteert. In je beoordeling wordt ook gekeken naar je gedrag en of je geschikt ben voor het beroep als arts.
  • Het programma voor de coschappen sluit aan bij de huidige gezondheidszorg, waarbij je ervaring opdoet met klinische, poliklinische en zorg buiten het ziekenhuis of zorginstelling (extramurale zorg).