ARREST (AmsteRdam REsuscitation STudies) doet onderzoek naar plotselinge hartstilstand buiten het ziekenhuis in de provincie Noord-Holland.
In Nederland krijgen er per jaar ruim 30.000 mensen een plotselinge hartstilstand en vinden er zo’n 8.000 reanimaties buiten het ziekenhuis plaats. Per dag overlijden er zo’n 15 mensen aan de gevolgen van een hartstilstand. Onderzoek naar factoren die mensen kwetsbaar maken voor het krijgen van een hartstilstand, hoe hulpverlening tijdens een reanimatie verloopt, en naar de kwaliteit van de hulpverlening, is dan ook erg belangrijk.
In het ARREST-onderzoek wordt sinds medio 2005 zonder onderbreking alle reanimaties die buiten het ziekenhuis plaatsvinden in de provincie Noord-Holland (een gebied met 2,9 miljoen inwoners) geregistreerd en geanalyseerd. Het betreffen reanimaties waarvoor de hulpverlening vanuit drie meldkamers wordt aangestuurd. De hulpverlening omvat ten eerste de inzet van ambulances, en daarnaast de first responders (politie en brandweer) met AED, en in toenemende mate ook AED’s die door eigen initiatief door bedrijven, sport- en ontspanningsgelegenheden of in het openbaar geplaatst zijn (de zogenaamde lokale AED’s). ARREST registreert de reanimatiekarakteristieken van reanimaties buiten het ziekenhuis en brengt risicofactoren voor het optreden van een plotselinge hartstilstand in kaart. Het doel van de registratie is om vast te stellen welke factoren het meest van belang zijn voor de overleving van de patiënt, en te bezien waar in de zorgketen mogelijke verbeterpunten zijn aan te wijzen.
Huidig onderzoek: risicofactoren
Waarom krijgt de ene persoon wel een hartstilstand en de andere niet? ARREST doet onderzoek naar de combinatie van factoren die uiteindelijk tot een plotselinge hartstilstand kunnen leiden. Er wordt gekeken naar de rol van ziekten en erfelijke aanleg, maar ook naar het gebruik van medicijnen en omgevingsfactoren.
Genetische factoren en het risico op een hartstilstand
Hartstilstanden komen het meest voor op latere leeftijd, en dan vooral bij mensen met hart- en vaatziekten. Echter, hartstilstanden komen ook voor op jongere leeftijd. Voor het beter begrijpen en kunnen voorkomen van een hartstilstand op zowel vroege als latere leeftijd is het belangrijk om te weten welke genetische factoren invloed kunnen hebben op het ontstaan van een hartstilstand. Als die genetische factoren namelijk bekend zijn, kunnen er testen worden ontworpen die het risico op een hartstilstand sneller en efficiënter kunnen bepalen.
Binnen het ARREST-project streven we ernaar om deze genetische factoren te ontdekken. Dit doen we door middel van een genoombrede associatiesstudie (genome wide association studie, GWAS) waarbij de rol van veelvoorkomende genetische variaties wordt onderzocht. In de toekomst zullen er ook andere genetische analyses zoals WGS en WES (Whole Genome/Exome Sequencing) uitgevoerd worden om de rol van zeldzame genetische variaties te onderzoeken. We hopen hiermee meer te leren over hartstilstanden die zich voordoen op jongere leeftijd.
Metabolieten als nieuwe voorspeller?
Naast genetica wordt er ook gekeken naar andere kenmerken in het bloed. Zo loopt er nu een onderzoek, in samenwerking met het LUMC, naar de mogelijkheid om bepaalde stoffen in het bloed – zogenoemde metabolieten – te gebruiken als nieuwe voorspeller (ofwel biomarker) voor de overlevingskans van patiënten na een plotselinge hartstilstand. Metabolieten zijn stoffen die ontstaan tijdens en na de stofwisseling. Bij dit onderzoek ligt een specifieke focus op mensen met diabetes (suikerziekte), omdat hun stofwisseling anders werkt.
Huidig onderzoek: reanimatiekenmerken
De rol van burgerhulpverlening
Om zo snel mogelijk een AED bij het slachtoffer van een hartstilstand te krijgen, wordt niet alleen de ambulancedienst, maar ook politie, brandweer en vrijwilligers gealarmeerd bij een reanimatie. ARREST onderzoekt sinds 2009 het effect van het oproepen van deze vrijwilligers (burgerhulpverleners). Hieruit blijkt dat het oproepen van burgerhulpverleners de kans op overleving met ongeveer 50% verhoogt! Tegenwoordig kunnen burgerhulpverleners in het hele land worden opgeroepen via het systeem van HartslagNu (https://hartslagnu.nl). Samen met HartslagNu onderzoek ARREST hoe dit systeem nog effectiever kan worden ingericht, om de kans op overleving nog verder te verhogen.
Luchtwegmanagement en beademing
Een cruciaal onderdeel van reanimeren is beademen. Beademing zorgt er namelijk voor dat er zuurstof in het bloed komt. Met behulp van borstcompressies wordt het zuurstofrijke bloed vervolgens vervoerd naar vitale organen wat ischemie (zuurstoftekort) voorkomt. Er zijn verschillende manieren om iemand te beademen. (Burger-)hulpverleners beademen vaak mond-op-mond, terwijl de ambulanceverpleegkundigen geavanceerde technieken gebruiken, ook wel luchtwegmanagement.
