Sofia Bosch, CNIO bij Huisartsenzorg Twente, is afgestudeerd aan de master Health Informatics
Een mixed-methods onderzoek naar succesfactoren voor digitale triagevoorbereiding op de huisartsenspoedpost volgens het NASS-framework.
Digitale triagevoorbereiding wordt vaak gezien als een veelbelovende oplossing voor de toenemende druk op de huisartsenspoedpost. Door patiënten vooraf digitale vragen te laten beantwoorden, kan een advies worden gegeven of contact met de post nodig is. In theorie helpt dit om onnodige contacten te voorkomen en ruimte te houden voor patiënten die daadwerkelijk gezien moeten worden. In de dagelijkse praktijk blijkt dit complexer.
In mijn afstudeeronderzoek binnen de huisartsenspoedpost van SHT-THOON onderzocht ik de succesfactoren en knelpunten van digitale triagevoorbereiding. Daarbij analyseerde ik bijna tienduizend digitale triages die door patiënten waren ingevuld via “Moet Ik Naar De Dokter” (MINDD) en sprak ik met zorgverleners, management en landelijke stakeholders. De centrale vraag was niet of digitale triage werkt, maar onder welke voorwaarden het daadwerkelijk waarde toevoegt.
Digitale triagevoorbereiding kan een deel van de laagurgente zorgvragen vooraf opvangen, maar levert in de huidige vorm nog beperkte opbrengst op. De toegevoegde waarde hangt vooral samen met de aansluiting op het werk van zorgverleners, de manier waarop patiënten de vragen begrijpen en gebruiken en de organisatorische en beleidsmatige randvoorwaarden waaronder ontwikkeling van LLM’s ter ondersteuning van de triage. Digitale inclusie is daarbij randvoorwaardelijk en vraagt om gelijkwaardige alternatieven voor patiënten die de digitale route niet of minder goed kunnen gebruiken. Daarbij vraagt verdere doorontwikkeling om expliciete keuzes over wanneer menselijke beoordeling noodzakelijk is (human-in-the-loop) en wanneer digitale adviezen kunnen volstaan.
Digitale triagevoorbereiding laat mogelijkheden voor verdere verbetering zien. Buiten de dataverzamelingsperiode zijn aanpassingen doorgevoerd in de vraagstructuur, met signalen van een betere aansluiting bij laagurgente zorgvragen. Dit laat zien dat gerichte doorontwikkeling perspectief biedt, met expliciete aandacht voor digitale inclusie en het werkproces van zorgverleners.