Momenteel lopen er binnen ARREST meerdere projecten gericht op luchtwegmanagement en beademing door ambulanceverpleegkundigen tijdens reanimaties. Dit omvat exploratieve studies die de beademingsparameters (o.a drukken, frequenties en volumes) tijdens een reanimatie buiten het ziekenhuis in kaart brengen, als ook studies waarbij verschillende methoden met elkaar vergeleken worden. Denk hierbij aan het verlengen van beademingspauzes bij mechanische borstcompressies ten opzichte van het standaard protocol (3 vs. 5 seconden) en de vergelijking tussen 30:2 en 30:1 compressie-ventilatieverhoudingen. Tot slot wordt onderzoek gedaan naar een optimale beademingsfrequentie bij asynchrone (continue) beademing en de toepassing van PEEP (Positive End-Expiratory Pressure).
Onderzoek met ECG’s
Na afloop van een reanimatie buiten het ziekenhuis ontvangen wij de monitorregistratie van de ambulance. Hierop is het hartfilmpje (ECG) van de patiënt te zien. Met deze registraties wordt al sinds het begin van ARREST uitgebreid onderzoek gedaan, en nog steeds zijn er genoeg onderzoeksvragen die met behulp van deze monitorregistraties beantwoord kunnen worden.
Zo lopen er nu onderzoeken naar het in kaart brengen van hoe vaak refractair ventrikelfibrilleren voorkomt (incidentie) en wat de incidentie beïnvloedt, en loopt er een onderzoek naar de mogelijkheid om een AI-model te genereren waardoor je door middel van het ECG de oorzaak van de circulatiestilstand kan voorspellen.
Samenwerkingen
ESCAPE-NET & PARQ COST Action
Vanaf januari 2017 tot januari 2023 werkten wij gesteund door de EU officieel samen met andere onderzoeksgroepen uit Europa in het ESCAPE-NET project: European Sudden Cardiac Arrest network – towards Prevention, Education and New Effective Treatment. In het project werkten internationale experts met verschillende achtergronden samen om sneller tot betere resultaten te komen.
Een ander internationaal project waar wij van oktober 2020 tot oktober 2024 ook gesteund door de EU samenwerkten met andere Europese onderzoeksgroepen, is het PARQ COST action project. Dit project staat voor: 'Sudden cardiac arrest prediction and resuscitation network: Improving the quality of care". Middels PARQ beoogden wij om het netwerk van internationale experts die plotse hartstilstanden onderzoeken nog verder te vergroten zodat het onderzoek naar de oorzaken van plotse hartstilstanden en de beste behandeling ervoor verbeterd kan worden.
PREMEDICARE COST Action
Sinds oktober 2025 loopt er een nieuw vier jaar durende COST Action waar ARREST bij is aangesloten: het PREMEDICARE project (‘Precision Medicine for Cardiac Arrest’). Binnen dit project werken wij samen met een internationaal en multidisciplinair team van experts om de oorzaken en langetermijneffecten van een Out-of-Hospital Cardiac Arrest (OHCA) bij mensen onder de 50 jaar in Europa beter te begrijpen. Het doel is om voor deze groep patiënten de ontwikkeling en toepassing van gepersonaliseerde geneeskunde te bevorderen en te ondersteunen.
Algemene resultaten
Rapport Hartstichting
In 2015 heeft ARREST samengewerkt met de Hartstichting met als resultaat het rapport: 'Reanimatie in Nederland, 2016: cijfers over overleving na hartsilstand buiten het ziekenhuis'. Onderzoekers van ARREST schreven een aantal hoofdstukken voor dit rapport. In verschillende hoofdstukken worden voorlopige resultaten beschreven. Er worden verschillende thema's behandeld zoals bijvoorbeeld: het gebruik van de AED en de inzet van burgerhulpverleners, overlevingscijfers van verschillende regio's maar ook bijvoorbeeld afname van schokbare ritmes bij reanimaties buiten het ziekenhuis.
Via deze link kunt u de PDF downloaden.
Resultaten van het ARREST onderzoek
Bekijk onderstaande folder met belangrijke onderzoeksresultaten van de ARREST-studie.
Team
| Dr. J.L. van Schuppen | Urgentie-anesthesioloog, projectleider Reanimatieonderzoek |
| Dr. H.L. Tan | Cardioloog, projectleider Risico plotselinge hartstilstand |
| Dr. R.W. Koster | Cardioloog, oprichter, adviseur |
| Dr. C. van der Werf | Cardioloog, post-doc |
| Prof. Dr. P.R. Schober | Hoogleraar Anesthesiologie, urgentie-anesthesioloog, statisticus |
| Drs. M.M. Schwarte-Ekkel | Onderzoekscoördinator |
| Drs. R. Stieglis | Datacoördinator/promovendus |
| Drs. V.G.M. van Eeden | Datamanager |
| Drs. R. Kalk | Datamanager |
| Dr. E.C. Linssen | Datamanager |
| Dr. M. Bak | Postdoc |
| Drs. B.J. Verkaik | Promovendus, arts |
| Drs. J. van der Laan | Onderzoeker |
| Drs. J.A. van Eijk | Promovendus, arts |
| Drs. L.C. Doeleman | Promovendus, arts |
| Drs. D.S. Zimmerman | Promovendus |
| Drs. S. Keshtkar | Onderzoeker, arts |
| Drs. D.T. Weigel | Onderzoeker, arts |
| Drs. W.A.J.J. Willems | Onderzoeksassistent, arts |
| N.F. Alibux | Onderzoeksassistent |